De retorische vraag: het neurotisch kunstwerk bij uitstek

NP: Jello Biafra and the Melvins. Ik vraag me eigenlijk af of er iets bestaat als neurotische poezie. En wat is het verschil eigenlijk tussen hypnotisch en neurotisch? Kan een neurotisch gedicht een hypnotische uitwerking hebben of is een hypnotisch gedicht nog wel hypnotisch als het juist op je zenuwen werkt? Is eigenlijk de retorische vraag niet het neurotische kunstwerk bij uitstek? Nu ik er even over nadenk is eigenlijk het gros van de poezie die je leest neurotisch. De kunst van het goede gedicht is nu juist dat het geen sporen achterlaat in je zenuwen (True love leaves no traces, zong Ome Cohen al) maar dat het desondanks wel op je gevoelsvlies blijft kleven als een irritante bumperstikker die je nooit meer in zult kunnen halen…

2 Responses to “De retorische vraag: het neurotisch kunstwerk bij uitstek”

  1. denvis says:
    Het feit dat deze literaire pennelikkers de compulsieve drang hebben om op HET moment alles op te moeten schrijven in plaats van het te (be)leven is toch een duidelijke aanwijzing dat het hier inderdaad een stelletje neuroten betreft.

    Eeej hallleeeej Benders, hoest nou? D loves you!
  2. M.H.Benders says:
    Zeg Denvis,

    Het zijn juist de rockers die steeds die compulsieve dwang voelen om de paljas uit te hangen voor wat kwijlende tienermeisjes. Wij dichters zijn daarmee vergeleken magistraten van hemelse verhevenheid, al was het maar omdat gedichten schrijven en met treintjes spelen zich statistiek bezien meestal in dezelfde ruimte afspelen: de zolderkamer. Rocken, dat is meer iets voor in de kelder.

Leave a Reply