Mannentips (aanvullende aantekening)

Als je wat minder van oude hammonds en pre-reggae houd zou je ook, als
je bij het open raam staat met je meid onder de sterrenhemel, deze plaat op
kunnen zetten. Prachtige soul van O.V. Wright, helaas nooit echt populair geworden.
Zeer zwaartekracht bevorderend:

De mens in het beest

Dichter Piet Gerbrandy en filosoof Andreas Kinneging hebben een brievenboek uit. ‘Het Goede Leven’ handelt over het verval van de westerse beschaving. De westerse moraal is naar de vaantjes. Dat is hun gemeenschappelijke uitgangspunt. Over analyse en oplossing raken ze het nooit eens. Na zestien brieven – woord en tegenwoord – houdt het boekje abrupt op. Wat is dan de zin van zo’n publicatie? Beide denkers gooien wel gul en gretig met klassieke referenties en met erudiete kennis. ‘Het Goede Leven’ is een mooie stijloefening, maar biedt de lezer geen soelaas…

Goede boeken doen nadenken en zetten aan tot debat. Daar dacht ik aan toen ik de eerste pagina’s las van het vermakelijke ethische en intellectuele naslagwerkje ‘Het goede leven’ met een uitgebreide briefwisseling tussen Gerbrandy en Kinneging, uitgegeven bij Meulenhoff, beiden Hollanders… Ik ben daar best tevreden mee. Het is een uitstekende brievendialoog tussen een dichter en een filosoof. Het boekje leest als een TGV. Het zijn esthetisch verantwoorde en rationele woorden en zinnen van heel wijze mannen. Heerlijke maar onverenigbare ideeën, dat wel, bvb. een filosoof wordt nooit een dichter. Een dichter wordt nooit een filosoof.

Hoewel ik het niet in mijn hoofd zou halen mijzelf met Horatius te vergelijken, lees ik zijn brieven met intense betrokkenheid. Hij spreekt daarin immers over zaken die jou en mij ten diepste bezighouden. Hoe beheers je je hartstochten? Hoe ga je om met vrienden? Welke verantwoordelijkheid draag je voor een maatschappij die je niet zelf hebt uitgezocht? Kortom: wat is het goede leven? Dat hij om zijn gedachten te ontwikkelen voor de poëzie heeft gekozen, verbaast mij niet. Het is bij uitstek de vorm waarin denken en voelen samenkomen. De stijl is geen kleed maar een huid. (Gerbrandy)

De denkers gedragen zich heel bedaard. Beide schrijvers zijn classici. Dat verklaart veel. De rationele en spitse meningsverschillen worden nooit uitgespit tot heuse dialogen of bitse discussies. Ieder blijft tot op het einde vriendelijk en op zijn eigen terrein. Het is Plato tegenover Aristoteles. De eeuwige tweedeling. Praxiteles versus Pollock. Bach of Händel tegenover Feldman of Stockhausen. Klassiek tegenover modern. De mens tegenover het beest. Het beest in de mens. De mens in het beest. De tegenstellingen worden nooit extremen in de handen van deze wijze mannen. Leuk om deze intellectuele zwaargewichten aardig te zien doen op elke pagina van het boekje terwijl ze toch fundamenteel van mening verschillen.

Veel dank voor je brief. Ik heb hem met plezier gelezen. Je schrijft prachtig. Zinnen als die over ‘horden als veelkleurige attracties opgedirkte dellen, die arm in arm met getatoeëerde krachtpatsers een oeroude vitaliteit uitstralen waarbij ik, als bedaagde intellectueel, jammerlijk verbleek’. Heerlijk. Een genot om te lezen. Maar stijl, daar gaat het, pace Oscar Wilde, uiteindelijk natuurlijk niet om. Stijl is uiterlijk, buitenkant, vorm, verpakking. Alleen weke estheten, zoals Wilde, denken dat stijl hoofdzaak is. (Kinneging)


Terwijl ik ‘Het goede leven’ las, zag ik – wonder boven wonder, alsof men mij iets op de mouw wou spelden – een heus natuurwonder boven mijn eigen stad: een ongeziene, dubbele regenboog. Wow! Misschien is het dat dan wel? De lucht zinderde en spatte gedurende tien minuten uiteen in alle mogelijke kleuren, tot mijn ogen er pijn van deden. Onmogelijk om op film vast te leggen, maar het perfecte addendum bij dit ‘Het goede leven’. Zo komen de dingen op een zeer gelukkige maar onverschillige en amorele wijze samen, met dank aan Moeder Natuur. Het zette me opnieuw aan het denken. Misschien ligt de oplossing niet in het boekje, maar erbuiten? Misschien zijn wij, mensen, fout als we daar een moraal bij willen betrekken? Sommige dingen zijn nu eenmaal zoals ze zijn.

Ik praat graag nog eens met je verder over al deze dingen, Piet, maar dan liever niet op schrift. Want, zoals Plato schrijft in de zevende brief: de ernstigste zaken kunnen nu eenmaal niet goed op schrift gesteld worden. Herlees die passage nog een keer. Dan begrijp je wel wat ik bedoel. (Kinneging)


Gerbrandy en Kinneging gaan weliswaar zorgvuldig de sociale en politieke implicaties van hun denken uit de weg. Dat is uiteraard de fallacy van het boekje. Een moraal kan niet zonder een samenleving. Moraal bedrijf je niet op je computer of in geleerde boeken. Moraal bedrijf je daarbuiten. In Moskou was ik even aan het kijken naar de reality soap ‘Dom 2’. Het tv-programma oversteeg voor mij alle Big Brother-toestanden, omdat hier op kleine schaal een beeld geschetst wordt van de moraliteit of amoraliteit van een beschaving. Of die nu in decline is of niet. Ik leer uit zo’n programma meer over culturele verschillen dan de lectuur van eender welke klassieke of moderne Russische of Westerse denker.

