Author Archive
‘Karavanserai’, Martijn Benders, door Kees Ceelen
Benders kennen wij als de jongen die hier altijd overvloedig drugsvideo’s post waar niemand naar kijkt. Zoals u weet, ik ken mijn pappenheimers, ik weet precies wat voor vlees we hier in de kuip hebben. Die Benders, dat is een beroepsdilettant. Een terrorist in hart en nieren. Het enige wat hem wat interesseert is zaken opblazen, lezers saboteren, zichzelf onmogelijk maken. Een type wat ik al lang en breed van school had laten schorsen.
Met dat in het achterhoofd ben ik begonnen ‘Karavanserai’ te lezen. Wat als eerste opvalt is het boek zelf. Een mooi, nee, een prachtig boek. En achterop een foto waarop een duidelijk verlegen, dikke jongeman dromerig de camera inkijkt. Wat zullen we nu krijgen, dacht ik, had ik het dan toch bij het verkeerde eind?
De omslag zelf laat paardjes zien die met vlaggen in de mond aan een paal staan vastgeketend. Op de achtergrond een telefoonpaal en vuurwerk. Het boek ziet er als een oosters dagboek uit. Telefoonpaal op een oosters dagboek? Dat klopt niet. Het is natuurlijk het paard van Troje. Die Benders zit in Turkije. Die telefoonpaal, dat is zijn internetverbinding naar huis. Toch een dilettant, dus. Het paard van Troje over zijn internetverbinding richting Nederland sturen.
Ik sla het boek open. Wat schetst mijn verbazing. Bertus Aafjes! Die goeie ouwe Bertus, wat heeft die te zoeken in de bundel van Benders? Ja, het gaat over een karavaan, natuurlijk. Asgrauw is de lucht, die Aafjes wist het altijd wel op te schrijven. Ik blader en begin aan het eerste gedicht.
Mensen, ik kan u al verklappen: die Benders moeten we in de gaten houden. Ik was enkele pagina’s aan het lezen, met een cynische blik, toen ik plots dit gedicht tegenkwam:
De maan
Kringloopwinkel van het hemelruim.
Muze der bezemwagens en blikjesjagers.
Grootste steuntrekker van allemaal.
Zij vist met spookachtig gele vingers
‘s nachts briefjes uit het elastiek van haar slipje
en haar kinderen, de dichters, lijden thuis honger,
want koken kan de maan niet, zelfs een eitje kan beter koken.
Spiek dus nooit op school.
Maak gewoon je huiswerk.
Maak niet de fout die ik ooit maakte,
laat het gedichten schrijven aan de dichters over.
Mensen, ik zeg het u eerlijk, ik kon mijn tranen niet meer bedwingen. Allemaal even opletten, dit is poezie. Die Benders is iemand met een hart in zijn knast. Een lefgozertje, maar met de juiste mentaliteit. Gewoon je huiswerk maken. Laten we even wel wezen, beste mensen, welke dichter durft het aan om in zijn debuutbundel te laten weten dat hij het gedichten schrijven beter aan de dichters over had kunnen laten? Het getuigt van fenomale zelfspot. Hier spreekt een dichter die het zichzelf onmogelijk wil maken.
Dit gedicht wordt standaardmateriaal in mijn lespakket. De maan, niet naar luisteren. Een smerige steuntrekker die allerlei rare beelden in je hoofd plaatst. De spijker op zijn kop, Benders, en dan dat spieken, dat mooi wordt verbonden met die maan die briefjes uit haar slipje trekt. Nee, dit is wereldpoezie, hier blijft Kees Ceelen voor wakker.
Dan de rest van de bundel. Zoals gezegd, die Benders maakt het alles en iedereen onmogelijk. Als hij over de liefde schrijft, niks verheffende lyriek, nee, pure sabotage. Cupido die op modderlaarzen door het bos strompelt en pijlen afschiet op meisjes die in kogelvrije vesten door het bos zweven. Wie verzint dat nou?Wat is dat voor een onmogelijk beeld? Deel 1 bevat veel mooie gedichten. De ouderdom, zeer herkenbaar. Of dat gedicht met die buren die zuur tegen de ramen plakken. Ik heb dat hier ook, ik voel ze elke dag als ik met Horatius in de tuin zit.
