Joshua Ray Stephens

In het jaar dat ik in Amsterdam een kamer huurde, antikraak op het Rokin, kwam ik Joshua Ray Stephens tegen, omdat bleek dat hij in onze kamer logeerde. Een intelligente en aardige jongen met wie ik uitgebreid heb zitten discussieren over vanalles en nogwat. Sindsdien mailen we elkaar regelmatig, ik stuur hem gedichten en hij stuurt me af en toe nieuw werk. Joshua woont in New York en binnenkort gaan we ook samen aan een project werken.

Miriam by Joshua Ray Stephens

Chaucer & Philip by Joshua Ray Stephens

Openlucht Bibliotheek 3

Vandaag kreeg ik post, de eerste Nederlandse bijdrage aan de Openlucht Bibliotheek, opgestuurd door Bart van der Pligt. Bart stuurde de volgende dichtbundels op:

‘Vogels’ van Nachoem M. Wijnberg - Uitgeverij Contact
‘De een en de ander’ van Toon Tellegen - Uitgeverij Querido
‘Zijn opkomst in de voorstad’ van Alfred Schaffer - Uitgeverij Thomas Rap
‘Een leeuwerik boven een weiland’ van K.Schippers - Uitgeverij Querido
‘Starfish’ van Arjen Duinker - Uitgeverij PK (eigen uitgave?)

Het bijzondere is dat alle bundels zijn gesigneerd door de auteurs zelf met de beste
wensen aan de Openlucht Bibliotheek en aan Kerem Yilmaz. Een fantastische bijdrage waarmee ik en Kerem hardstikke blij zijn. Tegen de tijd dat de bibliotheek weer open kan zal ik van elk boek een situatiefoto maken.

Bart & alle auteurs: vriendelijk bedankt.

Mensen die ook een boek willen bijdragen aan de Openlucht Bibliotheek (foto)
kunnen hun boeken sturen naar:

Openlucht Bibliotheek
Guzeller Sokak 24/4
Maden Mahellesi Buyukada
Istanboel / Turkije

Mensen die graag eens zo’n boek willen komen lenen zijn tegen de tijd dat de bibliotheek weer open gaat van harte welkom.

Update: Ik heb inmiddels van Bart begrepen dat tooggangers van Cafe De Klok in Delft deze actie financieel gesponsord hebben. Cafe de Klok in Delft is daarmee de belangrijkste steunpliaar voor Turkse Openluchtpoezie en een vrijhaven voor ware literatuurliefhebbers.

Proverb

“People who speak with forked tongues should not kiss balloons”

Een prachtig spreekwoord, zeg nou zelf.

De Hysterische Robot

Hans Groenewegen laat weten:

Lucebert publiceerde in 1989 zijn oratorium Troost de hysterisch robot. Zondag 13 mei wordt het voor het eerst uitgevoerd op het Tolhuis Tuinfestival in Amsterdam. Lucebert maakt met zijn oratorium een bestandsopname van onze tijd. Het is niet de vraag of onze broodnodige troost een hysterische robot is, of dat de door en door gemechaniseerde maar met extreme emoties gemangelde hedendaagse mens getroost moet worden. Bij Lucebert is het altijd èn èn. Op die manier lukt het hem om tenminste de taal te troosten.

Uitvoerders van het oratorium zijn de dichters Anneke Brassinga, Rozalie Hirs, Liesbeth Lagemaat, Tonnus Oosterhoff, Samuel Vriezen , Hans Groenewegen en de improviserende musici Anne La Berge en David Dramm. Informatie over het festival vindt u op www.tolhuistuinfestival.nl. Voor deze gelegenheid heb ik op mijn website een vers essay over Lucebert toegankelijk gemaakt.

In zijn gedicht ‘aan de teleurgestelde leerkrachten’ constateert Lucebert dat er honger is naar ‘heelhuids weten’. Die honger is vijftig jaar na ontstaan van dat gedicht alleen maar toegenomen. Voor het tijdschrift Vooys schreef ik een essay waarin ik een pleidooi houd voor een andere opzet van het poëzieonderwijs. Dit voorstel voor een heelhuids weten dat naar meer smaakt, is voor deze gelegenheid eveneens te vinden op www.hansgroenewegen.nl

Voor een Nederland naar Turks model

Ik ben al geruime tijd voorstander van het modelleren van het Nederlandse politieke bestel naar Turks model.

Want laten we even wel wezen: de turken hebben namelijk alles veel beter geregeld dan wij. Ik zie een verre toekomstdroom voor me waarin het Nederlandse leger hard ingrijpt als de CDA maffia in Nederland weer eens haar klauwen zet in het seculiere bestel. Dat Balkenende gewoon in een militair busje wordt afgevoerd als hij ‘christelijke waarden’ de europese grondwet in probeert te stouwen.

Hadden de Amerikanen zo’n bestel naar Turks model gehad dan had George ‘God told me to start a war’ Bush allang sokken zitten breien in Guantanamo Bay dat, onder zo’n bestel, echte terroristen zou bevatten: het soort mensen dat graag paniek zaait met waandenkbeelden.

Nee, ik blijf erbij dat het Turks bestel veruit superieur is aan enig westers model. Ataturk is juist een van de weinige democraten die ooit inzagen dat een democratie niet kan functioneren zonder een sterk controleapparaat.