Knarsen je tanden al Piet? Wat ik nu ga zeggen, zal dat vermoedelijk nog doen toenemen. Het beste wat ooit is gezegd, geschreven en gemaakt in de kunsten is in overwegende mate Europees van origine. Het is het product van de Griekse filosofie, het christendom en de gelukkige combinatie van die twee. Natuurlijk, de boeddhistische, hindoeïstische, confucianistische, taoïstische, islamitische en andere tradities hebben schitterende werken opgeleverd, waar we soms veel van kunnen leren. Maar vergeleken met de rijkdom en de diepte van de grote Europese Traditie zijn al deze tradities toch betrekkelijk arm en beperkt. (Kinneging)


Ik denk persoonlijk dat Kinneging hier groot ongelijk heeft. Rekent hij Rusland met zijn formidabele literatuur en cultuur ook tot de grote Europese Traditie? Heeft hij nagedacht over de blijvende nasleep van communisme aldaar en de toenemende invloed van het westen en de gevolgen daarvoor voor de kunsten en de moraal? Sommige passages van ‘Het Goede Leven’ deden mij nochtans nadenken over de situatie in Rusland op dit moment. Kan men daar het beest in de mens ooit tot beheersing brengen? De toekomst lijkt er rooskleurig. Maar dan kom je weer bij de ingebouwde probleemstelling van het boekje: kan men de inherent destructieve krachten van die samenleving voldoende in de hand houden om een goed leven voor alle burgers te garanderen? Op dit fragiele terrein begeven de heren professoren zich echter net niet. Ik vroeg het me wel af. Het lijkt me trouwens niet zo evident, in Rusland geweest zijnde.

Daarom koester ik, misschien tegen beter weten in, de anarchie. Zeker, zij moet ons niet de baas worden. Maar een samenleving die het beest bot onderwerpt, wordt er vroeg of laat door doodgebeten. (Gerbrandy)


Ik ben echt jaloers op de sublieme schrijfstijl van beide auteurs. De ideeën daarentegen zijn verwerpelijk, reactionair en soms op het randje van het wansmakelijke (vb. wat Kinneging hier beweert over de suprematie van de westerse cultuur, Gerbrandy over het ‘beest’ in zichzelf). Gerbrandy is de meest zinnelijke van de twee. Daardoor spreekt hij mij toch het meest aan. Zelf lezen maar. Overbodig boekje van twee weergaloos arrogante geesten. Of moet ik schrijven: lichamen?

Het beest, Andreas, is het lichaam. Het stelt mij ertoe in staat mijn geliefde te beminnen en een lamsbout te braden. Mijn huid voelt het verschil tussen aarde en regen, mijn lippen en tong proeven het schuim van een Westmalle Tripel, mijn ogen peilen het blauw van Filipinno Lippi en het groen van de lariks, ik herken de zang van de heggenmus en de geur van vers wasgoed aan een lijn in de wind. Ook dat is het leven. (Gerbrandy)


Piet Gerbrandy & Andreas Kinneging, ‘Het goede leven’, een briefwisseling, Meulenhoff, 2008, ISBN 9 789029 081566.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De schaakkampioen

Ik was een jaar of tien oud en zat al een jaar of 2, 3 op de schaakclub in Mierlo. Dat hoorde schijnbaar zo, Mierlo was een schaakdorp. Ik was eigenlijk veel te onrustig voor dat spel, zat altijd op mijn stoel te wippen en te zingen tijdens het schaken, meestal tot groot ongenoegen van mijn tegenstander. Ik nam het spel ook volstrekt niet serieus, wat ook vaak de nodige irritaties opleverde. Toch speelde ik wel aardig en wellicht zelfs bij vlagen erg goed, want ik werd toch uitgekozen om mee te doen aan de Brabantse jeugdkampioenschappen. Ik had al wel vaker toernooien gespeeld en had er eigenlijk een hekel aan, maar goed een uitverkorene heeft geen keuze dus ik naar Den Bosch.

Het ging allemaal heel aardig, met weinig moeite bereikte ik de wedstrijd die zou gaan om het doorgaan naar de finalepartij. Maar juist op die wedstrijd kwam ik de meest gevreesde tegenstander van dat toernooi tegen. Ze hadden het overal al rondbazuind, er was een Chinees wonderkind van een jaar of acht aanwezig die de gedoodverfde winnaar van de kampioenschappen was. Superserieus kereltje, met zijn vader als trainer erachter, met een kladblok erbij, notities makend over welke fouten zijn wonderzoon beging. Ik zat aan mijn tafel en hij kwam tegenover mij zitten, zijn gouden aura spatte over de stukken heen.

Ik begreep instinctief dat dit alles of niets zou gaan worden. Dit moest ik bloedserieus gaan nemen anders had ik geen schijn van kans. De jongen, wiens naam ik me niet herinner, was een emotieloze denkmachine. Heldere blik, nooit je direct aankijken. Alleen het bord. Ik besloot dat ik alles op alles zou gaan zetten om te pogen die partij te winnen. Ik hou namelijk niet van jongetjes met gouden aura’s die je niet aankijken. Een archetypische confrontatie, en tegelijkertijd het einde van mijn schaakcarriere.

Heb ik dan verloren? Nee. Ik heb mijn brein op dusdanig fanatieke wijze ingezet tijdens de 85 minuten dat de wedstrijd duurde dat ik, tijdens een in vlagen briljant middenspel, op zodanige voorsprong kwam dat na een dik uur duidelijk was dat de partij voor hem niet te winnen was. Hij gaf het op, nog altijd zonder een spoor van emotie te tonen. Ik had echter mijn hersenen zo overbelast dat ik in de daarop volgende finalepartij geen interesse meer kon opbrengen om daadwerkelijk nog mijn best te doen. Ik barstte van de koppijn. Ik werd dus tweede, en besloot daarna dat ik professioneel schaken een vervelend gebeuren vond. Ik heb sinds die kampioenschappen alleen nog sporadisch af en toe een potje voor de lol gespeeld.

De poeziewereld, deel zoveel

Ik had vandaag in de Guardian een discussie met ene Jane Holland over twee gedichten die zij daar ter commentaar had gepost. Ik zal de crux van mijn argumenten even in het Nederlands vertalen:

1. Men moet een gedicht altijd eerst als geheel beoordelen voor men over details begint. Wat probeert het gedicht te bereiken, wat is het voor gedicht, voegt het gedicht iets toe aan de bestaande canon.

Ik zie vaak mensen poezie bekritiseren die het echt alleen maar over bepaalde kleine details hebben. Dat vind ik geen poeziekritiek, evenmin als ik ‘die camerahoek was niet goed’ en ‘die boom had een wat fletse kleur’ geen goede filmkritiek vind als het over de laatste film van Lynch gaat.

Een film kan veel slechte details bevatten, slecht camerawerk, slechte decors, etc. en toch een steengoede film zijn. Een film kan prachtige camerawerk bevatten, prachtige decors, prachtige kleuren waar je ‘ooooh’ en ‘aaaah’ over kunt roepen maar het is toch een bereslechte film.

In de poezie is het niet anders. Helaas hebben de meeste mensen echter niet het overzichtsvermogen op die wijze naar gedichten te kijken.

2. De toestand in de Britse poeziewereld lijkt al even schizofreen als die in de Nederlandse: je schrijft blijkbaar ofwel poezie voor de gewone man, ofwel voor academici.

