Archive for February, 2008
De meest gespierde dichter van Nederland
Pfff, ik ben doodop. En erger nog: ik verrek van de spierpijn. Een en ander is het gevolg van een Spartaans fitness programma wat ik volg om mijzelf om te vormen tot een ware Hercules. Gespierde taal uitslaan is één ding, dit als Logos in het Lijf laten manifesteren weer een ander. Toch ga ik mijn voornemen dit een jaar vol te houden niet verlaten. Ik ben pas 10 dagen bezig, 8 uur sport per week, waarvan 3 uur spiertraining en 5 uur fitness/cardio. Mijn hele lijf protesteert, maar het belang van het experiment heeft voorrang. Ik wil de meest gespierde dichter van Nederland worden, gewoon om het cliché van de vadsige dichter, waar ik heden helaas aan voldoe, een hak te zetten. Een jaar later, dat wil zeggen op 19 februari 2009, zal ik een foto van mijzelve posten waarop u het resultaat kunt bewonderen.
Ik heb vandaag een Blackberry 8820 gekocht. Het is een geweldig apparaatje waarmee ik overal en altijd online kan zijn en mijn mails kan beantwoorden. Als proef op de som heb ik vanaf de veerboot als Frank Wittenbroek Chretien Breukers gefeliciteerd met het feit dat hij de eerste uitgeverij met een eigen website is.
Er zullen vast mensen zijn die menen dat het jezelf omvormen tot een gespierde Adonis niks met poezie te maken heeft. Het is voor mij echter eerder een kwestie van geloof: ik geloof namelijk dat een mens altijd zijn eigen demonen onder de knie moet krijgen. Een van die demonen is voor mij altijd geweest dat ik een hekel aan sport had. En dat heb ik al niet meer, want fanatiek trainen maakt je tot een soort adrenalinejunk, maar het is belangrijk de geijkte doelstelling te behalen.
Ik had jaren terug twee grote dromen: ik wou een huis met zicht over zee en ik wou een boek uitgeven. Nu ik deze beide dromen gerealiseerd heb zoek ik andere dromen, andere uitdagingen. Een van die uitdagingen is de totale negatie van de innerlijke weerstand en de sportdemoon is de eerste die eraan moet geloven.
Grenzeloos naief
Hoe grenzeloos naief moet je eigenlijk zijn om te geloven dat ‘Al Qaeda’ een website heeft waar ze regelmatig laten weten wat ze nu weer van plan zijn? Een website is per direct te traceren naar de PC waarop hij gehost staat. Grote kul, dus. Die miljoenen die het kost om Geert te beveiligen kunnen beter worden uitgegeven aan een ICT cursus voor ingeslapen journalisten.
De Grote Hersenvakkenvuller moet de zak krijgen
Het geheugen, beste mensen, rebelleert tegen de waarheid. De kutvakantie van een jaar geleden blijkt na een jaar lang zo gek niet geweest. Het geheugen heeft een zeef functie: het is alsof het, wegens ruimtegebrek, alleen een vaste plaats biedt aan bedrieglijk optimisme.
Laten we eerst een stelling onderzoeken: is het geheugen trainbaar? Indien het antwoord ‘ja’ is betekent dat automatisch dat de ruimte die het geheugen inneemt door wilskracht en discipline vergroot kan worden.
Dat het geheugen te trainen valt is een vrij algemeen bekend gegeven. We kunnen er dus vanuit gaan dat met de juiste training wij ons meer en meer van onze ervaringen kunnen herinneren, in plaats van bestaande ervaringen verdringen en vervangen door een vals optimistisch beeld.
Een simpele oefening daarvoor is het dagelijks inplannen van 10 geheugenminuten. Tijdens deze 10 minuten concentreer je je op een bepaald moment in je leven. Met afdoende wilskracht en de kunde de gedachten te minimaliseren zul je zien dat veel ‘vergeten’ herinneringen weer boven komen drijven. Dingen die schijnbaar onbelangrijk lijken. Schrijf ze allemaal op in het grote geheugenboek.
Op deze wijze kan een mens zijn leven opnieuw in kaart brengen. Het is tegelijk het terugwinnen van terrein op het eigen leven (het verslaan van de vergetelheid), als mede het trainen van het geheugen zelf. Daarnaast neemt men door dingen op te schrijven het geheugen ook werk uit handen. Het geheugenboek is een soort externe harde schijf, zeg maar.
Het is mijn overtuiging dan het vergroten van de geheugenspanne directe invloed heeft op de beleving van de dagelijkse werkelijkheid. Een groter en beter functionerend geheugen heeft minder snel de neiging als zeef voor de werkelijkheid te functioneren. Ik zal proberen uit te leggen waar dat aan ligt.