Peer Metselaar

Gek, een vaasje jonge giraffes leeggietende

Bas van de Hurk / Wouter Verhoeven

Andere oude bekenden van me uit mijn cacaofabriek tijd: Bas van de Hurk en Wouter Verhoeven.

Vreemde en beklemmende taferelen. Ik weet nog dat ik ooit met een negermasker op ‘Tenessee Stud’ van Johnny Cash voor ze heb gezongen. Van de Hurk/Verhoeven maken onplaatsbare kunst waarin altijd elementen van travestie en geloof een rol lijken spelen.

Update: ik begrijp inmiddels van Bas dat de samenwerking is beeindigt en dat de site binnenkort uit de lucht wordt gehaald, uw laatste kans dus hun werk eens online te bekijken.

Rogier Walrecht

Ik kreeg een mail van een oude bekende van me, Rogier Walrecht, die op zoek was naar een filmpje dat ik ooit voor hem gemonteerd had in Premiere. Rogier is een heel bijzonder tekenaar, zoals te zien is op zijn website.
Ik ken Rogier nog uit mijn tienerjaren omdat destijds een exvriendin iets met hem kreeg. Maar daarvoor zag ik hem al af en toe in de ‘Bakkerij’, hij was destijds ‘psychobilly’ en ik was altijd geimponeerd door de bijzonder neurotische manier van dansen die daar schijnbaar bijhoorde.Later kreeg ik van hem een hele bijzondere oude dichtbundel die zijn vader ooit had samengesteld met Nederlandstalige poezie. Ik denk dat ik Rogier eens ga vragen iets in Istanboel te gaan doen, ik heb vaker plannen om hier op het eiland een soort exporuimte te beginnen. Vorige week had ik ook 3 videokunstenaars te gast die naar het eiland willen verhuizen en daar ook wel wat in zagen. Er staat een enorm mooi, groot statig schoolgebouw leeg hier waar ooit een kunstacademie in zat die verhuisd is naar het centrum van Istanboel. Mensen die ook wel wat zien in een project hier kunnen altijd even contact met me opnemen, wie weet rolt er wat uit.

Mark Strand

Mark Strand is al een jaar of tien een van mijn favoriete dichters, maar schijnbaar begint er nu in de nederlandse literatuurwereld ook enige interesse in hem te ontstaan. Vreemd, want de man is al een jaar of 30 absoluut een topdichter. Maar wat krijgen we nu: een vertaalde bundel, terwijl bijna elke nederlander het origineel zou kunnen lezen. En een slechte recensie, waarin allerlei onzin over Strand beweerd wordt. Zo zou Strand een ‘Dichter voor dichters’ zijn, dat wil zeggen iemand die vooral voor een incrowd van dichters schrijft. Argumentatie daarvoor is dat Strand vaak het schrijfproces zelf in zijn gedichten als karakters laat fungeren. De recensent is echter duidelijk niet op de hoogte van Strand’s oeuvre, want dan zou hij weten dat die typering juist op Strand helemaal niet van toepassing kan zijn. Strand’s werk laat zich juist typeren door helderheid en toegankelijkheid. Strand is ook mateloos populair onder mensen die juist niet echt van poezie houden - de recensent heeft dus duidelijk zijn huiswerk niet gedaan.

Erg kwalijk kun je dit hem, alleen afgaande op de vertaling van ‘gedichten eten’, niet nemen. Het engelstalige gedicht eindigt met de zin ‘I romp with joy in the bookish dark’. In de nederlandse vertaling is dit geworden
‘ik dartel van genot in de boekige nacht’. Wat een hopeloos slechte vertaling is dit, zeg. Het gedicht speelt zich met name af in een bibliotheek! Wat is in vredesnaam de reden dat ‘the bookish dark’ is vervangen door ‘de boekige nacht’ in de nederlandse versie? Zit Strand ineens buiten sluitingstijd in die bibliotheek? Het is toch juist een essentieel onderdeel van dit gedicht dat het zich in een bibliotheek afspeelt, dus wat is er dan mis met ‘het boekige donker’? Laten we het over ‘dartelen van genot’ als vertaling van ‘romp with joy’ maar al helemaal niet hebben. Wat een persiflage is deze vertaling zo geworden: terwijl het origineel op sterke, donkere wijze eindigt zie ik hier in de nederlandse versie vooral konijnen na sluitingstijd aan de boeken knabbelen. Ik heb de rest van de bundel niet gelezen, maar als deze hetzelfde niveau heeft als de vertaling van ‘gedichten eten’ dan vrees ik het ergste.

Het literatuurtijdschrift

Tijdschrift Plebs publiceert in het meinummer twee gedichten van mijn hand, maar ik ben vergeten welke dat waren. Of was het er nou maar één? Ik weet het niet meer.

Ik stuur nooit dingen naar tijdschriften, daar geloof ik niet in. Maar als ze me vragen dan zeg ik meestal wel oké. Dat hele cultuurtje van tijdschriften die allemaal elkaars dichters zitten publiceren lijkt mij wat teveel op de kunstwereld waar alle subsidiekunstenaars in elkaars expositieruimtes exposeren, op grond waarvan ze dan weer subsidie krijgen. Een prachtig bureaucratisch perpetuum mobile. Het zet wel aan het denken waarom bepaalde mensen tijdschriften of expositieruimtes beginnen. Officieel natuurlijk wegens liefde voor de kunst, dat spreekt. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat veel mensen een tijdschrift beginnen om te pogen hun eigen werk naar de top te ellebogen. Eigenlijk is dat wellicht een kunstvorm op zichzelf, maar ik vind dan zo’n kunstenaar die zijn eigen werk stiekum in het MMOA ophing tussen de ‘bekende’ kunstenaars een stuk leuker.

