Archive for July, 2008
Benders presenteert: nieuw subsidiesysteem kunst & cultuur
Benders Nieuwe Systeem
Ik ga even uit van een voorzichtige schatting van 100 miljoen euro aan totale kunst, cultuur en evenementssubsidies.
Alle subsidies worden afgeschaft. Dat betekent dat zo’n beetje elk cultureel evenement in Nederland op zijn kop gaat. Mooi, wellicht dat dat ‘publiek’ dan eens zal merken dat het iets mist.
Wat we in plaats daarvan gaan doen is elk jaar 100 kunstenaars, muzikanten, dichters, architecten etc. 1 miljoen euro geven.
Stel de poezie is 5% van het geheel dan zouden dus 5 dichters elk jaar 1 miljoen euro krijgen. Zeg een Vroman, een Ter Balkt, een Kouwenaar, een Verhelst, een Heytze.
Deze dichters hoeven daarna zich nooit meer zorgen te maken voor hun inkomensvoorziening en kunnen dus dientengevolge de rest van hun leven aan de kunsten wijden.
Na 10 jaar hebben we dus 50 miljonair-dichters, na 50 jaar zijn dat er al 250.
250 dichters die zich nooit meer ergens zorgen over hoeven maken en hun hele leven aan de kunst kunnen wijden. Dat zal een hoop mooie poezie opleveren.
Na 50 jaar hebben we in totaal 5000 creatievelingen die zich fulltime aan de kunst kunnen wijden.
Bij het andere systeem hebben we na 50 jaar eigenlijk niks meer over. Ja, we hebben wat leuke festivals gehad voor het publiek waar nauwelijks iemand op afkwam. Festivals die toch wel georganiseerd zouden worden, vooral als je 5000 miljonairs kunt aanspreken.
Dat is echter nog niet het ultieme voordeel van dit systeem. Dat zit hem in het feit dat dichter zijn een bijzonder geliefde kunde wordt als je er groot kans mee maakt miljonair te worden. Gevolg: enorme stimulatie van het schrijven, enorme aanwas van nieuwe dichters. Enorme aanwas van het aantal lezers ook want iedereen wil het geheim weten van die lui die al een miljoen vingen.
Stel daar tegenover het huidige systeem waarin een dichter zelfs met beurs van het fonds der letteren nog regelmatig op een houtje zal moeten bijten.
Willen wij naar het publiek een opvoedkundige functie hebben als overheid dan moeten wij laten zien dat het ambt van kunstenaar of dichter ook de grootste beloning rechtvaardigt. Door een groep van kunstenaarsmiljonairs te kweken ipv het sponsoren van evenementen geven wij een publiek signaal af dat de kunst het hoogste goed is dat de mens bereiken kan. Dat de kunstenaar niet het publiek dient te dienen maar andersom. Ook naar het buitenland toe zal dit een prima indruk maken. Terwijl de internationale gemeenschap een karig miljoentje per jaar via de nobelprijs uitschrijft geeft Nederland vlot 100 Nobelprijzen per jaar aan de kunst uit. Dat zal een grote aantrekkingskracht uitoefenen op kunstenaars om zich in Nederland te vestigen. Nederland zal weer op de kaart staan. Dit subsidiesysteem is in elk opzicht superieur aan het huidige systeem.
Ingmar Heytze over ‘Karavanserai’
Ingmar Heytze schrijft op het weblog ‘Blanco Regel’ het volgende:
Ik zit nu te lezen in Karavanserai van Martijn Benders, en dat is een mooi, sterk debuut, goed gestructureerd en met een behoorlijke dichtheid van geweldige gedichten – je kunt merken dat Benders geen obligate Nederlandse boekenkast bezit, maar ook veel over de grens leest, waardoor zijn eigen gedichten soms lezen als zeer goede vertalingen van Engelse gedichten.