Dan hebben we nog deel 2, deel 3 en deel 4. Ik heb eerlijk gezegd nog geen tijd gehad deze te lezen, elke keer gaat mijn hand als automatisch weer naar dat betoverende ‘de maan’ gedicht. Dat ene gedicht, dik mijn zestien en een halve euro waard mensen. Martijn Benders, onthouden die naam. Dat wordt nog wel ooit wat met die jongen, maar dan moet hij wel die Wullen in bedwang weten houden.
Kees Ceelen
Onbegrijpelijk
Mensen, denk ik me een heerlijke vrije pinksterdag te hebben, lekker in de tuin met een boek in het zonnetje. Blijft er toch iets aan je knagen. Wat zou er op internet gebeurd zijn afgelopen dagen? Ik een uurtje terug mijn modem ingelogd en ik kon mijn ogen niet geloven, daar heb je die Duitse reetvetersurrealist Peter Wullen weer. Nota bene weglopend met mijn recensies. Had ik niet al ruim een week geleden aangekondigd dat ik de bundel van Benders zou gaan bespreken? Dat ik deze bundel daarvoor speciaal had aangeschaft? Maar nee, Wullen moet overal zijn padvindersbroekje aan ophangen. En als het nou een fatsoenlijke recensie was: een blamage is het geworden. De helft van de recensie bestaat uit de woorden van Benders zelf. In de andere helft somt hij wat opervlakkige feitjes over de bundel op alsof je naar zo’n opgedofte nieuwstut zit te kijken die het weer voor de komende week voorspelt. Ik had het al gezegd, Benders, die Wullen daar heb je niks aan. Onbegrijpelijk dat Benders zijn bundel door het domste jongetje van de klas laat bespreken. En Ceelen heeft mooi het nakijken. Nou, jullie kunnen mij wat ik post gewoon de recensie waaraan ik toch al aan het werken was. Later op deze avond.
Kees Ceelen
Gekrakeel op het internet
Beste mensen,
Ik ben eens wat eerder ingelogd omdat vandaag en morgen een vrije dag voor me is. Dat komt omdat ik tegen de 60 loop en dus een wat losser rooster toebedeelt krijg. Ik kan het allemaal niet volgen wat hier gebeurt is afgelopen week, als u het nog begrijpt mag u het zeggen. Ineens zit het weer boordevol Wullen.
Benders post als een doorgedraaide maniak de ene zotte stelling na de andere. Alleen Jo Willems lijkt me wel een geschikte kerel. Die man heeft tenminste een beetje perspectief. Ik lees hem graag. Een rustige, vriendelijke man. Ik hoop dat dit forum meer van zulke mensen zal trekken.
Om nog even op Johan Holtkuile te reageren: ik ambieer geen carriere als recensent. Ik loop tegen de 60 aan, denkt u nu heus dat ik er op zit te wachten nog als een jonge hond overal stukjes te gaan plaatsen? Mijn stukjes zijn slechts wat geroep van de zijlijn. Zonder verdere pretenties, niemand hoeft naar Kees Ceelen te luisteren. Als ik wat opmerkingen wil plaatsen over de achterkant van een bundel dan doe ik dat gewoon. Ik pretendeerde niet over de bundel zelf te spreken. Laat mij maar gewoon wat surfen en af en toe wat opmerkingen plaatsen bij fenomenen die ik waarneem. Met die rol ben ik al tevreden.
Vandaag heb ik weer eens over het internet gesurft. Wat opviel afgelopen week waren eigenlijk maar twee zaken: een ruzie tussen Ingmar Heytze en ene Rutger de Groot en vandaag een ruzie tussen Lucas Hirsch en Edwin Fagel. Beide ruzietjes ga ik even bespreken, gewoon omdat me een aantal zaken opgevallen zijn.
De eerste ruzie. Rutger Cornets de Groot ken ik niet. Hij heeft wel een geschikte website. Ingmar Heytze is die bekende popi jopi dichter. Die zou volgens mij zijn eigen boodschappenlijstjes nog inlijsten, maar goed dat is mijn mening maar. Rutger de Groot vind het beklagenswaardig dat Ingmar Heytze een stuk video online heeft gezet met 2 minuten stilte erop. Ik kan het argument niet echt volgen, maar vervolgens plaatst Heytze 3 artikelen over dat Rutger zijn vijand niet is. Dan denk ik, kun je met zo’n man de oorlog wel doorkomen? Is er werkelijk iemand die zoiets interessante lectuur vind? Wat Rutger antwoordde vind ik interessant, een citaat van de mij welbekende W.F.Hermans: ‘Ik schrijf om anderen het schrijven onmogelijk te maken’. Die man is tenminste eerlijk. Popi Jopies zijn dat nooit. Die moeten immers aan de kijkcijfers denken. Nee, die Rutger vind ik een geschikte kerel, uit het juiste hout gesneden.
