!.
Wat is het omgekeerde van nootjes?
Het is soep. Laten we de a’s en ootjes
even want die zijn misplaatst.
De soep komt eerst, de nootjes laatst.
Dat is wat normale mensen willen.
Vind je van niet? Slik dan maar pillen.
II
Wat is het omgekeerde van vliegen?
Voor vogels is het niet meer liegen
Maar wellicht is het omgekeerde voor ons
een tram of bus nemen of een treinwagon.
III
Wat is het omgekeerde van voet?
De top van een berg, maar als het moet
kun je ook denken aan een bed of pop
dan is het omgekeerde juist de kop.
Voor de antieke generaals, uiteraard
was het omgekeerde van voet te paard.
Richard Wilbur - Vertaling: M.H.Benders

For Oya
I’m like a lawn sprinkler
that runs all sunday over
the same strip of grass.
Tough, tough.
It’s almost love.
The sweet dress of her mind
drenches my words.
So long since
I’ve been living in the wild
salad of hope
where beauty hunts me
with its photogenic fork.
How I long back
for the arrows of cupid.
At least arrows have heads.
Forks are just stupid.
M.H.Benders, 26-07-2007
Ik kende de weg nooit
uit welke een hele aarde zich niet wegriep
met wilde vogels die rond heuveltoppen kronen
en oud gezeur wat in mijn hart sliep
of de kust die ergens zijn trage codes ponst
of laagbelichte woningen
blijf, vragen ze geniep.
Landen die ik nooit gezien heb
en nooit zal zien, liefdes die ik niet vergeet,
alles wat ik miste, achterstelde, uitmaakte
roept mij nu. En verzwakt mij. En toch
zou ik een weg zonder décor nooit begaan
Ik luister, met spijt verrijkt, verder.
Richard Wilbur / Vertaling: M.H.Benders
Bloed op de toppen van gladiolen,
hun messen snijden in mijn gal.
Welk bloed stroomt zo traag en heet?
Ik bloed en besmeur het heelal.
Wat is dit voor vurig gevecht?
Als donker opgloeiende alkohol
stroomt de hemel, die helse lucht, en
plant voor ons vuur en brandstapels.
Giftige rook van de schaduw rent
onder de bomen, wurgt uit gras vandaan.
Zomer, koppig in een wrede hartstocht
speelt moordenaar en pyromaan.
Janos Pilinszky / Vertaald uit het engels door M.H.Benders
Twee ezels staan te wachten voor de stenen muur van een warenhuis.
gebonden aan een vervallen platte kar.
De gespaakte wielen lijken op grove houten bloemen
die recentelijk uit de diepe, koppige modder getrokken werden.
De regen is hen net gepasseerd
en de zon is terug,
onzichtbaar, maar overal aanwezig
met een speciale helderheid, als God.
De wijze waarop de poster voor de reizende show
nog steeds aan een deel van de muur hangt
doet denken aan een enorme deur die openstaat
of een vreselijke weggepelde kwab van het brein, iemands
idee van de hemel onthullende:
zeven dansende meisjes, gevangen in de optrap,
allen in gekreukelde jurken en met gewiekt haar.
Een draagt een spaanse kam en heeft een escort…
Ondertussen vermalen de ezels geduldig de maiskolven
die iemand voor hen bedachtzaam heeft gestrooid.
De poster deels verscheurd, licht gekrompen
laat hier en daar een paar stenen zien.
En een lange schaduw -
de laatste schaduw in heel Alabama, wellicht -
strekt zich bochtig uit onder de kar,
als een grote zeis, daar ooit neergelegd en toen vergeten.
Donald Justice / Vertaling: M.H.Benders
Ik was gister in een supermarkt in Bostanci. De buurt waar de nieuwe rijken van Istanboel flaneren in Bagdad straat, een eindeloze boulevard met dure merkwinkels inclusief liefst 6 (!) starbucks filialen in 1 straat. Tot mijn verbazing stonden er in de supermarkt flessen Absint in de schappen. Poolse Absint. En met een pittig prijskaartje: 70 euro per fles. Absint is het spul waar Baudelaire en Rimbaud bij zweerden. Een pittig en licht hallucinatief dichtersdrankje waar een groene fee in schijnt te huizen. Dat mag ook wel voor die prijs, 70 euro voor 0.7 liter. Ik heb geen fles gekocht want ik meende pardoes dat de Remy Martin Cognac er 15 euro kostte dus heb ik daarvan een fles meegenomen maar thuis bleek ik er toch 45 voor te hebben betaald. Ook heb ik in een sigarenzaak een dikke cubaanse sigaar gekocht voor 10 euro. Dat is ook een primeur, ik rook normalerwijze van die goedkope flutsigaartjes maar wilde eens kijken of zo’n ding het geld nou waard is. Ik heb hem gisteravond met een glas cognac opgestoken. Het was zeker een goede sigaar. Trekt lekker, fijne smaak, zeker een genot om voor een kwart op te roken. Maar dan zet de ellende bij sigaren altijd in. Nadat je zo’n ding voor een kwart opgerookt hebt voel je je verplicht de rest ook nog te roken want uitdrukken dat doe je niet met een sigaar van 10 euro. En dat voelt eigenlijk alsof je een heel pak zware shag in 1 keer naar binnen zit te werken. De cognac helpt ook al niet, die versterkt dit gevoel alleen maar.
