Editorial:
Loewak is an Intelligent Media network. We offer news, articles and perspectives no one else offers.Our aim is to build a new media that actually rewards instead of punishes intelligence. We are looking for writers, journalists, scientists and artists to form an alternative to the big media. Choose 'Blog hosting' from the top menu to see what we can offer you.
Ad network
Fantasmania:

Archive for the ‘Poezie’ Category

Pure

Pure

My soul’s so disgustingly pure
that angels skate on it, all day long,
in eights and zeroes, not daring to even sing
or lift each others little skirts while the snow
is settling in, and when I throw up
over your naked breasts, clouds
come from my mouth, clouds, not even white
but horribly blue, like the sky, like the light
from a boys room: infinity!

Tits and clouds, clouds and tits,
so pure, pure. This is the soul
even God can’t confess to
without falling asleep.

This is me, but now.

Martijn, 19-11-2008

De geboorte van Sisyphus

Aangaande de opmerking dat ik minder frequent aan het posten ben: dat klopt. Deels is de nieuwe computer oorzaak, en dat ik moet wennen aan Windows Vista. Zoals gewoonlijk bij Windows worden de instellingen aangeleverd met de grootste idioten en randdebielen als uitgangspunt. Dat betekent dat je, wat je ook wilt doen en waar je ook op klikt, een leuk waarschuwings schermpje van Windows krijgt of je dat wel echt wilt, of je niet liever koffie gaat drinken, of je niet beter Linux op je machine kunt zetten, enzovoort. Inmiddels heb ik al die rommel uit het besturingssysteem weten verwijderen en draait het lekker soepel. Ik moet ook zeggen dat zodra je erin slaagt die rommel weg te krijgen veel dingen in Vista een behoorlijke verbetering zijn. Zo ergerde ik me al 10 jaar groen aan dat volstrekt idiote mappensysteem in windows waar je steeds je een ons moest klikken om op de juiste plek uit te komen. Dat hebben ze nu eindelijk eens goed gemaakt.

Anderzijds ben ik aan het werken, maar ook veel aan het lezen. Ik kreeg vandaag twee nieuwe boeken van de Bezige Bij binnen, ‘De geboorte van Sisyphus’ van Miroslav Holub en ‘Vloeistof en Welvaart’ van Jan Lauwereyns. Beide boeken ga ik binnenkort bespreken op de Recensent. Ik heb vandaag de hele dag in Holub zitten lezen en ik kan wel alvast verklappen dat dit boek een monument is, zowel wat betreft de kwaliteit van de poëzie als de kwaliteit van de vertalingen. Dit boek moet eenieder die de poëzie een warm hart toedraagt gewoon direct aanschaffen. Al na twee gedichten liet ik het boek rillend vallen met tranen in de ogen. Ik had Holub al eerder in het Engels gelezen maar pas nu ontdek ik wat een groot dichter deze man feitelijk was.

De geboorte van Sisyphus, Miroslav Holub, vertaald door Jana Beranová

Openlucht bibliotheek gesloten – Turkse gedichten van Argus Libertus



Herinneren jullie je Kerem nog, waarover ik eerder hier en hier berichtte? Kerem had een Open Lucht bibliotheek op de top van de hoogste berg van Buyukada, voor het griekse klooster. Honderden boeken in de open lucht die iedereen gratis kon lenen. Hij verdiende zijn geld met zingen en gitaar spelen. Een aantal mensen hebben Nederlandse boeken gestuurd, gesigneerd nog wel, van o.a. Oosterhoff en Duinker.

