Harmens over Kouwenaar
Een jaar of vijf geleden besprak ik ‘Het bezit van een ruine’ van Gerrit Kouwenaar. Ik vond er niet veel aan, maar kreeg destijds behoorlijk wat tegengas van Kouwenaarofielen. Een van mijn essentiele bezwaren tegen Kouwenaars poezie was het gebruik van wel erg voor de hand liggende inversies. ‘Het nuchtere glas’, bijvoorbeeld. Als ik zo’n inversie zie dan denk ik, hou op zeg. Die oude recensie is hier nog te lezen, trouwens.
Erik Jan Harmens is hetzelfde opgevallen, blijkens een recensie van Kouwenaars laatste bundel ‘Vallende Stilte’ in Trouw. Het lijkt heel wat. De spreektaal van ‘zeg maar’ die haaks staat op het ‘onzegbare’. Het ‘prille’ in tegenstelling tot een lange zit aan de eettafel. Rillen in een heet bed. Sneeuw die buiten ‘inwendig’ valt. Het sneeuwt natuurlijk helemaal niet, de dichter heeft gewoon last van een zwaar hoofd. Zeg dat dan! Het opnoemen van elkaar tegensprekende termen, is niet een basisrecept voor goede poezie.
Commentaar