Wat doe je toch weer zompig, Benders, hoor ik u denken, literatuurtijdschriften, dat is toch juist romantisch en gezellig? Het zal inderdaad wel weer aan mij liggen. Ik had toen ik een jaar of 17 was ook al een verhitte discussie in een of ander gestencild studentenblaadje met Mark Boog. Ik weet nog dat ik toen vurig de stelling verdedigde dat poezie schrijven niet te leren is en dat schoot Boog in het verkeerde keelsgat. Terecht, wellicht, hoewel ik nog steeds denk dat er wel het een en ander op de stelling af te dingen valt. Ik vind die hele ‘poezie workshop’ cultuur die uit Amerika is over komen waaien echt vreselijk. We moeten juist trots zijn op het feit dat er geen poezieacademies bestaan. Het is namelijk in de kunstwereld geheid zo dat 90% van de leraren op de kunstacademie zelf mislukt kunstenaar is. En het probleem met dat soort figuren is meestal dat ze uit een soort oedipus complex opereren: ik ben mislukt, dus moet iedereen maar mislukken. Je hoort dan ook de meest groteske, idiote adviezen op zo’n academie. Ze weten allemaal precies hoe je het commercieel moet maken, als aankomende kunstenaar. Dat 99% 3 jaar na afronden van de kunstacademie geen kunst meer maakt, dat typeert toch wel dat er iets aan kunst is wat niet aan te leren valt, laat staan te workshoppen. Dus Boog, mocht je dit lezen, ik handhaaf zelfs 17 jaar na dato mijn stelling dat poezie schrijven eigenlijk niet te leren valt. Uiteraard had Boog anderszins wel gelijk dat het wel mogelijk is het jezelf te leren, maar dat lijkt mij dan ook wel de enige mogelijkheid.

Misschien moet ik ook maar eens een tijdschrift beginnen, dan wordt ik vanzelf nog gezelliger.

Deze week

Een wat hectische week achter de rug, nou ja, wat heet. De zomer komt er weer aan en dan neemt het aantal feestjes op het eiland exponentieel toe. Dat het overgrote deel nog steeds bij me thuis plaatsvind, dat wijt ik vooral aan mijn eigen luiheid. Het is wel altijd het type ’spontaan feest’ – er komen een man of 8 over de vloer en voor je het weet lig je op het balkon met een fles raki en is het alweer een uur of 4. Maar goed, we doen ook nog constructieve dingen, zoals films kijken. Deze week ‘The fountain’ gezien, een vreemde film, soort van ‘Tarkovsky doet hollywood’. Ik vond het resultaat zelf niet bijzonder geslaagd, maar de film kreeg veel positieve reviews dus het zal wel weer aan mij liggen. Iets aan de film irriteerde me: waarschijnlijk dat ik een beetje een punthoofd krijg van films die scharnieren op ‘toevallige gebeurtenissen’ die dan later allemaal op bijzondere wijze ineenvallen: o ja, die magische boom was dus eigenlijk het nekhaar van zijn vriendin. Een andere, nog veel slechtere, film gezien: ‘What the Bleep do we Know’ – hoewel de film een paar interessante theorien bevat die het overdenken waard zijn is de film zo ongelofelijk knullig gemaakt dat ik me groen en geel geergerd heb aan de zwaar potsierlijke ‘verbeelding’ van de zogenaamd quantummechanische ‘wetten’ die recht uit de nachtmerrie van een bejaarde hippie kwamen gevlogen. Het ergerlijke new-age sausje van de film op de koop toe nemende, zijn een aantal theorien die in de film gepresenteerd worden zulke lachwekkende simplificaties van de quantum theorie dat je denkt: ik haal mijn Ad Visser CD weer eens uit de kast. Die man had helemaal geen hogere fysica nodig, een paar stofzuigers en een gong voldoen.

Ben een website aan het maken voor mijn vriendin Pinar. Pinar is een fotografe, danseres en masseuse. Dat laatste doet ze zo goed (vandaag anderhalf uur) dat ik de website maak in ruil voor massages. Dat heeft wel wat, die ruilhandel. Ik heb een andere vriend daar ga ik ook een website voor maken, omdat die zulke ongelofelijk lekkere pizza’s bakt. Website, 5 pizza’s heb ik gezegd. Het is maar goed dat ik, door jarenlange ervaring, werk als een lucky luke.

Kuzguncuk/Robert Crumb/Apocalypto

Ik was gister bij vrienden in Kuzguncuk, waar ik de foto die hier beneden staat heb gemaakt. Ze gingen ‘s nachts naar een concert in Babylon, een van de betere clubs hier in Istanboel. Ik was te moe om mee te gaan en hou zowiso niet van ‘progressieve rock’, zoals het door hun werd omschreven. Op 10 Mei komt echter Fred Wesley & the JB’s in Babylon en daar ga ik wel zeker heen. Op weg naar huis de filmdocumentaire ‘Crumb’ op de kop weten tikken en thuis meteen gekeken. Ik had hem al ooit gezien en het is een van mijn favoriete documentaires. Robert Crumb is een artiest van formaat.