De oplossing is vrij eenvoudig: nodig vrienden uit en rook zo’n sigaar samen op. Dat heb ik gisteren dan ook gedaan. Zijn er bezoekers hier die ooit absint geprobeerd hebben en weten of zo’n fles zijn 70 euro waard is?
Het amsterdams kunstproject ‘El Hema’ ontving een dreigbrief van de echte Hema.
Nogal knullig van bedrijfsjuriste Anna Evers (die daar waarsch net werkt want volgens dit document werkte ze in 2006 nog bij Maxeda, incl foto), want in het auteursrecht staat duidelijk dat persiflages die niet commercieel van aard zijn geen inbreuk op auteursrecht maken. Het statement in de brief dat consumenten deze kunsthema met een echte Hema zouden kunnen verwarren is zo lachwekkend dat geen enkele rechter er met een uitgestreken gezicht naar zal kunnen luisteren. Het is volledig geoorloofd om wat dan ook middels een persiflage op de hak te nemen - de beroeping op het merkrecht is in deze ook een aanfluiting. Ik raad Stichting Mediamatic dan ook aan de extra aandacht voor lief te nemen en de tentoonstelling gewoon voort te zetten.
Actiegeile bezoekers zouden de Hema even een mailtje kunnen sturen op info@hema.nl met als onderwerpregel: ‘Kunst heeft worst aan de Hema’ en een willekeurig rijmpje daaronder.
Gaarne een cc’tje naar m.benders@gmail.com. De beste inzending wint twee gratis exemplaren van mijn komende dichtbundel.
Slaperig zei de Muze mij: “Laten we vrienden zijn.
Goede vrienden, maar alleen vrienden. Begrijp je.â€
En ze gaapte. En ze kuste, voor het laatst, mijn oor.
Eerder die dag huilde ze bij mijn aanraking en fluisterde
“Ik hield ooit van je†en “Nee, ik hou niet van hem.
Niet na alles wat hij gedaan heeft.†Later,
met mijn hulp haar avondjurk dichtknopende:
“Sorry, ik heb geen verlangen, zo lijkt het.â€
Zuchtend: “Voor jou, bedoel ik dan.†Lange stilte. Dan:
“Jij bent altijd zo serieusâ€. Waarna ik
duister glimlachte. En zo kwam het dat ik
naast haar en niet met haar sliep; droomloos.
Soms bel ik haar op, geen lokaal gesprek meer, nu.
En ze herkent nog steeds mijn stem, maar ik hoor
achter de muziek van haar fonograaf het gelach
van jonge mannen die met sleutels rammelen.
Ik heb het nummer ergens neergeschreven.
Donald Justice / Vertaling M.H.Benders
Vandaag twee verzamelboeken met gedichten van Donald Justice en Richard Wilbur opgepikt. Beide worden beschouwd als behorende tot de belangrijkere amerikaanse dichters uit de tweede helft van de vorige eeuw. Ik heb de boeken gedurende dag hier en daar eens zitten lezen en ik ben blij met de aanschaf. Ik zal komende tijd af en toe wat vertalingen hier posten. Mijn indrukken dusverre:
Donald Justice: prachtige, ingetogen en ontroerende gedichten zitten hierbij. Niet moeilijk te begrijpen. Houdt het midden tussen typisch amerikaans impressionisme, surrealisme en conceptualisme. Justice zit een beetje tussen Strand en Wallace in.
Richard Wilbur: de gedichten van Wilbur zijn geen makkelijke kluif. Hij is een stuk traditioneler dan ik verwachtte en zijn taalgebruik is taai te noemen; veel gedichten moet ik 4 keer lezen en dan nog naar een woordenboek grijpen om ze volledig te snappen. Wel heeft de bundel een prachtige sectie kindergedichten die werkelijk prachtig eenvoudig geschreven zijn ook. Wilbur is een dichter die sterk in de lijn van Frost werkt - niet mijn eerste keuze qua poeticale voorkeur maar wellicht juist daarom interessant om eens heel goed te lezen.
