Recensie: Het verzamelde werk van Arie Visser
Wanneer je zachtmoedige mensen wilt treffen kun je het beste de onderkant van de maatschappij met een bezoekje eren. De zwervers, de junkies, de mensen die niet kunnen meedraaien in onze verharde maatschappij: meestal zijn het zachtaardige figuren die te gevoelig, te fijnzinnig of te onwerelds zijn om het in onze maatschappij te kunnen redden. Arie Visser was mijn inziens zo’n persoon.
Uitgeverij Prometheus bracht in 2007 het verzamelde werk van Arie Visser uit. Het is een prachtuitgave in drie delen, met een mooie verzamelband eromheen. Visser had een eigenaardige levenswandel. Na jaren van junkiebestaan in Amsterdam verruilde hij dit voor een leven als islamiet in Casablanca, getrouwd met een Marokkaanse vrouw. De verzamelband bestaat uit 3 delen: Poezie, Proza en Documentatie, welke ik in deze recensie apart zal bespreken.
Poezie
In het deel ‘poezie zijn alle gedichten van Visser verzameld inclusief wat nagelaten gedichten. Vissers poezie kon mij eerlijk gezegd het minst boeien. Hij schrijft mystieke gedichten gebaseerd op Arabische poezie en op de tanka en haiku tradities. Groot nadeel van zijn gedichten is dat ze op erg verwaterde soefi-mystiek lijken: Oosterse poezie is zowiso al aan de kitscherige kant maar deze kitscherigheid wordt bij Visser nog erger doordat ze gekoppeld wordt aan zijn nogal beperkte mystieke ervaringen die hij alleen in de meest doortrokken gemeenplaatsen en cliche’s weet te verwoorden. Dat heeft tot gevolg dat je sterk de indruk hebt dat je een slechte Nederlandse vertaling van een soefisch mysticus zit te lezen, gemaakt door een vertaler die niet bijzonder veel van het mystieke aspect van het werk begrijpt. Laat ik een voorbeeld geven:
Sheherezade
lieflijk gezicht dat naar me lacht
je hebt mijn hoofd op hol gebracht
je oogopslag is een verhaal
voor minstens duizend en n nacht
Dit gedicht is typerend voor het type poezie wat Visser schreef. Sherezade is een karakter uit 1001 nacht. Visser bakt er niks van: bovenstaand gedicht bevat geen enkele interessante gedachte, beeld of zelfs ook maar klank. Mierzoete mystiek vervat in de meest versimpelde versvormen: hou je daarvan, dan is de poezie van Visser iets voor jou. Nog een voorbeeld, het begin van de cyclus ‘licht en vuur’ dat Visser zelf als zijn belangrijkste werk beschouwde:
ik was op weg naar het licht
maar ik kwam aan bij ijskoud vuur
papaver kus waarvoor ik zwicht
dode maan om zoveel uur
heimwee was de harpenaar
op de blinde snaar van zinnen
en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht
zo ging ik de vuurzee binnen
badend in het zweet van licht
Het spijt me, maar ik vind dit zeer middelmatig. Het begint al met die ontzettend voor de hand liggende tegenstelling in de eerste strofe, die hij in de laatste ook nog eens meent te moeten herhalen, die kitscherige ‘papaver kus’ en dat zijn heimwee vervolgens ook nog de harp van zijn zinnen gaat bespelen – dat is allemaal tot daaraantoe. In de strofe die daarop volgt wordt het pas echt irritant:
en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht
Pff, nee, om hier het uiterst vlakke begrip waarheid van stal te halen en dan te beweren dat de heimwee die op je zintuigen harp speelt de waarheid aan het dichtschroeien is: dit is uiterst rammelende, vlakke en ondoordachte poezie. Wellicht wel poezie die mensen aan zal spreken die van niet al te moeilijke, begrijpelijke en makkelijk verteerbare ‘mysterieuze’ gedichten houden gebaseerd op oosterse poezie. Ik ben daar niet n van. Het is ergens wel sympathiek dat Visser probeert op een Oosterse wijze te schrijven maar hij doet dat naar mijn mening niet op een wijze die iets toe te voegen heeft, sterker nog zijn werk is juist een sterke vervlakking van al bestaande Oosterse poezie. Geen aanrader dus, vind ik.
Proza
Wel interessant is Vissers Proza. Vooral zijn beschrijvingen van de Marokkaanse wereld en het verschil met de Nederlandse cultuur zijn boeiend om te lezen. Een verademing om iemand eens met gevoel voor nuance over Marokkanen te zien schrijven. Visser was zeker wel een integer en intelligent persoon. Ook zijn interesse in mystiek was authentiek, maar wel overschaduwd door een intens verlangen naar rust. Dat levert een heel ironisch beeld op: Visser schrijft regelmatig hoe hij heroine gebruikte omdat hij de ultieme rust zocht die heroine te bieden heeft. Precies hetzelfde argument voert hij op andere plekken op om te verantwoorden dat hij islamiet werd. Volgens hem bood de islam, door zijn absolute waardensysteem met vele zekerheden, mensen rust. Dezelfde rust die hij dus feitelijk in heroine zocht.
