Monthly Archives: October 2008

Turkse toeristenindustrie ligt compleet op zijn gat

Ik ben al de hele week geveld door een keelgriep, vandaar dat ik weinig op de Loewak sites heb gepost. Vorige week waren mijn ouders hier – zij reizen elke zomer 3 maanden met de caravan door Turkije en komen dan ook 2 keer bij mij logeren. Uit hun verhalen begreep ik dat er hier eigenlijk een enorme crisis aan de hand is, een crisis die tot nu toe in de pers hier compleet verborgen wordt gehouden. Volgens mijn ouders, die dus in juli en augustus in tal van badplaatsen in Turkije geweest zijn, staat bijna alles overal leeg. Zelfs vreselijke toeristenplekken als Kusadasi en Bodrum: er was nauwelijks een toerist te bekennen. Hele stranden vol met lege stoelen.

Ik voorspelde dat vele jaren geleden al, maar men bleef hier als een gek bouwen, het kon niet duur en gigantisch genoeg zijn. De hele kustlijn werd verpest met monsterlijke gedrochten van Hotels, die eerst grotendeels vol Engelsen en Duitsers zaten en later steeds meer werden aangevuld met Russen. Dit jaar was dus een onvoorstelbaar rampjaar voor de Turkse toeristenindustrie maar men blijft daar tot nu toe mooi weer over spelen.

Lang zal men dat niet volhouden. Er is in de laatste 2 weken ook 6 miljard aan buitenlands kapitaal van de Turkse banken terug getrokken. De lira, die afgelopen jaar vreemd hoog stond, heeft laatste week bijna 20% van zijn waarde verloren. Ook de huizen die men en masse voor toeristen gebouwd heeft raakt men aan de straatstenen niet meer kwijt. Men ziet aan de zuidkust hele spookdorpen vol nieuwbouw.

Ik vermoed dat dit zich binnen niet al te lange tijd gaat vertalen naar een behoorlijke crash van de Turkse markt. Jammer dat er op zo’n volstrekt kortzichtige wijze is gepoogd om van Turkije een nieuw Spanje te maken. Ik ben dit jaar zelf niet naar Zuid Turkije geweest, vooral wegens Mavi, maar vorig jaar was ik er in Oktober, in een ecologische boerderij (Sundance) en ik kon mijn ogen niet geloven: het ene na het andere discoschip legde luid bonkend op het mooie natuurgebied aan. Deze discoschepen zijn dus volgens mijn ouders ook nergens meer te bekennen. Ik hoop dat Turkije eens aan een wat slimmere toeristenstrategie gaat werken die niet meer inspeelt op het goedkoopste en domste marktsegment.

Rectificatie

Ik schreef laatst een recensie van Holub waarin ik te kennen gaf dat de Oosteuropese poezie met de nobelprijs van Szymborska eindelijk erkenning kreeg, maar eerder ontving de Tjechische dichter Seifert hem ook al in 1984 en Milosz ontving hem in 1980 – de erkenning vond dus al veel eerder plaats, sterker nog Oost europa heeft juist een grote nobeldichtheid qua dichters dus de opmerking was misplaatst.

Rob Schouten: De leukste thuis

In de Awater van dit najaar een korte recensie van Karavanserai van de hand van Rob Schouten, die, ontegenzeggenlijk de druk van veertig jaar journalistieke ervaring op zijn schouders voelende, de bijzonder spitsvondige suggestie doet dat mijn overgewicht zich laat vertalen naar de afmetingen van mijn bundel. ‘Poezie Obesitas’ heet zijn stukje en het centreert zich, naast de hem gebruikelijke ‘leukste thuis’ mimiek, rond het oneigenlijke argument dat het allemaal te dik, teveel, te overvloedig is.

Waarom vind ik dat een oneigenlijk argument? Omdat ik met Karavanserai nu juist iets wilds en visionairs neer wou zetten wat zich nu juist eens niet netjes binnen de perken hield, zoals het gros van de Nederlandse poezie meestal doet. Om dan de uitbundigheid of afmetingen als contra-argument op te voeren: dat vind ik geen kritiek, dat vind ik pure gemakzucht, net zoals ik ‘Maradonna, het is een prima voetballer maar hij zou niet zoveel moeten pingelen’ geen voetbalkritiek vind maar een idiote opmerking.

Een van mijn favoriete kunstenaars momenteel is Fred Tomaselli. Ik kan me al zeer levendig inbeelden wat de heren Critici bij zijn werk zouden gaan schrijven:

Klik hier voor een voorbeeld

‘Ja, een talentvolle man die Tomaselli maar zijn werk is wel erg druk. Moet dat nou, al die uitbundige kleurtjes en gepriegel? Dat schrikt mij als kijker toch wel een beetje af’

Dit soort hersenloos popi-jopi gebazel kun je natuurlijk ‘kunstkritiek’ noemen. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt als ik daar zelf anders over denk.