Daags daarvoor samen met vrienden ‘Apocalypto’ gekeken. Wat moet je daar nu van vinden? De film als zodanig is best goed. Het is echter tegelijkertijd eigenlijk een lachwekkende, belachelijke film. Behalve dat Gibson historisch bezien allerlei feiten door elkaar haalt is het uiteraard weer pure christelijke propaganda waarin de ‘barbaarse’ Maya’s geportretteerd worden die schijnbaar koppen snelden bij de vleet. Op het einde van de film echter een sprankje hoop als de blanke mannen arriveren. Zoals wij allemaal weten waren die spanjaarden bijzonder beschaafd. Irritante propagandafilm dus weer, maar in tegenstelling tot ‘300’ dit keer wel propaganda die tenminste nog enig verhaal heeft, hoewel de helft van de film van ‘Rambo’ is geleend.

Interessantere vraag: is het toeval dat juist nu 2 films verschijnen waarin de perzische (300) en hispanische (Apocalypto) culturen door Hollywood op schaamteloze wijze worden neergezet als barbaarse antiwesterse
machten? Ik vind het wel eigenaardig dat beide films, die veel met elkaar gemeen hebben, bijna gelijkertijd verschijnen en ook nog op hetzelfde moment dat schaduwpaus Maxime Verhagen weer eens laat weten dat Nederland in geval van een aanval op Iran best mee mag doen, ook zonder VN. Zou het CDA stiekem deze films gesponsord hebben? Ik heb de aftitelingen bekeken, maar vermoed dat Verhagen ons belastinggeld er onder pseudoniem in heeft gestoken.

Kuzguncuk

Openlucht bibliotheek beelden

Naar aanleiding van dit postje

Openlucht bibliotheek Istanboel

Openlucht Bibliotheek Istanboel

Over Geert Mak en je ergeren

Het regende vandaag. Na een vrij geinspireerde schrijfsessie de domper van het lezen van de troetelverslaggeefster van SBS6, Catherina Blauwendraad, die o.a. een zeer vurig en geinspireerd betoog houdt over het uitsluiten van ‘wespennest’ Turkije buiten de EU en het verbieden van de boerka omdat je daar machinegeweren in kunt verbergen en daar ergert Miss Blauwendraad, dichteres in spe, zich groen aan.

Dan het verheffende nieuws dat de Nederlandse politici weer eens aan het debatteren zijn geslagen over de ‘mogelijke’ aanval op Iran. Wie niet enigszins door de Korsakov is aangetast weet nog dat precies hetzelfde debat een half jaar voor de aanval op Irak werd gevoerd en je hoeft geen genie te zijn om in te zien hoe dat proces precies werkt: de Amerikanen hebben het kabinet ingelicht over hun plannen.

In een wereld waarin de drie grootmachten op zijn best bananendemocratien zijn geworden die ‘mini atoomwapens’ ontwikkelen om ‘op het slagveld te testen’ zijn het mensen als Catharina Blauwendraad die ons zwartkijkers nog enig licht in de ogen toeschrijven. Weg met de Boerka, weg met de censuur, weg met Turkije, lang leve SBS6, lang leve GeenStijl, lang leve de nieuwe literaire internetgarde!

Update: ook Koenraad Goudeseune is het nu beu om tussen de Turkse mensen te wonen. Hij ging naar de turkse kruidenier op de hoek en die reageerde niet positief op zijn complimenten over Orhan Pamuk. Ga eens naar een Nederlandse kruidenier met complimenten over Mulisch, Goudeseune, dan krijg je vast een veel hartverwarmender relaas. En ach, dat die turkse meisjes met hoofddoekjes je niet zien staan - ondanks dat je toch altijd heel vriendelijk doet: probeer het eens in Staphorst, en kijk hoever je daar komt. Wellicht dat Catherina Blauwendraad een matras overheeft? Je weet wel, die slimme dame die haar pleidooi tegen censuur afsluit met een pleidooi voor het verbieden van bepaalde types kleding, omdat je daar dingen onder kunt stoppen?

Of ik dan helemaal geen probleem met censuur heb? Natuurlijk wel, ik heb een hekel aan censuur. Probleem is alleen dat de volgende zaken een rol spelen:

1. Selectieve verontwaardiging is een van de ergste instrumenten van de censuur. Dankzij de selectieve verontwaardiging kunnen mensen als Bush, Putin, Wilders en Breukers hun werk doen.
2. De hoeveelheid censuur is vele malen groter op de Contrabas dan in Turkije. Zo verwijdert Breukers bijvoorbeeld catagorisch elke negatieve reactie onder de gedichten die hij voor het Lira Fonds publiceert, waarschijnlijk omdat hij bang is geen subsidie meer te krijgen. Censuur in zijn meest zuivere en meest verachterlijke vorm. In Turkije mag je een paar dingen niet zeggen, op de Contrabas mag je niks zeggen wat Breukers ‘niet relevant’ vind (lees: wat hem niet goed uitkomt)
3. Het soort censuur wat in Turkije bestaat is geen daadwerkelijke censuur, het is een open taboe. Werkelijke censuur is onzichtbaar en zorgt er bijvoorbeeld voor dat je bepaalde dingen niet via het nieuws voorgeschoteld krijgt.

