Benders presenteert: nieuw subsidiesysteem kunst & cultuur
Diverse fondsen en organisaties zorgen er als sinds jaar en dag voor dat het in Nederland bruist qua culturele evenementen. Helaas houd ik echter niet zo van bruisen dus heb ik eens na zitten denken over een nieuw subsidiesysteem voor kunst & cultuur. De nadelen van het huidige systeem zijn veelvoudig. Het prefereert het sponsoren van evenementen ipv persoonlijke kunstenaars, mede vanuit het idee dat het publiek wat terug moet zien van haar belastinggeld. Gevolg is een behoorlijk groot aantal slecht bezochte evenementen en een behoorlijk groot aantal kunstenaars, dichters en muzikanten die een zeer pover bestaan leiden.
Benders Nieuwe Systeem
Ik ga even uit van een voorzichtige schatting van 100 miljoen euro aan totale kunst, cultuur en evenementssubsidies.
Alle subsidies worden afgeschaft. Dat betekent dat zo’n beetje elk cultureel evenement in Nederland op zijn kop gaat. Mooi, wellicht dat dat ‘publiek’ dan eens zal merken dat het iets mist.
Wat we in plaats daarvan gaan doen is elk jaar 100 kunstenaars, muzikanten, dichters, architecten etc. 1 miljoen euro geven.
Stel de poezie is 5% van het geheel dan zouden dus 5 dichters elk jaar 1 miljoen euro krijgen. Zeg een Vroman, een Ter Balkt, een Kouwenaar, een Verhelst, een Heytze.
Deze dichters hoeven daarna zich nooit meer zorgen te maken voor hun inkomensvoorziening en kunnen dus dientengevolge de rest van hun leven aan de kunsten wijden.
Na 10 jaar hebben we dus 50 miljonair-dichters, na 50 jaar zijn dat er al 250.
250 dichters die zich nooit meer ergens zorgen over hoeven maken en hun hele leven aan de kunst kunnen wijden. Dat zal een hoop mooie poezie opleveren.
Na 50 jaar hebben we in totaal 5000 creatievelingen die zich fulltime aan de kunst kunnen wijden.
Bij het andere systeem hebben we na 50 jaar eigenlijk niks meer over. Ja, we hebben wat leuke festivals gehad voor het publiek waar nauwelijks iemand op afkwam. Festivals die toch wel georganiseerd zouden worden, vooral als je 5000 miljonairs kunt aanspreken.
Dat is echter nog niet het ultieme voordeel van dit systeem. Dat zit hem in het feit dat dichter zijn een bijzonder geliefde kunde wordt als je er groot kans mee maakt miljonair te worden. Gevolg: enorme stimulatie van het schrijven, enorme aanwas van nieuwe dichters. Enorme aanwas van het aantal lezers ook want iedereen wil het geheim weten van die lui die al een miljoen vingen.
Stel daar tegenover het huidige systeem waarin een dichter zelfs met beurs van het fonds der letteren nog regelmatig op een houtje zal moeten bijten.
Willen wij naar het publiek een opvoedkundige functie hebben als overheid dan moeten wij laten zien dat het ambt van kunstenaar of dichter ook de grootste beloning rechtvaardigt. Door een groep van kunstenaarsmiljonairs te kweken ipv het sponsoren van evenementen geven wij een publiek signaal af dat de kunst het hoogste goed is dat de mens bereiken kan. Dat de kunstenaar niet het publiek dient te dienen maar andersom. Ook naar het buitenland toe zal dit een prima indruk maken. Terwijl de internationale gemeenschap een karig miljoentje per jaar via de nobelprijs uitschrijft geeft Nederland vlot 100 Nobelprijzen per jaar aan de kunst uit. Dat zal een grote aantrekkingskracht uitoefenen op kunstenaars om zich in Nederland te vestigen. Nederland zal weer op de kaart staan. Dit subsidiesysteem is in elk opzicht superieur aan het huidige systeem.
Benders Nieuwe Systeem
Ik ga even uit van een voorzichtige schatting van 100 miljoen euro aan totale kunst, cultuur en evenementssubsidies.