Andere smaken bestaan schijnbaar niet. Je bent ofwel begrijpelijk voor de groenteboer op de hoek en de heren ‘academici’ kijken je met de nek aan, ofwel je schrijft zaken die alleen door de heren Academici op hun waarde kunnen worden geschat.

Alsof zo’n tweedeling in de maatschappij uberhaupt zou spelen.
Alsof er niet zoiets als Academische kitsch zou bestaan.

Er bestaat juist heel veel poezie die ik als Academische kitsch zou typeren. De meest wezenlijke taak van de criticus is nu juist de scheidslijn tussen kitsch en echte kunst duidelijk te maken. Gebeurt dat in de Nederlandse poeziewereld eigenlijk wel? Naar mijn idee niet. Ik heb namelijk sterk de indruk dat alle Academici van een soort geheim genootschap lid zijn die schijnbaar, ergens in een donker achterkamertje bij kaarslicht, ooit onder elkaar een eed hebben gezworen dat ze alles wat ze ooit van elkaar onder ogen kregen Grote Experimentele Kunst zouden gaan vinden. Ik heb de term academische kitsch zover ik weet nog nooit horen vallen; dat typeert toch wel op welk niveau de Dames en Heren Literatoren in Nederland kunnen opereren.

Turks vakmanschap vs Chinese rommel

Vandaag naar Sultanamet geweest om van wat bevriende Nederlanders wat spullen op te pikken. Omdat zij, op mijn aanraden, in Hotel Ararat verbleven dacht ik ik neem meteen Karavanserai mee en geef een kopie aan Haydar, de eigenaar van dat hotel die als 2 druppels water op Leonard Cohen lijkt. Helaas was Haydar er niet dus ik heb het boek achtergelaten met de instructie dat Nederlandse gasten hem te bruikleen krijgen.

Sultanamet is waarschijnlijk het meest toeristische deel van Istanboel, alle grote moskeeen liggen daar. Ik kom er vrij weinig, want veel is er niet te beleven. Er zijn wel leuke parkjes en je kunt her en der leuk flaneren en waterpijp roken, maar dat kun je op andere plekken ook in Istanboel.

Na Sultanamet zijn we naar de winkel van Vildan’s vader gelopen. Die heeft naast de Grand Bazaar een kledingzaak. De halve straat daar is de familie Boran. Dat is een erg komisch iets. Wel gezellig ook, want je wordt van her naar der getrokken. En het mooiste is nog dat een oom en een neef allebei een Carbotti zaak hebben. Ik hou van mooie kleren. Ik kocht eerst vaak bij Marks & Spencer, maar die zijn Amerikaans (Of Brits? Zal wel Brits zijn), verschrikkelijk duur, en alles wordt in China gemaakt. Daar voel je je niet echt lekker bij, al hebben ze dan overal ‘eco’ op geplakt en ‘eerlijke handel’. Nee, geef mij maar Carbotti. Echt superhemden maken die, veruit superieur aan kwaliteit van wat je bij Marks & Spencer of andere dure zaken zou kopen. Weet niet hoe duur die hemden in Europa verkocht worden, maar ik koop 3 ultrafijne superhemden voor 25 euro bij Ome Boran. Vaak geeft hij ze ook gratis maar ik kom zo vaak dat ik liever betaal nu.

Turken zijn ongelofelijke vakmensen. Ze maken alles na wat er maar na te maken valt. En dat doen ze dan 10 keer beter dan het origineel. Ik kocht bijvoorbeeld een keer Gucci gymschoenen voor 30 euro, duidelijk nep natuurlijk, maar zagen er prachtig uit. Gym er al 2 jaar op en zien er nog als nieuw uit. Echt prima schoenen. Die echte Gucci’s hadden al 20 keer uit elkaar gelegen. Tip dus voor de Istanboel bezoeker: ja, het is bijna zeker nep wat je koopt. Maar het is 3 tegen 1 beter van kwaliteit dan die in china gemaakte rommel van westerse dure merken.

Karavanserai gearriveerd

De bundel is eindelijk ook hier gearriveerd. Ik woon op een eiland en dan moet je eraan wennen dat de post er standaard twee weken langer over doet. Soms heb ik medelijden met de postbode. Ik bestel wel eens van die dikke, zware boeken van Amazon en die moet hij dan speciaal voor mij de heuvel op dragen. Ik woon nogal hoog op de heuvel namelijk. Enfin, Karavanserai is echt een prachtboek geworden. Alle lof naar de mensen van Nieuw Amsterdam. Ik heb als een ware narcistische mongool meteen een vak in mijn boekenkast met mijn eigen boek weten vullen.

Wat ik wel inmiddels heb ondervonden is dat het wachten op recensies een erg vervelend gevoel is. Daarom heb ik besloten dat totaal in de kiem te gaan smoren door het te compenseren met creativiteit. Ik had vanavond een interview op Stadsradio Helmond, in het programma cultuurbarbaren. Dat wordt al vele jaren verzorgd door Wim Maasakkers en is simpelweg het beste Nederlandstalige cultuurprogramma dat er op de radio te vinden is. Ik merkte dat het naar binnen werken van een paar glazen wijn voor een uitzending een smerend effect heeft op de vloeibaarheid van je spraakkunsten. Ik heb dat toendertijd bij die Dunya prijs ook geprobeerd, in de trein een hele fles wijn naar binnen gewerkt maar helaas bleek bij aankomst dat ik eerst een hele lezing van Komrij moest uitzitten en tegen de tijd dat ik het podium op moest was de wijn alweer uitgewerkt.

Aan de orde kwam onder andere dat ik tegen het voorlezen van poezie ben. Naar mijn mening is voorlezen iets wat je voor kinderen doet. Onder volwassenen voorlezen vind ik volstrekt uit den boze. Daarnaast vind ik poezie iets wat zich tussen de schepper (mij) en de rest van de kosmos afspeelt. Aangezien de lezer onderdeel uitmaakt van de rest van de kosmos vind ik poezie voorlezen een dubbelzinnig iets. Het schrijven was al een wisselwerking – waarom deze wisselwerking nog eens herhalen? Wat voor doel dient dat? Wim Maasakkers had er begrip voor. Een fantastisch programma, dat ‘cultuurbarbaren’.

FRANCOISE HARDY – Ma jeunesse fout l’camp

Brassens – histoire de faussaire

Le Vin!

