De uitgever en het nablijflokaal
Wullen, als je beter oplette had je gezien dat die ‘paapse keutels’ refereren naar het Latijn
wat Buehler in alle hazerigheid hier kwam neerplempen. Je zult nooit leren recenseren of schrijven als je zo doorgaat. Je lijkt mij een nogal ontvlambare jongeman die niet de tijd neemt stukjes daadwerkelijk te lezen. Opletten, huiswerk maken, niet voor de beurt spreken. Meer heb ik er niet over te zeggen.
Als onderwijzer moet je vanuit de eenzame hoogte lesgeven. Een onderwijzer die zich identificeert met de leerling is een verloren onderwijzer. Een onderwijzer die zich ‘invoelt’ in zijn leerlingen staat binnen korte tijd over Games en Handies te kleppen en werkt zo mee aan de algehele taalverloedering.
Wat mijns inziens altijd een onderbelichtte rol in het onderwijs en ook de literatuur heeft gehad is het nablijven
Het nablijven is een bezinningsperiode voor de leerling. Bedoeling is dat hij zijn zondes en gedrag gaat overdenken. Ook in de literatuur zouden schrijvers en dichters zulke periodes moeten inlassen. Desnoods zou de uitgever eraan te pas moeten komen. Niet meteen aan het volgende boek gaan werken als een tiepverslaafde chimpansee maar eerst een tijdje nablijven en overdenken wat nu eigenlijk allemaal verkeerd is gegaan bij het vorige project.
De weerbarstige, corrupte inborst van de mens kennende zal daar echter wel niets van komen vandaar mijn idee dat juist Uitgevers een soort nablijflokaal zouden moeten inrichten voor hun fonds schrijvers. Daar hoeft verder geen liniaal of stok aan te pas te komen, het is puur een bezinningskwestie. Goed voorbeeld van taalverloedering ook: vroeger noemde iedereen het nablijven, tegenwoordig noemen ze het ‘mediteren’ en verdienen ze er nog geld mee ook. Als ‘nablijfspecialist’ ben je een banneling, als ‘meditatiespecialist’ wordt je met open armen ontvangen. Zie daar de volslagen taalverloedering van deze tot op het bot corrupte maatschappij in haar meest nijpende verschijningsvorm.
Wanneer heeft een schrijver of dichter genoeg nagebleven? Als hij in een persoonlijke openbaring al zijn tekortkomingen voor zich ziet en boete weet te doen voor de geest. Als een nieuw mens zal hij het nablijflokaal van de Uitgever verlaten en eindelijk eens boeken gaan schrijven die zoden aan de dijk zetten.
Kees Ceelen
wat Buehler in alle hazerigheid hier kwam neerplempen. Je zult nooit leren recenseren of schrijven als je zo doorgaat. Je lijkt mij een nogal ontvlambare jongeman die niet de tijd neemt stukjes daadwerkelijk te lezen. Opletten, huiswerk maken, niet voor de beurt spreken. Meer heb ik er niet over te zeggen.
Als onderwijzer moet je vanuit de eenzame hoogte lesgeven. Een onderwijzer die zich identificeert met de leerling is een verloren onderwijzer. Een onderwijzer die zich ‘invoelt’ in zijn leerlingen staat binnen korte tijd over Games en Handies te kleppen en werkt zo mee aan de algehele taalverloedering.
Wat mijns inziens altijd een onderbelichtte rol in het onderwijs en ook de literatuur heeft gehad is het nablijven
Het nablijven is een bezinningsperiode voor de leerling. Bedoeling is dat hij zijn zondes en gedrag gaat overdenken. Ook in de literatuur zouden schrijvers en dichters zulke periodes moeten inlassen. Desnoods zou de uitgever eraan te pas moeten komen. Niet meteen aan het volgende boek gaan werken als een tiepverslaafde chimpansee maar eerst een tijdje nablijven en overdenken wat nu eigenlijk allemaal verkeerd is gegaan bij het vorige project.
De weerbarstige, corrupte inborst van de mens kennende zal daar echter wel niets van komen vandaar mijn idee dat juist Uitgevers een soort nablijflokaal zouden moeten inrichten voor hun fonds schrijvers. Daar hoeft verder geen liniaal of stok aan te pas te komen, het is puur een bezinningskwestie. Goed voorbeeld van taalverloedering ook: vroeger noemde iedereen het nablijven, tegenwoordig noemen ze het ‘mediteren’ en verdienen ze er nog geld mee ook. Als ‘nablijfspecialist’ ben je een banneling, als ‘meditatiespecialist’ wordt je met open armen ontvangen. Zie daar de volslagen taalverloedering van deze tot op het bot corrupte maatschappij in haar meest nijpende verschijningsvorm.
Wanneer heeft een schrijver of dichter genoeg nagebleven? Als hij in een persoonlijke openbaring al zijn tekortkomingen voor zich ziet en boete weet te doen voor de geest. Als een nieuw mens zal hij het nablijflokaal van de Uitgever verlaten en eindelijk eens boeken gaan schrijven die zoden aan de dijk zetten.
Kees Ceelen
2 Responses to “De uitgever en het nablijflokaal”
-
“Wordt je” in combinatie met “taalverloedering” vind ik dan weer leuk. Maar ja, dat ben ik.
-
Ceelen hangt echt aaneen van de onwaarschijnlijkheden! Ongelooflijk is dat.
