Archive for the ‘Poezie’ Category
De geboorte van Sisyphus
Anderzijds ben ik aan het werken, maar ook veel aan het lezen. Ik kreeg vandaag twee nieuwe boeken van de Bezige Bij binnen, ‘De geboorte van Sisyphus’ van Miroslav Holub en ‘Vloeistof en Welvaart’ van Jan Lauwereyns. Beide boeken ga ik binnenkort bespreken op de Recensent. Ik heb vandaag de hele dag in Holub zitten lezen en ik kan wel alvast verklappen dat dit boek een monument is, zowel wat betreft de kwaliteit van de poëzie als de kwaliteit van de vertalingen. Dit boek moet eenieder die de poëzie een warm hart toedraagt gewoon direct aanschaffen. Al na twee gedichten liet ik het boek rillend vallen met tranen in de ogen. Ik had Holub al eerder in het Engels gelezen maar pas nu ontdek ik wat een groot dichter deze man feitelijk was.
De geboorte van Sisyphus, Miroslav Holub, vertaald door Jana Beranová
Openlucht bibliotheek gesloten – Turkse gedichten van Argus Libertus

Herinneren jullie je Kerem nog, waarover ik eerder hier en hier berichtte? Kerem had een Open Lucht bibliotheek op de top van de hoogste berg van Buyukada, voor het griekse klooster. Honderden boeken in de open lucht die iedereen gratis kon lenen. Hij verdiende zijn geld met zingen en gitaar spelen. Een aantal mensen hebben Nederlandse boeken gestuurd, gesigneerd nog wel, van o.a. Oosterhoff en Duinker.
Kerem is redelijk hersteld van zijn ongeluk (hij sprong uit het raam in de waan achtervolgd te worden door de organenmaffia), hij kon al een paar maanden weer redelijk lopen. Meteen heeft hij de Open Lucht Bibliotheek weer geopend. Helaas heeft echter de politie hem vorige maand laten weten dat zijn bibliotheek niet langer welkom is. Zij vonden de bibliotheek niet representatief genoeg voor de toeristen. Kerem heeft toen besloten boeken te gaan schrijven, en op 16 Augustus, morgen dus, presenteert hij deze boeken op de top van de berg. Het is een dichtbundel en een politiek literair werk over de geschiedenis van Buyukada. Mensen die erin interesse hebben, Turkse Nederlanders bijvoorbeeld, kunnen via mij een exemplaar bestellen: m.benders@gmail.com
Geen recensie van Karavanserai op in Letterland
Geen recensie van Karavanserai
En Vrijdag ligt dus de Groene Amsterdammer in de winkel met een recensie van Lindner. Al met al begint het er naar uit te zien dat het een van de meest besproken bundels is van afgelopen half jaar, waar iedereen positief over doet en niemand weet wat hij er in godsnaam als totaal van moet vinden.
Gewoon een kutboek, dus!
Risee citeert wat Vriezen op Facebook schreef. Voor de Neanderthalers die nog steeds geen Facebook account hebben citeer ik de rest wat hij schreef ook even:
Actually, I find it rich, but consistent – the construction in 4 parts works in this regard very well and does make the whole thing quite clear. Indeed, I wouldn’t want to grasp the totality if I were to review it – but then, I don’t consider that an interesting task in a review. A review should give the reader just a hint of an idea of what might be awaiting him in the book. That’s not too difficult to do. I’m sure I could write a review… an analysis that would try to account for every detail is harder, but again, I don’t think such analyses are necessarily interesting.
For my blog, I usually focus on some detail that somehow makes me, well not just makes me think – that your book does with a vengeance – but that makes me want to write an essay about – and that’s as much a function of what I’m working on myself as of what I just happen to be reading.
