Leuk stuk poeziediscussie
Op Leestafel ontstaat langzaamaan een aardige poeziediscussie nav wat van mijn gedichten:
De gearceerde stukken zijn van Pieter, een man die graag begrijpelijke boodschappen in gedichten ziet.
Gedichten publiceren is voor mij een vorm van communicatie.
Tja. Waarom hoor je dat eigenlijk bij schilders nooit, dat die schilderen om met het publiek te communiceren? Ik blijf dit een hele eigenaardige, op de 60′er jaren gestoelde maatschappelijk werker logica vinden. Kunst voor de begrijpelijke man. Wat ik niet goed begrijp is waarom dichters daar altijd mee om de oren worden gegooid en schilders niet.
De dichter(es) wil iets overbrengen op de lezer.
Waarom zou je niet poezie kunnen schrijven om met jezelf in het reine te komen, om maar een klein voorbeeld te noemen? Wat is dat voor een eigenaardige neiging om steeds maar de *primaire* functie van poezie een soort van maatschappelijke, didactische functie toe te schrijven? Ik vind dat echt nergens over gaan, het spijt me.
Bij de hermetische dichters vind je dit voor 100% terug omdat de inhoud van een hermetisch gedicht geen betekenis heeft, de naam zegt het al.
Dit is onzin. Hermetische poezie, in de zuivere zin van het woord, is poezie waarin verborgen sleutels zitten die je kunt gebruiken om de inhoud te ontsluiten. Het woord wordt echter ook foutief gebruikt om een soort brabbelpoezie mee aan te duiden die totaal geen betekenis heeft. Zulke poezie is helemaal niet hermetisch.
Zoals Dettie zou ik willen begrijpen wat bedoeld wordt; blijkt de dichter na afloop te zeggen: ik heb er niets mee bedoeld dan voel ik me als lezer verneukt.
Je lijkt mij een erg rationeel persoon, een alfa-persoon. Mijn gedichten zijn sterk visueel. Ik geloof dat daar de schoen wringt: een onvermogen dingen niet abstract maar juist visueel te zien.
In zijn eerste antwoord aan mij geeft hij zich al een beetje bloot; hij vindt het weergeven van het eerst bij je opkomende woorden (naturalisme) gekunsteld
Uitermate gekunsteld, want zeer bedrieglijk. Er zijn nauwelijks dichters te vinden die zomaar wat opkomende woordjes neerpennen en dan klaar zijn. De meest eenvoudige gedichten zijn juist bedrieglijk gekunsteld.
waardoor het woord gekunsteld zijn hele betekenis verliest omdat de meeste mensen onder gekunsteldheid het tegenovergestelde verstaan.
Maw naast de maatschappelijk werker theorien, de foutieve definities en de rationele, dualistische benaderingswijze verbiedt Pieter ook nog eens discussie over de inhoud want die inhoud is democratisch door het woordenboek vastgesteld.
Zo lust ik er nog wel een paar, Pieter.

ik heb zo ongeveer die hele pagina gelezen, wie wordt daar nu vrolijk van…
Wat zijn dit? Beginnende lezers? Gevorderden met een vergrote gal of zwaarverzuurde blaas?
Enfin, ik bewonder je energie… zelf zou ik mezelf voorhouden: “hoe lang het leven ook duurt, hier is het te kort voor.”
Goed dat je daar de discussie aan gaat Benders, op die manier treedt je bovenstaand idee tegemoet en verlaag je de drempel tussen de lezer en de schrijver. Alleen, tja.haha, als je met Benders in discussie gaat mag je wel van een stevige ruggengraat voorzien zijn.
Pieter heeft het lef om te verwoorden wat zoveel mensen denken, denk ik dan weer. De betere pozie is voor de gemiddelde mens van een niveau dat vraagt om jarenlange leeservaring. Soms denk ik werkelijk dat we voor een zeer select publiek toegankelijk (willen) zijn waarmee we steeds meer lijken te schrijven voor een eigen clubje: de dichters zelf. De meeste waarde hechten we toch aan de kritieken van collegadichters en een enkele recensent? Ik bedoel, welke dichter raakt nog opgewonden bij het lezen van het werk van Ingmar Heytze bijvoorbeeld.
Zodra gedichten gespeend zijn van directe toegankelijkheid gaat een mens op zoek naar verklaringen. Het is de mens eigen om de wereld om zich heen te verklaren. Met pozie is dat niet anders. Wie zijn de lezers?
Voor wie schrijven we eigenlijk?
Ik kan alleen voor mezelf antwoorden maar mijn basismotivatie om te schrijven is niet het brengen van een bepaalde boodschap naar lezers toe, maar eerder een soort alchemistisch proces wat ik volg om te pogen mijzelf middels elementaire reacties op te heffen.
