Archive for June, 2007
Queen of gypsies 2
In de catagorie: zonder pijprokende zangeressen
Queen of the gypsies
In de catagorie: pijprokende zangeressen:
Nog meer fantastische amerikaanse kunst
Niet te geloven eigenlijk hoeveel talent er vandaag de dag te vinden is op kunstvlak, vooral in Amerika.
Far out, deze shit. Check de volgende kunstenaars eens:
Deze maand nog te zien in de Jonathan Levine Gallery, de show opende gisteren.
En ik ben een grote fan van Jeff Soto, check hem Hier en Hier
Prachtwerk, toch?
FecalFace
Een van de websites die ik met grote regelmaat bezoek: FecalFace
Een zeer uitgebreide site met een prachtige selectie hedendaagse Amerikaanse kunstenaars. Ik ben een grote fan van Amerikaanse kunst omdat deze vaak zo illustratief is en ik heb een bepaalde voorliefde voor illustratieve kunst. Europese kunst is vaak eerder abstract en de Russische vaak eerder klassiek of romantisch.
Bekijk bijvoorbeeld het prachtige werk van Dalek, van Ferris Plock of van Andrew Schoultz, die met gemak mijn top 25 van favoriete kunstenaars haalt…
Goed nieuws
Ik heb vandaag de hand weten leggen aan het laatste nieuwe gedicht van mijn bundel, een gedicht genaamd ‘Malech Almeuti’. Alle gedichten zijn dus klaar. Ik heb nogmaals zitten tellen en schrappen en er blijven 90 gedichten over waarvan ik er 66 geselecteerd heb voor opname. Dat getal symboliseert namelijk het Magnum Opus, dus ik wil het liefst dat de bundel danwel 66 danwel 77 gedichten gaat bevatten. ‘77’ is de numeratie van het arabische woord voor nacht, laylah. Aangezien de bundel deels op 1001 nachten gebaseerd is is dat wel toepasselijk. Nu begint dus de daadwerkelijke herschrijf fase, maar het einde is nu al een stuk naderbij en ik ben zowaar al tevreden met wat ik aan het maken ben.
The stars
When they look down, far away, and envy our faces,
our movements, speech or just our ability
to hug – when the light has known its own belly
to be full of stars and dust: just listen
they are the earlobes of the night. No one’s there.
Just peppy, shiny ornaments. For those who care:
when they look down, far away, their hollow sounds
brim the vacancies of the sky’s kennels but
they’re not empty. Nor do these watchers sleep.
They turn, over and over, in their vast magnetic keeps.
And they bite. Softly, but not a soul comes near.
Chained faceless to their kennels they fear our footsteps
which rise, night after night, from the close orbits of our dreams.
