Functie opening: Suppoost in het Muzenmuseum

Binnenkort komt er een functie vrij in het Muzenmuseum. Wij zoeken iemand voor de functie van suppoost.

Beschrijving persoon: Een goedlachse danwel streng kijkende dame van 20-37 jaar oud. Literaire aspiraties, al dan niet waargemaakt. Geen witte sokjes type, bril mag. Poeziegewijs sterke voorkeur voor Russische, Amerikaanse danwel Oost Europese poezie. Niet al teveel Rilke, s.v.p., met mate doseren. Krullend haar, lederen bekleding en/of kalligrafische fetishismes zijn een pro.

Functievereisten:

* Bewaken van de al prominent aanwezige muzen in het museum
* Het verrichten van uitdagende handelingen naar de bezoeker toe
* Schoppen, slaan, prikkelend beledigen.

Beloning:

* af en toe een gedicht, bij goed weer.

Mensen die zich aangesproken voelen voor deze functie kunnen een CV danwel kennismakingsbrief met of zonder foto mailen naar m.benders@gmail.com

Gratis Recensie exemplaar Karavanserai

In April 2008 verschijnt bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam mijn dichtbundel
‘Karavanserai’, een dichtbundel met 66 gedichten in vier delen, zie:

Nieuw Amsterdam

Mensen die de bundel graag zouden willen bespreken kunnen onderstaand
aanmeldingsformulier invullen:

Aanvraag Recensie exemplaar

Zij ontvangen dan een gratis recensie exemplaar van de bundel per post.
Deze aanbieding is niet alleen bedoeld voor reguliere media maar ook voor
mensen die het boek graag willen bespreken op een weblog of website.

Met vriendelijke groet,

Martijn Benders

Rob van Erkelens wint Pé Hawinkels pioniersprijs

De schrijver/vertaler Rob van Erkelens heeft de Pé Hawinkels pionierprijs gewonnen. Van Erkelens schreef o.a. het boek ‘Het uur van lood’ en vertaalde poezie van Trakl en een boek van Nick Cave.

Ik heb Rob ooit ontmoet toen ik in 1993 (?) de Meervaart Literatuurprijs voor jongeren won. Hij zat toen namelijk in de jury. Ik was een jaar of 22 en was op komen draven met mijn ouders en mijn goede vriend en aartsmuze Olga. Van Erkelens kwam erg symphatiek over en liet weten het gedicht ‘Mongools zilver’ waarmee ik die prijs toen won erg goed te hebben gevonden. Een ander jurylid, waarvan ik de naam niet meer helemaal voor de geest kan halen (Jan Eickelkamp? Eickelboom? Iets dergelijks? of een andere Jan?) liet me na afloop weten dat hij niet geloofde dat ik dit gedicht daadwerkelijk bij die tekening van (Sylvia Webe? Sylvia Weve?) had geschreven. Dat vond ik toen nogal cru want dat was wel degelijk het geval, ik was er zelfs midden in de nacht voor opgestaan omdat er een idee in mijn hoofd schoot. Dit was het gedicht waar het toen om ging:

Mongools zilver

Vallende ster in een stoel.
Ik, ik ben de maan. Scherf

van geluk. Mijn glimlach
leunt vermoeid tegen
voorbijgangers aan.

Mijn tanden torenen
als haaievinnen boven
mijn lippen uit

Blanke kat die schreeuwt
op het dak van het universum

Het is maar een naam,
mongools zilver,
het is maar schaduw,
schaduw van fluweel.

Turkse vertaling Karavanserai

Veel vrienden hier vragen vaak of ik Karavanserai ook naar het Turks ga laten vertalen. In eerste instantie stond ik daar welwillend tegenover maar als je dit soort berichten leest zakt de moed je toch wel in de schoenen.

Het zou een redelijk riskante onderneming worden, immers: ik woon hier en ben onderhevig aan de Turkse wetten die, zoals ze nu zijn, genoeg grond bieden om me op basis van zeer abstracte begrippen jaren achter de tralies te laten verdwijnen. En aangezien er genoeg in mijn bundel staat waar een fundamentalist aanstoot aan zou kunnen nemen denk ik dat ik voorlopig maar even van zo’n vertaling afzie, tenminste tot die nieuwe wet door het Turkse parlement is aangenomen. Laten we hopen dat dit spoedig zal gebeuren. Ik ga wel, eventueel met externe hulp, een Engelstalige versie van Karavanserai maken.