Vildan werd een maand of vier geleden zwanger. Korte tijd daarna had ik een soort ‘profetische’ droom. Die zijn altijd makkelijk te herkennen omdat ze veel helderder, intensiever en symbolischer zijn dan normale dromen.
In mijn droom ontmoette ik een jong meisje. Ze had lang krullend haar. Ze hield erg veel van me en hoewel ik haar niet eerder gezien had had ik sterk de indruk dat ik haar al kende. Ze nam mijn hand vast en nam me mee naar een soort magische zee. Ik keek uit over de zee en zag dat deze vol met een soort luminatieve spiralen zat. De hele zee bewoog voor mijn ogen en leefde en was prachtig om aan te zien. Het meisje waste vervolgens mijn voeten en verdween toen in de zee. Hierna bevond ik mij plost tussen de sterren, ik vloog tussen diverse planeten en dit was een zeer plezierige ervaring.
Toen ik wakker werd was mijn conclusie dat ik mijn toekomstige dochter in mijn droom ontmoet had. Er waren echter afgelopen maanden nogal wat mensen die stellig beweerden dat het een jongen gaat worden. Vaqndaag zijn we naar het ziekenhuis geweest en, jawel hoor, het wordt een meisje. Haar naam wordt ‘Mavi Zee Benders’. Mavi is het turkse woord voor blauw maar is ook een samenstelling van de beginletters van ‘Martijn’ en ‘Vildan’.
Risee heeft weer kuren. Hij heeft van Letterland plots een bloedeloze startpagina met feeds gemaakt.
Risee, als je geld wilt verdienen begin dan gewoon een gespecialiseerde pornosite (zgn nicheporn) en laat de literatuur met rust.
Philip Hoorne publiceert een fragment uit zijn nieuwe boek op ‘Schrijvers op elkaar’ dat ik eigenlijk alleen als genant kan omschrijven. Iemand die anno 2007 nog tegen de ‘politieke correctheid’ ageert is vast in 1991 met het schrijven van zijn boek begonnen. Maar volgens Hoorne worden onze literaire beurzen weggekaapt door asielzoekers en polen en dat is een goede aanleiding om een boek vol te kladden met brallerige, ondoordachte lulkoek met hoog geenstijl gehalte.
Mijn favoriete vakantiebestemming in Nederland, Schiermonnikoog, wordt geteisterd door een muggenplaag. Het is lang geleden dat ik op Schier geweest ben maar ik kan me destijds geen enkele mug voor de geest halen. Wel een potje kaarten waarin zo hoog ingezet werd dat de verliezer naakt een rondje over het eiland moest rennen. Dat was ik toen gelukkig niet zelf. Naar verluidt moet men zich tegenwoordig als een poolontdekker kleden om nog enigszins plezier te kunnen maken op Schier.
Vandaag moet ik hier op het postkantoor twee antologien gaan ophalen: het gaat om het verzamelde werk van de Amerikaanse dichters Richard Wilbur en Donald Justice. Ik zal mijn bevindingen over deze bundels hier over een tijdje posten.
Morphin van Geeuwen heeft op zijn weblog nog een aantal flarf exercities gepost waaruit blijkt dat Google zelf eigenlijk de meest zuivere flarfdichter is. Het ingrijpen in de Google resultaten, zoals Ton van het Hof doet, leidt eigenlijk tot inferieure poezie.
Een aantal moslimbetogers die protesteerden tegen de cartoons die hun profeet Mohammed afbeelden zijn veroordeeld tot 6 jaar cel wegens ‘aanzetten tot haat’ en ‘het hebben van extremistisch gedachtengoed’.
Aanzetten tot haat? 6 jaar cel? Ik neem aan dat de aanklager nu ook de tienduizend britten gaat najagen die op de BBC website geroepen hebben dat Iran het best ‘genuked’ kan worden door het Westen?
Wat een diep trieste ontwikkeling voor de vrijheid van meningsuiting. Als je dit soort straffen, horend bij een meervoudige moord of verkrachting, uit kan delen wegens het ‘uiten van bepaalde ideeen’ is het einde zoek. Het toont eens te meer hoe gevaarlijk hypocriet het westen geworden is: wij mogen wel daadwerkelijk hun landen tot in den treure bombarderen, maar als hun oproepen hetzelfde te doen mogen ze op grond van een mening 6 jaar achter de tralies.