Kerem is redelijk hersteld van zijn ongeluk (hij sprong uit het raam in de waan achtervolgd te worden door de organenmaffia), hij kon al een paar maanden weer redelijk lopen. Meteen heeft hij de Open Lucht Bibliotheek weer geopend. Helaas heeft echter de politie hem vorige maand laten weten dat zijn bibliotheek niet langer welkom is. Zij vonden de bibliotheek niet representatief genoeg voor de toeristen. Kerem heeft toen besloten boeken te gaan schrijven, en op 16 Augustus, morgen dus, presenteert hij deze boeken op de top van de berg. Het is een dichtbundel en een politiek literair werk over de geschiedenis van Buyukada. Mensen die erin interesse hebben, Turkse Nederlanders bijvoorbeeld, kunnen via mij een exemplaar bestellen: m.benders@gmail.com

Geen recensie van Karavanserai op in Letterland

Olaf Risee schreef geen recensie over Karavanserai op in Letterland:

Geen recensie van Karavanserai

En Vrijdag ligt dus de Groene Amsterdammer in de winkel met een recensie van Lindner. Al met al begint het er naar uit te zien dat het een van de meest besproken bundels is van afgelopen half jaar, waar iedereen positief over doet en niemand weet wat hij er in godsnaam als totaal van moet vinden.

Gewoon een kutboek, dus!

Risee citeert wat Vriezen op Facebook schreef. Voor de Neanderthalers die nog steeds geen Facebook account hebben citeer ik de rest wat hij schreef ook even:

Actually, I find it rich, but consistent – the construction in 4 parts works in this regard very well and does make the whole thing quite clear. Indeed, I wouldn’t want to grasp the totality if I were to review it – but then, I don’t consider that an interesting task in a review. A review should give the reader just a hint of an idea of what might be awaiting him in the book. That’s not too difficult to do. I’m sure I could write a review… an analysis that would try to account for every detail is harder, but again, I don’t think such analyses are necessarily interesting.

For my blog, I usually focus on some detail that somehow makes me, well not just makes me think – that your book does with a vengeance – but that makes me want to write an essay about – and that’s as much a function of what I’m working on myself as of what I just happen to be reading.

(In a review, I would mention how the first part is about measuring the universe, as if a subversive variation on the idea that Man the measure of everything; how the tone shifts in the Turkish part, which I would compare to how Murat Nemet-Nejat describes the stylistic features and topoi [istanbul!] of Turkish poetry in his anthology Eda; and I’d write about the extravagant plethora of influences all over the book. I’d write less specifically about the third and fourth part, though I would mention them of course; though, as I’m typing, I think the third part could be read fruitfully as the counterpart of the first part, taking the measure of the cosmos with less disturbances from the ‘human’ element, and how the fourth part explodes the structure of the whole – something like that)


Dat heeft Vriezen allemaal weer bijzonder goed gezien. Ik zie zelf de 4 delen ook als bewerkingen van de elementen:

Deel 1 – Vuur (de brandende essentie, kern)
Deel 2 – Aarde (de zintuigen)
Deel 3 – Lucht (het denken)
Deel 4 – Water (het samenvoegende, het gevoel)

Het grappige is dat bijvoorbeeld deel 3 eigenlijk een mislukt deel is, maar dat die mislukking tegelijkertijd eigen is aan het element.Als je dingen maar blijft delen mislukken ze vroeger of later altijd en de lucht symboliseert natuurlijk vooral het denken, wat bij voorbaat een vrij mislukt (want fictief) instrument is. Aldus de grap: kan een bundel een deel bevatten wat bewust mislukt? Is mislukte kunst zowiso oninteressanter dan gelukte? Ik vind dat hele mechanisme uiterst boeiend: een reeks die zoveel hooi op de vork neemt dat hij wel moet mislukken. Zal ik in mijn volgende bundel 88 gedichten over God gaan schrijven?

Kort nieuws

’4 Zinnen’ van Samuel Vriezen wordt besproken door Delmotte op poezierapport, dit keer wel met een goed geschreven recensie dus hij kan het toch wel, heeft alleen iemand nodig die hem af en toe een keer tegen de schenen schopt zodat hij wel wakker blijft. Vriezens bundel kreeg eerder een hele matige, flauwe recensie in Awater en ik ben blij dat deze bijzondere bundel nu wat meer aandacht krijgt.

Mijn eigen bundel wordt in de Groene Amsterdammer die op 15 augustus in de winkel ligt besproken door Erik Lindner. Ik heb die recensie al mogen lezen en het is een goede recensie geworden die zowel op de positieve als negatieve aspecten van de bundel ingaat. Later daarover meer.