Bespiegelingen in de nacht

Mensen, ik kan de slaap niet vatten. Dan maar even hier posten. Na mijn redelijk vlotte start als literaire recensent kreeg ik deze week een domper te verwerken. Ik had de Heer Risee verzocht mij een plaats toe te kennen in de redactie van In Letterland. De Heer Risee heeft mijn verzoek echter afgewezen, om onduidelijke redenen. Een rare man. Eerst schrijft hij dat hij graag zou zien dat Kees Ceelen alle literaire bladen in Nederland gaat vullen en vervolgens wijst hij je af als je een bescheiden plekje in zijn eigen blad vraagt. Typerend voor het literair klimaat in Nederland: van voren word je geprezen en van achteren met een mes in de rug gestoken.

Ook in de liefde zit het even niet mee. Ik ben al 15 jaar vrijgezel, mijn eerste huwelijk is op de klippen gelopen. Ik had een paar weken geleden wat afspraakjes met een nette dame uit Bladel met wie ik op de ouderavond een stichtelijk gesprek had gevoerd over haar oudste zoon. Wij zijn vervolgens een paar keer op stap geweest o.a. naar het volarium en het prehistorisch dorp. Enfin, na een leuke dag thuis samen nog een borrel gedronken. Maar toen begon het. Waarom wij niet in de huiskamer konden zitten. Ik had haar al uitgelegd dat dat de kamer is van mijn Kaketoe, Horatius. En dat Horatius slechts zelden pottenkijkers in zijn kamer toelaat. Vrouwen begrijpen dat niet. Dat je een levensgezel een eigen kamer geeft, en al helemaal niet de hele huiskamer. Mijn vorige beminde, juf Fransen, probeerde het aanvankelijk te aanvaarden maar ook bij haar speelde de jaloezie parten.

Gottegotogot. Gottegogot. Wat heb ik een schijthekel aan die besprekingen van Alain Delmotte! Ja, sorry hoor, maar ik verander even van onderwerp. Een mens moet af en toe stoom afblazen. Alain Delmotte, de man die nog nooit een negatieve recensie heeft geschreven. Alain Delmotte, de man die zijn pen doopt in chloroform. De bureaucratische badeend der poezierecensenten. Vandaag draaide hij er weer een lange, gezapige, sloom tikkende eierwekker van een recensie uit. Over die huppelende padvinderspoezie van Kurt de Boodt. U kunt het hier allemaal lezen

Toch lucht het op zo af en toe een beetje te schrijven, al is het dan in die kermismolen van Benders. Wullen is tenminste nergens meer te bekennen, dat scheelt al de helft aan gebakken lucht. Nee mensen, neem maar van mij aan: de meeste vrouwen willen je er alleen maar onder krijgen, net als de slechte poezie. Ik wens jullie een fijne nacht toe.

Kees Ceelen

The desert of love

When I see her,
words build a nest in my mouth.

I can’t sing. My head’s an egg.
The sun’s brooding on my neck.

I will eat my way
through her, some day, like

a dead man
would eat through
a fata morgana,

slowly, leaving nothing
to the begging wind.

How the
living howl
of living.

Juchjuchjuch-juheirassa

Am Dorfrand steht e Brunne,
de Schwengel is schun hohl;
dee weeß gar viel zu plausche
vun anno-dazumol.
Vun Liebe in de Heednacht
mit Bussle ohni Zahl,
vun Träne, die im Kummer
sin in de Brunne gfall.
De Werner schmaichelt ’s Susi,
de Holler blieht am Tor,
er hätschelt ’s un vertätschelt ’s
un fischpelt ’m ins Ohr:

Spitz mer doch dei Mäilche her,
kerschesießer Schatz,
uf deim Pipatschmäilche do
hätt jo meins grad Platz.
Schlaat de Rampasch Porzelbaam
in de Fässer drin,
juchjuchjuch-juheirassa,
muß die Hochzeit sin!

Am Sunntach spielt die Musich,
de Schwartematz haut nin;
im Saal e närrisch Trille,
daß Hoor un Fetze fliejn.
De Erwin schubst es Gunde,
de Horsti biejt ’s Marei;
die Händ un Haxe zawwle,
klingt ’s mol modern un nei.
Es Bier schoomt aus de Flasche,
es brennt so manches Ohr,
doch wann de Trummler inschlaat,
noh singe all im Chor:

Spitz mer doch die Mäilche her,
kerschesießer Schatz…

aus Jakob Vorberger: Wu die Pipatsch blieht – Gedichte in banatschwäbischer Mundart; Landsmannschaft der Banater Schwaben, München, 1994

Nieuw Kunstproject: VOX

Na Lighthouse en Salvia is mijn derde nieuwe project dit jaar VOX.

VOX is ’s werelds eerste virale stichting. VOX is een kunstwerk waarin de sterfelijkheid van het goede doel centraal staat. VOX is een democratisch-viraal initiatief dat de hele kunstwereld op zijn kop zal zetten.

Lees meer over VOX

Het Perdu Manifesto, deel 1

Kameraden,

Allereerst wil ik, voor ik het over het nieuwe poezieprogramma van Perdu ga hebben als nieuwe programmeur van Perdu, de geruchten tegenspreken dat 1) mijn benoeming omstreden zou zijn, 2) dat programmeren op afstand onmogelijk zou zijn en 3) dat het collectief Perdu geen boodschap zou hebben aan intrinsieke vernieuwing.

Om maar met het eerste punt te beginnen: mijn benoeming was slechts ten dele een omstreden benoeming. Er zijn, ook binnen een collectief, altijd elementen die vernieuwing wensen tegen te werken. Het is van levensbelang dat wij als collectief en als samenwerkingsverband Loewak-Perdu zulke dissonante subversieven tijdig weten uit te schakelen. Wij dienen de organisatie te screenen op subversieve elementen en schoon schip te maken, in naam van de vooruitgang en het collectief.

Alleen door het smeden van een collideraal verband met een eenduidige stem kunnen wij het verschil maken als utopisch poeziecollectief.

Punt twee. Programmeren op afstand is postmodern. In het huidige gedigitaliseerde bestel is outsourcing een kernvoorwaarde voor succes. Door van het programmeren van Perdu geen lokale maar een internationale aangelegenheid te maken staan wij als collectief niet langer buiten maatschappelijke ontwikkelingen.

Punt drie. Het huidige programma van Perdu schiet tekort. Het ontbreekt aan vernieuwing. Er is sprake van het consistent programmeren van poezieprogrammas zonder directe aanleiding of aantoonbare noodzaak. Men programmeert ogenschijnlijk om het programmeren. Het programmeren van poezie is zo een zwaktebod geworden om een structureel probleem te ontlopen: het vernieuwen van de entourage.