Naar mijn idee is de zeeffunctie van het geheugen feitelijk teken van een slecht functionerend geheugen. Het is namelijk niet zo dat mensen doelbewust de ene herinnering (nare) vergeten en vervangen met bestaande positiviteiten. Het is eerder zo dat ervaringen worden overschreven door het bewustzijn, ontoegankelijk gemaakt voor verder onderzoek. De data bestaan dus nog wel maar zijn door iets ontoegankelijk gemaakt, vraag is alleen: door wat precies?
Ik denk dat we het er over eens kunnen zijn dat dit geen doelbewuste acties zijn van het bewustzijn zelf. Mensen besluiten niet na een jaar plots om die kutvakantie te overschrijven in hun geheugen. De wortel van het probleem ligt mijns inziens eerder in de opmaak van de geest zelf: een op dualistisch moralisme gestoelde geest (Goed - Fout) neigt ernaar het geheugen te misbruiken als een soort ‘drug’, een soort natuurlijk anti-depressiva. Het wezenlijke probleem hier is een op dualisme gestoelde geest: het kwalificeren van ervaringen als ‘positief’ en ‘negatief’.
Om maar een voorbeeldje te noemen, ik krijg soms van bepaalde mensen te horen dat ze niet begrijpen hoe ik bepaalde ‘depressieve muziek’ de hele dag vrolijk aan kan horen. Hoe kan muziek nu ‘depressief’ zijn? Muziek is per definitie een creatieve substantie. Dit soort mensen kwalificeren de input die in hun hersenen binnenkomt echter direct, vertalen het in een moralistisch zwart-wit perspectief. Het is dus die eigenschap die er ook voor zorgt dat het geheugen slecht gaat functioneren.
Het is dus zaaks de ervaringen / input van het brein niet direct als een hersenvakkenvuller te classificeren en in het geheugen weg te proppen. De grote hersenvakkenvuller moet de zak krijgen. Geloof mij nou, je leven wordt er heel wat kleurrijker van. Sla hem als een Neurosint met het grote geheugenboek om de oren. De kadootjes kunt u daarna fijn in eigen zak steken.
Lighthouse soundtrack
I made a soundtrack today for ‘Project Lighthouse’, a joint collaboration of me, Alison Nastasi and Olga Mink. Project Lighthouse will result in 3 videoworks based on one poem. This soundfile, composed by me, is the sountrack of my video for the project:
Een avondje ‘Gewoon Volk’ over censuur
Op de ‘have your say’ sectie van de BBC de vraag of Pakistan het recht heeft Youtube te blokkeren, vermeend ten gevolge van de film van Wilders. De volgende hoopvolle reacties staan er te lezen:
YES, Posting any offensive material against any religion is a crime in my point of view.
Salman, United Kingdom
As the internet is a prime example of 1960s naivety, of course governments should have the right to censor websites. It’s about time someone did.
the_historian, Stirling
I have no problem with freedom of expression on religous, social or political issues, but there are lines that should never be crossed and governments should stop people crossing them by force if they have to.
laughing devil, London, United Kingdom
“The internet needs tightening up. Blasphemy and lies are out, honesty and integrity are in. Even ban the internet our lives were better off without it anyway. Why do you need it?
Ken, Sheffield
No harm in blocking website which hurts majority of any country.
Ali
Yes. Govts should always have the power to block sites that violate the nation’s laws or threaten national security. However, substitute “politically correct” for “un-Islamic” and the debate enters a different realm. The bigger concern is govt’s punishment of unacceptable speech. Muslims are denounced for their hypersensitivity but it is EU nations that not only block holocaust denial sites but also jail the owners. Are western democracies really the free speech champions they claim to be?
Paul, Washington DC & Essex
Yes, evil nasty criminal offensive stuff should be banned. Since the 60’s moral lines have been broadened so far the west has become to much a tolerant society of such that was once deemed dishonorable and indecent. Freedom of political speech is not offensive. Pornography and islamic hate poetry is. Bring back Mary Whitehouse is all I can say. For those of you too young, Mary Whitehouse was a moral compass for the media and she was right we were all wrong… D.Atkin Ex-pat
Diana Atkin, Canada
I beleive a lot of problems associated with content on the web is the apparent ease of anonimity especially assoicated with sites like Youtube. It’s this issue that governments should address and perhaps even legislate for. It’s not right that a person can post offensive material, like a pupil harrassing a teacher or ‘happy slapping’ in the street and not incur any responsibility for doing so. The web is a powerful platform and measures should be in place to ensure people use it responsibly.