Ik heb inmiddels trouwens besloten dat ik doorga met het schrijven van poezie. Ik wou dat namelijk af laten hangen van de ontvangst van de bundel; ik wil het soort zelfbedrog mijden welke iemand ertoe drijft zijn hele leven aan iets te wijden waarin hij slechts matig talent heeft, dus ik wou eerst eens zien wat de buitenwereld er eigenlijk van vindt. Het leven is te kort om het aan iets te verspillen wat niet gewaardeerd wordt, vind ik, daarom dacht ik ik laat het allemaal afhangen van wat voor reacties ik krijg. De reacties zijn tot nu toe echter zo positief en uitbundig dat ik me geroepen voel deze rare vloek die de poezie nou eenmaal is dan maar op me te nemen. Ik wil eenieder die tot nu toe de tijd nam mijn gedichten te bespreken daarvoor hartelijk danken.

Erik Lindner over Karavanserai

Ik heb de pers pagina van martijnbenders.nl geupdate met samenvattingen van alle opmerkingen die ik tot nu toe over Karavanserai kreeg:

Vandaag mailde Erik Lindner me dat volgende week een bespreking in de Groene Amsterdammer komt. Daarop vooruitlopend schrijft hij:

Ik heb je bundel vervloekt, op de grond gegooid, weer opgepakt, gezworen dat ik het nooit zou bespreken, erom gelachen, geprezen, delen echt goed bevonden, bedacht dat ik 2.000 woorden nodig had het onder woorden te brengen dus moest wachten tot december, en uiteindelijk gisteren toch na weken lezen een stukje gemaakt voor De Groene.

Nou, dat maakt nieuwsgierig!

Ook Marc Tiefenthal schrijft wat over Karavanserai op zijn weblog:

Er is in het Nederlands taalgebied een dichter opgestaan. Met zijn eerste bundel heeft hij lang gewacht en het bleek het wachten waard. Karavanserai heet de bundel en is uitgegeven in 2008 bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Lees de pers pagina over Karavanserai

Korte recensie: ‘Vuur’ van ter Balkt

Ik doe even een korte bespreking uit het hoofd. Ik heb het boek niet bij de hand (zit op een terras) dus citeren is er even niet bij.

‘Vuur’ viel mij lichtelijk tegen. Misschien waren de verwachtingen te hoog gespannen. Er valt in de bundel genoeg te genieten, daar niet van, maar er staan ook aardig wat gedichten in die ik nogal mager vond. Iets irriteert me aan ter Balkt een beetje. Ter Balkt, dat is alsof je een naakte woesteling uit de peelgrond ziet kruipen, met dennenaalden in het haar, die vervolgens de modder van zich afschuddend Samuel Beckett begint te citeren. Begrijpt u wat ik bedoel? Er is iets erg artificieels aan de hele voorstelling. Ik vraag me soms af of die hele woestheid die ter Balkt ons voorspiegelt niet teveel een gimmick is geworden. Toch zijn de beste gedichten uit de bundel wel weer juist die werken waar hij zich van woeste, wilde beelden bedient.Hij probeert dat echter te combineren met beschouwelijke werkjes, vaak over een schilderijtje wat hij ergens zag hangen of door wat overgeetaleerde cultureel correcte kunstenaars als Beckett op te voeren. Het komt op mij niet echt over als iemand die veel tijd heeft gestoken in het bestuderen van kunst, het lijkt er meer op dat ter Balkt schrijft over wat toevallig op zijn weg komt. De woesteling uit de peelgrond die per toeval het museum in struikelt, dus, wat nogal eigenaardige en niet direct hele interessante poezie oplevert.

De cavia die Milosz in een theaterstoel zette, dat is ter Balkt. Het probleem is alleen dat hij hem een pak aangetrokken heeft en een stropdas.