Dan weer een ruzie, ze rollen deze week over straat. Lucas Hirsch, nooit van gehoord, versus Edwin Fagel, van die bundel ‘Afwezigheid’. Waar gaat dit over, denk je dan. Fagel werd genomineerd voor een prijs, Hirsch laat weten dat het maar niks is. Fagel had iets geschreven over een recensie, mag schijnbaar niet. Wie is die Hirsch eigenlijk? Een raresnuiter met een zonnebril en een bontjas. Die zou zo eens bij Kees Ceelen de klas moeten proberen binnen te stappen. Die kon meteen linea recta naar de garderobe om dat aanstellerig gedoe af te leren. Hirsch laat weten op zijn weblog dat die Vissenbundel de geweldenaar in het rijtje is. Fagel hoorde er eigenlijk niet thuis, vindt hij. Verfrissende poezie, roept hij. Ik zie zo de tube luchtverfrisser voor me waarmee hij ‘s ochtends onder zijn bontjas spuit.
Het betekent natuurlijk allemaal niks. Het zijn nietszeggende akkefietjes. Je zou je er bijna in gaan mengen, maar dan moet je je zover bukken dat je gevaar loopt je in je schoenveters te verwarren. Maar goed, het is tijdsverdrijf, je bent weer een uurtje zoet geweest. Nu ga ik lekker onder de wol, mensen, dit keer maar eens zonder lectuur.
Kees Ceelen
Besprekingen van Kees Ceelen
Geachte Heer Holtkuile,
Indien u mij uw dichtbundel wilt laten bespreken, de Heer Benders heeft mijn adres. Ik pretendeerde niet de bundel ‘Vis’ te bespreken maar gaf slechts enige indrukken die ik opdeed en een voorspelling met betrekking tot de inhoud. Als ik het bij het verkeerde einde heb hoor ik dat graag, maar ik weiger deze bundel aan te schaffen.
Wat betreft recenseren van bundels u kunt van mij recensies verwachten van twee bundels die ik recentelijk heb aangeschaft, ‘Elders in de Wereld’ van Ingmar Heytze en ‘Karavanserai’ van Benders zelf. Ik moet alleen even kijken wanneer ik er tijd voor in kan ruimen.
Kees Ceelen
Het gaat de goede kant op
Zo Benders, eindelijk gaat het hier eens de goede kant op met dat Loewak van je. Een prima beslissing om die Wullen de deur uit te zetten, met zijn gekwebbel en zijn surrealistische reetveterpoezie. Een rare snoeshaan die je het beste links kunt laten liggen. Hij heeft echter wel gelijk dat die drugsfilmpjes niet op een literair blad thuishoren. Dat soort dingen moet je priv houden. Het kan mij niet bommen dat je elke avond voor pampus op de bank ligt maar daar hoeven wij niet van mee te genieten.
Verder natuurlijk onzin om het Engels hier als voertaal neer te zetten. Daar doet Kees Ceelen mooi niet aan mee. Dat heeft niets met literatuur te maken, dat gekwebbel in het steenkolenengels. Maar ik heb tenminste wat weer vage hoop dat het ooit goed zal gaan komen met dat ‘Loewak’.
Het is weer weekend en ik heb dus eens tijd de literaire nieuwtjes van afgelopen week eens na te lopen. En wat zien we dan, de nominaties voor de Puddingprijs voor beste debuutbundel. 1200 euro, daar kun je net een nieuwe fiets van kopen, tegenwoordig. Allemaal mensen waarvan ik nooit heb gehoord, maar ja het zijn dan ook debuten natuurlijk, dat hoort zo. Ene Arnoud van Adrichem met de bundel ‘Vis’, waarover de uitgever op de website schrijft:
De pozie van Arnoud van Adrichem laat zich niet zomaar kennen.
Gevolgd door de regel:
Daarmee is niet gezegd dat ze gereserveerd zou zijn.