Een ding wat in de westerse media ecter wat onbelicht blijft: het is geen directe politieke censuur die hier van kracht is. Het gaat om een oude wet die het voor derden mogelijk maakt mensen voor de rechter te dagen als er sprake is van ‘belediging van de turkse identiteit’ of ‘belediging van religieuze waarden’. Nederland heeft, naar mijn weten, zelf ook nog dergelijke wetten al worden die in de praktijk weinig gebruikt, maar theoretisch bezien kan in Nederland ook iedereen me voor de rechter dagen als hij vind dat ik zijn God belaster. Dat nuanceert de zaak dus wel een beetje. De reden dat de Turkse politiek niet echt haast maakt met die wetswijziging is dat de Turkse wet geen uitzonderingspositie voor Ataturk gecreeerd heeft zoals wij dat gedaan hebben met ons Koningshuis. Dat maakt dat het afschaffen van de wet Ataturk ‘vogelvrij’ maakt en dat is juist weer een enorme bedreiging voor het secularisme, tenminste, zo ziet men dat dan. Het is dus allemaal niet zo eenvoudig als de westerse media het pogen af te schilderen.

Beste sigarettenanimatie ooit

Prachtig geanimeerd, dit gedicht van Billy Collins. In de categorie beste sigarettenanimatie ooit:

Ruwe versie Karavanserai is af

Met de voltooing van deel 4 gisteren heb ik nu de ruwe versie van het boek klaar.
Dat betekent dat ik geen nieuwe werken meer ga schrijven maar nu de fijne
puntjes in de bestaande gedichten ga nalopen en/of wijzigen.

Definitieve tracklist van deel 4 is nu:

De rubberen kamer

46. Doodlopend water
47. Schietgebed
48. De dictator eet suiker
49. Bijbelstut
50. Diepzeegedicht
51. Faust
52. Stigma
53. Onkruid wieden in de hel
54. De rubberen kamer
55. Geluidsdemper
56. Biechtvader
57. Hoe God ruikt
58. Ruimen
59. Pitsjoesjkin zet een bord op
60. Kerkbellen over het bloothooi
61. Op de bodem van het zwembad
62. Barracuda
63. Maritiem Kabinet
64. Het geklopte lam
65. De gouden munt
66. Orcus

For you have suffered rain and cold / Janos Pilinszky

For you have suffered rain and cold

Oh come and turn against me now
you monsters lurking, craving
and break your upward slanting way
through corridors that cave in,
come, push unhindered and unchecked,
with “fire,fire!” on your lips,
invade the vastness of my nights
that cover you in heaps.

Come, tear off all that I have on,
don’t fail to strip me naked,
just take away my eyes and lips,
yours is my forehead, take it,
for you have suffered rain and cold
and starved in me so oft,
though rain and cold I’ve suffered too
with no food for me left.

Stammering din of victory,
a rebellion no one stifles,
like convicts’ tumult in a jail,
a mutiny of lifers!
A moment of keen happiness,
the last and first one ever:
there like a forest all aflame
I will but stand and quiver.

Janos Pilinszky – Translated by Istvan Totfalusi

De Rubberen Kamer

Werktitel van deel 4 van Karavanserai: De Rubberen Kamer. Grote kans dat dit ook de
uiteindelijke titel wordt. Concept: het verenigen van macrocosmos met microcosmos.
In dit geval is de Macrocosmos de externe invloeden die ik als dichter gehad heb.
Het hoofdstuk bevat dus veel bewerkingen, gemixte invloeden, spookvertalingen,
maar ook oorspronkelijk werk. Voorlopige tracklist:

46. Diepzeegedicht
47. Maritiem Cabinet
48. Op de bodem van het zwembad
49. Oma
50. Bijbelstut
51. Faust
52. Stigma
53. Onkruid wieden in de hel
54. De rubberen kamer
55. Geluidsdemper
56. Hoe God ruikt
57. Biechtvader
58. Kerkbellen over het bloothooi
59. Pitsjoesjkin zet een bord op
60. De dictator eet suiker
61. De gouden maan
62. Het geklopte lam
63. De laatste opstand
64. Schateiland
65. Ruimen
66. Het leesbare mens

Ik ben er nu grotendeels al tevreden over, maar ik wacht nog op dit boek

Ik wil namelijk nog een uiteindelijke, visionaire invloed aan het boek
toevoegen en ik heb een voorgevoel dat ik in dit werk van Michaux iets
ga vinden wat me in staat stelt een soort grote ontknoping te
maken. Bijgelovig? Zou kunnen. Ik heb echter een sterk gevoel
dat dit boek iets heeft wat ik op dit moment nodig heb….