(Vervolgd, thuis)

Er staan echter genoeg goede gedichten in ‘Vuur’ om een aanschaf, ook voor niet-Ter Balkt fans, zonder meer te rechtvaardigen. Gedichten als ‘De Dennen’, ‘Peppels’, ‘Donderdagen en Pompstations’ en ‘De Onwillige Slijpsteen’ getuigen van een grote, beeldende kracht en zijn oerdegelijke Ter Balkt epigonen.

Zwak vond ik vooral de metapoëzie over poëzie zelf in de gedichten ‘Poëzie’ en ‘Ga naar huis poëzie’. Het gedichten schrijven over de poëzie zelf is altijd lastiger, maar het wordt m.i. vrij funest wanneer je in zo’n situatie de zaken te helder benoemd. ‘Ga naar huis poezie, ga naar huis/ de weg was lang, ‘t weer werd slechter/ je zong het zwarte water uit zijn hol/ en nu zing je ‘t eindelijk terug… dit vind ik geen interessant concept. De afsluiting van het gedicht is nog erger ‘Ik heb altijd al horen zingen / waar jouw verblijf is achter de bergen/ Ga naar huis Poezie en neem me mee’ ..

Ter Balkt is zowiso niet zo’n denker, hij is een structuralistisch mysticus die vooral met veel dikke lagen woeste woordenverf de lezer wil overdonderen. Dat werkt niet als je dat probeert te combineren met beschouwelijkheid. Dat is het probleem wat ik in deze bundel vaak zie terugkeren. Enerzijds die woestheid, maar die poogt ter Balkt al dan niet bewust met de ultieme beschouwelijkheid, de kunstbeschouwing, te combineren wat naar mijn idee niet werkt. Al helemaal niet omdat je gewoon voelt dat de man geen consistente kunstsmaak heeft maar gewoon af en toe wat schrijft over dingen die hij toevallig tegenkomt. Niks mis mee, maar het is veel te beschaafd. Hier zien we dus eigenlijk een dilemma: enerzijds is de woestheid van ter Balkt wellicht teveel een kunstje geworden, anderzijds is het zijn belangrijkste stijlkenmerk en juist het sterkste aspect aan zijn poëzie.

Dit is een dilemma waarmee elke kunstenaar of dichter vroeger of later te maken krijgt. Ik hoop echter dat Ter Balkt in zal zien dat de beschouwelijke poezie niet zijn sterkste punt is en dat hij een andere weg zal zoeken om zijn kenmerkende woestheid te kanaliseren.

Als ik ooit die ontheemde, uit de Ragnarok ontsproten verwilderde VeluweGod tegen het lijf loop hoop ik niet dat hij uit Kerouac voor zal gaan lezen.

Jo Willems over Karavanserai

Jo Willems schrijft op zijn weblog over Karavanserai:

Karavanserai van Martijn Benders is een van de opmerkelijkste gedichtenbundels die ik de laatste jaren in het Nederlands heb zien verschijnen. Of Benders een derwisj in zijn poëzie is, zou ik niet durven beamen. Wel deed hij me soms aan Borges’ poezie denken: sterk verhalend, vol rake observaties die verwondering wekken, nieuwsgierigheid, melancholisch stemmen. Maar Borges is beeldvaster. Wanneer hij je aan de hand neemt, dan loopt het de straat in Buenos Aires met je af, tot het einde. Bij Benders moet je altijd oversteken, teruglopen, struikelen, je een geur in je neus laten duwen. En wanneer je tijdens het lezen als eens op je snufferd valt, staat het gedicht op zijn kop. Misschien dan toch een derwisj? In elk geval – ondanks de springerigheid in beelden – mag Benders van mij de epitetha die ik op Borges geplakt heb trots op zijn gedichten plakken. Hopelijk gaat dit nog groeien, zodat de kinderen over tien jaar elkaar met zijn zinnen om de oren slaan.

Het weblog van Jo Willems

Recensie: ‘Nieuwe Sterrenbeelden’ van Peter Verhelst

Peter Verhelst, nieuwe sterrenbeelden

Afgelopen april, tegelijk met mijn bundel Karavanserai, kwam de nieuwe bundel van Peter Verhelst, ‘Nieuwe Sterrenbeelden’, uit bij uitgeverij Prometheus. Het is een dikke bundel geworden, mooi vormgegeven maar met een zachtpapieren kaft die helaas drie tochten naar het strand later al behoorlijk verfrommeld is. Niet erg rugzakproof, dus.

