Editorial:
Loewak is an Intelligent Media network. We offer news, articles and perspectives no one else offers.Our aim is to build a new media that actually rewards instead of punishes intelligence. We are looking for writers, journalists, scientists and artists to form an alternative to the big media. Choose 'Blog hosting' from the top menu to see what we can offer you.
Ad network
Fantasmania:

Harry, Harrie, Hans en Henk

Harry Slinger verveelt zich zo. Omstreeks 1980 kun je er niet omheen als je per ongeluk STAD Radio Amsterdam aanzet. (In 1980 zet je STAD Radio Amsterdam nooit expres aan.)

Wat is het probleem? Harry woont in Amsterdam-Noord en het is daar “voor jongeren een onbewoonbaar oord”. “Het kost veel tijd om in de stad te komen/Weinig kroegen en bioscopen/Alleen een telefooncel en die zullen we slopen/Want ik verveel me zo in Amsterdam-Noord.”

Slingers lied, dat tot stand kwam door een eenmalige samenwerking met de Amerikaanse componist Bob Dylan, is een exponent van een muziekstroming die aan een herwaardering toe is. Waar Amerikaanse voorbeelden zich vanouds spiegelen aan tot de verbeelding sprekende ambachten als vrachtwagenchauffeur, souteneur of ijscoverkoper, probeerden Nederlandse artiesten aan het einde van de jaren zeventig een stem te geven aan een van de populairste beroepsgroepen van dat moment: de welzijnswerker. In het derde couplet van “Ik verveel me zo” dragen Slinger en zijn groep Drukwerk voor de nijpende problematiek in Amsterdam dan ook een oplossing-op-maat aan: ‘Waar we nu voor willen pleiten/Een eigen ruimte met activiteiten/Zelfstandig wonen en arbeidsplaatsen/Een bioscoop en dat niet als laatste”
Slinger legt zijn eisenpakket op tafel met een accent dat we moeilijk ‘onvervalst’ kunnen noemen. Hij doet zo hard zijn best om elke lettergreep lekker Amsterdams te laten klinken, dat we van de weeromstuit gaan twijfelen of we hier niet met een ludieke Brabantse cabaretier van doen hebben. Toch is bijna dertig jaar na dato van de oorspronkelijke charme van het lied nog niets verloren gegaan. Het is onmiskenbaar het beste nummer dat Bob Dylan ooit heeft gemaakt.

Slinger was niet de eerste welzijnswerker die naar de zangmicrofoon greep. Zijn collega Hans Sanders richtte jaren eerder in Eindhoven al de groep Bots op: een band met zo veel sociaal engagement dat zelfs Duitsers het goed vonden. De roadie van Bots verdiende aan een optreden net zo veel als de zanger/liedjesschrijver want Sanders was van mening dat alles eerlijk gedeeld moest worden. “Er is genoeg voor iedereen.”
In Nederland behaalde Bots zijn grootste succes met het lied “Zeven dagen lang”: een verwarrend pleidooi voor de zevendaagse werkweek waarbij ook nog eens veel uit een vat gedronken moet worden. Het mag dan ook geen verrassing heten dat Sanders later een café begon. De schoonmaker van dit café verdiende veel minder dan Sanders zelf. Volgens Sanders was dit rechtvaardig aangezien hij voor het oprichten van zijn bedrijf een aanmerkelijk financieel risico had genomen. Ik ben geneigd dit met hem eens te zijn maar toen hij in 2003 bij wijze van come-back opnieuw met anti-kapitalistische liedjes het podium opzocht, was de glans er toch een beetje vanaf.
Eind 2007 overleed Hans Sanders en het televisiejournaal beschouwde dat terecht als belangrijk nieuws (dat wil zeggen: het Vlaamse televisiejournaal).

In de stad Utrecht legde welzijnswerker Henk Westbroek weer andere accenten dan de hardwerkende Hans Sanders en de door bioscopen geobsedeerde Harry Slinger. Het sociale onbehagen van de vroege jaren tachtig resulteert bij Westbroek niet in werkbare oplossingen maar in escapisme. Hardop dagdroomt hij erover zich te laten gijzelen, zijn polsen door te snijden of naar België uit te wijken. Uiteindelijk is ook hij maar een café begonnen.