Recensie: Het verzamelde werk van Arie Visser
Uitgeverij Prometheus bracht in 2007 het verzamelde werk van Arie Visser uit. Het is een prachtuitgave in drie delen, met een mooie verzamelband eromheen. Visser had een eigenaardige levenswandel. Na jaren van junkiebestaan in Amsterdam verruilde hij dit voor een leven als islamiet in Casablanca, getrouwd met een Marokkaanse vrouw. De verzamelband bestaat uit 3 delen: Poezie, Proza en Documentatie, welke ik in deze recensie apart zal bespreken.
Poezie
In het deel ‘poezie zijn alle gedichten van Visser verzameld inclusief wat nagelaten gedichten. Vissers poezie kon mij eerlijk gezegd het minst boeien. Hij schrijft mystieke gedichten gebaseerd op Arabische poezie en op de tanka en haiku tradities. Groot nadeel van zijn gedichten is dat ze op erg verwaterde soefi-mystiek lijken: Oosterse poezie is zowiso al aan de kitscherige kant maar deze kitscherigheid wordt bij Visser nog erger doordat ze gekoppeld wordt aan zijn nogal beperkte mystieke ervaringen die hij alleen in de meest doortrokken gemeenplaatsen en cliche’s weet te verwoorden. Dat heeft tot gevolg dat je sterk de indruk hebt dat je een slechte Nederlandse vertaling van een soefisch mysticus zit te lezen, gemaakt door een vertaler die niet bijzonder veel van het mystieke aspect van het werk begrijpt. Laat ik een voorbeeld geven:
Sheherezade
lieflijk gezicht dat naar me lacht
je hebt mijn hoofd op hol gebracht
je oogopslag is een verhaal
voor minstens duizend en één nacht
Dit gedicht is typerend voor het type poezie wat Visser schreef. Sherezade is een karakter uit 1001 nacht. Visser bakt er niks van: bovenstaand gedicht bevat geen enkele interessante gedachte, beeld of zelfs ook maar klank. Mierzoete mystiek vervat in de meest versimpelde versvormen: hou je daarvan, dan is de poezie van Visser iets voor jou. Nog een voorbeeld, het begin van de cyclus ‘licht en vuur’ dat Visser zelf als zijn belangrijkste werk beschouwde:
ik was op weg naar het licht
maar ik kwam aan bij ijskoud vuur
papaver kus waarvoor ik zwicht
dode maan om zoveel uur
heimwee was de harpenaar
op de blinde snaar van zinnen
en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht
zo ging ik de vuurzee binnen
badend in het zweet van licht
Het spijt me, maar ik vind dit zeer middelmatig. Het begint al met die ontzettend voor de hand liggende tegenstelling in de eerste strofe, die hij in de laatste ook nog eens meent te moeten herhalen, die kitscherige ‘papaver kus’ en dat zijn heimwee vervolgens ook nog de harp van zijn zinnen gaat bespelen – dat is allemaal tot daaraantoe. In de strofe die daarop volgt wordt het pas echt irritant:
en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht
Pff, nee, om hier het uiterst vlakke begrip waarheid van stal te halen en dan te beweren dat de heimwee die op je zintuigen harp speelt de waarheid aan het dichtschroeien is: dit is uiterst rammelende, vlakke en ondoordachte poezie. Wellicht wel poezie die mensen aan zal spreken die van niet al te moeilijke, begrijpelijke en makkelijk verteerbare ‘mysterieuze’ gedichten houden gebaseerd op oosterse poezie. Ik ben daar niet één van. Het is ergens wel sympathiek dat Visser probeert op een Oosterse wijze te schrijven maar hij doet dat naar mijn mening niet op een wijze die iets toe te voegen heeft, sterker nog zijn werk is juist een sterke vervlakking van al bestaande Oosterse poezie. Geen aanrader dus, vind ik.