Dat ze dat soort straffen maar eens reserveren voor echte criminaliteit zoals vrouwenbesnijdenis…
Ik ga morgenvroeg om 07.00 trainen met Oya hier op het eiland. Op kindertoestellen. Dit wordt, zo voorspel ik nu al, een wereldwijde rage. Fitness centra? Onzin. Rennen op de draaischijf. Powerliften met de wipwap. Kontspieren trainen op de schommel. En dat die kutkinderen maar lekker op hun nintendo’s blijven spelen, wij sparen zo lekker een boel centjes uit.
Omdat ik echter de slaap niet kan vatten is het vannacht country time op Loewak. Om al die nepzeemannen die met Jazz heulen een hak te zetten.
Ik zie u morgenavond weer.
Behalve Ton van het Hof’s debuut als eerste Nederlandse Flarfdichter was er vandaag nog een ander en eigenlijk nog spannender debuut op het internet te lezen: Morphin van Geeuwen ontpopt zich als de eerste Nederlandse Flarfvertaler.
Morphin liet desgevraagd weten dat hij van zins is de complete bundel ‘Je komt er wel weer bovenop’ van Ton van het Hof vanuit het flarfs naar het Nederlands te gaan vertalen.
Loewak feliciteert Morphin met zijn debuut als allereerste Nederlandse flarfvertaler. Zijn eerste vertaling van een flarfgedicht van Ton van het Hof kunt u op zijn weblog lezen.
Ton van het Hof, bekend van het weblog ‘Contrabas’, laat aldaar weten dat hij de eerste ‘flarfbundel’ van Nederland heeft geschreven met de veelzeggende titel ‘Je komt er wel weer bovenop’.
Hier kunt u de hoes van deze bundel bekijken.
Een gewaagde boekcover voor gewaagde, vernieuwende poezie. Wij zien twee soldaten die, tot hun oksels toe in de (google?) mest staande een ouderwetse, poetische duif loslaten. In combinatie met de boektitel ‘Je komt er wel weer bovenop’ levert dat een ijzersterk beeld op. Ton van het Hof voelt zich sterk betrokken bij de poezie, in dit beeld gesymboliseert door de duif, zo sterk dat hij (revolutionair en vernieuwer bij uitstek) bereid is tot zijn oksels toe door de (google?) drek te waden om ons te laten weten dat hij, of wij, er ooit wel weer bovenop zullen komen.
De nieuwe hoop voor de poezie, het licht aan de einde van de tunnel, heet FLARF en Ton van het Hof is momenteel enige ambassadeur in Nederland van deze interessante nieuwe poeziestroming. Loewak wenst bij deze kameraad van het Hof veel succes met het onvermijdelijk aanknopen van diplomatieke betrekkingen met mensen die er misschien wel nooit bovenop zullen komen.
Een week of wat terug was er op diverse weblogs consternatie over een stuk wat ene Ron Rijghard (ik ken de man niet) in het NRC zou hebben geschreven. Crux van zijn boodschap was het aloude jaren zestig ideetje dat poezie voor het volk geschreven moet worden. Een jaar of 40 geleden was dat een hot item, omdat immers al die net opgeleide sociologen, maatschappelijk werkers en andere geitenwollen sokkentypes vonden dat alles ter ere van het volk geschreven moest worden. Het volk, dat was dan alles wat het rode boekje van Mao in de kast had en de Internationale uit het hoofd wist te zingen.
Ron Rijghard verraadt dus vooral zijn leeftijd met dit stuk. Maar wat is dat toch voor een vals en lachwekkend dualisme dat altijd poeziediscussies plaagt? Waarom worden kunstschilders bijvoorbeeld nooit om de oren gewassen met het verzoek begrijpelijke schilderijen te maken? Zo’n verzoek zou toch, terecht, met hoongelach worden ontvangen? Wat is dat dan, een begrijpelijk schilderij? En is een schilderij dan beter als het rationeel te begrijpen valt? Nee, natuurlijk niet. Desalniettemin vind Rijghard schijnbaar dat kunstschilders meer aan de pierrots moeten. Want dat wil de arbeider aan zijn muur hebben.
Volstrekt onbegrijpelijk eigenlijk dat iemand zulke meningen kan ventileren op een podium als het NRC. Ik vrees dat dit de vervlakking typeert die op literairkritisch vlak de laatste decennia in Nederland heeft toegeslagen. Het ligt niet aan de dichters zelf, want talent is er nog genoeg. Nee, het zijn de critici en de media die tekort schieten. Dit idioot onderbouwde artikel van Rijghard is daar een prima voorbeeld van.