Pardon? Wordt hier gesuggereerd dat de zin ‘Frans laat zich niet kennen’ de suggestie wekt dat Frans een gereserveerd persoon zou zijn? Er is bij uitgeverij Contact iemand die duidelijk zijn huiswerk niet heeft willen maken. De uitdrukking ‘zich niet laten kennen’ wijst juist op een ongereserveerde, agressieve houding. We lezen even verder:
Integendeel, Van Adrichems gedichten bemoeien zich overal mee.
Dat bedoel ik dus. Weer zo’n hyperaktief ventje. Bij mij in de klas zitten er ook altijd wel een paar. Ze weten alles, moeten overal de neus tussen steken. Vinger opsteken doen we niet meer aan. Op de beurt wachten? Ouderwets. En maar wippen op het stoeltje, en maar dichtbundels schrijven die zich overal mee bemoeien. Het gaat echt helemaal de verkeerde kant op in onze maatschappij. Elk jaar zie ik meer en meer van dit soort hypernerveuze gevallen. Dat ligt allemaal aan die videospelletjes. Interactief, de leraar moet ook een afstandbediening hebben tegenwoordig. En maar rammelen op die knoppen, Vis, de eerste dichtbundel met afstandbediening. Ik weet nu al wat voor gedichten daarin staan. Getuige ook de volgende zin:
Ondertussen is de lezer getuige van de strijd tussen de eenzaat en de meerling waarin geen middel onbenut blijft.
Beste mensen, bent u er nog? Vis, de bundel waarin de strijd tussen de eenzaat en de meerling geen middel onbenut laat. Multifunctionele Hyperakkefietjes. Ik durf te wedden dat die twee woorden ‘Vis’ tot in de puntjes weten beschrijven.
Kees Ceelen
Bespiegelingen in de nacht
Mensen, ik kan de slaap niet vatten. Dan maar even hier posten. Na mijn redelijk vlotte start als literairerecensent kreeg ik deze week een domper te verwerken. Ik had de Heer Risee verzocht mij een plaats toe te kennen in de redactie van In Letterland. De Heer Risee heeft mijn verzoek echter afgewezen, om onduidelijke redenen. Een rare man. Eerst schrijft hij dat hij graag zou zien dat Kees Ceelen alle literaire bladen in Nederland gaat vullen en vervolgens wijst hij je af als je een bescheiden plekje in zijn eigen blad vraagt. Typerend voor het literair klimaat in Nederland: van voren word je geprezen en van achteren met een mes in de rug gestoken.
Ook in de liefde zit het even niet mee. Ik ben al 15 jaar vrijgezel, mijn eerste huwelijk is op de klippen gelopen. Ik had een paar weken geleden wat afspraakjes met een nette dame uit Bladelmet wieik op de ouderavond een stichtelijk gesprek had gevoerd over haar oudste zoon. Wij zijn vervolgens een paar keer op stap geweest o.a. naar het volarium en het prehistorisch dorp. Enfin, na een leuke dag thuis samen nog een borrel gedronken. Maar toen begon het. Waarom wij niet in de huiskamer konden zitten. Ik had haar al uitgelegd dat dat de kamer is van mijn Kaketoe, Horatius. En dat Horatius slechts zelden pottenkijkers in zijn kamer toelaat. Vrouwen begrijpen dat niet. Dat je een levensgezel een eigen kamer geeft, en al helemaal niet de hele huiskamer. Mijn vorige beminde, juf Fransen, probeerde het aanvankelijk te aanvaarden maar ook bij haar speelde de jaloezie parten.
Gottegotogot. Gottegogot. Wat heb ik een schijthekel aan die besprekingen van Alain Delmotte! Ja, sorry hoor, maar ik verander even van onderwerp. Een mens moet af en toe stoom afblazen. Alain Delmotte, de man die nog nooit een negatieve recensie heeft geschreven. Alain Delmotte, de man die zijn pen doopt in chloroform.De bureaucratische badeend der poezierecensenten. Vandaag draaide hij er weer een lange, gezapige, sloom tikkende eierwekker van een recensie uit. Over die huppelende padvinderspoezie van Kurt de Boodt. U kunt het hier allemaal lezen
Toch lucht het op zo af en toe een beetje te schrijven, al is het dan in die kermismolen van Benders. Wullen is tenminste nergens meer te bekennen, dat scheelt al de helft aan gebakken lucht. Nee mensen, neem maar van mij aan: de meeste vrouwen willen je er alleen maar onder krijgen, net als de slechte poezie. Ik wens jullie een fijne nacht toe.
Kees Ceelen