Proza
Wel interessant is Vissers Proza. Vooral zijn beschrijvingen van de Marokkaanse wereld en het verschil met de Nederlandse cultuur zijn boeiend om te lezen. Een verademing om iemand eens met gevoel voor nuance over Marokkanen te zien schrijven. Visser was zeker wel een integer en intelligent persoon. Ook zijn interesse in mystiek was authentiek, maar wel overschaduwd door een intens verlangen naar rust. Dat levert een heel ironisch beeld op: Visser schrijft regelmatig hoe hij heroine gebruikte omdat hij de ultieme rust zocht die heroine te bieden heeft. Precies hetzelfde argument voert hij op andere plekken op om te verantwoorden dat hij islamiet werd. Volgens hem bood de islam, door zijn absolute waardensysteem met vele zekerheden, mensen rust. Dezelfde rust die hij dus feitelijk in heroine zocht.
Dat schetst een beeld van een gevoelige man die de wereld eigenlijk niet aankan en daarom zijn vlucht zoekt in alles wat hem die wereld kan doen vergeten. Visser is echter erudiet genoeg om interessante verhalen te schrijven, hoewel ook zijn verhalen wat vlak aandoen omdat hij wezenlijk te conformistisch is en de confrontatie niet echt zoekt. Goed voorbeeld is zijn artikel over de boeken van Castaneda. Visser probeert te verantwoorden waarom deze boeken toch letterlijk waar zouden kunnen zijn. De oplossing die hij daarvoor heeft verzonnen: Castaneda was onder hypnose toen hij al die onverklaarbare zaken meemaakte. Tja. Dat is natuurlijk geen wezenlijk interessante verklaring die werkelijk iets toe te voegen heeft. Het is, opnieuw, een vervlakkend, rationeel opzetje om iets mystieks aan de gewone man te brengen. Het is jammer dat Visser nooit de ruggengraat had die simpele begrijpzucht los te laten.
Vissers proza is heel interessant voor mensen die nog niet veel van de islam weten en graag eens een eerste blik werpen in een wereld die zeer verschilt van de onze. In deze tijden is zo’n boek best aan te raden, want de misverstanden worden met het jaar maar erger.
Visser mag geen groot dichter geweest zijn, hij was wel een amusante en heldere verteller. Ook voor mensen die interesse hebben in een goed straatbeeld van Amsterdam in de jaren tachtig is Vissers proza een aanrader. Ik zie in Visser vooral een tegenpool van Hans Vlek: waar Vlek een geweldig dichter is maar een uiterst verward mystiek verteller is Visser precies het omgekeerde.
Documentatie
Het derde boek is een boek vol allerhande documentatie over Visser. Tig bedelbrieven die hij naar uitgevers zond, interviews ed. Het is af en toe interessant om te lezen. De bedelbrieven hadden van mij best uit het boek gelaten mogen worden. De zoveelste brief van Visser waarin hij zich beklaagd over het harde schrijversbestaan: wat voegt dit toe aan zijn oeuvre, denk ik dan. Het is toch al vrij matig, gooi er dan niet ook nog eens allerlei persoonlijke correspondentie doorheen welke alleen op de leedvermaak hormonen zijn werk zal doen.
Het verzamelde werk van Arie Visser is mijns inziens dus vooral interessant voor mensen die graag de verhalen van een zachtmoedige, sympathieke man willen lezen die gepoogd heeft zich te vereenzelvigen met de islamitische cultuur. Een goede antidote voor een overdosis Wilders.
The voice of the wilderness (21) – an encounter with the spirit
The next day I was sort of a wrack. For some reason, however, I felt like hitchhiking to E., not because I wanted to see her but because I wanted to break up. I am not sure why, it could have been related to the high forehead thing. I remember thinking I couldn’t possibly have a relationship with someone who looked like that when seen on LSD.
I went to some outskirt road to hitchhike to Arnhem. E. had recently moved there because she was starting at the art academy there. I was looking seriously weird – I had a shaven head, ragged clothes and I was wearing this giant rosary with wooden beads around my neck.
