Archive for April, 2007
Over Geert Mak en je ergeren
Het regende vandaag. Na een vrij geinspireerde schrijfsessie de domper van het lezen van de troetelverslaggeefster van SBS6, Catherina Blauwendraad, die o.a. een zeer vurig en geinspireerd betoog houdt over het uitsluiten van ‘wespennest’ Turkije buiten de EU en het verbieden van de boerka omdat je daar machinegeweren in kunt verbergen en daar ergert Miss Blauwendraad, dichteres in spe, zich groen aan.
Dan het verheffende nieuws dat de Nederlandse politici weer eens aan het debatteren zijn geslagen over de ‘mogelijke’ aanval op Iran. Wie niet enigszins door de Korsakov is aangetast weet nog dat precies hetzelfde debat een half jaar voor de aanval op Irak werd gevoerd en je hoeft geen genie te zijn om in te zien hoe dat proces precies werkt: de Amerikanen hebben het kabinet ingelicht over hun plannen.
In een wereld waarin de drie grootmachten op zijn best bananendemocratien zijn geworden die ‘mini atoomwapens’ ontwikkelen om ‘op het slagveld te testen’ zijn het mensen als Catharina Blauwendraad die ons zwartkijkers nog enig licht in de ogen toeschrijven. Weg met de Boerka, weg met de censuur, weg met Turkije, lang leve SBS6, lang leve GeenStijl, lang leve de nieuwe literaire internetgarde!
Update: ook Koenraad Goudeseune is het nu beu om tussen de Turkse mensen te wonen. Hij ging naar de turkse kruidenier op de hoek en die reageerde niet positief op zijn complimenten over Orhan Pamuk. Ga eens naar een Nederlandse kruidenier met complimenten over Mulisch, Goudeseune, dan krijg je vast een veel hartverwarmender relaas. En ach, dat die turkse meisjes met hoofddoekjes je niet zien staan - ondanks dat je toch altijd heel vriendelijk doet: probeer het eens in Staphorst, en kijk hoever je daar komt. Wellicht dat Catherina Blauwendraad een matras overheeft? Je weet wel, die slimme dame die haar pleidooi tegen censuur afsluit met een pleidooi voor het verbieden van bepaalde types kleding, omdat je daar dingen onder kunt stoppen?
Of ik dan helemaal geen probleem met censuur heb? Natuurlijk wel, ik heb een hekel aan censuur. Probleem is alleen dat de volgende zaken een rol spelen:
1. Selectieve verontwaardiging is een van de ergste instrumenten van de censuur. Dankzij de selectieve verontwaardiging kunnen mensen als Bush, Putin, Wilders en Breukers hun werk doen.
2. De hoeveelheid censuur is vele malen groter op de Contrabas dan in Turkije. Zo verwijdert Breukers bijvoorbeeld catagorisch elke negatieve reactie onder de gedichten die hij voor het Lira Fonds publiceert, waarschijnlijk omdat hij bang is geen subsidie meer te krijgen. Censuur in zijn meest zuivere en meest verachterlijke vorm. In Turkije mag je een paar dingen niet zeggen, op de Contrabas mag je niks zeggen wat Breukers ‘niet relevant’ vind (lees: wat hem niet goed uitkomt)
3. Het soort censuur wat in Turkije bestaat is geen daadwerkelijke censuur, het is een open taboe. Werkelijke censuur is onzichtbaar en zorgt er bijvoorbeeld voor dat je bepaalde dingen niet via het nieuws voorgeschoteld krijgt.
Ik ben daarom niet zo onder de indruk van die gelegenheidsidealisten die zodra het woord ‘Turkije’ in beeld komt de vrijheid van meningsuiting ineens sterk voelen opwellen in hun borstkas. Mensen die de directe censuur in hun omgeving voor lief nemen en selectieve verontwaardiging toepassen voor hun populistische manipulaties. Dat het boek van Geert Mak in Turkije werd gekuist is niet meer dan terecht: het is niet redelijk anderen op te zadelen met het gevaar voor eigen leven. Dat de nederlandse literatuurpaperazzi daar een relletje in zien, dat is pas een echt vervelende vorm van censuur.
Een
Een is een donderende stem
die aan hitparades doet denken
maar die een klein, bescheiden afdakje heeft
waaronder mensen mogen schuilen.
Moeder schuilde daar, alleen met kerstmis,
voor een kaarsje in het portiek
voor een traan en dat was Een. De stol op tafel,
de prik van dennenaalden, de geur
van overwinterend licht in de kamer.
Een zijn de vele sterren die vals getuigen
van afstand. Een is zand.
Een is de zwanezang van een flitspaal
die de krant niet haalt. Een is alles
wat zich niet laat kisten.
De gifgroene trom van de verveling.
De duivelse onschuld van de bacterie.
Een is de ongrijpbare komma
die als de verstuurde schaduw
van een vogel door verhalen glijdt.