Ik ben daarom niet zo onder de indruk van die gelegenheidsidealisten die zodra het woord ‘Turkije’ in beeld komt de vrijheid van meningsuiting ineens sterk voelen opwellen in hun borstkas. Mensen die de directe censuur in hun omgeving voor lief nemen en selectieve verontwaardiging toepassen voor hun populistische manipulaties. Dat het boek van Geert Mak in Turkije werd gekuist is niet meer dan terecht: het is niet redelijk anderen op te zadelen met het gevaar voor eigen leven. Dat de nederlandse literatuurpaperazzi daar een relletje in zien, dat is pas een echt vervelende vorm van censuur.

Een

Een is een donderende stem
die aan hitparades doet denken
maar die een klein, bescheiden afdakje heeft
waaronder mensen mogen schuilen.

Moeder schuilde daar, alleen met kerstmis,
voor een kaarsje in het portiek
voor een traan en dat was Een. De stol op tafel,

de prik van dennenaalden, de geur
van overwinterend licht in de kamer.
Een zijn de vele sterren die vals getuigen
van afstand. Een is zand.

Een is de zwanezang van een flitspaal
die de krant niet haalt. Een is alles
wat zich niet laat kisten.
De gifgroene trom van de verveling.
De duivelse onschuld van de bacterie.

Een is de ongrijpbare komma
die als de verstuurde schaduw
van een vogel door verhalen glijdt.

Een is het onbestemd gewricht
van superlatieven. Een is de warme deken
van het gesticht waarbinnen de gek
vandaag als een wild dier de dunne ark
van zijn verstand betreedt, vergeefs
zoekend als de verbeelding zelve
naar een gelijke, een kloon, een blindganger.

Stigma

Als voorbeeld, hier dan het gedicht Stigma zelf, vertaald door Istvan Totfalusi. Het is een van de eerste gedichten die Pilinszky schreef, ik meen dat hij het ofwel op zijn 17e ofwel 19e schreef. Niet zo heel belangrijk maar wel typisch het ’stigma’ van een groot dichter…

STIGMA

Round your brotherless mouth a bare
quiver is slowly growing,
when on your breast a blameless flare,
the unknown stigma’s glowing.
Between your ribs the blessed sign,
the wound forever burnt in
that never heals but will with time
grow deeper and more hurting,
it deepens, deepens in your side,
casts shade of death eternal.
You rise now: in the gaping night
a wind calls around the corner.
Across the threshold of your home
you step out in the silence
not knowing yet whether you aim
at blessing or at violence.
You go. Around, vast solitude
of hills. Here, there a cluster
of sheds and hamlets stray and rude,
small flecks in need of a master,
they hasten you to wander still,
though you would fall back lifeless
on bare ground with the peacefull smile
of one who’s rid of trifles.
But now you find a narrow path
and stop all of a sudden,
long silence – there, without a breath,
stands facing you the sought one,
for whom you’ve left all you had got
nor dreaded exile either;
then who unravels, say, your fate,
who else could be your brother?
You stand before him and you bare
your naked wound to rouse him
which he stabbed with his heavy power
from afar upon your bosom.
Like wearied soldiers you but wait,
you have none else to house you.
He meets your eyes across the night
and fails to recognize you.

Janos Pilinszky

Pilinszky

Wie eens echt goede poezie wil lezen moet de hand zien te leggen op twee boeken: de bundel ‘Krater’ van Janos Pilinszky is de enige Nederlandstalige bundel die is verschenen, vertaald door Erika Dedinszky. Het is zover ik dat kan beoordelen een goede vertaling en bevat o.a. het majesteuze gedicht ‘Apokrief’. Ik vermoed echter dat het erg lastig is nog aan deze bundel te komen, maar de bibliotheek van Eindhoven had hem vroeger. Verder zijn er de vertalingen van Ted Hughes. Hoewel Hughes zelf een verdienstelijk dichter is vind ik deze vertalingen niet erg geslaagd. Geen wonder ook, want Hughes kan nauwelijks Hongaars lezen. Een vreemd project dus, iets vertalen van een dichter die je zelf eigenlijk niet kunt lezen. Beter is de verzameling ‘66 poems’ te kopen vertaald door Istvan Totfalusi. Deze rammelt weer hier en daar doordat de Hongaar het Engels niet helemaal perfect beheerst maar is qua vertaling wel veruit superieur aan die van Hughes. Het is een bundel die ik jarenlang heb zitten lezen. Het is moeilijk precies te duiden waarom Pilinszky zo fascineert: maar iemand die op zijn 17e een gedicht als ‘Stigma’ schreef is zonder twijfel zowel een zeer begenadigd dichter als iemand die inderdaad gebukt onder een vloek door het leven moet. Pilinszky is tragiek in zijn meest heldere en absolute vorm. Een van de dingen die de poezie van Pilinszky zo aantrekkelijk maakt is dat hij over de duistere zijde van het leven schrijft zonder daarbij een oordeel te vellen. Hij schrijft bijvoorbeeld vanuit het perspectief van nazibeulen, kindermoordenaars e.d. maar poogt altijd juist begrip voor hun motieven te bewerkstelligen door zichzelf volkomen met hen te vereenzelvigen. Hij probeert het kwaad te boven te komen door er een mystieke eenheid mee te vormen middels woorden. Pilinszky was een katholiek, maar wel een van het zuiverste water.