After standing there for 10 minutes a small red car passed me. But after it passed me its driver stepped full on the breaks, put the car in reverse and drove back at me. A dangerous move since it was a busy road. The driver opened the passenger door, looked at me with piercing eyes and asked me if I had lepra or something. I said ‘no’. He asked me if I was a Buddhist or something. ‘No’ I said again. ‘Okay’ he said, ‘come on in!’.
I stepped into the car. The guys energy was incredible. We immediately started talking about Casteneda. He had read all books too and after he went to Mexico to search for don juan. He stayed there for years, did all kinds of peyote sessions, and recently returned. He now lived in Aachen he said where he build his own house and started a healer practice.
The guy was amazing. He had the most supernatural sort of energy. Every time he laughed he throw his head to the back and made this hyena like sound. All the way to Arnhem he hardly looked at the road at all. He kept telling me all sorts of things about the warriors way. He even got a sign about me because his car radio refused to work. After we arrived in Arnhem he put me off somewhere and I turned around, grabbed his hand and made the spirit thank him. That took him by surprise. I did so because I felt that it was a great gift to meet such a person. I had been calling out with my will to meet someone ever since I read the casteneda books and this was the manifestation of the spirit.
I went to see E. and told her I wanted to break up. We laughed and made love. I went back home this time using the train. My encounter with a sorcerer would get a tail, soon.
The voice of the wilderness (20) – freezing to death
Winter was setting in again. I hadn’t listened to the guys that told me to make a wood-fueled heater in my room. I had survived previous winter without heating so why bother, I thought. There I was, alone in that building and it was freezing at minus 15 at one point. The room also had some serious humidity problem so my improvised bed, which had been sort of humid, now felt like half frozen. Even the dish wash soap in the kitchen was frozen. It was hard! I remember sitting in a chair thinking that if I would fall to sleep I would freeze to death. Actually, it was almost like hearing a voice. There was a certain certainty attached to the idea, I was sure that I would freeze to death if I wouldn’t move. I decided to go practice the right way of walking to get warm. I walked about 15 kilometers and started to hallucinate. I saw a moped driving towards me with no one on it, amongst other things. I often went to the forest at nighttime since in the dark there’s much more potential to open up the senses.
I survived that winter but in retrospect it was a bit risky. However, I think I enjoyed the adventure spirit in that risk. When one never puts oneself into extreme conditions life sort of loses its edge. Even now I pretty much enjoy living without heating: people don’t realize that heatings actually take away power and coldness keeps you sharp and on the edge. Another upside is that heatings, in my opinion, weaken ones immune system. I try to use as little heating as possible, but of course with a baby in the house you have to be more careful.
De beste dichter van Nederland volgens Benders
U kent ze wel, die B-films die zo slecht zijn dat ze eigenlijk gewoon steengoed zijn geworden. Willem Adelaar is zo’n B-film. Ik heb hem slechts één keer zien optreden. Een kalende man in een vaal spijkerpak, die bij elk woordje over de microfoon heen glundert naar de 12 huisvrouwen die hem overal achterna reizen en bij elk woordje uit Adelaars mond geil aan hun parelkettinkjes trekken. Adelaar, de kwaaiste niet, geeft elk van hen een netjes afgemeten portie zelfgenoegen en torpedeert de arme vrouwen met de ene geniale inval na de andere. Leest u maar even mee:
Dit is door het latende kunnen