Alle subsidies worden afgeschaft. Dat betekent dat zo’n beetje elk cultureel evenement in Nederland op zijn kop gaat. Mooi, wellicht dat dat ‘publiek’ dan eens zal merken dat het iets mist.
Wat we in plaats daarvan gaan doen is elk jaar 100 kunstenaars, muzikanten, dichters, architecten etc. 1 miljoen euro geven.
Stel de poezie is 5% van het geheel dan zouden dus 5 dichters elk jaar 1 miljoen euro krijgen. Zeg een Vroman, een Ter Balkt, een Kouwenaar, een Verhelst, een Heytze.
Deze dichters hoeven daarna zich nooit meer zorgen te maken voor hun inkomensvoorziening en kunnen dus dientengevolge de rest van hun leven aan de kunsten wijden.
Na 10 jaar hebben we dus 50 miljonair-dichters, na 50 jaar zijn dat er al 250.
250 dichters die zich nooit meer ergens zorgen over hoeven maken en hun hele leven aan de kunst kunnen wijden. Dat zal een hoop mooie poezie opleveren.
Na 50 jaar hebben we in totaal 5000 creatievelingen die zich fulltime aan de kunst kunnen wijden.
Bij het andere systeem hebben we na 50 jaar eigenlijk niks meer over. Ja, we hebben wat leuke festivals gehad voor het publiek waar nauwelijks iemand op afkwam. Festivals die toch wel georganiseerd zouden worden, vooral als je 5000 miljonairs kunt aanspreken.
Dat is echter nog niet het ultieme voordeel van dit systeem. Dat zit hem in het feit dat dichter zijn een bijzonder geliefde kunde wordt als je er groot kans mee maakt miljonair te worden. Gevolg: enorme stimulatie van het schrijven, enorme aanwas van nieuwe dichters. Enorme aanwas van het aantal lezers ook want iedereen wil het geheim weten van die lui die al een miljoen vingen.
Stel daar tegenover het huidige systeem waarin een dichter zelfs met beurs van het fonds der letteren nog regelmatig op een houtje zal moeten bijten.
Willen wij naar het publiek een opvoedkundige functie hebben als overheid dan moeten wij laten zien dat het ambt van kunstenaar of dichter ook de grootste beloning rechtvaardigt. Door een groep van kunstenaarsmiljonairs te kweken ipv het sponsoren van evenementen geven wij een publiek signaal af dat de kunst het hoogste goed is dat de mens bereiken kan. Dat de kunstenaar niet het publiek dient te dienen maar andersom. Ook naar het buitenland toe zal dit een prima indruk maken. Terwijl de internationale gemeenschap een karig miljoentje per jaar via de nobelprijs uitschrijft geeft Nederland vlot 100 Nobelprijzen per jaar aan de kunst uit. Dat zal een grote aantrekkingskracht uitoefenen op kunstenaars om zich in Nederland te vestigen. Nederland zal weer op de kaart staan. Dit subsidiesysteem is in elk opzicht superieur aan het huidige systeem.

“Sibelius composed prolifically until the mid-1920s. However, soon after completing his Seventh Symphony (1924) and the tone poem Tapiola (1926), he produced no large scale works for the remaining thirty years of his life.” (http://en.wikipedia.org/wiki/Jean_Sibelius)
En op http://www.sibelius.fi/english/erikoisaiheet/raha/raha_03.htm over een staatsuitkering aan Sibelius:
“It is ironic that the pension began to maintain its intended real value only [d.w.z. in 1926, SV] after it was no longer important to the composer. By the end of 1926 the debts had been paid off and royalties were starting to flow in.”
Weliswaar is niet de staatssteun oorzaak van Sibelius’ financile onafhankelijkheid, toch zijn de jaartallen van zijn onafhankelijkheid en zijn creatieve ondergang erg suggestief…
Daarnaast is het natuurlijk van den zotte te claimen dat Sibelius niets meer gemaakt heeft. Daar weet je niks van. Wij moeten eens ophouden met dat rare idee dat werk pas werk is als het manifesteert voor anderen. Het kan best zijn dat Sibelius nog honderden uiterst geniale composities heeft geschreven maar dat hij, mede door dat armzalige pensioentje, gewoon geen zin had deze met anderen te delen.
