Bespiegelingen in de nacht
Mensen, ik kan de slaap niet vatten. Dan maar even hier posten. Na mijn redelijk vlotte start als literairerecensent kreeg ik deze week een domper te verwerken. Ik had de Heer Risee verzocht mij een plaats toe te kennen in de redactie van In Letterland. De Heer Risee heeft mijn verzoek echter afgewezen, om onduidelijke redenen. Een rare man. Eerst schrijft hij dat hij graag zou zien dat Kees Ceelen alle literaire bladen in Nederland gaat vullen en vervolgens wijst hij je af als je een bescheiden plekje in zijn eigen blad vraagt. Typerend voor het literair klimaat in Nederland: van voren word je geprezen en van achteren met een mes in de rug gestoken.
Ook in de liefde zit het even niet mee. Ik ben al 15 jaar vrijgezel, mijn eerste huwelijk is op de klippen gelopen. Ik had een paar weken geleden wat afspraakjes met een nette dame uit Bladelmet wieik op de ouderavond een stichtelijk gesprek had gevoerd over haar oudste zoon. Wij zijn vervolgens een paar keer op stap geweest o.a. naar het volarium en het prehistorisch dorp. Enfin, na een leuke dag thuis samen nog een borrel gedronken. Maar toen begon het. Waarom wij niet in de huiskamer konden zitten. Ik had haar al uitgelegd dat dat de kamer is van mijn Kaketoe, Horatius. En dat Horatius slechts zelden pottenkijkers in zijn kamer toelaat. Vrouwen begrijpen dat niet. Dat je een levensgezel een eigen kamer geeft, en al helemaal niet de hele huiskamer. Mijn vorige beminde, juf Fransen, probeerde het aanvankelijk te aanvaarden maar ook bij haar speelde de jaloezie parten.
Gottegotogot. Gottegogot. Wat heb ik een schijthekel aan die besprekingen van Alain Delmotte! Ja, sorry hoor, maar ik verander even van onderwerp. Een mens moet af en toe stoom afblazen. Alain Delmotte, de man die nog nooit een negatieve recensie heeft geschreven. Alain Delmotte, de man die zijn pen doopt in chloroform.De bureaucratische badeend der poezierecensenten. Vandaag draaide hij er weer een lange, gezapige, sloom tikkende eierwekker van een recensie uit. Over die huppelende padvinderspoezie van Kurt de Boodt. U kunt het hier allemaal lezen
Toch lucht het op zo af en toe een beetje te schrijven, al is het dan in die kermismolen van Benders. Wullen is tenminste nergens meer te bekennen, dat scheelt al de helft aan gebakken lucht. Nee mensen, neem maar van mij aan: de meeste vrouwen willen je er alleen maar onder krijgen, net als de slechte poezie. Ik wens jullie een fijne nacht toe.
Kees Ceelen