De tien voornaamste kenmerken van een goed criticus

Ik ga hier een poging wagen de 10 voornaamste kenmerken van een goed criticus te formuleren, een en ander ook naar aanleiding van de discussie n.a.v. het stuk van Elsbeth Etty in de NRC. Wie hier een lang betoog verwacht komt bedrogen uit - tijdsgebrek is de oorzaak, het gaat mij er nu alleen om de kenmerken te formuleren.

De 10 voornaamste kenmerken van een goed criticus:

1. Hij weet nieuwe ontwikkelingen of stromingen te signaleren en loopt er niet als een mak paard achteraan. Dat wil zeggen: er zijn een aantal critici wiens enige bestaansreden het herkauwen en benadrukken van een aantal al in kritische kringen gelauwerde namen lijkt te zijn. Daar hebben wij geen critici voor nodig.

2. Op het oordeel van een goed criticus moet je kunnen vertrouwen. Dat betekent dat hij geen grote misstappen mag maken bij het beoordelen van nieuwe ontwikkelingen. Zulke misstappen geven immers blijk van een slecht vermogen tot inschatting en dat kan nooit een kenmerk zijn van een goed criticus.

3. Zijn drijfveer tot kritiseren mag nooit het etaleren van de eigen eruditie zijn. Er zijn bepaalde critici die elk gedicht op een zulkdanige wijze bespreken dat zij per definitie Homerus, Caudaceus, Dante, De Leuze en Wittgenstein in het gedicht zullen ontwaren, waarna hun bespreking voor 90% over voornoemde heerschappen moet lijken te gaan. Dit is geen kritiek maar vermomde ijdeltuiterij.

4. Een goed criticus heeft een scherpe smaak maar kan tegelijkertijd over zijn eigen smaak heenkijken. Hij laat zich niet beperken door zijn eigen smaak omdat hij bewust is van het feit dat deze per definitie een beperking is.

5. Een goed criticus heeft maling aan de lezers. Een dichter die gedichten voor de lezer schrijft is geen dichter en hetzelfde gaat op voor een criticus. Wanneer de criticus zich aan zijn publiek moet aanpassen is hij niet langer in staat een intellectuele voorhoede te vormen en wordt zijn oordeel door populariteit vertroebeld.

6. Een goed criticus let zowel op de details als op het grote overzicht. Iemand die alleen in staat lijkt werken op detailniveau te bespreken kan nooit een goed criticus zijn en datzelfde gaat op voor het alleen in groot verband kunnen bespreken van werken.

7. Een goed criticus beheerst de stijlkenmerken van de ironie tot in de puntjes.

8. Een goed criticus durft heilige huisjes omver te trappen.

9. Een goed criticus heeft een begnadigd vermogen tot zelfkritiek.

10. Een goed criticus heeft een grondige hekel aan slecht geschreven en onterechte kritieken.

Poezie en de Wereld

Lees dit prima betoog van Samuel Vriezen, over de relatie tussen poezie en de wereld:

Poezie en de wereld

Nee, herstel: het is een geweldig betoog geworden. Vriezen is zich duidelijk als criticus sterk aan het ontwikkelen. Maar goed, het artikel waar hij dit stuk op baseert staat dan ook vol met ergerlijke kul…

Absurd nieuws

Bepaalde scholen in Engeland onderwijzen niet langer over de Holocaust en de Kruistochten om ‘bepaalde groepen leerlingen niet voor het hoofd te stoten’. Dit is echt een onvoorstelbare en ontolereerbare vorm van censuur naar mijn mening:

Lees meer

Wat is een bundel eigenlijk

Uit Meander:

“Kusters kreeg onlangs in een recensie in Meander het verwijt dat het leek of hij de bundel Zielverstand gevuld had met bijeengeraapte gedichten nadat hij zijn bureau had opgeruimd. ‘Ik zou niet weten waar de recensent zo’n opmerking op baseert’, verdedigt hij zich. ‘Een bundel is een bundel, dat wil zeggen: zo’n boek of boekje is in de regel niet als een eenheid geschreven en behoeft ook niet van voor naar achter gelezen te worden. Er zit wel een samenhang scheppende thematiek in – niet als een vooropgezet principe, maar als een uiting van de persoonlijkheid van de maker, die nu eenmaal zichzelf is.’

