Recensie: ‘Nieuwe Sterrenbeelden’ van Peter Verhelst

Afgelopen april, tegelijk met mijn bundel Karavanserai, kwam de nieuwe bundel van Peter Verhelst, ‘Nieuwe Sterrenbeelden’, uit bij uitgeverij Prometheus. Het is een dikke bundel geworden, mooi vormgegeven maar met een zachtpapieren kaft die helaas drie tochten naar het strand later al behoorlijk verfrommeld is. Niet erg rugzakproof, dus.
De bundel bevat losse gedichten en wat cycli zonder dat deze in hoofdstukken zijn gerangschikt. Ook moet ik opmerken dat ik het eerdere werk van Verhelst niet ken zodat ik niet in staat ben vergelijkingen te trekken. Nieuwe Sterrenbeelden is dus de eerste bundel van Verhelst die ik lees. In een interview met de Poeziekrant laat Verhelst weten te vinden dat hij altijd onterecht als postmodern in de boeken is weggeschreven. Nu is die classificatie ‘postmodern’ natuurlijk zowiso vrij vlak omdat technisch bezien alle poezie die na de jaren 50 geschreven is postmodern is. Ik kan me best voorstellen dat zo’n zouteloze beschrijving een serieus dichter geen plezier zal doen.
Het eerste wat me aan de gedichten van Verhelst opviel is het filmische karakter van zijn werk. Verhelst is een ongenaakbaar goede cameraman die snel, scherp en vol vaart beelden oproept met zijn woorden die lang in het hoofd nagalmen. Zijn gedichten zijn van een ontstellend direkte lichamelijkheid; steeds weer zoekt hij middels zijn gedichten de confrontatie op met het lichaam – vooral het lichaam van zijn geliefde en van zichzelf. Om een voorbeeld te geven van het filmische karakter van zijn werk, hier het gedicht ‘klein mogadishu’:
KLEIN MOGADISHU
Raar maar
waar is alles gebleven waar we van droomden – is alles uiteindelijk toch maar
een hoop vet van een stoel in een afvoergeul glijdend?
Uit de plooi in het normale puilt materie: vrouw
met de armen rond de buik geslagen, buiten zichzelf geschud
op de vloer van een bankkantoor. Erboven een hoofd, geduwd
in een Mickey Mouse-masker. De man heeft de loop afgezaagd
van de dingen: gulpende kern onder de handen van de vrouw,
knipperlichtogen, rode vinger op zoek naar de alarmknop.
Men beweert dat materie bestaat
uit leegte, als hij al bestaat. Of dat de dingen niets meer zijn
dan mogelijke bewegingen van het bewustzijn, neuronenwindingen
waaruit vonken opspatten.
Een tepel trekt samen op de borst
van de vrouw. Een vlek vormt een plas
kloppend als een kinderhart. Een vlies trekt over de leegte
onder de hand van de vrouw, verhardt
tot een ruggengraatje.
Misschien zijn we getuige, misschien medeplichtig,
misschien zijn we ons leven anders aan het dromen, maar we knielen bij de vrouw
als betuigen we eer aan een wonder. Hoofdje, schouders, materie
in onze handen. De glazige navelstreng. We voelen ons menselijk
Na de feiten trekt betekenis terug in de dingen. Het masker lost op
en de man loopt achterwaarts het bankkantoor uit. De plas kruipt
in de vloertegels. De vrouw komt moeizaam overeind. We rapen
een brandende sigaret van het trottoir en elke keer als we zuigen
wordt de sigaret langer. We stappen in een auto en rijden naar huis.
We worden liefdevol gekust
Niet langer dan een seconde zijn we ons
van geen kwaad bewust.
(Voetnoot: twee inspringingen in het gedicht overleefden de wordpress opmaak niet.)
Wat dit gedicht bijzonder maakt is niet dat het over een bankoverval gaat, zoals dat in eerste instantie lijkt. Ook niet dat Verhelst deze achterstevoren op de poeziespoel legt, wat een sterk vervreemdend effect heeft. Het gedicht moet wel over een gebeurtenis tijdens Operation Restore Hope in Somalie gaan, maar wat Verhelst hier doet is op een vreemde wijze geboorte en dood aan elkaar binden. Het is een heel spannend gedicht dat ook volledig tijdloos en apolitiek te lezen valt, hoewel het dan wel een betekenislaag verliest – De Mickey Mouse is uiteraard de Amerikaanse indringer. Verhelst vermengt in een enkel gedicht dus politiek engagement, filosofie, lichamelijke spanningsvelden en dat allemaal rijdend in zijn achteruit. De slotconclusie van het gedicht is prachtig. Wijst deze op de onontkoombaarheid van het lot?
Verhelst is een meesterlijk stilist. Zelden zag ik zulke met verve uitgevoerde minimalistisch-absurdistische themawisselingen als bijvoorbeeld in zijn cyclus ‘ kijken in de zon’. Een prachtreeks waarin Verhelst als een klassiek meesterschilder de contrastwerking van het licht op het liefdesleven neerzet. Zijn werk komt altijd terug op de confrontatie met de ander. Zijn werk is beladen met een vervreemdende, symbolistische erotiek. In elk van de gedichten in de lichtreeks, en misschien wel door de hele bundel, lijkt de geslachtsdaad ofwel de basis ofwel de uitkomst ofwel het motief van het gedicht. Verhelst weet echter deze lichamelijkheid op zeer eigen wijze uit te lichten, vaak met een klinische tragiek en met een pallet van perspectiefwisselingen en vervreemdend contrast. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘in het donker licht een lamp te branden’:
IN HET DONKER LIGT EEN LAMP TE BRANDEN
We wisten van het bestaan af
van de donkere kamer. Het was een kwestie
van juiste tijd en plek om elkaar te vinden. Stilte
en donker dat je zenuwen lamlegt. Geduld om hitte
tot ontwikkeling te laten komen. We waren op de hoogte
van de voorwaarden voor een gelukkig leven.
Met uitgestoken handen gingen we de kamer binnen. Na een tijd
leek het donker op marsepein, van binnenuit verlicht, maar
het gedroeg zich als een lichaam, met alle gevolgen van dien.
In de donkere kamer brandde een lamp
en die lamp waren wij: gloeidraad en glas, gas en oog
om traag in uit te doven, lang nadat we zullen zijn
verdwenen. En ooit, en ooit. en ooit, zongen we, jubelde het
ons de ogen uit. Nooit, nooit, nooit, echode het.
‘Nieuwe Sterrenbeelden’ is een bundel die volstaat met gedichten als deze, gedichten die op een fragiele wijze de hoop optekenen, de hoop op een oplossing, op een ontwikkeling uit die donkere kamer van de menselijke geest. Verhelst zoekt steeds middels de lichamelijkheid de confrontatie met de ander, omdat hij die hoop niet opgegeven heeft. Steeds weer voert hij in de deze vaak heftige confrontaties zachte, discordante elementen ten tonele als bijvoorbeeld de marsepein in bovenstaand gedicht. Verhelst schrijft eigenlijk schrijnend mooie, tragische en eigentijdse liefdespoezie.
‘Nieuwe Sterrenbeelden’ is een belangwekkende, volwassen en geraffineerde bundel die Verhelst als een van de belangrijkste dichters die het Nederlands taalgebied momenteel rijk is neerzet. Het is mijns inziens zeker een van de beste werken die afgelopen jaren zijn verschenen en de bundel zal hopelijk een groter publiek weten vinden.

Ik lees hem steeds met een groot hart en een goed gevulde geest op het einde.