De utopische entourage is in Perdu zo goed als afwezig en deze afwezigheid wordt verdoezeld door het programmeren van poezie, in plaats van het bedrijven van poezie.

Het nieuwe poezieprogramma van Perdu

Wij, Perdu, worden het eerste programmaloze poeziecentrum. Wij declameren dat het programmeren van programmas een totalitaire poging van het kleinburgerlijk proletariaat is om de poezie aan banden te leggen. Wij geloven dat de poezie zich niet laat programmeren: eenieder die wel gelooft dat de poezie zich laat programmeren kan daarvoor al op diverse, door ons verguisde, propagandistische gemeenplaatsen terecht.

Wij dienen de entourage van Perdu dusdanig te maken dat het programmeren van programma’s overbodig wordt. Mensen moeten naar Perdu komen omdat daar de poezie zelf te vinden is, het bedrijven van de poezie moet er in de lucht hangen. Het programmeren van programma’s werkt die levendige geest tegen. Het programmeren van programma’s is intrinsiek voorspelbaar. Wij dienen er zorg voor te dragen dat er een optimale sfeer ontstaat waarin de poezie kan gedijen. Hiertoe moeten wij ingrijpend vernieuwen en afwijken van de traditionele poeziecentra. Ik hoop daarbij ook op uw steun te kunnen rekenen.

Poezie met voorbedachte rade bestaat niet. Willen wij als Perdu de uitzondering op de regel worden dan zullen wij met een ijzeren vuist het aan banden leggen van de poezie met menschevikische thema avonden en imperialistisch kleinkapitalistisch geneuzel in de vorm van ‘varianten’ en ‘afwijkingen’ krachtdadig in de kiem smoren. Wij zullen de Duma van de Nederlandse Poezie middenin Amsterdam zien verrijzen, als een prachtige, rokende schoorsteen in een groezelig, bewierrookt dissidentenwoud.

M.H.Benders

The sign Sagittarius

I have a problem with the traditional attribution of Jupiter to Sagittarius. In my opinion Sagittarius is almost completely a Uranus driven sign. I’ve studied this sign a lot last year – it’s amazing how many great artists were Sagittarius – almost all great performers were fire signs. Brel (Aries) to Piaf (Sag) – all the embodiment of the living flame. Jupiter doesn’t seem very well fit to Sagittarius at all. The idea of optimism and expansion is perhaps Jupiteristic, but I don’t find those qualities essential about Sagittarius, on the contrary I find them the obvious qualities that are rather false by nature.

The life of a Sagittarius is dominated by one thing: hunting. In order to hunt, they need complete freedom. This is evidently their weak side: they fear the loss of freedom more than anything else. I know quite a few Saggis and they all react more or less the same way to saturnine elements: they run away like a deer in the forest would. A Sag is an excellent hunter, which is why the sign is so fit to produce artists. The attribution in the Tarot for Sagittarius is also named ‘Art’. It seems to be sort of the reverse formula of Gemini. Both signs deal with duality and schizophrenia. In Gemini they are united in a mercurial fashion, pyramid style: the higher you get, the more they are united. This is also my impression of gemini’s in general – the higher the type, the less schizophrenic. In Sagittarius, however, the formula is almost reversed. The higher the type, the more dualistic. The inner light is alchemically transformed and breaks when it reaches the higher points, overlooked by a Janus-like figure. There is no absolute unification as there is in the Higher Gemini card. I have found in practice that Sagittarius, even though they do not seem as schizophrenic as a Gemini does, in reality deep inside is usually much worse than a Gemini, but also much more interesting.

Let’s not forget, it’s a November sign. Essentially a dark sign, maybe even darker than Saturn. Saturn is relatively simple. And, interestingly, also deal with dualities: but here, the formula is pretty much the same as in the Lovers card, the Hermit having been exchanged for Pan.

The weakness of the hunter is that he must hunt, to prevent himself becoming the hunted.

Tegen het voorlezen van poezie

Joost Baars vroeg me deze week of ik mee wou doen aan een lezing/avond over Hans Vlek in Perdu. Ik krijg tegenwoordig wel vaker vragen voor lezingen of optredens ed maar zeg altijd nee. Dat is niet alleen omdat ik in Istanbul woon. Ik zou waarschijnlijk ook ‘nee’ zeggen als ik in Nederland woonde. De laatste keer dat ik op een podium stond was toen ik de Dunya prijs in ontvangst nam. Gerrit Komrij was er toen ook en kan zich vast mijn hypernerveuze optreden nog wel herinneren. Een drilboor was er niks bij. Interessant is dan de vraag: waarom ben je eigenlijk zo nerveus? Want ik heb in mijn leven vele zaken gedaan die veel gewaagder waren, ook voor een publiek. Ik gaf ooit een serie performances, 1 met dansers en een blinde geluidskunstenares, 1 met een bak teringherrie en live zingen onder de douche. Die vond ik allebei leuk om te doen en de nerveusiteit viel mee.

Het is dus niet perse zo dat ik podiumvrees heb. Ik heb mijn geest geanalyseerd en geconcludeerd dat ik gewoon een enorme hekel aan de ‘lezing’ constructie heb. Zo’n opstelling waarbij je voor een publiek staat, gescheiden, het publiek valt niet te betrekken, ogen zijn gericht op jouw persoon in plaats van op de performance. Die hele setup irriteert me. Ik hou daar niet van, van die tegenstelling publiek-lezer, semi-passief en passief. Poezie is iets tussen de kosmos en mij. Als het mij niet lukt de lezer daar direct bij te betrekken voelt dat voor mij als een banaal iets aan. Ik hou op gebied van performances van totaalkunst: het slechten van de grens tussen performer en publiek. Voorlezen van poezie vind ik echt slaapverwekkend saai. Ik zie de meerwaarde niet van het gedicht van papier lezen.

Als ik naar een poezielezing ga voelt dat altijd een beetje als zo’n oude B2 pornobioscoop. Iets wat feitelijk een communicatie tussen kosmos en mens is wordt neergezet als een gezelschapspelletje, een soort bingoavond voor pseudo-intellectuelen. Iets wat feitelijk de meest persoonlijke communicatievorm is wordt tot voer voor wat klapvee. Is dat een misantropische instelling? Het is mij om het even. Ik zie er de meerwaarde niet van, noch voor mijzelf noch voor het publiek.

