Archive for November, 2007
For you have suffered rain and cold / Janos Pilinszky
For you have suffered rain and cold
Oh come and turn against me now
you monsters lurking, craving
and break your upward slanting way
through corridors that cave in,
come, push unhindered and unchecked,
with “fire,fire!” on your lips,
invade the vastness of my nights
that cover you in heaps.
Come, tear off all that I have on,
don’t fail to strip me naked,
just take away my eyes and lips,
yours is my forehead, take it,
for you have suffered rain and cold
and starved in me so oft,
though rain and cold I’ve suffered too
with no food for me left.
Stammering din of victory,
a rebellion no one stifles,
like convicts’ tumult in a jail,
a mutiny of lifers!
A moment of keen happiness,
the last and first one ever:
there like a forest all aflame
I will but stand and quiver.
Janos Pilinszky – Translated by Istvan Totfalusi
De Rubberen Kamer
Werktitel van deel 4 van Karavanserai: De Rubberen Kamer. Grote kans dat dit ook de
uiteindelijke titel wordt. Concept: het verenigen van macrocosmos met microcosmos.
In dit geval is de Macrocosmos de externe invloeden die ik als dichter gehad heb.
Het hoofdstuk bevat dus veel bewerkingen, gemixte invloeden, spookvertalingen,
maar ook oorspronkelijk werk. Voorlopige tracklist:
46. Diepzeegedicht
47. Maritiem Cabinet
48. Op de bodem van het zwembad
49. Oma
50. Bijbelstut
51. Faust
52. Stigma
53. Onkruid wieden in de hel
54. De rubberen kamer
55. Geluidsdemper
56. Hoe God ruikt
57. Biechtvader
58. Kerkbellen over het bloothooi
59. Pitsjoesjkin zet een bord op
60. De dictator eet suiker
61. De gouden maan
62. Het geklopte lam
63. De laatste opstand
64. Schateiland
65. Ruimen
66. Het leesbare mens
Ik ben er nu grotendeels al tevreden over, maar ik wacht nog op dit boek
Ik wil namelijk nog een uiteindelijke, visionaire invloed aan het boek
toevoegen en ik heb een voorgevoel dat ik in dit werk van Michaux iets
ga vinden wat me in staat stelt een soort grote ontknoping te
maken. Bijgelovig? Zou kunnen. Ik heb echter een sterk gevoel
dat dit boek iets heeft wat ik op dit moment nodig heb….
De tien voornaamste kenmerken van een goed criticus
Ik ga hier een poging wagen de 10 voornaamste kenmerken van een goed criticus te formuleren, een en ander ook naar aanleiding van de discussie n.a.v. het stuk van Elsbeth Etty in de NRC. Wie hier een lang betoog verwacht komt bedrogen uit - tijdsgebrek is de oorzaak, het gaat mij er nu alleen om de kenmerken te formuleren.
De 10 voornaamste kenmerken van een goed criticus:
1. Hij weet nieuwe ontwikkelingen of stromingen te signaleren en loopt er niet als een mak paard achteraan. Dat wil zeggen: er zijn een aantal critici wiens enige bestaansreden het herkauwen en benadrukken van een aantal al in kritische kringen gelauwerde namen lijkt te zijn. Daar hebben wij geen critici voor nodig.
2. Op het oordeel van een goed criticus moet je kunnen vertrouwen. Dat betekent dat hij geen grote misstappen mag maken bij het beoordelen van nieuwe ontwikkelingen. Zulke misstappen geven immers blijk van een slecht vermogen tot inschatting en dat kan nooit een kenmerk zijn van een goed criticus.
3. Zijn drijfveer tot kritiseren mag nooit het etaleren van de eigen eruditie zijn. Er zijn bepaalde critici die elk gedicht op een zulkdanige wijze bespreken dat zij per definitie Homerus, Caudaceus, Dante, De Leuze en Wittgenstein in het gedicht zullen ontwaren, waarna hun bespreking voor 90% over voornoemde heerschappen moet lijken te gaan. Dit is geen kritiek maar vermomde ijdeltuiterij.