Nu heb ik uberhaupt het idee dat 98% van alle dichtbundels een samenraapsel van losse gedichten zijn, gegroepeerd in hoofdstukken, gerangschikt naar wat een beetje bij elkaar lijkt te passen. De thematiek die dan nog te ontwaren valt is dan, volgens Kusters, een uiting van de persoonlijkheid van de maker.

Ik heb voor Karavanserai voor een andere benadering gekozen juist omdat ik deze benadering veel te makkelijk vind. Karavanserai heeft wel vooropgezette principes als bundel. Het is lastig zo’n bundel te schrijven – ik werk nu aan het 4e deel en het valt me eerlijk gezegd zwaar, mede omdat het 4e deel het meest duistere deel van de bundel aan het worden is. Maar ik begin nu de heldere lijn te zien die de bundel maakt tot wat hij is: meer dan de som der delen. En naar mijn idee is dat eigenlijk eerder het doel van een bundel, het is datgene wat een bundel excuseert, net als een gedicht iets is dat meer is dan de som van zijn delen. Er is iets aan de meeste dichtbundels wat me teleurstelt – het lijken inderdaad vrij willekeurig samengestelde boekjes met een thema hier en een thema daar en gedichten die zich bij benadering naar die themas voegen, als uiting van de persoonlijkheid van de maker, heet het dan. Wellicht is dat onvoorkomelijk, maar het leek me een leuke uitdaging iets anders te proberen.

Die Nacht

Die Nacht

Die Nacht ist eine stille alte Schnecke,
die langsam sich die Tür öffnet
von sein Heimat, der Milchstraße,
sein schleimigen Weg folgend über
unsere zerknitterte Dächern.

Der Test Bild des Mondes hängt hier
Zwischen Sterne, die Bausteine sind
und Dachziegel die, zwischen uns,
scheitern als Kastagnetten.

Aber das sind die Verdienste
von Träume und Ziegel, dass sie
Scheitern können, eben wie unsere größte Lücke,
Die Nacht, die zu immens und Krückig ist
für menschliche Absichten.

Towards an alchemical method of poetry analysis

Today I have been toying around with the idea to construct an alchemical method of poetry analysis.

Alchemy is the art to construct gold by combining elements. There are five elements in Alchemy, the fifth one (’spirit’) only manifesting when the four basic elements are combined in such manner that they make the right reaction.

The four basic elements are these:

Fire: the actions in the poem
Water: the impact the poem has on the senses or feelings
Air: the thought patterns and sounds in the poem
Earth: the rhythm and the connection of the poem with material reality in its broad sense.

Now, every poet can combine these elements into a formula that if put in the right way produces gold. So how is this useful in poetry building or analysis?

First of all the important thing is to look if a poem does or does not already produce this ‘gold’. If it does analysis becomes sort of irrelevant and the piece is there mostly to be experienced.

If the poem does not produce ‘gold’ we have to look at it and see what’s wrong with the elements. Some poems might have too much air, for example. While it is perfectly possible to produce a poem that produces gold from just air, if the gold is absent we have to see what’s wrong with the element used as is.

The traditional way of seeing things would be that a poem starts with fire. The fire is not just the actions within the poem itself, but also the scared fire that drives the poet to write the piece down. The fire gives an irreproducible quality of necessity to a work. When it is absent, the poem runs a high risk of either becoming too watery (emotional), too airy (shuffling or puzzling with words) or too earthy (describes reality in a rhythmic way).

There are lots of poems out there that lack fire. Some of them are still very good, but lots of them aren’t and often it is precisely the lack of fire that is the problem. A good example of a ‘fiery’ poet is Majakovski. His entire opus is a burning flame of fire, action, blazing imagery. Good example of a poet that lacks fire: Donald Justice, for example. Very impressionistic, stylized still poetry. Lots of water, air and earth but very little fire. Still produces lots of gold, though, just to remind us that one does not have to combine all 4 elements to produce it.

That raises the question as to why this method would be interesting at all. For if one can produce this ‘gold’ even with a single element (although that is very hard) then why all this banter about combining different elements and secret formula to produce something inexplainable in the first place?