Nul

Nul heeft twee lieflijke, kleine wenkbrauwen, een sterrenstelsel waardig.
Nul is alles wat niet zichtbaar en denkbaar is.
Nul is binaire liefde tussen het mogelijk onmogelijke.
Nul is hoeder van verdwenen sokken en spelden.

Nul is die jongen op school die je je niet herinnert.
Naast je zittend, altijd slapend. Nergens bij gymles.
Nul is het sleutelgat waarachter waarheden zich omkleden.
Nul is het schrikbeeld van wetenschappers

zakenlui en kranten. Nul kent geen beursgang,
hoeft geen vijandige overnames
te vrezen. Nul is het brood der eendjes

die vastvriezen. Nul is het pootje haken
van gevolgtrekkingen door conclusies. Nul is een lege noot
in een onkraakbaar partituur. Nul is zwanen, violen,
violen, zwanen. Nul is heel mooi.

Nul is een miskend orakel voor lui
die niks in de gaten hebben. Mensen als jij.
Mensen die poezie lezen. Nul is erg goedkoop.

Klassiek Turks

Twee vrienden van me op de turkse tv – Nathalia op harp en Isset op drums

Hier te zien

Openlucht bibliotheek

Mijn vriend, de Turkse dichter Kerem Yilmaz, hier op de foto te zien als Jezus Christus in een toneelstuk, sprong drie dagen geleden drie hoog uit het raam in het Centrum van Istanboel. Ik dacht aanvankelijk dat hij beschonken uit het raam was gevallen, maar vandaag vertelde hij het werkelijke verhaal: hij meende in handen te zijn gevallen van de organenmaffia en is zelf bewust van drie hoog uit het raam gesprongen. Dezelfde Kerem komt overigens regelmatig om 3 uur ‘s nachts bij me aankloppen omdat hij meent dat er een slang in zijn tent zit. Hij bivakkeert namelijk bovenop de berg van het eiland in een tent, en heeft daar een openlucht bibliotheek opgericht waaraan ook ik enkele boeken heb bijgedragen.

Dit unieke openlucht bibliotheek project bovenop de berg ligt er nu dus verlaten bij omdat Kerem in het ziekenhuis ligt. Hij heeft een metalen pin in zijn been gekregen en kan komende maanden niet de berg opklimmen. Het leek me wel een leuk idee als mensen een boek willen bijdragen aan zijn openluchtbibliotheek. Dat kunnen ook Nederlandse poeziebundels etc. zijn - er komen namelijk regelmatig ook Nederlandse toeristen langs. Kerem verkoopt de boeken niet maar leent ze daadwerkelijk uit. Of ze ooit terugkomen is maar de vraag, maar het initiatief is in elk geval bijzonder.

Mensen die een boek willen bijdragen kunnen een mailtje sturen naar m.benders@gmail.com - ik zorg dat dat er een foto retour komt van uw boek in de openluchtbibliotheek

Ophef over van Dixhoorn

Ene Bob Frommé schijnt in het Parool de eerste woorden uit het Groene Boekje te hebben vergeleken met het werk van Dixhoorn. Nu ben ik niet al te bekend met het werk van Dixhoorn en is ‘Twee piepjes’ hier in Istanboel uiteraard niet te verkrijgen, maar duidelijk is wel uit de samples die ik gelezen heb dat van Dixhoorn een minimalist is die op experimentele wijze op papier met taal omgaat. Ik heb ooit zijn website bezocht, een online kunstwerk en dat vond ik leuk gemaakt. Helaas is het echter wel zo dat de literaire wereld vol zit met mensen die zich nooit ook maar vijf minuten voor iets anders dan mainstream kunst hebben kunnen interesseren – ergerlijk is dat, van die ’specialisten’ die te lui om eens om de hoek te kijken. Ik kan mensen niet serieus nemen die een gesprek over poezie aanvangen met een tirade tegen conceptuele kunst. Wat hier aan de orde is is niet zozeer de kwaliteit van van Dixhoorn’s werk maar de kwaliteit van de criticus die het bespreekt.

Kritiek en recensies zijn namelijk mijns inziens eveneens kunstvormen. Bij het maken van een recensie is het zaaks een originele invalshoek te zoeken die het werk in een bepaald licht laat zien dat het unieke stempel van de recensent op zich draagt. Wat ik persoonlijk heb geleerd van de korte tijd dat ik recensies schreef zijn een aantal dingen:

1. Kies nooit makkelijke targets – het is niet interessant om een ‘beginner’ af te kraken en het ligt veel te veel voor de hand om iemand als van Dixhoorn af te rekenen op de ‘toevalsfactor’. Je krijgt dan feitelijk niets dan populistische retoriek – dat is in wezen politiek bedrijven en heeft met echte kritiek niets van doen.
2. Iets wat ik in de schaakwereld heb geleerd: kies tegenstanders van formaat. Je leert niets van het schaken met zwakkere spelers. Helaas is het in de recensentenwereld echter zo dat juist de zwakkere spelers er van langs krijgen en de sterkere spelers, uit name van een soort van neprespect of groepsdwang, altijd ontzien worden. Ik hou daar helemaal niet van, het is een echt recensent onwaardig.
3. Laat nooit poezie bespreken door iemand die niet ook een grondige hekel aan veel poezie heeft.
4. Neem de doodsbedreigingen en laster voor lief.