Maar goed, de hermetisch versus begrijpelijk discussie in poeziekringen is natuurlijk ouder en steekt met grote regelmaat zijn onbegrijpelijke, absurde hoofd tussen allerlei besprekingen. Dat zeg ik omdat het een totaal van de pot gerukte tweedeling is die geen enkel hout snijdt - goede poezie kan immers zowel hermetisch als begrijpelijk zijn; het is mij dan ook een raadsel waarom mensen hierin uberhaupt aanleiding tot polemiek zien.
Jammer, ook, want stel je eens voor dat abstracte schilders lange stukken gaan schrijven waarin zij de figuratieve schilders afkraken wegens hun figuratief zijn? Onvoorstelbaar idioot, eigenlijk, maar helaas een literaire realiteit die mijns inziens een groot gebrek aan kritisch inzicht typeert.
Ellen Lynch fotografeert dode dieren die ze in de nabijheid van haar Ranch in Idaho vindt. Zie deze ‘Dutch Owl’. Meer werk op haar website

Nog eentje omdat ik het niet kan laten:
Prachtig abstract werk van de inmiddels al 87 jarige chinese kunstenaar Chu Te-Chun
(lijkt wel een 3 dimensionale Kandinszkyie, dit. Erg knap…)
Of wat dachten jullie hiervan…. wat een kunstenaar, zeg
We doen weer een avondje kunstwebben op Loewak.
Allereerst de bijzondere site van Serge Seidlitz
De site staat boordevol commercieel werk. Dat is echter alleen in stoffige calvinistische poeziekringen (Ruwe zeebonken die met de vuist op tafel slaan en ‘Kunst!’ roepen) een doodzonde.
Dan Julie Peppito - wat een prachtig gebruik van gemengde technieken op 1 canvas! Echt prachtig hoor. Julie Peppito heeft zelf ook een site
Weirde en ook spannende sciencefictionesque floraschilderijen van Lisa Lindgren
Nog een kunstenaar met interessant vlakgebruik en gemengde technieken:
De site van Sarah Trigg
En last but not least Ashley Wood met prachtige op cartoons geijkte kunst,
Website hier en Weblog hier
Kan iemand mij verklaren waarom 90% van de fantastische, futuristische, illustratieve kunstenaars in L.A. of S.F. wonen? Wie kent er tegenwoordig nog een kunstenaar die, zeg, in Parijs gaat wonen?
Bekijk hier het werk van ‘Crickskipper’
Tussen alle melkerversjes door publiceert Meander af en toe ook eens een hele goede dichter. Dat is dan wel meestal een buitenlander met een al gevestigde naam. Dit keer een interview en gedichten van de Roemeense dichter Mircea Dinescu. Zeer lezenswaardig, die Dinescu. Ik heb zelf een keer twee gedichten van hem uit het engels vertaald. Let op, de authenticiteit is bij zo’n spookvertaling niet gewaarborgd:
Roestend
Omdat we al regeringen op de maan hebben geplant
zullen we spoedig brood met tanden uitvinden
een mechnische regenboog die de regen afkapt
iconen die verschijnen op het pad van de duizendpoot.
Zoals u op een beurs graven uit uw mouw trekt,
O Heer,
bij het licht van uw zwakke halo
zal de glorie zijn laarzen poetsen
een aap tussen de wijzers van de klok zwieren.
Waarom heeft u niet de zoete roekeloosheid van een gek
zodat u steden aan een touwtje de bossen in trekt?
Vervuilde zeeen zullen met hun golven slaan
migrerend naar de zuivere sterren.
Op het autokerkhof zag ik een roestende engel.
Mircea Dinescu / Vertaald uit het engels door M.H.Benders
Guernica
Als ze voorbijstampen met hun kleffe verbeeldingen
bloeien het mos en de rendieren op,
lampen verzwelgen hun lonten
zoals wijzen voor de tiran hun tong inslikken,
maar goden geboren in het geneurie van koffiehuizen
verdwijnen ‘s nachts zuidwaarts op vrachttreinen
veroordeeld zonder getuigen tot een verstrikte, geforceerde mythologie
om het zaad en de fluit te zoeken in godweet welke modderpoel
onder de regen om hun graven uit te hollen
zodat wij kunnen struikelen over de uitgang naar zee
O kwetsbare goden, kwetsbare goden
de dood is een land zonder kranten.