(In a review, I would mention how the first part is about measuring the universe, as if a subversive variation on the idea that Man the measure of everything; how the tone shifts in the Turkish part, which I would compare to how Murat Nemet-Nejat describes the stylistic features and topoi [istanbul!] of Turkish poetry in his anthology Eda; and I’d write about the extravagant plethora of influences all over the book. I’d write less specifically about the third and fourth part, though I would mention them of course; though, as I’m typing, I think the third part could be read fruitfully as the counterpart of the first part, taking the measure of the cosmos with less disturbances from the ‘human’ element, and how the fourth part explodes the structure of the whole – something like that)
Dat heeft Vriezen allemaal weer bijzonder goed gezien. Ik zie zelf de 4 delen ook als bewerkingen van de elementen:
Deel 1 – Vuur (de brandende essentie, kern)
Deel 2 – Aarde (de zintuigen)
Deel 3 – Lucht (het denken)
Deel 4 – Water (het samenvoegende, het gevoel)
Het grappige is dat bijvoorbeeld deel 3 eigenlijk een mislukt deel is, maar dat die mislukking tegelijkertijd eigen is aan het element.Als je dingen maar blijft delen mislukken ze vroeger of later altijd en de lucht symboliseert natuurlijk vooral het denken, wat bij voorbaat een vrij mislukt (want fictief) instrument is. Aldus de grap: kan een bundel een deel bevatten wat bewust mislukt? Is mislukte kunst zowiso oninteressanter dan gelukte? Ik vind dat hele mechanisme uiterst boeiend: een reeks die zoveel hooi op de vork neemt dat hij wel moet mislukken. Zal ik in mijn volgende bundel 88 gedichten over God gaan schrijven?
Kort nieuws
Mijn eigen bundel wordt in de Groene Amsterdammer die op 15 augustus in de winkel ligt besproken door Erik Lindner. Ik heb die recensie al mogen lezen en het is een goede recensie geworden die zowel op de positieve als negatieve aspecten van de bundel ingaat. Later daarover meer.
Ik heb inmiddels trouwens besloten dat ik doorga met het schrijven van poezie. Ik wou dat namelijk af laten hangen van de ontvangst van de bundel; ik wil het soort zelfbedrog mijden welke iemand ertoe drijft zijn hele leven aan iets te wijden waarin hij slechts matig talent heeft, dus ik wou eerst eens zien wat de buitenwereld er eigenlijk van vindt. Het leven is te kort om het aan iets te verspillen wat niet gewaardeerd wordt, vind ik, daarom dacht ik ik laat het allemaal afhangen van wat voor reacties ik krijg. De reacties zijn tot nu toe echter zo positief en uitbundig dat ik me geroepen voel deze rare vloek die de poezie nou eenmaal is dan maar op me te nemen. Ik wil eenieder die tot nu toe de tijd nam mijn gedichten te bespreken daarvoor hartelijk danken.
Erik Lindner over Karavanserai
Ik heb de pers pagina van martijnbenders.nl geupdate met samenvattingen van alle opmerkingen die ik tot nu toe over Karavanserai kreeg:
Vandaag mailde Erik Lindner me dat volgende week een bespreking in de Groene Amsterdammer komt. Daarop vooruitlopend schrijft hij:
Ik heb je bundel vervloekt, op de grond gegooid, weer opgepakt, gezworen dat ik het nooit zou bespreken, erom gelachen, geprezen, delen echt goed bevonden, bedacht dat ik 2.000 woorden nodig had het onder woorden te brengen dus moest wachten tot december, en uiteindelijk gisteren toch na weken lezen een stukje gemaakt voor De Groene.
Nou, dat maakt nieuwsgierig!