De afstand tot je eigen gedichten is voor het grootste deel al opgeheven op het moment of de momenten van creeren. Hooguit kan een nieuwe of onverwachte interpretatie van een lezer je weer tot een tijdelijke afstand verleiden. maar je valt als het ware samen met je eigen producties.
De lezer kent deze samenval niet en leest vanuit zijn eigen referentie- en conceptuele kaders jouw gedichten. Komt dit referentiekader niet direct overeen met jouw concepten van waaruit de poezie is ontstaan dan kan het werk als moeilijk ervaren worden. Dat is wel te begrijpen.
“…een soort alchemistisch proces wat ik volg om te pogen mijzelf middels elementaire reacties op te heffen.”
hiermee geef je m.i. aan dat er inderdaad sprake is van het samenvallen van de (bedoelingen van de)dichter met zijn gedichten. de lezer die dit moet ontberen en niet bij machte is om makkelijk te schakelen tussen verschillende belevingswerelden, zal per definitie gehandicapt zijn bij het lezen.
je blijft redeneren vanuit het hoofd van Martijn Benders. en ja, dat is niet meer dan logisch maar als je begrijpen wilt waar ‘Pieter’ vandaan komt zul je je moeten kunnen verplaatsen in een andere logica dan die van jezelf. de vraag is alleen of je daar zin in hebt. ik weiger te twijfelen aan je capaciteiten daartoe al willen je reacties anders doen lijken.
Ik geloof uberhaupt niet dat referentiekaders enig nut hebben bij het lezen van poezie: mijn oogmerk is nu juist om door mijzelf op te heffen volstrekt universele poezie te schrijven. Dat er verder een hoop mensen bestaan die niet de tekst zelf kunnen lezen maar alleen hun eigen referentiekaders overal terug zien is verder niet iets wat mij aan te wrijven valt vind ik.
jezelf opheffen door volstrekt universele poezie te schrijven lijkt me overigens een onmogelijke opgave doch een mooi streven. de hele discussie toont naar mijn mening deze onmogelijkheid al aan. door je poezie te publiceren en leesbaar te maken voor jan en alleman kan het universele karakter juist terug gaan slaan. niet dat dit ook maar ergens blauwe plekken zal veroorzaken maar de lezer zal per definitie maken dat jouw streven naar volstrekt universele poezie voor de wereld nooit 100% kan zijn. voor jezelf en een aantal anderen wellicht wel, daarin ben je wat mij betreft geslaagd en dat maakt de bundel van een uitzonderlijke kwaliteit.
wil je dt nastreven dan moet je nu stoppen met schrijven. alleen al het feit dat jouw geest dit nastreeft en vervolgens in productie neemt heft het ontbreken aan enige tussenkomst al op. los daarvan, laten we stellen dat je er wel in geslaagd bent om volgens jouw definitie van ‘universeel’ te schrijven dan ligt alle verantwoordelijkheid om de eigen geest uit te schakelen bij de lezer. dat lijkt me een te grote wens en een onmogelijk streven. Pieters blijven hoe dan ook bestaan.
misschien bedoel jij wat anders dan ik lees, of wellicht heeft het woord ‘geest’ voor jou een andere betekenis maar wat mij betreft is het onmogelijk om poezie te consumeren zonder tussenkomst van geest. sterker nog, zonder waarneming bestaat er niets.
zelfs flow veronderstelt de aanwezigheid van geest ookal ervaren we tijdens dat proces juist de afwezigheid daarvan.
Zoals ik al zei de geest is een stoorzender die de waarneming belemmert de realiteit in haar meest pure vorm te aanschouwen.
Probleem hier is deels het nederlands, ik heb het over ‘mind’ maar het woord geest is eigenlijk te gelaagd. In het engels zie je het verschil beter.
De waarneming en de geest zijn gescheiden entiteiten. Het is zelfs zo dat er meerdere types waarnemingen zijn.
Mensen hebben vaak het idee dat directe waarneming, waarneming zonder tussenkomst van de geest, onmogelijk is. Dat komt door een gebrek aan ervaring/ training. De geest is een instrument dat gebruikt kan worden om waarnemingen te interpreteren en op te slaan. Het is echter geen waarnemend instrument maar eerder een soort op hol geslagen computer die steeds de waarneming verdoezeld met herrie. Wanneer men de geest onder controle weet te krijgen wordt deze terug gevoerd tot wat zij in weze is: een instrument. Zij komt dan bij de waarneming niet langer tussenbeide maar dit betekent niet perse afwezigheid maar eerder een soort van transparantie.
taal = interpretatie (want hoe leren we taal…?)waardoor pure waarneming, uitgedrukt in poezie, voor mij een onmogelijkheid blijft. buiten kijf staat dat het nastreven daarvan bewonderenswaardig is.
ik denk dat we in rondjes blijven draaien. het was me een genoegen.