Glyn Costello, Northants
What they do in other country’s is thier business and we should not interfere. Now we are a democracy, anyone can come in take out of the pot and do what they like, apart from those who were born and bred here of course.
Colin Whinger speaking his mind, Plymouth, United Kingdom
It is the government’s decision to block the websites. It is aimed at prevailing peace upon the country. If not censored, elements across the seas can easily create unwanted trouble inside any country taking advantage of the weakness in people’s faith in their religion. Pak has just followed the path of China to contain people’s emotion on sensitive issues. Governments have every right to block not only websites but also confiscate print material if it were provocative. It is a policing act.
CS Narayanan, Tirunelveli, India.
…and the list goes on an on….
Daar wordt je niet vrolijk van!
Redacteuritis
Zoals je goede en slechte schrijvers hebt, heb je uiteraard ook goede en slechte redacteuren. Ik was er een beetje huiverig voor om met een grote uitgever in zee te gaan, nu bijna twee jaar geleden. Ik had een angstbeeld van een redacteur die zeer duchtig in je gedichten ging zitten schrappen, zich met elke metafoor bemoeide en die vooral wilde dat je je stijl aanpaste aan een gangbare trend in de poeziewereld. Die angst was uiteraard ongegrond: bij het eerste gesprek op het kantoor van Nieuw Amsterdam bleek al dat Jasper Henderson vooral allerlei nuttige suggesties deed over welke richting ik op zou kunnen gaan met de bundel. Dat werkte voor mij goed - ik heb over elke suggestie die hij deed nagedacht en er is uiteindelijk een resultaat uitgekomen dat dankzij zijn suggesties beter is dan het zou zijn geweest zonder begeleiding, hoewel Jasper die begeleiding bij mij redelijk minimalistisch heeft gehouden. Dat zal hij waarschijnlijk bij een ander weer niet doen - en dat hoort ook zo: een goed redacteur moet naar mijn mening zijn strategie op de persoon waarmee hij te maken heeft afstemmen. De een heeft een strenge blik en veel kritiek nodig, de ander suggesties en een achteruitkijkspiegel. Hoe dan ook, mijn beeld van het werk van een redacteur is daarmee nu wel veranderd.
Afgelopen jaar zag ik echter een opmerking van Adriaan Krabbendam, ook redacteur van beroep, op de website ‘Schrijvers op Elkaar’ die inmiddels wegens succesloosheid is opgeheven. De opmerking betrof een brief van twee dames waarin werd gespeculeerd over meditatiemethodes naar aanleiding van een opmerking van David Lynch dat hij meditatiemethodes gebruikte om zijn films tot stand te laten komen.
Krabbendam schreef hierover het volgende:
Uitwisselingen over meditatietechnieken en gevolgde therapieën of welke goeroes ze weten te slijten komt op mij niet over als een gedachtewisseling over (het) schrijverschap. Dat zijn geen duiken in het diepe, maar poedelsessies in het kinderbadje in de achtertuin. “Maar als jij er niets mee kunt, lees je het toch niet?†klinkt zo vanaf het scherm een beetje arrogant. Ik krijg het toch op m’n bord? Alsjeblieft, voor jou, laat het gerust onaangeroerd als het je niet aanstaat – een beetje typische culinaire verwelkoming. Hoe dan ook, ik vind de info over welke goeroes er bezocht zijn en welke al dan niet fantastische meditatietechnieken die te bieden hebben hier niet op z’n plaats. Schrijverschap heeft niets te maken met het slikken van aspirines of speurtochten naar een vermeend dieper ik. Net als bij Lynch: nooit geweten dat ie er zulke praktijken opna hield en dergelijke bedenkelijke uitspraken deed, terwijl ik veel van z’n kunst erg goed vind. Maar het komt wel vaker voor dat ik het kunstwerk meer waardeer dan de meningen en al dan niet ongure praktijken van de maker. (Ik dacht zelfs eerst dat het een grap was, “een methode van David Lynchâ€. Maar helaas…)
En ik dacht uiteraard terstond: blij dat dit mijn redacteur niet is, zeg. Zo’n figuur die het niet kan nalaten een filmgenie als Lynch te gaan zitten voorkauwen wat hij wel of niet en publique mag zeggen. De drolligheid ten top, en daar moet je dan als schrijver aan vastgekluisterd zitten. Dat het schrijverschap niks te maken heeft met speurtochten naar je diepere ik, en dat je als je daar al naar speurt je van Adriaan er je mond over moet houden. Je vraagt je dan of hoe bijvoorbeeld ‘Les Fleurs du Mal’ er onder begeleiding van Krabbendam uit was komen zien: Charles had niks mogen zeggen over zijn wietgebruik, want wat moeten de buren daar wel niet van denken. Absint? Groene Fee? Doe eens normaal, Charles, moet de lezer dat op zijn bord krijgen? Ongure praktijken, vindt Adriaan, en daar zouden wij smakelijk om kunnen lachen ware het niet dat deze mijnheer sinds een jaar de enige poezieadviseur van het Fonds der Letteren is geworden. Het devies? Vooral veel over hoofddoekjes schrijven, komende jaren.