Dat schetst een beeld van een gevoelige man die de wereld eigenlijk niet aankan en daarom zijn vlucht zoekt in alles wat hem die wereld kan doen vergeten. Visser is echter erudiet genoeg om interessante verhalen te schrijven, hoewel ook zijn verhalen wat vlak aandoen omdat hij wezenlijk te conformistisch is en de confrontatie niet echt zoekt. Goed voorbeeld is zijn artikel over de boeken van Castaneda. Visser probeert te verantwoorden waarom deze boeken toch letterlijk waar zouden kunnen zijn. De oplossing die hij daarvoor heeft verzonnen: Castaneda was onder hypnose toen hij al die onverklaarbare zaken meemaakte. Tja. Dat is natuurlijk geen wezenlijk interessante verklaring die werkelijk iets toe te voegen heeft. Het is, opnieuw, een vervlakkend, rationeel opzetje om iets mystieks aan de gewone man te brengen. Het is jammer dat Visser nooit de ruggengraat had die simpele begrijpzucht los te laten.
Vissers proza is heel interessant voor mensen die nog niet veel van de islam weten en graag eens een eerste blik werpen in een wereld die zeer verschilt van de onze. In deze tijden is zo’n boek best aan te raden, want de misverstanden worden met het jaar maar erger.
Visser mag geen groot dichter geweest zijn, hij was wel een amusante en heldere verteller. Ook voor mensen die interesse hebben in een goed straatbeeld van Amsterdam in de jaren tachtig is Vissers proza een aanrader. Ik zie in Visser vooral een tegenpool van Hans Vlek: waar Vlek een geweldig dichter is maar een uiterst verward mystiek verteller is Visser precies het omgekeerde.
Documentatie
Het derde boek is een boek vol allerhande documentatie over Visser. Tig bedelbrieven die hij naar uitgevers zond, interviews ed. Het is af en toe interessant om te lezen. De bedelbrieven hadden van mij best uit het boek gelaten mogen worden. De zoveelste brief van Visser waarin hij zich beklaagd over het harde schrijversbestaan: wat voegt dit toe aan zijn oeuvre, denk ik dan. Het is toch al vrij matig, gooi er dan niet ook nog eens allerlei persoonlijke correspondentie doorheen welke alleen op de leedvermaak hormonen zijn werk zal doen.
Het verzamelde werk van Arie Visser is mijns inziens dus vooral interessant voor mensen die graag de verhalen van een zachtmoedige, sympathieke man willen lezen die gepoogd heeft zich te vereenzelvigen met de islamitische cultuur. Een goede antidote voor een overdosis Wilders.
Uitgeverij Prometheus bracht in 2007 het verzamelde werk van Arie Visser uit. Het is een prachtuitgave in drie delen, met een mooie verzamelband eromheen. Visser had een eigenaardige levenswandel. Na jaren van junkiebestaan in Amsterdam verruilde hij dit voor een leven als islamiet in Casablanca, getrouwd met een Marokkaanse vrouw. De verzamelband bestaat uit 3 delen: Poezie, Proza en Documentatie, welke ik in deze recensie apart zal bespreken.
Poezie
In het deel ‘poezie zijn alle gedichten van Visser verzameld inclusief wat nagelaten gedichten. Vissers poezie kon mij eerlijk gezegd het minst boeien. Hij schrijft mystieke gedichten gebaseerd op Arabische poezie en op de tanka en haiku tradities. Groot nadeel van zijn gedichten is dat ze op erg verwaterde soefi-mystiek lijken: Oosterse poezie is zowiso al aan de kitscherige kant maar deze kitscherigheid wordt bij Visser nog erger doordat ze gekoppeld wordt aan zijn nogal beperkte mystieke ervaringen die hij alleen in de meest doortrokken gemeenplaatsen en cliche’s weet te verwoorden. Dat heeft tot gevolg dat je sterk de indruk hebt dat je een slechte Nederlandse vertaling van een soefisch mysticus zit te lezen, gemaakt door een vertaler die niet bijzonder veel van het mystieke aspect van het werk begrijpt. Laat ik een voorbeeld geven:
Sheherezade
lieflijk gezicht dat naar me lacht
je hebt mijn hoofd op hol gebracht
je oogopslag is een verhaal
voor minstens duizend en n nacht
Dit gedicht is typerend voor het type poezie wat Visser schreef. Sherezade is een karakter uit 1001 nacht. Visser bakt er niks van: bovenstaand gedicht bevat geen enkele interessante gedachte, beeld of zelfs ook maar klank. Mierzoete mystiek vervat in de meest versimpelde versvormen: hou je daarvan, dan is de poezie van Visser iets voor jou. Nog een voorbeeld, het begin van de cyclus ‘licht en vuur’ dat Visser zelf als zijn belangrijkste werk beschouwde:
ik was op weg naar het licht
maar ik kwam aan bij ijskoud vuur
papaver kus waarvoor ik zwicht
dode maan om zoveel uur
heimwee was de harpenaar
op de blinde snaar van zinnen