de wil die je uit zegt te geven
komt in een langs aan langs zijn
naar de beneden gerichte verwaaiing
Heeft u wel eens last van zo’n naar beneden gerichte verwaaiing? Die het latende kunnen wil zegt te gaan uitgeven? Langs aan langs nog wel? Nou, ik kan u verzekeren dat als u naar een optreden van Willem Adelaar gaat zulke naar beneden gerichte verwaaiingen u om de oren gaan vliegen. We lezen even verder:
onder beschutting daarin te laten
tegenover het door te vloeien
van slokkende berustbaarheid
Diep. Dit is diep. Heel diep. Je slokdarmen gaan ervan in de knoop zitten. De beschutting in regel 1 symboliseert natuurlijk die verwaaiing. Willem wil hiermee zeggen dat, hoezeer de boel ook aan het verwaaiien is, de zaak ook als beschutting kan worden ervaren tegenover het ‘doorvloeien’ van die, inderdaad, slokkende berustbaarheid. Ik voel hem. U ook? Sluit aan in de rij. Zijn spijkerpak begint nu pas warm te lopen:
mort zich door aan te dringen
het gescheelde uitdragende weten
blijkt ook het zicht te kerven
Dit is natuurlijk de dubbele bodem in het gedicht, de valkuil die Adelaar daar moedwillig eigenhandig met zijn grote sociologenhanden heeft ingegraven. Voelt u hem? Die mort, die zich, nadat hij de slokkende berustbaarheid heeft overwonnen, het gescheelde uitdragende ook blijkt het zicht te kerven? Kijk, poetisch is het natuurlijk niet, maar daar gaat het bij Adelaar niet om. Adelaar wil, net als zijn Duitse Bondgenoot, vooral glunderen. Gescheeld uitgedragen glunderen, met de ogen rondkervend door de beschutting van het kreunende publiek dat zo’n overdaad aan gevoel gewoon niet meer lijden kan. Adelaar gooit er nog een laatste strofe tegenaan:
de weersomzet tot duizelen brengt
geen uitstervende nog in bereik
noem jij mij de nabijheid
keer ik de uiterlijkheden.
Geloof mij maar, na zo’n gedicht moet je het oude taartenvet van de bierviltjes schrapen. Nee, Adelaar is dan wellicht de meest lachwekkende dichter van Nederland, maar dat past uiteraard prima in het rijtje meest lachwekkende MP, meest lachwekkende DDV, etc. Adelaar is gewoon onmisbaar en voor Nederland gewoon de beste dichter die momenteel voor handen is.
Het hele gedicht kunt u hier bij Mijnheer Vianen lezen.
Amor fati en de middelmannetjes
Ik zit in een of andere retesjieke tent in bostanci. ‘Since 1700′ stond op de menukaart. Het regent dat het giet, vandaar dat ik hier ben binnengestapt. Ik wou een dagje door de stad lopen maar ben weer veroordeeld tot mijn geliefd blackberry-publiek.
Die loewak formule, die moet weer aangepast worden. Het experiment is mislukt. Het had evengoed kunnen lukken, als ik me wat conformistischer opgesteld had en er meer tijd in had gestoken, maar het individualistische karakter van het weblog hangt voorlopig als een zwaard van damocles boven het web. Iedereen schrijft en niemand leest. De computergame generatie, natuurlijk. Uiteindelijk zal men alleen nog boeken lezen waarin men zelf de hoofdrol kan spelen.
Morgen komen mijn ouders een paar dagen logeren. Ze brengen drie bundels voor me mee:vuur van ter balkt, nieuwe sterrenbeelden van peter verhelst en het verzamelde werk van arie visser. Dat leken me de interessantste bundels van afgelopen jaar. Maar ja, er blijft veel wat je niet leest.
Ik zit eraan te denken me helemaal niet meer met de nederlandse literaire wereld te bemoeien. Waarschijnlijk zullen dan wat lui opgelucht ademhalen. Nietzsche zag dat als de ultieme daad, Amor fati, de liefde voor het noodlot: geen oorlog meer voeren tegen alles wat lelijk is maar puur en alleen nog scheppen en de rest als een soort ‘collateral damage’ beschouwen. Het is een modus die veel mensen prefereren.
Anderzijds ben ik erg tevreden met het feit dat ik het grootste aantal vijanden heb weten kweken in dat kleine vijvertje van de nederlandse literatuur. De middelmannetjes hebben een waar cordon sanitair rond me opgetrokken. Ik vind dat een groot genot, die reddeloosheid van alles wat niet ter zake doet.