Maar misschien is het Benders daar juist om te doen
Wat ik daar tegenover stel is voor jan publiek veel interessanter: het scheppen van een aristocratie van kunstenaars die, mocht hij dat zo willen, ook voor hem toegankelijk is door kunst te bestuderen en te beoefenen.
Het dient geen betoog dat dit systeem zowel voor de kunstenaar als voor het publiek zeer voordelig uit zou pakken. In plaats van al die wegwerpfestivalletjes en hol vermaak leggen wij op deze wijze een nieuwe grens aan die de kunsten een aantrekkelijk en machtiger karakter geven. Dat het uiteindelijk tot opheffen vans ubsidie leidt is uiteraar faliekante onzin, de subsidie wordt slechts op een duurzamere wijze ingezet.
Hoe dan ook, Sibelius is een te gesoleerd voorbeeld om algemene conclusies aan te verbinden. Maar hoe dan ook is het niet gegarandeerd dat iemand meer kunst gaat maken als hij plotseling miljonair wordt.
Los van het geld is kunst maken op serieus niveau iets dat onlosmakelijk met de hele rest van je leven samenhangt. Dus als je iets in de leefomstandigheden van een groot kunstenaar verandert, door plotseling een miljoen aan hem of haar uit te keren, is er geen garantie dat die kunst ook blijft doorgaan. Je zou zelfs kunnen zeggen: if it ain’t broke, don’t fix it.
Er zit achter dit project een charmante, maar niet geheel overtuigende hoop dat grote kunstenaars beter met een miljoen kunnen omgaan dan andere mensen.
Je zou natuurlijk ook de logica kunnen omkeren. Je moet juist mensen die er, misschien vanwege hun persoonlijke omstandigheden, nog nooit aan zijn toegekomen om grote kunst te maken, een miljoen geven. Het zou best kunnen dat ze dan onverwacht grote kunstenaars worden. Het beste is om dit op een redelijk vroege leeftijd te doen, zodat ze nog niet vastzitten in een of ander denkpatroon. 25 lijkt mij een goede leeftijd.
De kunstsubsidie zou dus moeten worden vervangen door een stelsel dat elk jaar een volstrekt willekeurige groep van 100 Nederlanders, die nog nooit grote kunst hebben voortgebracht, miljonair maakt.
De bedoeling van deze subsidievorm is puur en alleen het toekennen van de hoogst mogelijke maatschappelijke waarde aan de kunstenaar. Dit om een signaal aan het publiek en de internationale betrekkingen te geven.
Je moet niet vergeten dat die sluikreclame die men ook wel de ‘Nobelprijs’ noemt – die karige 5 miljoentjes per jaar – Zweden een hoop internationale aandacht opleveren. De Zweden zijn zowiso meesters in de sluikprpaganda – zie de hele ikea formule die druipt van de Zweedse propaganda tot de namen en gehaktballetjes aan toe.
Laten wij die Zweden eens een loer draaien door de voltallige Nederlandse kunst en cultuursubsidies puur als prijzengeld uit te reiken. Niet alleen aan Nederlandse kunstenaars, wat mij betreft, maar ook aan buitenlanders om die Nobelprijs eens een hak te zetten.
Noem het kortzichtig, maar ik waag te betwijfelen of de uitdijende aristocratie van kunstenaars ook daadwerkelijk meer kunst gaat opleveren. Ook betwijfel ik het of die kunst zijn weg naar Jan Publiek zal weten te vinden, of omgekeerd. Dat gaat nu via “wegwerpfestivalletjes”, bijvoorbeeld.