Ook Marc Tiefenthal schrijft wat over Karavanserai op zijn weblog:
Er is in het Nederlands taalgebied een dichter opgestaan. Met zijn eerste bundel heeft hij lang gewacht en het bleek het wachten waard. Karavanserai heet de bundel en is uitgegeven in 2008 bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
Korte recensie: ‘Vuur’ van ter Balkt
‘Vuur’ viel mij lichtelijk tegen. Misschien waren de verwachtingen te hoog gespannen. Er valt in de bundel genoeg te genieten, daar niet van, maar er staan ook aardig wat gedichten in die ik nogal mager vond. Iets irriteert me aan ter Balkt een beetje. Ter Balkt, dat is alsof je een naakte woesteling uit de peelgrond ziet kruipen, met dennenaalden in het haar, die vervolgens de modder van zich afschuddend Samuel Beckett begint te citeren. Begrijpt u wat ik bedoel? Er is iets erg artificieels aan de hele voorstelling. Ik vraag me soms af of die hele woestheid die ter Balkt ons voorspiegelt niet teveel een gimmick is geworden. Toch zijn de beste gedichten uit de bundel wel weer juist die werken waar hij zich van woeste, wilde beelden bedient.Hij probeert dat echter te combineren met beschouwelijke werkjes, vaak over een schilderijtje wat hij ergens zag hangen of door wat overgeetaleerde cultureel correcte kunstenaars als Beckett op te voeren. Het komt op mij niet echt over als iemand die veel tijd heeft gestoken in het bestuderen van kunst, het lijkt er meer op dat ter Balkt schrijft over wat toevallig op zijn weg komt. De woesteling uit de peelgrond die per toeval het museum in struikelt, dus, wat nogal eigenaardige en niet direct hele interessante poezie oplevert.
De cavia die Milosz in een theaterstoel zette, dat is ter Balkt. Het probleem is alleen dat hij hem een pak aangetrokken heeft en een stropdas.
(Vervolgd, thuis)
Er staan echter genoeg goede gedichten in ‘Vuur’ om een aanschaf, ook voor niet-Ter Balkt fans, zonder meer te rechtvaardigen. Gedichten als ‘De Dennen’, ‘Peppels’, ‘Donderdagen en Pompstations’ en ‘De Onwillige Slijpsteen’ getuigen van een grote, beeldende kracht en zijn oerdegelijke Ter Balkt epigonen.
Zwak vond ik vooral de metapoëzie over poëzie zelf in de gedichten ‘Poëzie’ en ‘Ga naar huis poëzie’. Het gedichten schrijven over de poëzie zelf is altijd lastiger, maar het wordt m.i. vrij funest wanneer je in zo’n situatie de zaken te helder benoemd. ‘Ga naar huis poezie, ga naar huis/ de weg was lang, ‘t weer werd slechter/ je zong het zwarte water uit zijn hol/ en nu zing je ‘t eindelijk terug… dit vind ik geen interessant concept. De afsluiting van het gedicht is nog erger ‘Ik heb altijd al horen zingen / waar jouw verblijf is achter de bergen/ Ga naar huis Poezie en neem me mee’ ..
Ter Balkt is zowiso niet zo’n denker, hij is een structuralistisch mysticus die vooral met veel dikke lagen woeste woordenverf de lezer wil overdonderen. Dat werkt niet als je dat probeert te combineren met beschouwelijkheid. Dat is het probleem wat ik in deze bundel vaak zie terugkeren. Enerzijds die woestheid, maar die poogt ter Balkt al dan niet bewust met de ultieme beschouwelijkheid, de kunstbeschouwing, te combineren wat naar mijn idee niet werkt. Al helemaal niet omdat je gewoon voelt dat de man geen consistente kunstsmaak heeft maar gewoon af en toe wat schrijft over dingen die hij toevallig tegenkomt. Niks mis mee, maar het is veel te beschaafd. Hier zien we dus eigenlijk een dilemma: enerzijds is de woestheid van ter Balkt wellicht teveel een kunstje geworden, anderzijds is het zijn belangrijkste stijlkenmerk en juist het sterkste aspect aan zijn poëzie.
Dit is een dilemma waarmee elke kunstenaar of dichter vroeger of later te maken krijgt. Ik hoop echter dat Ter Balkt in zal zien dat de beschouwelijke poezie niet zijn sterkste punt is en dat hij een andere weg zal zoeken om zijn kenmerkende woestheid te kanaliseren.
Als ik ooit die ontheemde, uit de Ragnarok ontsproten verwilderde VeluweGod tegen het lijf loop hoop ik niet dat hij uit Kerouac voor zal gaan lezen.