Mircea Dinescu/ Vertaald uit het engels door M.H.Benders
Nu ik, zo het een echte Nederlandse zeurpiet betaamt, een hele rits negatieve kanten van het leven in Istanboel heb opgesomd vind ik dat ik ook de andere kant eens moet toelichten. Tijd dus voor een lijstje met zaken waarvan ik vind dat ze het leven hier juist bijzonder de moeite waard maken. Want laat er geen twijfel over bestaan: het hier wonen bevalt me eigenlijk bijzonder goed. Vooruit dan maar:
1. De atmosfeer. Istanboel heeft een magistrale atmosfeer die deels te danken is aan haar leeftijd, aan het feit dat zij overal magnifieke uitzichten heeft, overal aan het water ligt en daarnaast 30 keer zo groot is als Amsterdam. Van de ene naar de andere kant van de stad reizen, daar doe je een uur of 5 over. Het is eigenlijk een stad die uit vele centra bestaat, die eigenlijk elk op hun beurt weer een stad op zichzelf zijn. Er is dag en nacht overal wat te beleven, je verveelt je hier nooit. Wel kun je als je er niet de weg kent als toerist er compleet verloren raken. Ik raad mensen eigenlijk altijd aan de grote toeristische attracties als Topkapi enzovoort links te laten liggen - geen hol aan, er zijn veel leukere dingen te zien en te beleven.
2. De Turkse mentaliteit. Er straalt optimisme van de gezichten hier op straat. Een zeer hardnekkig positivisme dat alles in het dagelijks leven doorspekt. Het maakt niet uit of je van doen hebt met een zakenman of een straatveger - ook die laatste is trots op zijn baan en voert deze naar zijn beste kunnen uit.
3. De leeftijden. Meer dan 50% van de bevolking van Istanboel is jonger dan 30 jaar. Dat levert een dynamiek op die uniek is en die je elders in Europa niet aan zult treffen. Natuurlijk, de stad verdubbelt elke 20 jaar en dit brengt enorme logistieke problemen met zich mee - feitelijk is de stad gedoemd, zowel op logistieke wijze als mede doordat het recht op een van de grootste breuklijnen van de aardkorst ligt. Maar zo de ironie het wilt: juist op dit soort plekken tiert het leven in haar meest welige vormen.
4. De microeconomie. Omdat er geen enkel sociaal opvangstelsel is wringen mensen zich in de meest vreemde bochten om te overleven, wat een prachtig systeem van wederzijds afhankelijke micro economien heeft opgeleverd. Istanboel is de overtreffende trap van de handel en het vakmanschap, de vervalsers en de imiteerkunst. Er is niets mooier dan een wandeling over de spijsbazaren op een vroege lentemorgen. Zoek lang genoeg en je kunt in Istanboel ergens je eigen hersens in een pot terugkopen.
5. De vrouwen. Veel schoonheid, veel flirt, veel openheid. Dat hoort bij een grote stad, maar ik heb me in Nederland nooit zo in flirtkunst kunnen verdiepen. De grijze lucht daar lijkt een soort geslachtelijk amputeereffect op het venusiaans gemoed te bezigen.
6. Het zingen. Als Turken het naar hun zin hebben gaan ze niet net als Nederlanders biertjes achterover slaan en brallen. Nee, ze gaan samen zingen. Het is een weemoedig en betoverend schouwspel om een straat in een metropool in te slaan en iedereen met elkaar te horen zingen. Ook waar ik woon klinkt regelmatig samenzang van de balkons.
7. Het totale gebrek aan bureaucratie. Visum nodig? Dringen, lappen, stempelen, klaar. Electriciteitsrekening niet op tijd betaald? Twee maanden later krijg je een nette brief dat je een kwartje boete moet betalen.
8. Het Turkse militaire systeem. Het is totaal geen goed idee om het leger te beperken tot krijgstaken onder leiding van de politiek zoals dat in de USA of Europa gebeurt. Juist een leger moet de kernwaarden van een democratie bewaken. Een leger moet haar eigen normen en waardensyteem hebben, een strenge code waar zij naar leeft. Hoewel dit in het Turkse systeem bij lange na niet perfect is is het in hoge mate te prefereren boven een systeem waarin het leger de paljas van de politiek is en geen enkele stem heeft in haar eigen activiteiten. Ik ben persoonlijk een groot voorstander van een onafhankelijk en goed getraind leger met zeer strenge gedrags en leefcodes, streng opgeleid om de waakhonden te zijn van de democratie, de waardigheid en het vaderland.
Helaas hebben andere landen op deze wereld niet het verlichte inzicht dat Ataturk wel ooit had.
9. De sociale aspecten. Als je in Nederland vrienden hebt zie je die 1 of 2 keer per maand. De rest zit iedereen op MSN of voor de buis. Een groot deel van het leven hier speelt zich nog op straat af, ook ‘s avonds. Dat is een onvervangbare kwaliteit die je in Noord Europa totaal moet ontberen.