Bas Heijne hield tijdens Zomergasten afgelopen zondag minister Plasterk fijntjes voor dat voetbal – volksvermaak nummer 1 – ook gesubsidieerd wordt. Dat klopt inderdaad: de overheid subsidieert de NOS en met dat geld worden de voetbalrechten voor de televisie gekocht. Daarnaast betaalt de overheid de politie die geheel gratis en voor niks optreedt als ordedienst tijdens de wegwerpfestivalletjes van Ajax en Feyenoord. Ik zou wel eens een rekensommetje willen zien: hoeveel Jannen Publiek worden er met dat geld uiteindelijk bediend, en hoe staan die aantallen en bedragen in verhouding tot de aantallen en bedragen die er in de kunstensector omgaan.
Leestip: “Art Worlds” van Howard Becker. Een inventarisatie hoe de infrastructuur achter een kunstwereld de kunst beinvloed en zelfs op cruciale wijze bepaalt. Geweldig boek. Want stel dat ik een miljoen krijg en nooit meer hoef te werken. Leuk, graag. Dan schrijf ik ineens een dichtbundel. Wie gaat dat uitgeven? Veel bundels kwamen vroeger met subsidie tot stand, nu niet meer. Goed, dan ga ik de gedichten voordragen. Waar? Geen idee, want de gesubsidieerde podia zijn verdwenen. En waar kan Jan Publiek kennis nemen van mijn bestaan? Nergens, want de gesubsidieerde tijdschriften zijn ook al de nek omgedraaid. Moet ik met mijn miljoentje en mijn niet aflatende ondernemerschap dat dan allemaal zelf regelen? Ha, maar dan gaat je beoogde effect van nooit meer te hoeven werken verloren. Om niet te spreken van mijn miljoentje, dan binnen de kortste keren op zou zijn aan investeringen. Investeringen die bovendien veel minder revenue opleveren.
Benders’ voorstel is in het begin leuk voor de kunstenaars – wie zegt er nu nee tegen een miljoen. Maar voor de creativiteit zou het de finale doodsteek zijn.
Ik ben wel voorstander van het ‘de massa dient het genie’ model ipv het ‘het genie dient de massa’ model wat nu wordt gehanteerd. Vandaar dat ik vind dat de hoogste maatschappelijke waarde, geld, in overvloed bij de echte kunstenaars moet belanden. Niet omdat dat betere kunst op gaat leveren. Nee, omdat dat de enige wijze is de uitzondering die de kunst is te maximaliseren en te vrijwaren van de giftige adem van de massa.
In het huidige systeem is kunst of poezie vooral een product wat door de massa te consumeren valt. Even een dagje in de week aan kunst doen en dan weer terug naar het werk.
Dat de overheid daar bovenop zich nog aanmatigt de zgn. Kwaliteit van kunst te kunnen beoordelen vind ik al helemaal van de pot gerukt. We zien hier dus een systeem waarin kunst tot consumeerbaar product wordt gemaakt en waarin de overheid als waakhond voor de kwaliteit van dat product fungeert. Sorry maar ik vind dat een zuivere slapstick constructie.
Dat ‘doem en ellende’ gedoe mbt subsidies is trouwens ook aantoonbaar grote onzin. Er is geen enkel land waar momenteel zoveel interessante schilderkunst en exposities plaatsvinden als de VS en daar is geen subsidie te krijgen. Vergelijk dat met Nederland en zijn handjevol uitgerangeerde structuralisten en formalisten die de helft van het jaar bezig zijn ellenlange subsidieformulieren in te vullen omdat de waakhond van de overheid vooral veel wollig gelul wil zien. Ga toch fietsen, zeg.
daarna ga je de verkeerde kant uit, Martijn. De bedienaars van de kunst kunnen best een vaste maandwedde krijgen en wat ze erbovenop verdienen eraan toevoegen, het omgekeerde van nu. een miljonair is geen kunstenaar en kunstenaars aan wie je miljoenen geeft, zijn dat meestal heel vlug kwijt. het moet daar in istamboel hard wroeten zijn dat je zo droomt van een miljonairsleven. Overigens is het aangewezen dat een dichter, bijvoorbeeld, in geen enkel geval hoeft te leven in de marge, tenzij hij of zij dat zelf wil. en wil een dichter miljonair worden, dan kan een bezoek aan een zielenknijper helend werken.