4. Een goed criticus heeft een scherpe smaak maar kan tegelijkertijd over zijn eigen smaak heenkijken. Hij laat zich niet beperken door zijn eigen smaak omdat hij bewust is van het feit dat deze per definitie een beperking is.
5. Een goed criticus heeft maling aan de lezers. Een dichter die gedichten voor de lezer schrijft is geen dichter en hetzelfde gaat op voor een criticus. Wanneer de criticus zich aan zijn publiek moet aanpassen is hij niet langer in staat een intellectuele voorhoede te vormen en wordt zijn oordeel door populariteit vertroebeld.
6. Een goed criticus let zowel op de details als op het grote overzicht. Iemand die alleen in staat lijkt werken op detailniveau te bespreken kan nooit een goed criticus zijn en datzelfde gaat op voor het alleen in groot verband kunnen bespreken van werken.
7. Een goed criticus beheerst de stijlkenmerken van de ironie tot in de puntjes.
8. Een goed criticus durft heilige huisjes omver te trappen.
9. Een goed criticus heeft een begnadigd vermogen tot zelfkritiek.
10. Een goed criticus heeft een grondige hekel aan slecht geschreven en onterechte kritieken.
Poezie en de Wereld
Lees dit prima betoog van Samuel Vriezen, over de relatie tussen poezie en de wereld:
Nee, herstel: het is een geweldig betoog geworden. Vriezen is zich duidelijk als criticus sterk aan het ontwikkelen. Maar goed, het artikel waar hij dit stuk op baseert staat dan ook vol met ergerlijke kul…
Absurd nieuws
Bepaalde scholen in Engeland onderwijzen niet langer over de Holocaust en de Kruistochten om ‘bepaalde groepen leerlingen niet voor het hoofd te stoten’. Dit is echt een onvoorstelbare en ontolereerbare vorm van censuur naar mijn mening:
Wat is een bundel eigenlijk
Uit Meander:
“Kusters kreeg onlangs in een recensie in Meander het verwijt dat het leek of hij de bundel Zielverstand gevuld had met bijeengeraapte gedichten nadat hij zijn bureau had opgeruimd. ‘Ik zou niet weten waar de recensent zo’n opmerking op baseert’, verdedigt hij zich. ‘Een bundel is een bundel, dat wil zeggen: zo’n boek of boekje is in de regel niet als een eenheid geschreven en behoeft ook niet van voor naar achter gelezen te worden. Er zit wel een samenhang scheppende thematiek in – niet als een vooropgezet principe, maar als een uiting van de persoonlijkheid van de maker, die nu eenmaal zichzelf is.’
Nu heb ik uberhaupt het idee dat 98% van alle dichtbundels een samenraapsel van losse gedichten zijn, gegroepeerd in hoofdstukken, gerangschikt naar wat een beetje bij elkaar lijkt te passen. De thematiek die dan nog te ontwaren valt is dan, volgens Kusters, een uiting van de persoonlijkheid van de maker.
Ik heb voor Karavanserai voor een andere benadering gekozen juist omdat ik deze benadering veel te makkelijk vind. Karavanserai heeft wel vooropgezette principes als bundel. Het is lastig zo’n bundel te schrijven – ik werk nu aan het 4e deel en het valt me eerlijk gezegd zwaar, mede omdat het 4e deel het meest duistere deel van de bundel aan het worden is. Maar ik begin nu de heldere lijn te zien die de bundel maakt tot wat hij is: meer dan de som der delen. En naar mijn idee is dat eigenlijk eerder het doel van een bundel, het is datgene wat een bundel excuseert, net als een gedicht iets is dat meer is dan de som van zijn delen. Er is iets aan de meeste dichtbundels wat me teleurstelt – het lijken inderdaad vrij willekeurig samengestelde boekjes met een thema hier en een thema daar en gedichten die zich bij benadering naar die themas voegen, als uiting van de persoonlijkheid van de maker, heet het dan. Wellicht is dat onvoorkomelijk, maar het leek me een leuke uitdaging iets anders te proberen.