10. De lekkernijen. De turkse toetjes en suikercultuur is zeer gevanceerd en heeft enkele van de meest noemenswaardige lekkernijen ter wereld weten voort te brengen. De turkse cultuur is een eet en rookcultuur - er wordt in geen enkel ander land zoveel uit gegeten en daarbij zoveel gerookt als hier. En van verbodsbordjes trekt geen enkele Turk zich wat aan. Regels zijn voor mietjes, dta straalt hier van alle gezichten af. Eigenlijk is Istanboel het wilde westen en wilde oosten tegelijk. Het is een stad die je je leven lang niet zou kunnen verlaten zonder dat je het idee zou hebben veel te missen. En dat is werkelijk bijzonder.
Ik steek mijn bewondering voor Erik Jan Harmens vaak niet onder stoelen of banken. Daarom was mijn teleurstelling groot toen ik het laatste artikel op zijn weblog las.
Natuurlijk, je mag een mens niet direct afrekenen op zijn koffieverbruik of zijn voorkeur voor Braun koffiezetters. Daar gaat het me helemaal niet om. Ik ben net zo’n grootverbruiker als Harmens en met Braun apparaten ben ik helemaal niet bekend. Van huis uit hadden wij altijd van die goedkope Philips koffiezetters recht uit de Philipswinkel. Zodra ik het ouderlijk huis ontvlucht was via een serie kraakpanden heb ik steevast zo’n italiaans espresso kooktoestel gebruikt waarbij je de top op de pot moet schroeven, die dan nooit helemaal goed vast zat. En altijd vergat je dat ding op het vuur en dan spoot de koffie de hele keuken door. Dat waren nog eens tijden.
Later wordt je een verwende dertiger en ga je op zoek naar luxe alternatieven. Ook hier sluit Harmens verhaal nog aan bij mijn belevingswereld. Ik heb de eerste 200 euro die ik met mijn ontwerpbedrijf verdiend heb totaal geinvesteerd in een koffiezetapparaat. Na een flinke zoektocht naar het duurste filterkoffie apparaat dat te verkrijgen was kwam ik uit op een Krupps. Zo’n groot, zwaar zwart onding dat nog net onder mijn keukenkastjes pastte. Met allerlei gepatenteerde technologien erin, rare bijluchtgaatjes, speciale filters, etc.
De koffie smaakte voor geen meter. Niet te pruimen, die bocht die zo’n Krupps produceert. Het klinkt als een foute heavy metal band en zo smaakt het ook. Ik heb daarom snel een senseo gekocht toen deze op de markt kwamen. Terug naar mijn roots, terug naar Philips. Hoewel die Senseo koffie snel gaat vervelen heb ik dat ding helemaal uit Nederland hierheen gesleept, alleen om tot de ontdekking te komen dat die koffiepads hier niet te krijgen zijn.
Maar daar gaat het hier nu niet om. U vraagt zich natuurlijk af nu waarom ik zo teleurgesteld ben in dat verhaal van Harmens. Dat is niet omdat hij net als ik met foute duitse merken heult. Zoals gezegd ik heb geen ervaring met Braun, dat zou best wel eens een Krupps kunnen zijn met testikelbonen eronder. Nee, mijn teleurstelling betreft het feit dat Harmens een heel artikel over koffie kan schrijven zonder het goddelijke Buisman te vermelden.
Buisman. Ik heb vandaag mijn laatste zak senseo koffie opengemaakt, van het vooraadje dat mijn ouders 3 weken terug meenamen uit Nederland. Op mijn verzoek ditmaal met drie potjes echte buisman. Vandaag heb ik demonstratief een klein schepje buisman aan mijn bakkie Senseo toegevoegd, zoals we dat vroeger altijd bij de filterkoffie deden. En, hoe experimenteel het ook geweest mag zijn, het smaakte goed. Buisman, dames en heren. Geen foute duitse heavy metal koffie, nee, een echt authentiek en uniek Nederlands product. Ik hoop dat Harmens tot bekering komt en eens een gedicht over dit speciale stukje Nederland schrijft.
I want to be a little devil
that comes to picknick
in your garden.
It doesn’t matter if your garden
is one of fears or delights.
I will spread my blanket
on the grass and we’ll dissolve
like aspirins in a glass, leaving
a white trail of sugar on the hanging spoon
of our palates. We’re weeded in
sunlight but food chains us to the floor.
Did you ever really feel like grass?
I want to but I can’t close
the empty envelope of the wind.
