Archive for March, 2008
De Jamaicanisering van Nederland
Maar alle gekheid op een stokje, er was natuurlijk geen vuiltje aan de lucht vandaag hier in Istanboel. De meeste Turkse kranten vermelden de film niet eens, zover ik kon zien. Mensen leken zelfs iets aardiger dan normaal maar dat was wellicht omdat ik beter oplette.
Dat bracht mij op het idee: waarom altijd die negatieve focus op zo’n negatief idee? We kunnen beter onze energie in iets positiefs steken. De Jamaicanisering van Nederland, bijvoorbeeld. Nu wil het feit dat ik een bepaald, anoniem blijvend persoon, ken die toevallig ook dichter is en een fantastische mix van 6 nummers online heeft gezet die kunnen meehelpen aan het snel Jamaicaniseren van Nederland. Het is broodnodig. Zet morgen allemaal uw raam wijd open en draai deze mix:
Het eerste nummertje is opgedragen aan een wandelende deurmat.
Voorpublicatie Karavanserai
Op In Letterland een voorpublicatie uit Karavanserai, 3 nog niet eerder gepubliceerde
gedichten: zie hier
Deze drie gedichten zijn allen afkomstig uit het eerste deel van de bundel, geheten ‘Mare Magnum’, waarin ik een poging waag het Universum samen te vatten. Dit deel van de bundel bevat m.i. de meest toegankelijke gedichten, en aangezien de 4 delen van Karavanserai elk een andere schrijfstijl hanteren leek het me het best voor de voorpublicatie 3 gedichten uit één deel te nemen.
Jury Libris prijs niet goed snik
De keus voor Plooierijen van geschik maakt nieuwsgierig naar de rest van de longlist. De keus maakt ook nieuwsgierig naar de jury. Is het een jury, die origineel heeft wil wezen? Heeft de jury een statement willen afleggen over de richting die de Nederlandse literatuur moet ingaan? En tenslotte: is een jury die een boek als Plooierijen van geschik eventueel zou willen bekronen met 65.000 euro, eigenlijk wel goed snik?
Uit een stuk van Max Pam in HP de Tijd
De proef op de som
Hoe schlemielig moet je zijn om daar in de verste verte maar een religieuze aangelegenheid in te zien, denk ik dan.
Vandaag ga ik de proef op de som nemen en eens een flinke wandeling door Istanboel maken.
In mijn oranje overhemd. Indien mijn hoofd vanavond nog op mijn romp zit zal ik mijn bevindingen hier posten.
update: Ik vertrek met de ferryboot van 13.40 naar Bostanci. Er stond vanmorgen nog geen woedende menigte aan de deur terwijl toch het hele eiland weet dat ik Nederlander ben. Ik heb echter nog geen hooivork gezien. Toch meende ik in de verte het geblaf van een hond te bespeuren die ‘anders klonk dan anders’, moeilijk uit te leggen zoiets. Op het eerste gezicht lijken de rellen echter mee te vallen, vanavond daarover meer.
A poster
Here is a poster I designed to announce the coming of my former masters to visit my current masters.
Original post by Jehosephat Sunrays
Bespreking gedicht van Maurice Buehler
Dank voor de steunbetuigingen die ik mocht ontvangen, zowel hier op het forum door Mijnheer Risee als door mensen die mij mailden. En aan de Heren Benders en Wullen, ik zal uw raad ter harte nemen en mij voortaan beperken tot het schrijven over poezie. Dat ik daarbij af en toe zal putten uit mijn pedagogische ervaring zult u mij hopelijk niet kwalijk nemen.
‘In Letterland’ van Olaf Risee lees ik regelmatig. Ik moet u eerlijk toegeven dat ik sinds ik zijn rubriek ‘voorpublicatie’ lees beduidend minder dichtbundels koop. Vroeger wist je niet wat je van zo’n bundel zou kunnen verwachten en was je altijd toch nieuwsgierig en trok je dientengevolge weer de knip, maar dankzij Olaf kunnen wij poezieliefhebbers geld besparen doordat 3 gedichten meestal wel afdoende is om te beoordelen wat voor vlees we in de kuip hebben.
Zo heb ik Maurice Buehler’s ‘Door het oog van de Os’ dankzij de voorpublicatie op In Letterland niet aan hoeven schaffen. Ik zal in dit stuk even uitleggen waarom. Een scherp lezer ziet binnen drie seconden al dat Maurice Buehler heeft nagelaten voor de bundel zijn huiswerk te maken. Laat ik even om dit te demonstreren het eerste gedicht uit de voorpublicatie aan een analyse onderwerpen:
Tot bloedens toe
(Dit is de titel van het gedicht.)
Tot bloedens toe poetst hij zijn tanden
(Dit is de openingszin. De titel wordt erin herhaald, terwijl de titel al overdreven genoeg was, vind ik. Maar okee, iemand poetst zijn tanden tot zijn tandvlees begint te bloeden. Waarom?)
trekt nat strak in het kruis
de broek
(Het spijt mij geweldig maar waarom zou iemand wiens tandvlees net hevig begon te bloeden in zijn eigen kruis grijpen, nat en strak nog wel. Bovendien bezigt Buehler hier nog foutief Nederlands ook – het is de broek aantrekken, niet de broek trekken. Zoals het er nu staat trekt deze mijnheer aan iets nats en straks in zijn kruis, waarna:)
weer schurend in de liezen
(inderdaad, zijn broek weer in de liezen begint te schuren. Hoezo ‘weer’? Werd deze handeling als eens eerder gedaan? Waarom poetst deze man tot bloedens toe zijn tanden, grijpt hij zijn eigen jongeheer vast en gaat hij keer op keer zijn liezen met de broek schuren?)
de goede voetballer slaat soms zijn vrouw
(En nu komt Buehlens met een voetballer aanzetten. Het was dus zo’n satijnen voetbalbroekje. Die schuren helemaal niet in de liezen. De voetballer slaat soms zijn vrouw, nadat hij zijn tanden tot bloedens toe gepoetst heeft en heeft geonaneerd in zijn schurende satijnen broekje. Moet dit een soort volkse slapstick klucht voorstellen? Zie ik daar Piet Bambergen schmierend tegen de spiegel lachen?)
waar peptalk past want achter
stukgetrokken
wat voor mondig vorm zoekt
(Buehler vervolgt het gedicht met pure wartaal)
in de krammen drukt op benen krom
zoals het nu uit halve zinnen
loopt om
zomaar even los te zien
(Meer wartaal zonder een enkele metafoor van betekenis)
waarom de kat graag in haar panty’s hangt
het puin in het bad
de stank
van vuilnis in de keuken.
(En het gedicht besluit met een algemene sfeerimpressie die nergens over gaat.)
Zoals u ziet, beste lezer, deze Buehler heeft zijn huiswerk niet gedaan. Het gedicht klopt voor geen meter, ontaard in pure wartaal en heeft geen enkele metafoor of beschrijving die ook maar enigszins als poetisch kan worden omschreven. Het heeft geen verhaal, het heeft geen clou, het is allemaal pure reclametaal, aan elkaar geknoopte oneliners, ontsproten aan de hippe schietfilms die hij wel eens op de buis ziet. Zelfs een zeer vluchtige analyse laat van dit gedicht, als we het al een gedicht moeten noemen, geen spaan heel.
Nee, ik ben blij dat ik dankzij Risee mijn vijftien euro op zak heb kunnen houden.
Kees Ceelen