Smile brazen monster

I discovered this image by stumbling over a dead rat. I was in my attic searching through old boxes of toys and books. Apparently either the cats had killed it, or it had just crawled into my domain to die a digniï¬ed death amongst stacks of great works of western literature and MUSCLES (a delightful little collection of Japanese toys from the 80s, if you didn’t know). Regardless of how it got there, in the dim lighting I didn’t see it and suddenly found myself cheek down on the floor. This was a fortuitous occurrence as I was peering through an accidental tunnel between boxes at a discarded sheet of paper. I reached in and it was embellished with the mysterious image you are now seeing before you. The words “GURGLE ANTIQUITY ANASTASIA†were inscribed on the back.

I know that I must have drawn this, as it is executed in my own hand, but I cannot remember doing it. If anyone has any interpretations please let them be known.

The Rat was given an honorable burial.

Original post by Jehosephat Sunrays

The Media as the New Church

If there’s anything clear about the past 80 years it’s the fact that the Media have actually replaced the role the Church used to occupy in our societies. Where in the old days people were told by the Church what to believe, what worldview to have, how to look out on the world nowadays this role is fulfilled by the media. It was a smooth transition, almost unnoticeable. And as the old believers were incapable of seeing the problem of a patriarchal hierarchy telling them what to do, the same is true nowadays: most people do not realize what big problems the media represents.

There’s a crack, a huge crack, in the old monopoly of the media caused by the internet. Doubtlessly with horror, the media and the large cooperations and governments behind them found out that the internet by nature is not monopolisable. Where the old news was simply a hierarchy comparable to the old church, the internet is by nature anarchistic. Because of this, it slowly became more and more apparent to the public, at least to the intelligent part of the public, that history and news are phenomena that are actually staged instead of just deterministically happening.

There are countless examples of such ’staging’ the last ten years. One doesn’t need to be too bright to see them. Hussein pulled out of a hole in the ground at Christmas time? Right. Beheadings of westerners, conveniently only occurring in the month after Abu Graib? Right. It’s not like they’re trying very hard to hide these ’staging events’. For chrissake, they even publicly admitted that there was a ‘ministry of propaganda’ operative in 2002. So why is it just the last ten years that people are starting to actually notice these things? The answer is simple: internet. Does anyone actually believe that something like Abu Graib would have even surfaced in the old days, when the monopolistic news channels were in total control? Of course not. Did the Gulf of Tonkin incident get a lot of critical research in the media? Nope. It’s the internet that has breached the Berlin Wall of the Old Media, the Altar of the New Church. Events were always staged in exactly this way, it’s just that the last ten years that became more easy to understand since the newsflow was hard to control.

So, now we know our news programs and history are partly staged and invented, what can we do about it? Simple. Just stop watching. That’s all you need to do. Don’t fool yourself by thinking you’ll miss something. You are not. You have stopped listening to a liar that tries to fool you and brainwash you about how the world out there is, was, or should be. I guarantee you that the world without media and the world without news is a world that is brighter, more intelligent and much better to live in. It’s really no use to keep listening to something that was just invented to fool you. The only way of getting rid of the influence of the church is stop going there every sunday.

Everybody knows

Gore Vidal over de Amerikaanse verkiezingen

The ten most important records of past 30 years

In random order, some comments inserted to clarify:

1. L.S.D. – Coil – 1991

Coil

This album is simply brilliant. It’s what started up house music. It mixes a wide variety of styles in hauntingly weird songs.

2. Time Boom De Devil Dead – Lee Perry & Dub Syndicate – 1987


This album is a must have for anyone who likes intelligent, spacey music. It’s a masterpiece.

3. Opus Dei – Laibach – 1987


This is simply the best artwork ever made last 25 years. And more relevant than ever.

4. Scrabbling at the lock – The Ex & Tom Cora – 1991


Sheer brilliance, the combination of Tom Cora’s chello and the power of the EX. Best concerts I have ever seen.

5. With Love from the Boys – Claw Boys Claw – 1986


This is simply the best dutch rock record ever, and it’s a shame its gone out of print.

6. But What Ends When the Symbols Shatter – Death in June – 1992


Weird band but brilliantly moody and atmospheric. The opening song is one of the strangest songs I know.

7. Murder Ballads – Nick Cave – 1996


Murder Ballads is simply a masterpiece. Cave will probably never be able to top that.

8. I’m your man – Leonard Cohen – 1988


This album is likely the greatest album ever made. Impossible music.

9. Dirty Mind – Prince – 1980


An insanely horny record. It kicks ass like no other record does.

10.Criminal Minded – Boogie Down Productions – 1987


This is the only hiphop record ever made that i still play after 20 years. That says something.

ZNS

Blijft toch het beste nummer van Neubauten:

Gmail art

The sick man of the world

Idealism, to take the dictionary definition, is “the tendency to represent things in an ideal form, or as they might or should be rather than as they are.” At first glance, it may appear to involve a – usually unfavourable – comparison between the world as it is, and the ideal of a world as it should be, or the ideal of a world that is desired. On closer inspection, it turns out that although the ideal of a desired world is indeed on one side of the comparison, the world as it is is not on the other. Instead, one imagination is being compared with another.

If we assert, for instance, that the world would be a better place without private ownership of firearms, it is necessary to assert – either implicitly or explicitly – that a world with private ownership of firearms is inferior to this ideal. Before one can express a preference for an ideal, one must first invent a complementary problem. The idea that “private ownership of firearms is bad” exists nowhere outside the mind of the judge, by the very virtue of that fact that it is an idea.

The greater and the grander the ideal, the greater and more dire must be the invented problem, and the latter must logically precede the former. The idealist, then, and the dreamer, is not the messenger of hope, therefore – he is first and foremost a creator of sickness, an inventor of imaginary ills which his grand schemes are to cure. Moreover, since the ideal must remain in the future, and the sickness in the present, the idealist has no avenues for escape from the ills he has created for himself, other than abandoning his ideals. “Fulfilling the ideals” will not help him, since the sickness which demands a cure arises not in the world itself, but in his imagination.

Far from being a visionary, therefore, and far from being a bringer of hope, the idealist is actually a harbinger of woe, and a formentor of discontent. The idealist is a doctor who infects his patients in order that he might treat them. The apparent optimism with which the idealist wants to “change the world” is really nothing but a sticking plaster over the pessimism and negativity which drives his ideals. If we are to ask the question “is idealism a disease?” then what could better qualify as a mental dysfunction than an insistence on creating imaginary problems which one forces oneself to “solve”, than a compulsion to perceive imperfections and to infect others with such a perception?

To abandon the sickness is to abandon the ideals, but must this remove our motivation? If we are hungry, it is simply unnecessary to invent fables about a world without our hunger being a “better place”; we simply eat to remedy the hunger. We need not “fight the good fight” to eradicate our own hunger from the world. Instead, we merely react to what is in the best way that we can, without the inteference of imaginary value-based underlying reality. Indeed, it is only by the removal of attention from the imaginary that we can fully perceive the real, and it is only by perceiving the real that we can determine what our preferences really are.