Het controleren van de tijdsversnellingen
De tijd heeft, net als een goede fiets, allerlei versnellingen. De mens is in staat deze versnellingen te bedienen door zijn leven op een bepaalde wijze vorm te geven. In de kindertijd loopt de tijd erg traag. Een jaar duurt bijna oneindig lang. Het is mijn opvatting dat deze ‘versnelling’ de natuurlijke tijdstand vertegenwoordigt.
Men groeit echter op en de tijdsbeleving begint te veranderen. De tijd zelf accelereert. Op den duur voel je hoe een jaar bijna als een werkweek voorbij lijkt te gaan. Dat is de toestand waarin ik mijzelf aantrof tussen mijn 20e en 30e jaar. De tijd leek alsmaar sneller te gaan lopen. Ik was daar niet blij mee, want het is feitelijk een grote vervlakking van onze ervaringen.
De beste indicatie voor hoe de tijdsversnelling werkt is de vakantie. Ga eens twee weken naar een heel ander oord en je merkt dat twee weken ontzettend lang duren, terwijl als je thuis blijft ze in een scheet voorbij trekken.
Dit liet mij concluderen dat de tijdsversnellingen wel degelijk te bedienen zijn: zij zijn afhankelijk van de menselijke ervaring zelf. Wanneer men zijn eigen leven zo inricht dat elke dag afdoende creatieve ervaringen en afwisselingen bevat vertraagd de tijd weer aanzienlijk. Ik heb daarmee experimenten uitgevoerd en deze hadden tot gevolg dat de tijd voor mij nu bijna weer net zo langzaam loopt als hij tijdens mijn kindertijd liep.
En dat is naar mijn mening hoe de tijd zou moeten lopen. Het is feitelijk een zekere vorm van onsterfelijkheid: een dag kan in een vage waas voorbijschieten of juist door intensieve beleving bijna een eeuwigheid duren.
Ik beschouw het onder controle krijgen van de tijdsversnellingen als een urgente mentale noodzaak. Door zeer intensief te leven, door elke minuut van de dag creatief te benutten, kan men greep krijgen op de tijdsversnelling om deze in oorspronkelijke staat te herstellen.
Bewustzijnsvernauwing als het kernprobleem van onze tijd
Voor mij is goede poezie bijna onlosmakelijk verbonden met ‘observatiekunst’. Bijna alle dichters die ik bewonder zijn meesters in het observeren.
Waarom vind ik dat eigenlijk zo belangrijk? Dat heeft te maken met mijn levensovertuiging. Die wil ik wel even verhelderen.
Ik heb bijna alle religies redelijk grondig bestudeerd. Ik heb bijna alle ‘verlossingssystemen’ redelijk grondig bestudeerd. Ik ben goed bekend met een paar dozijn systemen, varierend van Sufisme tot Kabbalah, van Casteneda tot Boeddhisme. Ik heb alle belangrijk geachte filosofen bestudeerd.
Mijn conclusie is een vrij eenvoudige: op basaal niveau kan men stellen dat er feitelijk twee mogelijkheden zijn:
1. Het leven is een mechanische en zinloze bedoening.
2. Wij leven om ons bewustzijn te verruimen.
1. zou heel goed waarheid kunnen zijn. 2. lijkt mij echter zowel aannemelijker als plezieriger om te ‘geloven’. Ik zet dat even tussen aanhalingstekens omdat ik niet denk het hier om een geloofsfeit gaat. Het punt is: men kan de nogal Newtoniaanse en droge stelling aanhangen dat alles mechanisch is en zinloos, maar ook bij volstrekte zinloosheid, bij een bestaan dat zich beperkt tot een handjevol jaren in een groot niets, is het zinnig om het bewustzijn te verruimen. Waarom? Dat zal ik pogen uit te leggen.