De bundel bevat losse gedichten en wat cycli zonder dat deze in hoofdstukken zijn gerangschikt. Ook moet ik opmerken dat ik het eerdere werk van Verhelst niet ken zodat ik niet in staat ben vergelijkingen te trekken. Nieuwe Sterrenbeelden is dus de eerste bundel van Verhelst die ik lees. In een interview met de Poeziekrant laat Verhelst weten te vinden dat hij altijd onterecht als postmodern in de boeken is weggeschreven. Nu is die classificatie ‘postmodern’ natuurlijk zowiso vrij vlak omdat technisch bezien alle poezie die na de jaren 50 geschreven is postmodern is. Ik kan me best voorstellen dat zo’n zouteloze beschrijving een serieus dichter geen plezier zal doen.

Het eerste wat me aan de gedichten van Verhelst opviel is het filmische karakter van zijn werk. Verhelst is een ongenaakbaar goede cameraman die snel, scherp en vol vaart beelden oproept met zijn woorden die lang in het hoofd nagalmen. Zijn gedichten zijn van een ontstellend direkte lichamelijkheid; steeds weer zoekt hij middels zijn gedichten de confrontatie op met het lichaam – vooral het lichaam van zijn geliefde en van zichzelf. Om een voorbeeld te geven van het filmische karakter van zijn werk, hier het gedicht ‘klein mogadishu’:

KLEIN MOGADISHU

Raar maar
waar is alles gebleven waar we van droomden – is alles uiteindelijk toch maar
een hoop vet van een stoel in een afvoergeul glijdend?

Uit de plooi in het normale puilt materie: vrouw
met de armen rond de buik geslagen, buiten zichzelf geschud
op de vloer van een bankkantoor. Erboven een hoofd, geduwd
in een Mickey Mouse-masker. De man heeft de loop afgezaagd
van de dingen: gulpende kern onder de handen van de vrouw,
knipperlichtogen, rode vinger op zoek naar de alarmknop.

Men beweert dat materie bestaat
uit leegte, als hij al bestaat. Of dat de dingen niets meer zijn
dan mogelijke bewegingen van het bewustzijn, neuronenwindingen
waaruit vonken opspatten.
Een tepel trekt samen op de borst
van de vrouw. Een vlek vormt een plas
kloppend als een kinderhart. Een vlies trekt over de leegte
onder de hand van de vrouw, verhardt
tot een ruggengraatje.
Misschien zijn we getuige, misschien medeplichtig,
misschien zijn we ons leven anders aan het dromen, maar we knielen bij de vrouw
als betuigen we eer aan een wonder. Hoofdje, schouders, materie
in onze handen. De glazige navelstreng. We voelen ons menselijk

Na de feiten trekt betekenis terug in de dingen. Het masker lost op
en de man loopt achterwaarts het bankkantoor uit. De plas kruipt
in de vloertegels. De vrouw komt moeizaam overeind. We rapen

een brandende sigaret van het trottoir en elke keer als we zuigen
wordt de sigaret langer. We stappen in een auto en rijden naar huis.
We worden liefdevol gekust

Niet langer dan een seconde zijn we ons
van geen kwaad bewust.

(Voetnoot: twee inspringingen in het gedicht overleefden de wordpress opmaak niet.)


Wat dit gedicht bijzonder maakt is niet dat het over een bankoverval gaat, zoals dat in eerste instantie lijkt. Ook niet dat Verhelst deze achterstevoren op de poeziespoel legt, wat een sterk vervreemdend effect heeft. Het gedicht moet wel over een gebeurtenis tijdens Operation Restore Hope in Somalie gaan, maar wat Verhelst hier doet is op een vreemde wijze geboorte en dood aan elkaar binden. Het is een heel spannend gedicht dat ook volledig tijdloos en apolitiek te lezen valt, hoewel het dan wel een betekenislaag verliest – De Mickey Mouse is uiteraard de Amerikaanse indringer. Verhelst vermengt in een enkel gedicht dus politiek engagement, filosofie, lichamelijke spanningsvelden en dat allemaal rijdend in zijn achteruit. De slotconclusie van het gedicht is prachtig. Wijst deze op de onontkoombaarheid van het lot?

