De Grote Hersenvakkenvuller moet de zak krijgen
Het geheugen, beste mensen, rebelleert tegen de waarheid. De kutvakantie van een jaar geleden blijkt na een jaar lang zo gek niet geweest. Het geheugen heeft een zeef functie: het is alsof het, wegens ruimtegebrek, alleen een vaste plaats biedt aan bedrieglijk optimisme.
Laten we eerst een stelling onderzoeken: is het geheugen trainbaar? Indien het antwoord ‘ja’ is betekent dat automatisch dat de ruimte die het geheugen inneemt door wilskracht en discipline vergroot kan worden.
Dat het geheugen te trainen valt is een vrij algemeen bekend gegeven. We kunnen er dus vanuit gaan dat met de juiste training wij ons meer en meer van onze ervaringen kunnen herinneren, in plaats van bestaande ervaringen verdringen en vervangen door een vals optimistisch beeld.
Een simpele oefening daarvoor is het dagelijks inplannen van 10 geheugenminuten. Tijdens deze 10 minuten concentreer je je op een bepaald moment in je leven. Met afdoende wilskracht en de kunde de gedachten te minimaliseren zul je zien dat veel ‘vergeten’ herinneringen weer boven komen drijven. Dingen die schijnbaar onbelangrijk lijken. Schrijf ze allemaal op in het grote geheugenboek.
Op deze wijze kan een mens zijn leven opnieuw in kaart brengen. Het is tegelijk het terugwinnen van terrein op het eigen leven (het verslaan van de vergetelheid), als mede het trainen van het geheugen zelf. Daarnaast neemt men door dingen op te schrijven het geheugen ook werk uit handen. Het geheugenboek is een soort externe harde schijf, zeg maar.
Het is mijn overtuiging dan het vergroten van de geheugenspanne directe invloed heeft op de beleving van de dagelijkse werkelijkheid. Een groter en beter functionerend geheugen heeft minder snel de neiging als zeef voor de werkelijkheid te functioneren. Ik zal proberen uit te leggen waar dat aan ligt.
Naar mijn idee is de zeeffunctie van het geheugen feitelijk teken van een slecht functionerend geheugen. Het is namelijk niet zo dat mensen doelbewust de ene herinnering (nare) vergeten en vervangen met bestaande positiviteiten. Het is eerder zo dat ervaringen worden overschreven door het bewustzijn, ontoegankelijk gemaakt voor verder onderzoek. De data bestaan dus nog wel maar zijn door iets ontoegankelijk gemaakt, vraag is alleen: door wat precies?
Ik denk dat we het er over eens kunnen zijn dat dit geen doelbewuste acties zijn van het bewustzijn zelf. Mensen besluiten niet na een jaar plots om die kutvakantie te overschrijven in hun geheugen. De wortel van het probleem ligt mijns inziens eerder in de opmaak van de geest zelf: een op dualistisch moralisme gestoelde geest (Goed - Fout) neigt ernaar het geheugen te misbruiken als een soort ‘drug’, een soort natuurlijk anti-depressiva. Het wezenlijke probleem hier is een op dualisme gestoelde geest: het kwalificeren van ervaringen als ‘positief’ en ‘negatief’.
Om maar een voorbeeldje te noemen, ik krijg soms van bepaalde mensen te horen dat ze niet begrijpen hoe ik bepaalde ‘depressieve muziek’ de hele dag vrolijk aan kan horen. Hoe kan muziek nu ‘depressief’ zijn? Muziek is per definitie een creatieve substantie. Dit soort mensen kwalificeren de input die in hun hersenen binnenkomt echter direct, vertalen het in een moralistisch zwart-wit perspectief. Het is dus die eigenschap die er ook voor zorgt dat het geheugen slecht gaat functioneren.
Het is dus zaaks de ervaringen / input van het brein niet direct als een hersenvakkenvuller te classificeren en in het geheugen weg te proppen. De grote hersenvakkenvuller moet de zak krijgen. Geloof mij nou, je leven wordt er heel wat kleurrijker van. Sla hem als een Neurosint met het grote geheugenboek om de oren. De kadootjes kunt u daarna fijn in eigen zak steken.

Je staat dan dus al minimaal 3 vertaalslagen van de oorspronkelijke ervaring af. Dat is beter dan de herinnering helemaal kwijt zijn, natuurlijk.
Maar toch.