Days like these write themselves
and leave us flat like words
that don’t belong in food
or on the flowers that print
their recipes on our skin.
Tijdens onze talibanjacht wederopbouwmissie in Afghanistan bleek dat ‘onze jongens’ goed werk verrichten, volgens de Militaire Vakbond VBM/NOV:
Volgens de militaire vakbond VBM/NOV bewijst de zelfmoordaanslag dat de Nederlandse militairen goed werk leveren. De militairen onderhouden een goed contact met de lokale bevolking.
De Taliban zijn er daarom op gebrand de Nederlandse troepen weg te krijgen, aldus een zegsman van de bond. “Klaarblijkelijk willen ze ons weg hebben. Dat zie ik als een compliment. De zelfmoordaanslagen dienen geen enkel militair doel.”
Deze man verdient een lintje. Of tenminste een hoge ministerspost in Kabinet Balkenende VII. Zelfmoordaanslagen bewijzen dat onze jongens goed werk verrichten. Die Taliban willen ons daar klaarblijkelijk ineens weghebben, terwijl ze ons eerst met bloemen stonden op te wachten.
Goed werk, jongens. Op naar de volgende aanslag.
Mensen vragen mij vaak of dat nou zijn schaduwzijdes heeft, hier in Istanboel wonen. Uiteraard. Het is niet allemaal koek en ei. Top 10 van zaken die mij het meest irriteren aan het leven in Istanboel/Turkije:
1. De onbegrijpelijke en zeer vervelende neiging van vooral turkse dagtoeristen om alles wat van plastic is recht in de natuur te plempen hier op het eiland. Hier erger ik me groen aan. Ik zit eraan te denken een soort schoonmaakservice op te zetten voor de natuur hier, maar heb niet direct veel tijd zelf om daarmee bezig te zijn. Wel neem ik af en toe een vuilniszak mee om wat rommel alvast op te ruimen.
2. De volledig van de pot gerukte angst die vooral turkse meisjes bijvoorbeeld voor honden hebben. Zowiso de behandeling van dieren in het algemeen: slecht. Ook hier een dikke onvoldoende.
3. De volstrekte desinteresse in het pogen engels te spreken, ook niet als er iemand bijzit die de turkse taal dus niet beheerst. Nu is engels voor de meeste turken wel een moeilijke taal, dus enigszins te begrijpen valt het wel, maar ook hier toont de cultuur zich vaak van zijn meest chauvinistische kant (net als frankrijk bijv)
4. Het is teveel een roddelcultuur – als ik ook maar met ene ander meisje op het eiland loop voel je meteen al dat je de boze piet bent. Er wordt natuurlijk overal geroddeld maar hier is dat gradueel veel erger.
5. Nog een grote ergernis: Istanboel, stad met 18 miljoen inwoners. Aantal buitenlandse restaurants? Je kunt ze volgens mij op 2 handen tellen. Onvoorstelbaar! Ik moet vanuit hier 3 uur reizen om een indiaas restaurant te vinden. Turkse cuisine is er uiteraard genoeg, maar hoewel die keuken genoeg variaties kent is het absoluut geen teken van verlichting zo weinig buitenlandse cuisine in huis te hebben.
6. Turkse journalistiek. Dit is mijns inziens een dieptepunt in de geschiedenis van de nieuwsgaring. Ik ben geen televisiemens maar programma’s als NOVA of Buitenhof hoef je hier niet te verwachten.
7. Turkse politiek. Het is nu verkiezingstijd en godzijdank zit ik op het eiland, want in de stad zelf rijden tienduizend grote schoolbussen rond die tot de nok toe gevuld zijn met geluidsapparatuur. Elke 5 secondes komt er een andere wagen voorbij waaruit de meest geestdodende liederen oprijzen met zo’n kracht dat het lijkt of je in een perpetuele aardbeving bivakkeert.
8. Turkse humor. Enkele uitzonderingen daargelaten is het meeste te catagoriseren als slapstick. Intellectuele humor is het niet.
9. Het idee om een enkele moskee te verbinden aan een grote serie geluidsboxen over het hele eiland verspreid. Ik kan dat niet bepaald een succesnummer noemen, vooral niet omdat de moskee schijnbaar dan weer geen geld heeft voor een fatsoenlijke microfoon die niet jankt als je hem aanzet.
10. Turkse muggenbestrijding. Muggen? Benzine spuiten met een vrachtwagen! Ik heb al menigmaal nietsvermoedende dagjestoeristen in een walm van benzine zien verdwijnen omdat de plaatselijke maffiabaas die nacht weer eens last van muggen had…