Well, for one thing: it brings a new light to poetry analysis. While it is true that one can produce gold with just one or two elements it is obvious that most poetry combines all 4 and that it is far easier to produce gold when one combines all 4 elements. When a poem fails to produce gold it’s interesting to see where the elements fail, no matter how many of them are used.

Does the poem fail because it lacks the necessity of fire or blazing imagery? Does it fail because it lacks the quality to move the senses or feelings of the reader? Does it fail because it does not have sounds or thoughts that connect it to the 4th space, earth? Or does it fail because it merely describes reality as we all know it in a rhythmic way?

As such, I think an alchemical method of poetry analysis is rather useful and perhaps a more interesting way of looking a poetry than some other methodologies.

Benders sides up with Grunberg

Dutch poet Martijn Benders as of today refuses to write his blog ‘Loewak’ in Dutch out of sympathy with Dutch writer Arnon Grunberg. Grunberg wrote in the Belgian newspaper ‘De Morgen’ today that he refuses to attend any Dutch literary events in the future. Grunberg, who lives in New York, is one of the few Dutch expats who made a heroic attempt to keep his interest in appearing on Dutch literary events and parties alive. Many other Dutch expats, be it writers or poets, have long since given up the charade but Grunberg has been the pioneer Dutch party expat until this day, when he finally gave up his attempts to attend parties on the other side of the globe just for the hell of it.

We Dutch expats welcome Grunberg into our ranks but we also want to express our disappointment that Grunberg, as a disgruntled expat, continues to write his work in Dutch. We feel that a true pioneer would assimilate and refuse to work in a language that is mostly being utilized to inflate something known as the ‘Dutch literary ego’. A true revolutionary, whether he owns a sandwich shop or not, would never bow to the restrictions set by his birth or circumstances. Even if Grunberg continues to write his books in Dutch we feel that he owes it to his own principles to at least write his Blog in English, as I’ve started to do now.

Oh, and I also want to express my agreement with Grunsberg that Rita ‘The mole’ Verdonk does not belong at a literary event. It was sheer travesty to use an event like that to promote a rather flimsy and absurd political agenda.

Update on the fourth part of Karavanserai

The fourth part of my upcoming poetry volume ‘Karavaserai’ will not deal with the crosslines between north and south, as I wrote earlier. I’ve decided today that the 4th part of the book will deal with the crosslines between macrocosmos and microcosmos, the inside and the outside.

Pruning weeds in hell

Pruning weeds in hell

The sick man sees the wooden faces
of friends pass in his dream. He sees
a horse with half raised eyes dance
over phials and tubes, urinating in his tub.
It speaks with the voice of his wife.

You became a horse, he says.
Go to the white monastery, light a candle.
Pray for me then bite the fuse
with your rustproof teeth.

The horse shrugs its schoulders.
In the garden a priest appears
cursing and straining every nerve
with thick yellow rubber gloves
as if he’s pruning weeds in hell.

Then he smashes the window
with his cast-iron crucifix of silver.
The man feels a lot better, now.

The wooden face of a friend appears
chewing a fuse. Then the dark turns
its bedridden grimace to the light.

M.H.Benders, 09-11-2007
Based on the poem ‘Sickness’ by Nikolai Zabolotski

Laatste nieuws

Ik ben nu fulltime aan ‘Karavanserai’ aan het werken, vandaar dat de postfrequentie hier niet zo hoog zal liggen.
De eerste 3 delen zijn nu min of meer af. Die zien er nu zo uit:

Deel 1 is een poging het universum samen te vatten.
Deel 2 is een poging de lijnen tussen oost en west in kaart te brengen.
Deel 3 is een poging het universum te reduceren tot getallen.

Aan deel 4 ga ik nu werken. Hierin worden de lijnen tussen noord en zuid in kaart gebracht.

Ik verwacht rond Kerstmis het hele boek te kunnen inleveren.

You have to be placed in the dipper and poured back over the world

Poem about Istanbul

Istanbul

Istanbul, you’re an old lady
that wore out many loves
she never speaks about.

No one in this world
hears so many secrets
without a veil of doubt.

You hold up a semblance,
behind your jaded grace
you pour far more than tea.

You give the young their visions,
the older people grates
and me both of these.

Your far winding light,
endless slides of faces, songs
that die in distance.

How I love the little mugs
of your begrudged resistance.

M.H. Benders, 02-11-2007