Erwin Hessle

Peter Wullen

Nu Wullen toch in Rusland zit voorlopig en wellicht niet eens meer terugkomt gooi ik, bezien dat ik van allerlei kanten commentaar krijg op de benoeming van Wullen tot hoofdredacteur, de vraag even in de groep, want wij houden hier van transparantie. Wat hebben jullie eigenlijk tegen Wullen?

Pom Wolff schreef bijvoorbeeld vandaag op zijn weblog: Benders heeft een halve paardenkop als mederedacteur naast zich benoemd. een zekere wullen. weet u nog wel. als u de hele nacht boven uw toiletpotje hebt gehangen en als u dan die naam wullen ergens bij toeval hoort dan komt uw gehele darmflora tot bloei in uw weeceetje. uitgerekend de domste belg die god ooit in vlaanderland heeft laten geboren worden duldt deze benders naast zich. een haatzaaier, een dombo, een rancuneuze oude man met nare rode plekken in zijn nek – met een abstractievermogen en een onderscheidingsvermogen van een nivo dat in testen niet te meten is – met een naam – wullen – zeg het eens tien keer achter elkaar, wullen, wullen en u loopt niet vrolijk meer door uw huiskamertje dat voorspel ik u. een zielepoot overal uitgekotst overal weggehoond en weggelachen vindt op loewak een welkom. benders is of zwaar dementerend of gehelemaal aan de drank geraakt in dat altijd weer zo mooie istanboel

Voorts kwam Risee klagen dat hij zelfs niet voor 40.000 euro voor een blad zou willen werken waarin Wullen in de hoofdredactie zit.

Wat hebben jullie nou eigenlijk precies tegen Wullen?

De Loewak strategie

Mijn naam is Marco Nijhuis. Ik ben in het dagelijks leven marketeer bij een groot marketingbureau in de Randstad. Benders verzocht mij om, als een soort van proefproject, te kijken hoe ver wij met Loewak kunnen komen. Omdat ook marketing een kunstvorm is. Ik heb afgelopen weken onderzoek gedaan naar de positie van Loewak binnen de catagorie literaire websites en ik heb daaruit volgende conclusies getrokken:

1. Loewak heeft basaal bezien 3 concurrenten. Dit zijn Meander, de Contrabas en In Letterland. Meander is een twijfelgeval want eigenlijk niet echt een interactief log – meer een stug, ouderwets blaadje wat door vrijwilligers wordt staande gehouden. Laten we het dus houden op 2 concurrenten.

Vraag 1: Hoe kunnen wij deze concurrenten op de meest effectieve en snelle wijze van de markt drukken?

Na onderzoek is mijn conclusie dat In Letterland de grootste concurrent is. Op de Contrabas, die steevast valse cijfers over bezoekersaantallen publiceren waarin hits met unieke bezoekers verward worden, hangt steevast hetzelfde clubje van ongeveer 10 mensen rond. De logische strategie om te volgen is dus het opkopen van de Contrabas en met gezamenlijke kracht de grootste concurrent van de markt drukken.

Dit kunnen wij doen door de volgende strategien toe te passen:

1. Het weghalen van auteurs bij de Contrabas en In Letterland – daar ben ik momenteel aktief mee bezig. Mensen duidelijk maken dat er een beter alternatief is. Dat het verouderde formules zijn.

2. Het duidelijk maken dat Loewak het enige advertentievrije blad is van de drie

3. Het binnenhalen van subsidies die wij vervolgens weer inzetten om een monopoliepositie op de Nederlandse Literatuurmarkt te veroveren.

Punt 1 is een kwestie van tijd. Mensen zullen inzien dat ze achter een achterhaalde oude fiets lopen en de sportwagen preferreren. Punt 2 spreekt voor zich, wij zijn het minst commercieel van de 3 bladen. Sterk argument. Punt 3 behoeft enige nadere toelichting:

Er gaat momenteel ongeveer 7 miljoen euro in literaire subsidies om. Het is mijn inschatting dat, als het ons lukt een monopoliepositie op de markt te veroveren, wij minimaal 30% van die subsidiestroom moeten kunnen indammen. Dan gaat het dus over 2,1 miljoen euro per jaar. Daarnaast is er nog de belgische subsidiemarkt waarvoor wij ook in aanmerking komen. De perspectieven zijn dus goed, vandaar ook dat ik er wel brood in zag.

Wat wij komende tijd moeten doen:

1. Een lobby starten bij elke subsidiabele groep met potentie.
2. Het uitbreiden van Loewak, hoe groter hoe beter.
3. Het benadrukken van het commerciele karakter van de concurrenten.
4. Het wegtrekken van goede auteurs bij de concurrentie
5. Het inzetten van virale marketing als monopolatief coefficient.

Conclusie: het is naar mijn schatting mogelijk om binnen 2 jaar als collectief zowel
de concurrentie te decimaliseren als een monopoliepositie te verwerven op de Nederlandse
Cultuurmarkt, met een groeiperspectief van naar schatting 600-700%. Hiertoe moeten
echter wel tijdelijk de juiste maatregelen getroffen worden. Ik raad alle Loewak auteurs aan dat
in de oren te knopen zodat wij gezamenlijk een flinke slag kunnen slaan.

Marco Nijhuis

 

De juiste vraag

Significeert het gebrek aan juiste vragen en de overvloed aan literaire prijzen niet juist iets markants in de poeziewereld? Waarom is de themavraag van een discussieavond tussen academici over poezie ‘heeft poezie nog wel toekomst’ alsof juist dat de wezenlijke vraag is die er gesteld moet worden, en niet bijvoorbeeld ‘waarom moeten academici ons vertellen of de poezie toekomst heeft’? Wie kan zo’n rudimentair onnozele vraag nu serieus nemen? Is zulke onnozelheid van zogenaamd intellectuele roerleiders niet juist het probleem? Moeten we het daar niet eerder over hebben?

Ik ben het echt meer dan zat keer op keer de ene valse tegenstelling na de andere te moeten aanhoren in het kader van het zoveelste ‘poeziedebat’ tussen figuren die nog niet zouden begrijpen wat filosofie is als ze ermee doodgeslagen zouden worden. Want dat is het wezenlijke probleem: de intellectueel is, als archetype, de Nederlander feitelijk volslagen vreemd. De intellectueel, dat is een Frans archetype: Nederland heeft nooit veel intellectuelen van enige betekenis gehad en dan zie je nog dat degenen die feitelijk de slechte leerlingen van een mislukt archetype zijn zich ook nog met de poezie moeten menen te bemoeien. Waarom? Dat is de vraag die ik wel eens beantwoord zou willen zien.