Ik heb slechts korte tijd recensies geschreven, maar werd destijds wel uitgeroepen tot de meest gehate poezierecensent van Nederland. Het is wel degelijk de taak van een goed Criticus om heilige huisjes niet te ontzien, probleem hier is alleen dat van Dixhoorn niet bepaald een heilig huisje is en dat je, als je zijn werk al de grond in schrijft, je dat wel vanuit een originele invalshoek moet doen.

Vernieuwing

Omdat ik mijn bezoekers serieus neem, valt er toch sinds vandaag enige vernieuwing op Loewak waar te nemen: die stijve, strenge foto is weg en vervangen door een wat vriendelijkere impressie van mijzelve.

Ik ben in het echte leven helemaal niet zo’n strenge vent, namelijk. Tenminste, niet altijd. Ik heb zelfs vrienden, tegenwoordig.

Mijn oude vriendin Olga, vernieuwingscommisante, kan vast haar oren niet geloven.

Vrijdag hadden we hier een spontaan feestje. Iedereen zat aan het snoeppapier, behalve ik. Ik ben een nuchtere vent, namelijk. Snoeppapier daar doet Benders niet aan. Ik zat dus de hele nacht met 6 astronauten opgescheept maar dat is doorgaans leuk tijdsverdrijf. Aida was hier, een Maori uit Nieuw Zeeland die massages geeft en rastamutsen breit. Murat was hier, een soefi uit de oostturkse bergen die fantastische kalligrafische werkjes maakt en ongelofelijk kan koken. Serkan de triptonaut was hier met een vriend en een vriendin.

Ik mis Oya, die nu in India zit. Hier te bewonderen op ons balkon, mijn amateur amelie…

Kortom, ik ben oud aan het worden, tam, slap, romantisch. Ik schrijf als een hopeloos geval op het internet over mijn vrienden. Ik hoop dat ik de streng literaire wonderkinderen die mijn doelgroep vormen niet teveel geschockeerd heb met dit toch enigszins vernieuwende stukje.

Rambled Scrambled

Ik ben een enorme fan van sommige oude countryzangers. Cash natuurlijk, maar ook mensen als John Prine, Randy Newman of Jerry Jeff Walker. Wat die laatste betreft: er is voor mij niemand die op zo’n perfecte wijze de essentie van country neerzet als Jerry Jeff Walker. Hoewel Walker ook veel nummers geschreven heeft die een beetje drollig zijn is zijn beste werk het opiaat van Texas. Prachtige, poetische nummers die je het gevoel geven dat je je longen eruit wil roken. Luister eens naar een nummer als ‘Night Rider’s Lament’ of ‘Little Bird’ of ‘Gettin’ By’ of ‘London Homesick Blues’ om maar enkele juweeltjes te noemen. Walker treedt bijna alleen op in Texas, wat ik jammer vind. Een andere geniale countryplaat is de laatste CD van John Prine. Iemand die na geopereerd te zijn voor keelkanker nog over sigaretten roken achter in de bus zingt, dat is een echte countryzanger, voor mij tenminste. Koop die plaat!

CONSTANTINOPLE IS A MIGHTY LONG WORD
GOT THREE MORE LETTERS THAN MOCKINGBIRD

John Prine

Normaal gedragen

Ingmar Heytze vind dat dichters zich tijdens optredens NORMAAL moeten gedragen. Ik citeer: “Hoor eens, als je ergens gaat optreden dien je je NORMAAL te gedragen, wat onder meer inhoudt dat je je niet laveloos zuipt en niet door collega’s heen gaat staan schreeuwen.” Dit alles naar aanleiding van het gedrag van ene EUS tijdens de poezienacht in, u raadt het al, Utrecht.

Heytze vroeg zich op een ander forum af waar mijn bloemlezingswaardige gedichten blijven. Heeft iemand toevallig de contactgegevens van Dhr EUS, ik geloof een vervanger te hebben gevonden voor Dikke Dennis.

Die laatste is trouwens zowiso allergisch voor Utrecht, volgens mij. Andere mafketels die graag eens als Benders gaan optreden zijn ook van harte welkom om even contact met mij op te nemen.

Films

Van de week 15 DVD’s gekocht, waaronder twee van mijn favoriete films aller tijden: ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ van Terry Gilliam en ‘King of Comedy’ van Scorcese. Fear and loathing is een monumentale film die ik keer op keer kan bekijken zonder dat hij gaat vervelen. Het acteerwerk van Depp is fenomenaal in deze film. Het idee de kijker zelf het idee te geven dat hij meetript is bijzonder goed uitgewerkt. De film is dan ook een hoogtepunt te noemen in het absurdistische danwel magisch realistische filmgenre, zo er zo’n genre zou bestaan.