Hagenaar Harrie Jekkers leek van alle geëngageerde popmuzikanten nog het meest op een zingende welzijnswerker maar hij was het niet. Hij was leraar Engels. Daar gaat mijn stukje.

6 Responses to “Harry, Harrie, Hans en Henk”

  • Een prachtig stuk muziekgeschiedenis. Maar waar zou je Tol Hansse plaatsen? Dat was toch de belichaming van het engagement in de Nederlandstalige muziek, vind ik,
    Bob Dylan heeft bijna alles wat hij deed van Hansse afgekeken.
  • bvanderpligt:
    Misschien een inkoppertje, maar: Tol Hansse was toch vooral bekend als de zoon van een geengageerd tekstschrijver? Zijn vader heeft daar na WOII zelfs nog een tijdje voor gevangen gezeten.
  • Nee, dat vind ik echt niet door de beugel kunnen. Tol Hansse is met afstand de meest ondergewaardeerde levenszanger en tekstschrijver van Nederland. De suggestie dat hij in de schaduw van zijn vader opereerde vind ik onder de maat. Nou ja, ik ken Jacques van Tol eigenlijk niet. En eigenlijk was Hansse natuurlijk juist de antiheld van het engagement: de nachtmerrie van elke welzijnswerker. Zinnen als ‘Heerlijk in je blote billen door een oerwoud lopen rillen’ getuigen eerder van een anti-sociale, oermannelijke inborst.
  • Excuses, het was ‘Eenzaam in je blote billen door een oerwoud lopen rillen’ wat nog extra het anti-establishment en anti-engagement van Hansse benadrukt, wellicht als tegenreactie tegen zijn vader inderdaad.
  • bvanderpligt:
    Ik wil de laatste zijn om de schrijver van de regels “Mijn Mina heeft een snor/Waarvan ik misselijk wor” af te vallen maar in het rijtje zingende welzijnswerkers die later een kroeg zijn begonnen, hoort hij natuurlijk niet thuis. Engagement of niet.

    Het werk van Tol Hansse lijkt erg op dat van zijn vader, met veel nadruk op schlemieligheid en de lullige effecten die je met rijm kunt bereiken.

    Vader Van Tol schreef:
    “Twintig knullen in d’r Jansen en Tilanus,
    liepen los in het midden op een grasveld rond.
    Wassen beelden mens, om zo rauw in te bijten,
    Af en toe dan kwam het water in mijn mond.
    Ik zat zonder erg dat snoepgoed aan te kijken,
    En ik wist niet dat het al begonnen was.
    Eensklaps riep de bakker: ‘Goal!’ en van emotie
    Vielen al zijn valse tanden in het gras.”

    Zoon Van Tol kon zich vijftig jaar later wat lompere humor veroorloven, maar toon en stijl komen redelijk overeen:
    “De groenteman wou geld zien voor de spruitjes
    Ik heb hem achter het behang geplakt
    De kruidenier was ook al zo vervelend
    Toen heb ik hem z’n hoofd maar afgehakt
    Je hondje heb ik goed laten verzorgen
    In het asiel, daar heeft het beest het zó
    Ik maak een leuke bloempot van z’n schedel
    Die krijg je straks op moederdag kado”
  • Het komt vaker voor dat mensen absurdisme en schlemieligheid met elkaar verwarren. Zo zei Nabokov ooit dat Zabolotski doelbewust zijn gedichten uit het perspectief van een idioot schreef om de censuur te ontlopen. Je moet niet vergeten dat Hansse piekte precies in de tijd waarop de kroegbazerige welzijnswerkers het voor het zeggen hadden. Hij had dan ook mijns inzien geen enkele keus: het was pompen of verzuipen, maar de kenner ziet in zijn ‘lullige effecten’ een geniaal tekstschrijver doorklinken.

Leave a Reply

Who are we
Loewak is currently made by Martijn Benders and Jeroen Nieuwland. Martijn Benders is an award winning Dutch poet and philosopher that is currently working on a tetralogy of four books simultanously. Jeroen Nieuwland is a Berlin based avantgarde poet, teacher and art lover.
Ad network
Categories