Naar een hervorming van ons bestel

Eerder schreef ik al over de noodzaak de secularisatie van ons politieke bestel verder uit te breiden, zie daarvoor mijn artikel ‘seculiere waarden moeten op de schop‘. Verder leverde ik recentelijk een idee aan hoe onze democratie op andere wijze in te richten. Ik ben toen niet uitgegaan van het afschaffen van politieke partijen maar van het vervangen van alle huidige politieke partijen door een nieuw partijensysteem dat letterlijk de maatschappij weerspiegelt in plaats van een kleine serie verouderde ‘idealen’, zie mijn voorstel voor hervorming van ons democratisch systeem

Deze beide wijzigingen beschouw ik als essentieel voor het opnieuw tot leven wekken van onze democratie. Het is van essentieel belang dat de secularisatie van onze samenleving wordt voortgezet en uitgebreid, omdat de uit de 17e eeuw stammende ’scheiding tussen kerk en staat’, hoewel nog steeds belangrijk, als secularisatie simpelweg niet meer voldoet.

Het modelleren van politieke partijen naar de samenleving in plaats van het modelleren van de samenleving naar politieke partijen is een volgende uiterst essentiele zet. De kamer moet op een volstrekt doorzichtige wijze de samenleving representeren en dat betekent dat alle groepen in die samenleving binnen die kamer hun eigen stem moeten krijgen. Wat er schort aan het huidige bestel is dat alle politieke partijen bestaan uit politicologen, die allemaal een ander rolletje spelen. De ene politicoloog pretendeert voor de belangen van de arbeider op te komen, de andere politicoloog pretendeert voor de belangen van de ondernemer op te komen. Niemand, maar dan ook niemand, heeft mij ooit kunnen uitleggen waarom daar geen arbeiders of ondernemers in plaats van politicologen zitten. Mijn voorstel is dan ook om alle ideologien per direct op te heffen en al deze politicologen, inclusief de ‘popi-jopi’ politicologen, in de politicologenpartij te zetten. We zien dan wel hoeveel stemmen die gaat trekken.

De secularisatie van ons bestel moet een stappenplan worden. Ik noemde al de Scheiding tussen Media en Staat die in beide richtingen erg belangrijk is: de Staat mag geen Media in bezit hebben want dat leidt tot rampzalige situaties (Berlusconi, USA) – ook niet indirect – en journalisten moeten uiterst kritische vragen en programmas kunnen maken zonder politieke inmenging.

Met deze secularisatie zijn we er nog niet. De volgende stap is een Scheiding tussen Wetenschap en Staat. Er moet een einde komen met de staatsbemoeienis omtrent wat wel en wat niet wetenschappelijk mag worden onderzocht. De staat moet, omdat wetenschappelijke vooruitgang van levensbelang mag worden geacht, belangeloos en zonder eisenpakket middelen ter beschikking stellen om zoveel mogelijk wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken.

De derde secularisatie houdt hier weer verband mee, de Scheiding tussen Economie en Staat. Deze secularisatie is feitelijk het meest essentieel maar tevens ook de meest lastige: De economie moet van het bestuur worden ontkoppeld in zulke mate dat de economie de verantwoordelijkheid wordt van het bedrijfsleven en niet van de staat, en dat het bedrijfsleven via partijen invloed mag uitoefenen en niet op enige andere wijze. Ook moet de wetenschap onafhankelijk van het bedrijfsleven kunnen functioneren. De huidige trend wijst op een zeer gevaarlijke tendens alleen nog wetenschappelijk onderzoek te financieren dat winstgevend belooft te zijn.

Bij afdoende realisatie van deze 3 secularisaties en het nieuwe partijensysteem zouden wij een betrouwbare, interessante en vernieuwende rechtsstaat hebben die veel democratischer, zuiverder, en beter is dan het huidige zwaar corrupte bestel dat puur op mediahypes drijft.

Ik verkeer niet in de illusie dat het plan ook maar een schijn van een kans maakt, maar wou toch even meedenken over een staatsvorm die ik wel nog enigszins democratisch acht.

Documentaire over Zizek

Deel 1Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5Deel 6Deel 7

Het poeziedebat in Nederland

Ik zal er geen doekjes omheen winden: ik erger mij regelmatig groen aan het zogenaamde ‘poeziedebat’ in Nederland. Dat is vooral debet aan het feit dat deze altijd bol staat van de valse tegenstellingen. Zeg nu zelf, een tegenstelling ‘hermetisch-helder’, dat zou toch alleen een gedrogeerde wauwelneef verzinnen? Maar nee, in Nederland is de poezie schijnbaar ofwel hermetisch, ofwel duidelijk en verstaanbaar. Daar moet je in de kunstwereld eens mee aankomen, dat abstracte kunst niet mag omdat het niet begrijpelijk genoeg is. Alleen een totale schlemiel zou zo’n stelling zelfs maar te berde brengen. Maar in de Nederlandse poeziewereld mag alles, want de Heren Academici worden nergens op afgerekend. Het gebrek aan nuance is schrijnend.

Het ene bespottelijke stuk na het andere ziet het licht. Neem nou dat essay van Van Reybrouck – een gedrocht in al zijn facetten. Alleen al het kunstinhoudelijke aspect (want Reugebrink heeft het poetische deel al behandeld vandaag). Je staat toch met je oren te klapperen als zo’n man doodleuk beweert dat de ‘figuratieve kunst weer terug van weggeweest is’. In 2008! Iets wat in de kunstwereld vooral in de 80′er jaren speelde toen de yuppies genoeg kregen van abstracte kunst en er een hele rits nieuwe figuratieve, vooral Amerikaanse schilders begonnen.

Maar nee, in 2008 zijn de figuratieve schilders plots weer terug, vindt Van Reybrouck. En dat terwijl het juist het surrealisme en absurdisme zijn en multidimensionele gemengde technieken die de laatste 6 jaar sterk in opkomst zijn. Erger wordt het nog als Van Reybrouck dat foutieve gegeven (populariteit van figuratieve schilders) probeert te koppelen aan een conclusie m.b.t. de poezie. Want figuratief, dat is per definitie helder! Er moeten heldere gedichten geschreven worden! Er moet weer verhalend worden gedicht! Want verhalende gedichten, die zijn helder en begrijpelijk. Brrrr.

In welk jaar werden de toneelhaken ook alweer afgeschaft?

« Previous Entries