Ik weet het dus niet, moet ik me geheel terugtrekken of juist zo door blijven gaan? Volgens mij maakt het niet zoveel uit. Het blijft een beetje met een stok in een mierenhoop porren maar zolang men maar vermijd in de mierenhoop plaats te nemen is het leven lang zo gek nog niet.
Bomaanslag in Istanbul en AKP
Gisteravond een zwaardere bomaanslag in Istanbul. Niks van gemerkt want die wijk ligt ver van het eiland. Bomaanslagen vind ik altijd bij voordaat verdacht. Welke idioot doet het nu plezier honderd onbekende mensen te verwonden of doden? Het is een middel dat altijd averechts werkt en daarom juist een bijzonder geschikt instrument voor manipulatie. Het zou mij niks verbazen als het gros der aanslagen door mannetjes in kantoortjes gepland worden om extra budget vrij te krijgen voor hun plannetjes. Ik maakte bij 9-11 nog de fout in de authenticiteit van die gebeurtenis te geloven en die fout maak ik niet nog een keer. Ik zie tegenwoordig al het nieuws per definitie als propaganda.
Verder vandaag die rechtszaak tegen de AKP maar weet niet of de uitslag ook vandaag komt.Het is erg lastig om in deze partij te kiezen voor mij.
Wat ik prettig aan Turkije vind is dat zo’n bericht over een bom met honderd gewonden een dag het nieuws beheerst en dat daarna de media het er niet meer over hebben. Wat een verschil met nederland waar men totaal sensatiegeil wekenlang doormeiert over zoiets.
Naar mijn idee is de beste oplossing voor het israel conflict en de situatie in america er totaal geen media aandacht aan te schenken. Het idee dat daar iets belangrijks gebeurt is juist de hele basis van het probleem. De wereld moet juist een sterk signaal afgeven dat zulke zaken en mensen oninteressant zijn. Zolang die mensen denken dat elke scheet die zij laten wereldnieuws wordt blijven ze maar scheten laten. Ik kijk daarom maar zo min mogelijk nieuwsprogramma’s…
Blossom Trees
This is my brother-in-law Ayhan. That means ‘Sultan of the Moon’ in Turkish. Normally he’s sort of a serious guy:

But when he visits us on the island like yesterday he gets really happy, maybe the blossom trees like this one in front of our house do the trick:


The voice of the wilderness (19) – Riots and Love
One thing about this event struck me as typical. The cops actually had 2 buses full of cops dressed as autonoms. They copied everything even the Mohawks and slogans on the jackets. I think the idea was actually to let these guys incite a riot. Events like these are great opportunities for police to get more budget when things run out of hand. However these riots were already there, which is why I think these punk cops simply were not used and waiting in a van instead. They were seriously embarrassed by being discovered and drove away at light speed afterwards.
The second event I remember about I. is that I made a date with her. I was still living with my parents. I was thinking I should finally tell her how much I was in love with her. That thought made me so nervous I had to sit down on the ground twice during my bicycle ride to eindhoven on the way to this date. Finally I actually bicycled into a ditch with water! I couldn’t believe I was so nervous and excited about this. I. And me sat in front of altstad and played a game of chess. I told her I was in love with her. She looked at me with this funny, ironic sort of look and said she was in love with me before too but now it was over. That kinda sucked! Later on she told me she was thinking about taking me for a screw on this occasion but instead we just played a few games of chess and parted.
I think at that time I was more political than I. was. I remember some talks we had in de bunker. She told me that the squatters there were just as conservative as the people outside. I was seriously shocked she felt that way because at that time I seriously believed in anarchism and all that. But of course she was right. I. Was a big neubauten fan and got me into more alternative forms of music instead of just punk rock. She lived next door to me in the school after the other guys left but she was hardly there. I remember I one time peeked in her diary and found what she wrote about me. She wrote that she had never met someone with such an all-devouring, destructive oversight and vision as me. That touched me, that she would feel that way. In hindsight I think it was my idealism that sort of blocked a possible relation with her. Be it as it may, she was one of the persons I really loved at that time.