Verhelst is een meesterlijk stilist. Zelden zag ik zulke met verve uitgevoerde minimalistisch-absurdistische themawisselingen als bijvoorbeeld in zijn cyclus ‘ kijken in de zon’. Een prachtreeks waarin Verhelst als een klassiek meesterschilder de contrastwerking van het licht op het liefdesleven neerzet. Zijn werk komt altijd terug op de confrontatie met de ander. Zijn werk is beladen met een vervreemdende, symbolistische erotiek. In elk van de gedichten in de lichtreeks, en misschien wel door de hele bundel, lijkt de geslachtsdaad ofwel de basis ofwel de uitkomst ofwel het motief van het gedicht. Verhelst weet echter deze lichamelijkheid op zeer eigen wijze uit te lichten, vaak met een klinische tragiek en met een pallet van perspectiefwisselingen en vervreemdend contrast. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘in het donker licht een lamp te branden’:

IN HET DONKER LIGT EEN LAMP TE BRANDEN

We wisten van het bestaan af
van de donkere kamer. Het was een kwestie
van juiste tijd en plek om elkaar te vinden. Stilte
en donker dat je zenuwen lamlegt. Geduld om hitte
tot ontwikkeling te laten komen. We waren op de hoogte
van de voorwaarden voor een gelukkig leven.

Met uitgestoken handen gingen we de kamer binnen. Na een tijd
leek het donker op marsepein, van binnenuit verlicht, maar
het gedroeg zich als een lichaam, met alle gevolgen van dien.

In de donkere kamer brandde een lamp
en die lamp waren wij: gloeidraad en glas, gas en oog
om traag in uit te doven, lang nadat we zullen zijn
verdwenen. En ooit, en ooit. en ooit, zongen we, jubelde het
ons de ogen uit. Nooit, nooit, nooit, echode het.

‘Nieuwe Sterrenbeelden’ is een bundel die volstaat met gedichten als deze, gedichten die op een fragiele wijze de hoop optekenen, de hoop op een oplossing, op een ontwikkeling uit die donkere kamer van de menselijke geest. Verhelst zoekt steeds middels de lichamelijkheid de confrontatie met de ander, omdat hij die hoop niet opgegeven heeft. Steeds weer voert hij in de deze vaak heftige confrontaties zachte, discordante elementen ten tonele als bijvoorbeeld de marsepein in bovenstaand gedicht. Verhelst schrijft eigenlijk schrijnend mooie, tragische en eigentijdse liefdespoezie.

‘Nieuwe Sterrenbeelden’ is een belangwekkende, volwassen en geraffineerde bundel die Verhelst als een van de belangrijkste dichters die het Nederlands taalgebied momenteel rijk is neerzet. Het is mijns inziens zeker een van de beste werken die afgelopen jaren zijn verschenen en de bundel zal hopelijk een groter publiek weten vinden.

Ingmar Heytze over ‘Karavanserai’

Ingmar Heytze schrijft op het weblog ‘Blanco Regel’ het volgende:

Ik zit nu te lezen in Karavanserai van Martijn Benders, en dat is een mooi, sterk debuut, goed gestructureerd en met een behoorlijke dichtheid van geweldige gedichten – je kunt merken dat Benders geen obligate Nederlandse boekenkast bezit, maar ook veel over de grens leest, waardoor zijn eigen gedichten soms lezen als zeer goede vertalingen van Engelse gedichten.

Lees het hele interview

Who are we
Loewak is currently made by Martijn Benders and Jeroen Nieuwland. Martijn Benders is an award winning Dutch poet and philosopher that is currently working on a tetralogy of four books simultanously. Jeroen Nieuwland is a Berlin based avantgarde poet, teacher and art lover.
Ad network
Categories