De tien voornaamste kenmerken van een goed criticus
Ik ga hier een poging wagen de 10 voornaamste kenmerken van een goed criticus te formuleren, een en ander ook naar aanleiding van de discussie n.a.v. het stuk van Elsbeth Etty in de NRC. Wie hier een lang betoog verwacht komt bedrogen uit - tijdsgebrek is de oorzaak, het gaat mij er nu alleen om de kenmerken te formuleren.
De 10 voornaamste kenmerken van een goed criticus:
1. Hij weet nieuwe ontwikkelingen of stromingen te signaleren en loopt er niet als een mak paard achteraan. Dat wil zeggen: er zijn een aantal critici wiens enige bestaansreden het herkauwen en benadrukken van een aantal al in kritische kringen gelauwerde namen lijkt te zijn. Daar hebben wij geen critici voor nodig.
2. Op het oordeel van een goed criticus moet je kunnen vertrouwen. Dat betekent dat hij geen grote misstappen mag maken bij het beoordelen van nieuwe ontwikkelingen. Zulke misstappen geven immers blijk van een slecht vermogen tot inschatting en dat kan nooit een kenmerk zijn van een goed criticus.
3. Zijn drijfveer tot kritiseren mag nooit het etaleren van de eigen eruditie zijn. Er zijn bepaalde critici die elk gedicht op een zulkdanige wijze bespreken dat zij per definitie Homerus, Caudaceus, Dante, De Leuze en Wittgenstein in het gedicht zullen ontwaren, waarna hun bespreking voor 90% over voornoemde heerschappen moet lijken te gaan. Dit is geen kritiek maar vermomde ijdeltuiterij.
4. Een goed criticus heeft een scherpe smaak maar kan tegelijkertijd over zijn eigen smaak heenkijken. Hij laat zich niet beperken door zijn eigen smaak omdat hij bewust is van het feit dat deze per definitie een beperking is.
5. Een goed criticus heeft maling aan de lezers. Een dichter die gedichten voor de lezer schrijft is geen dichter en hetzelfde gaat op voor een criticus. Wanneer de criticus zich aan zijn publiek moet aanpassen is hij niet langer in staat een intellectuele voorhoede te vormen en wordt zijn oordeel door populariteit vertroebeld.
6. Een goed criticus let zowel op de details als op het grote overzicht. Iemand die alleen in staat lijkt werken op detailniveau te bespreken kan nooit een goed criticus zijn en datzelfde gaat op voor het alleen in groot verband kunnen bespreken van werken.
7. Een goed criticus beheerst de stijlkenmerken van de ironie tot in de puntjes.
8. Een goed criticus durft heilige huisjes omver te trappen.
9. Een goed criticus heeft een begnadigd vermogen tot zelfkritiek.
10. Een goed criticus heeft een grondige hekel aan slecht geschreven en onterechte kritieken.
Ik vind de vereisten wat wijdlopig, en mis informatie/voorlichting. Een kritiek in openbaar medium is immers wel degelijk voor lezers. Als de criticus iets kwijt wil aan dichter/auteur zou hij aan die persoonlijk moeten schrijven. En als hij het alleen voor zichzelf doet, houdt hij het voor zich.
Sterkte!