en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht
zo ging ik de vuurzee binnen
badend in het zweet van licht
Het spijt me, maar ik vind dit zeer middelmatig. Het begint al met die ontzettend voor de hand liggende tegenstelling in de eerste strofe, die hij in de laatste ook nog eens meent te moeten herhalen, die kitscherige ‘papaver kus’ en dat zijn heimwee vervolgens ook nog de harp van zijn zinnen gaat bespelen – dat is allemaal tot daaraantoe. In de strofe die daarop volgt wordt het pas echt irritant:
en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht
Pff, nee, om hier het uiterst vlakke begrip waarheid van stal te halen en dan te beweren dat de heimwee die op je zintuigen harp speelt de waarheid aan het dichtschroeien is: dit is uiterst rammelende, vlakke en ondoordachte poezie. Wellicht wel poezie die mensen aan zal spreken die van niet al te moeilijke, begrijpelijke en makkelijk verteerbare ‘mysterieuze’ gedichten houden gebaseerd op oosterse poezie. Ik ben daar niet n van. Het is ergens wel sympathiek dat Visser probeert op een Oosterse wijze te schrijven maar hij doet dat naar mijn mening niet op een wijze die iets toe te voegen heeft, sterker nog zijn werk is juist een sterke vervlakking van al bestaande Oosterse poezie. Geen aanrader dus, vind ik.
Proza
Wel interessant is Vissers Proza. Vooral zijn beschrijvingen van de Marokkaanse wereld en het verschil met de Nederlandse cultuur zijn boeiend om te lezen. Een verademing om iemand eens met gevoel voor nuance over Marokkanen te zien schrijven. Visser was zeker wel een integer en intelligent persoon. Ook zijn interesse in mystiek was authentiek, maar wel overschaduwd door een intens verlangen naar rust. Dat levert een heel ironisch beeld op: Visser schrijft regelmatig hoe hij heroine gebruikte omdat hij de ultieme rust zocht die heroine te bieden heeft. Precies hetzelfde argument voert hij op andere plekken op om te verantwoorden dat hij islamiet werd. Volgens hem bood de islam, door zijn absolute waardensysteem met vele zekerheden, mensen rust. Dezelfde rust die hij dus feitelijk in heroine zocht.
Dat schetst een beeld van een gevoelige man die de wereld eigenlijk niet aankan en daarom zijn vlucht zoekt in alles wat hem die wereld kan doen vergeten. Visser is echter erudiet genoeg om interessante verhalen te schrijven, hoewel ook zijn verhalen wat vlak aandoen omdat hij wezenlijk te conformistisch is en de confrontatie niet echt zoekt. Goed voorbeeld is zijn artikel over de boeken van Castaneda. Visser probeert te verantwoorden waarom deze boeken toch letterlijk waar zouden kunnen zijn. De oplossing die hij daarvoor heeft verzonnen: Castaneda was onder hypnose toen hij al die onverklaarbare zaken meemaakte. Tja. Dat is natuurlijk geen wezenlijk interessante verklaring die werkelijk iets toe te voegen heeft. Het is, opnieuw, een vervlakkend, rationeel opzetje om iets mystieks aan de gewone man te brengen. Het is jammer dat Visser nooit de ruggengraat had die simpele begrijpzucht los te laten.
Vissers proza is heel interessant voor mensen die nog niet veel van de islam weten en graag eens een eerste blik werpen in een wereld die zeer verschilt van de onze. In deze tijden is zo’n boek best aan te raden, want de misverstanden worden met het jaar maar erger.
Visser mag geen groot dichter geweest zijn, hij was wel een amusante en heldere verteller. Ook voor mensen die interesse hebben in een goed straatbeeld van Amsterdam in de jaren tachtig is Vissers proza een aanrader. Ik zie in Visser vooral een tegenpool van Hans Vlek: waar Vlek een geweldig dichter is maar een uiterst verward mystiek verteller is Visser precies het omgekeerde.
Documentatie
Het derde boek is een boek vol allerhande documentatie over Visser. Tig bedelbrieven die hij naar uitgevers zond, interviews ed. Het is af en toe interessant om te lezen. De bedelbrieven hadden van mij best uit het boek gelaten mogen worden. De zoveelste brief van Visser waarin hij zich beklaagd over het harde schrijversbestaan: wat voegt dit toe aan zijn oeuvre, denk ik dan. Het is toch al vrij matig, gooi er dan niet ook nog eens allerlei persoonlijke correspondentie doorheen welke alleen op de leedvermaak hormonen zijn werk zal doen.
Het verzamelde werk van Arie Visser is mijns inziens dus vooral interessant voor mensen die graag de verhalen van een zachtmoedige, sympathieke man willen lezen die gepoogd heeft zich te vereenzelvigen met de islamitische cultuur. Een goede antidote voor een overdosis Wilders.