Allereerst is de vraag naar de zin van het bestaan onlosmakelijk met het bewustzijn zelf verbonden. Het kan dus goed zijn dat bij een ander type bewustzijn, bij een grotere helderheid, zich een antwoord op de vraag aandient dat men niet gevonden zou hebben als men zich naar dat mechanische, zinloze wereldbeeld had geconformeerd. Daarom alleen al is het van essentieel belang constant te zoeken naar een ruimer, scherper en groter bewustzijn. Ten tweede weet eenieder wie het daadwerkelijk lukte de geest te verruimen dat het erg prettig is om met een ruimere geest door het leven te gaan. Dat zou alleen al genoeg moeten zijn om Modus 2 een veel grotere waarde toe te kennen als Modus 1.
We kunnen dus rustig concluderen dat, zelfs al zou de werkelijkheid een Newtoniaans, beperkt en zinloos verschijnsel zijn, wat op zichzelf natuurlijk een aanname is, we er rustig vannuit kunnen gaan dat het verruimen van de geest een prima levensdoel is.
De volgende vraag die zich dan aandient: hoe verruimt men dan precies de geest? Daartoe zijn er een aantal beproefde methoden:
1. Allerlei trainingstechnieken die de geestelijke capaciteit beinvloeden (meditatie / yoga/ magie/ oefeningen etc)
Dit zijn feitelijk allemaal oefeningen bedoeld om het bewustzijn te verruimen. Of ze ook werken is uiteraard een tweede. Men moet ze daartoe proberen. Het is niet fair op voorhand te zeggen dat ze ‘niet werken’ zonder ze geruime tijd met afdoende discipline te hebben beoefend.
2. Drugs
Drugs verruimen de geest behoorlijk, maar zijn zowel ‘shortcuts’ die je eigenlijk teveel ineens laten zien als risicos omdat je eraan verslaafd zou kunnen raken. Wat drugs feitelijk ‘bewijzen’ is dat datgene wat wij als de ‘realiteit’ zien feitelijk afhankelijk is van de chemische opmaak van ons brein en dat, als je deze opmaak wijzigt, daarmee ook de ‘realiteit’ wijzigt. (Een ingevoegd terzijde: ik ben persoonlijk fervent tegenstander van het recreatief gebruik van drugs. Dat werkt naar mijn idee eerder bewustzijnsvernauwend dan verruimend.)
3. Kennis
Kennis verruimt de geest. Van Kennis heb je eigenlijk nooit teveel. Kennis zorgt er wezenlijk voor dat je je geest kunt verfijnen; de ratio, het intellect, is wezenlijk maar een (wellicht klein) deel van het brein maar het verfijnen van het intellect is een belangrijk wapen in de strijd tegen bewustzijnsvernauwing.
4. Kunst
Kunst verruimt de geest. Kunst heeft de kracht je iets nieuws te tonen, een andere blik op de werkelijkheid, een ander perspectief, een andere invalshoek. Kunst (poezie valt daar ook onder) is een belangrijke reflectie op onszelf, op ons bestaan: kunst laat ons onszelf zien of laat ons zien wat we juist niet willen zien van onszelf en de wereld om ons heen.
Zie daar de vier belangrijkste pijlers van de bewustzijnsverruiming. Twee ervan worden in bepaalde kringen al gedemoniseerd: Meditatie of yoga dat is voor ‘zweefkezen’ en drugs zijn voor ‘hopeloze gevallen’.
Datzelfde zegt Jan met de Krappe Hoed natuurlijk over de poezie ook. En kennis zal hem ook aan de reet roesten. Feitelijk is de bewustzijnsvernauwing het grootste probleem waarmee de mensheid te kampen heeft.
Iets wat me vandaag opviel, iets heel simpels: is het jullie wel eens opgevallen dat, als je bijvoorbeeld in een cafe zit, bijna niemand daar zich bewust is van de omgeving? Mensen zijn in zichzelf gekeerde, navelstaarderige holbewoners van hun eigen kleine werkelijkheid geworden. Dat moet dan ‘individualisme’ heten maar de waarheid is dat dit met individualisme niets van doen heeft: het is de isoleerkamer van de kleine fantasiewereld die zich nooit laat doorkruisen door een fantastisch idee of zelfs maar een wakkere blik naar de omgeving.
Let daar eens op volgende keer als je ergens koffie drinkt. De mensen observeren niet meer. Ze hebben het verleerd. Daarom hebben we de poezie juist broodnodig. Want als ergens de observatiekunst nog leeft is het wel binnen de poezie. Ik raad iedereen aan eens flink aan het eigen bewustzijn te gaan timmeren. Je zult er later geen spijt van hebben.
