Driek van Wissen
Dat kon natuurlijk alleen in Nederland gebeuren, dat een post als ‘Dichter des Vaderlands’ al bij de tweede invulling totaal werd verkracht. Hoe verzin je het een man als Komrij te laten opvolgen door een sinterklaasrijmelaar als van Wissen? Maar goed, daarover is al wel genoeg geschreven. De post heeft simpelweg de aanzien die het nooit gehad heeft voor minstens een paar decennia verloren.
Het ergste is nog dat die van Wissen niet eens in de verste verte probeert er nog iets van te bakken. Je zou denken dat zo’n man toch denkt dat hij, met die aandacht op zich gevestigd, tenminste een beetje beter zijn best moet gaan doen. Maar hij wordt alleen maar genanter en erger, getuige dit uiterst schlemiele versje in NRC gister:
Guus Geluk Gewenst
Dit is zelfs voor van Wissen onder de maat, en dat zegt heel wat. Wat is er toch aan de hand met Nederland dat ze nooit maar dan ook nooit reglementen weten verzinnen die hout snijden? Echt op elk front loopt het mis (van belachelijke immigratieregels die geen enkel effect hebben tot overlullig en patroniserend domeinnamen verhandelen) en het loopt altijd mis op dezelfde achilleshiel: het onvermogen het belerende wijsvingertje in de broek te houden bij het opstellen van regels. Dat verkrampte kleinburgerlijke moralisme moet in Nederland gewoon de overhand hebben, want anders menen ze de weg kwijt te zijn.
Het echte geluk hier ligt natuurlijk aan van Wissen’s zijde: hij mag zich gelukkig prijzen dat ik niet de baas van Nederland ben. Ik zou de geheime dienst inzetten en hem een week lang aan zijn kortzichtige baardje laten ophangen als hij het waagde zo’n rijmelscheet onder mijn bewind tevoorschijn te toveren.
Ik zou die uit de pleepot van Antoon Pieck ontsnapte papierkabouter standrechtelijk laten fussileren als hij daarna nog in herhaling viel.
Van Wissen mag zich dus gelukkig prijzen met het kleinburgelijk moralisme dat mensen als hem in bescherming weet te houden. Zo zie je maar weer, ook het maaiveld heeft wormen nodig. Je verwacht alleen geen worm aan het stuur van de traktor.
Het ergste is nog dat die van Wissen niet eens in de verste verte probeert er nog iets van te bakken. Je zou denken dat zo’n man toch denkt dat hij, met die aandacht op zich gevestigd, tenminste een beetje beter zijn best moet gaan doen. Maar hij wordt alleen maar genanter en erger, getuige dit uiterst schlemiele versje in NRC gister:
Guus Geluk Gewenst
Dit is zelfs voor van Wissen onder de maat, en dat zegt heel wat. Wat is er toch aan de hand met Nederland dat ze nooit maar dan ook nooit reglementen weten verzinnen die hout snijden? Echt op elk front loopt het mis (van belachelijke immigratieregels die geen enkel effect hebben tot overlullig en patroniserend domeinnamen verhandelen) en het loopt altijd mis op dezelfde achilleshiel: het onvermogen het belerende wijsvingertje in de broek te houden bij het opstellen van regels. Dat verkrampte kleinburgerlijke moralisme moet in Nederland gewoon de overhand hebben, want anders menen ze de weg kwijt te zijn.
Het echte geluk hier ligt natuurlijk aan van Wissen’s zijde: hij mag zich gelukkig prijzen dat ik niet de baas van Nederland ben. Ik zou de geheime dienst inzetten en hem een week lang aan zijn kortzichtige baardje laten ophangen als hij het waagde zo’n rijmelscheet onder mijn bewind tevoorschijn te toveren.
Ik zou die uit de pleepot van Antoon Pieck ontsnapte papierkabouter standrechtelijk laten fussileren als hij daarna nog in herhaling viel.
Van Wissen mag zich dus gelukkig prijzen met het kleinburgelijk moralisme dat mensen als hem in bescherming weet te houden. Zo zie je maar weer, ook het maaiveld heeft wormen nodig. Je verwacht alleen geen worm aan het stuur van de traktor.

Wat een gezwalk, in de ene zin staat het volk ‘met beide benen op de’ (platgetreden) ‘grond’, in de andere is het weer beteuterd en confuus. Enz enz enz.
En ik was helemaal niet voor Guus, die landverrader! maar voor Espanja, de club van mijn schoonvader!