King of Comedy is waarschijnlijk Scorcese’s meest onderschatte film. Ik vind het een ijzersterke film en ik vind het zelfs na Taxi Driver de beste film die Scorcese gemaakt heeft. In de amerikaanse filmwereld kun je spreken van de grote vier wanneer het over meesterlijke films gaat: Cubrick, Scorcese, Gilliam en Cronenberg. Ik zet Gilliam bovenaan aan het rijtje (en ja, het is geen amerikaan) simpelweg omdat hij het meeste lef heeft. Hoewel ik nooit een enorme Cubrick fan geweest ben valt niet te ontkennen dat hij wel minstens op nummer 2 moet staan. Cronenberg staat wat mij betreft op 3 maar dat heeft hij vooral aan zijn oudere films te danken. Idem dito voor Scorcese, die de laatste jaren een vervelende voorliefde voor musicalachtige spektakelfilms heeft.

Ik bekeek gister de Poolse film ‘Day of the Wacko’ - de film gaat over een dichter die zich continu aan zijn omgeving irriteert en zo niet tot poezie schrijven komt. Een aardige film die bij vlagen hilarisch is.

Zwerfhonden

Ik had laatst voor de bruiloft een dure outfit gekocht bij Marks & Spencer – bij elkaar ongeveer 350 euro maar wel erg sjiek, op de goede manier. Ik hou van kleren die er sjiek en tegelijkertijd een beetje shabby uitzien. Een stropdas draag ik nooit, dat vind ik iets voor foute verkopers. Bovendien hebben mannen altijd de meest foute stropdassen bij hun pakken om. Niks verraad een slechte smaak beter dan een foute stropdas. Wel een hele mooie italiaanse bloese gekocht, zo een waarvan je de mouwen met manchetknopen moet sluiten. Kwam ik pas laat achter en moest toen snel twee manchetknopen van mijn schoonbroer lenen met nepdiamanten erop.

Zonde van het geld, zulke dure kleding? Misschien wel, maar ik ben dan wel iemand die zo’n pak meteen ook altijd aandoet. Ik heb een hekel aan mensen die zoiets gaan bewaren voor speciale gelegenheden. Voor mij zijn alle gelegenheden speciaal, je weet immers nooit wie je zoal tegen gaat komen. Bovendien is kleding ervoor om je lekker in te voelen.

Consequentie van die filosofie is nu echter wel dat de mooie outfit alweer naar de stomerij kan. Ik kwam namelijk na de buikdansnacht beschonken van de raki een groep zwerfhonden tegen op weg naar huis. Nu ben ik groot dierenliefhebber en resulteert zo’n ontmoeting meestal in een drie kwartier gerollebol. Ik beschouw dieren namelijk als volledig gelijkwaardig aan de mens en zo bejegen ik ze ook. Ik vind de meeste dieren ook een stuk intelligenter, spontaner en spiritueler dan de meeste mensen die ik ken. Dieren voelen dat, dat je hen als een gelijke behandelt. Ik wordt dan ook meestal op mijn wandeltochten over het eiland gevolgd door een troep honden. Er zijn hier ook wilde paarden, koeien en enorm veel katten. Dat die honden mijn Marks &Spencer outfit helemaal door het slijk gehaald hebben vind ik persoonlijk de aanschaf van het pak al meer dan waard. Er gaat immers niets boven een mooie herinnering.

Mannentips 2

Er zijn maar 2 mannenparfums op de markt die tot nu toe mijn kritische neus
voor zich hebben weten winnen – Tabac en John Varvatos

De rest zuigt en is uw poet onwaardig.

Tabac is een klassieker, maar nog steeds de beste mannengeur ooit.
Varvatos is de enige moderne geur die ik wel lekker vind.

Mannentips van Benders

Ik heb twee vaste masseuses hier in Istanboel, drie als je Vildan meerekent. Je kunt namelijk naar mijn mening beter masseuses hebben dan minnaressen. Minnaressen zijn vermoeiend, je moet steeds maar de schone schijn ophouden en allerlei mentale spelletjes spelen en zo meer. Bij masseuses hoeft dat allemaal niet. Een beetje vent is monogaam maar heeft daarnaast wel in elk geval een paar masseuses of in elk geval een kapster of twee. Daarnaast heb je dan een serie flirts, maar daar blijft het bij: flirten. Zodra dat sex wordt wordt het weer vermoeiend en dat moeten we niet hebben. Prostituees zijn volledig uit den boze. Iemand die voor sex geld betaalt kan nooit of te nimmer zijn rang meer opeisen in de gelederen der flirtkunstenaars, ook niet als je het stiekum doet. Een beetje Flirtkunstenaar walgt bij het idee alleen al. Een amateur in de flirtkunst herken je verder aan het feit dat ze dingen uberhaupt stiekum moeten doen. De gevorderde flirtkunstenaar hoeft dat niet. De amateur heeft minaressen, de gevorderde heeft masseuses en kapsters. Nu hoor ik u inmiddels protesteren: wat heeft dat nou voor zin, Benders, masseuses en kapsters als er verder niks mee te bonken valt?

Dat is nu het grote geheim van de gevorderde flirtkunstenaar: alles is sex, maar sex is niet alles. Een mystieke waarheid die de amateurflirter niet op waarde kan schatten. Ziezo, ik ben ervandoor, ik ga een 15-tal buikdanseressen diploma’s uitreiken (schijnbaar ben ik de enige op het eiland hier die een printer heeft, schaarste is een groot economisch goed…)