Een is het onbestemd gewricht
van superlatieven. Een is de warme deken
van het gesticht waarbinnen de gek
vandaag als een wild dier de dunne ark
van zijn verstand betreedt, vergeefs
zoekend als de verbeelding zelve
naar een gelijke, een kloon, een blindganger.
Stigma
Als voorbeeld, hier dan het gedicht Stigma zelf, vertaald door Istvan Totfalusi. Het is een van de eerste gedichten die Pilinszky schreef, ik meen dat hij het ofwel op zijn 17e ofwel 19e schreef. Niet zo heel belangrijk maar wel typisch het ‘stigma’ van een groot dichter…
STIGMA
Round your brotherless mouth a bare
quiver is slowly growing,
when on your breast a blameless flare,
the unknown stigma’s glowing.
Between your ribs the blessed sign,
the wound forever burnt in
that never heals but will with time
grow deeper and more hurting,
it deepens, deepens in your side,
casts shade of death eternal.
You rise now: in the gaping night
a wind calls around the corner.
Across the threshold of your home
you step out in the silence
not knowing yet whether you aim
at blessing or at violence.
You go. Around, vast solitude
of hills. Here, there a cluster
of sheds and hamlets stray and rude,
small flecks in need of a master,
they hasten you to wander still,
though you would fall back lifeless
on bare ground with the peacefull smile
of one who’s rid of trifles.
But now you find a narrow path
and stop all of a sudden,
long silence – there, without a breath,
stands facing you the sought one,
for whom you’ve left all you had got
nor dreaded exile either;
then who unravels, say, your fate,
who else could be your brother?
You stand before him and you bare
your naked wound to rouse him
which he stabbed with his heavy power
from afar upon your bosom.
Like wearied soldiers you but wait,
you have none else to house you.
He meets your eyes across the night
and fails to recognize you.
Janos Pilinszky
Pilinszky
Wie eens echt goede poezie wil lezen moet de hand zien te leggen op twee boeken: de bundel ‘Krater’ van Janos Pilinszky is de enige Nederlandstalige bundel die is verschenen, vertaald door Erika Dedinszky. Het is zover ik dat kan beoordelen een goede vertaling en bevat o.a. het majesteuze gedicht ‘Apokrief’. Ik vermoed echter dat het erg lastig is nog aan deze bundel te komen, maar de bibliotheek van Eindhoven had hem vroeger. Verder zijn er de vertalingen van Ted Hughes. Hoewel Hughes zelf een verdienstelijk dichter is vind ik deze vertalingen niet erg geslaagd. Geen wonder ook, want Hughes kan nauwelijks Hongaars lezen. Een vreemd project dus, iets vertalen van een dichter die je zelf eigenlijk niet kunt lezen. Beter is de verzameling ‘66 poems’ te kopen vertaald door Istvan Totfalusi. Deze rammelt weer hier en daar doordat de Hongaar het Engels niet helemaal perfect beheerst maar is qua vertaling wel veruit superieur aan die van Hughes. Het is een bundel die ik jarenlang heb zitten lezen. Het is moeilijk precies te duiden waarom Pilinszky zo fascineert: maar iemand die op zijn 17e een gedicht als ‘Stigma’ schreef is zonder twijfel zowel een zeer begenadigd dichter als iemand die inderdaad gebukt onder een vloek door het leven moet. Pilinszky is tragiek in zijn meest heldere en absolute vorm. Een van de dingen die de poezie van Pilinszky zo aantrekkelijk maakt is dat hij over de duistere zijde van het leven schrijft zonder daarbij een oordeel te vellen. Hij schrijft bijvoorbeeld vanuit het perspectief van nazibeulen, kindermoordenaars e.d. maar poogt altijd juist begrip voor hun motieven te bewerkstelligen door zichzelf volkomen met hen te vereenzelvigen. Hij probeert het kwaad te boven te komen door er een mystieke eenheid mee te vormen middels woorden. Pilinszky was een katholiek, maar wel een van het zuiverste water.
Nul
Nul heeft twee lieflijke, kleine wenkbrauwen, een sterrenstelsel waardig.
Nul is alles wat niet zichtbaar en denkbaar is.
Nul is binaire liefde tussen het mogelijk onmogelijke.
Nul is hoeder van verdwenen sokken en spelden.
Nul is die jongen op school die je je niet herinnert.
Naast je zittend, altijd slapend. Nergens bij gymles.
Nul is het sleutelgat waarachter waarheden zich omkleden.
Nul is het schrikbeeld van wetenschappers
zakenlui en kranten. Nul kent geen beursgang,
hoeft geen vijandige overnames
te vrezen. Nul is het brood der eendjes
die vastvriezen. Nul is het pootje haken
van gevolgtrekkingen door conclusies. Nul is een lege noot
in een onkraakbaar partituur. Nul is zwanen, violen,
violen, zwanen. Nul is heel mooi.
Nul is een miskend orakel voor lui
die niks in de gaten hebben. Mensen als jij.
Mensen die poezie lezen. Nul is erg goedkoop.