Ik ergerde mij eerder al aan Schouten door zijn volstrekt zouteloze recensie van ’4 zinnen’ van Samuel Vriezen. Mijn recencie is, hoewel positief bedoeld, al even irritant. Jammer, want het gaat er steeds meer op lijken dat Awater eigenlijk het beste argument is tegen de invloed van Komrij op de Nederlandse poezie. Maar goed, ik hou zowiso niet van ‘clubjes’.

Surrogaatpoezie: Tongebreek van Breukers

Aan slechte poezie heb ik geen hekel, net als ik geen hekel heb aan slechte films. Die kijk ik gewoon niet. Ze zijn makkelijk te vermijden, aan de titel en de beschrijving zie je meestal al dat het de zoveelste formulistische torture porno is die zo de prullenbak in kan.

Waar ik wel een hekel aan heb is surrogaatpoezie. Dat zijn gedichten die veelvuldig gebruik maken van het stijlmiddel van de suggestie, zozeer zelfs dat hele gedichten puur en alleen uit suggestie bestaan. Er is geen concept, er is geen plot, er is geen spanning: nee, er is alleen de suggestie van een concept, de suggestie van een plot, de suggestie van spanning. Surrogaatpoezie, dus.

Dat is geen poezie die perse iemand nadoet. Je kunt volstrekt authentieke surrogaatpoezie schrijven zonder een enkele dichter als voorbeeld te hebben. Bij surrogaatpoezie draait het erom dat het poetische zelf puur en alleen uit suggestie bestaat: geen lichamelijkheid, geen diepte: slechts een oppervlakkig bundeltje verwijzingen en suggesties als poetica.

Een voorbeeld. De nieuwe dichtbundel van Chretien Breukers. Zoals u weet mag ik de man niet, dus neemt u mijn woorden vooral niet als objectief aan (en ik zal zijn bundel verder ook niet bespreken) maar zijn schrijfstijl is precies wat ik bedoel als ik het heb over surrogaatpoezie. Neem het titelgedicht: ‘Tongebreek’:

Tongebreek

Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in.
Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen.

De titel (tongebreek) wordt in regel twee van het gedicht al weer letterlijk herhaald, zonder dat dit enige toegevoegde waarde heeft. Een zalvend, walmend ‘wij’ toontje wordt aangeslagen. Let ook op de slechte dubbelrijm in regel twee: (‘van een – uiteen’)


Het was een stille dag. Wij wisten het nog niet.

Het was een stille dag, maar desondanks werden wij door de taal uiteen geslagen, maar we wisten het nog niet.

Wij zouden snel verspreid. Wij zouden ruw verstrooid.

Wij zouden wel eens willen weten waarom deze afschuwelijk drammerige, suggestieve zinnen voor poezie zouden moeten doorgaan.

Wij zouden weg van huis en haard. Onze vaders
achterlatend naar een verre streek. Zonder naam

Zou u ook wel eens weg van huis en haard, uw vader achterlatend
naar een verre streek? Zonder naam, nog wel?

en met een dikke strot. Mompel klonk voortdurend
om ons heen. Gelach. Geklaag. Gebed. Geteem.

Zonder naam, met een dikke strot, zouden wij van huis
en haard, met mompel om ons heen en geteem.

Mozeskriebel, wat een suggestieve rommel.

De wereld was zo groot. Wij werden her en der
gemoord. Geduld. Gehoord. Zij konden ons verstaan

Kunt u ons nog verstaan, of bent u ook gemoord?

en deden dat met harde hand. Of zacht. Of niet.

Enfin, het is eigenlijk te slecht om woorden aan vuil te maken. Maar zoals altijd zul je zien dat er lieden genoeg zijn die gaan roepen dat dit geweldige poezie is. Daar doe je niks aan. We leven in een tijd waarin de esthetica door verregaand propagandisering gecorrumpeerd is. Waarin de suggestie van een debat een debat moet heten, de suggestie van een verhaal een verhaal moet zijn: we leven in de tijd van het surrogaatdenken en de hapklare katholieke kletsmystiek van Breukers, die feitelijk niets omvat dan een besmuikt gemompeld aflaat aan het adres van de Kerk, dat is wat tegenwoordig poezie moet heten.

Het goud dat de wolken wil imiteren

Ik had al toen ik redelijk jong was het idee dat je hele leven als slaaf moeten werken alleen om te kunnen wonen een absurd en onnatuurlijk idee is. Dat is natuurlijk precies wat een hypotheek is: een megaschuld die je bij een bank aangaat waardoor je geen keuze meer hebt: je hele leven zul je hard moeten werken om je eigen huis terug te betalen.

Mijn ouders zijn een goed voorbeeld. Doorsnee mensen, doorsnee woning, doorsnee hypotheek. Dit jaar hebben ze in Februari eindelijk de laatste betaling op hun hypotheek kunnen verrichten. Mijn vader is nu 66 en eindelijk heeft hij zijn eigen huis. Iets wat zijn vader overigens nooit heeft gehad, en de vader van mijn moeder ook niet.

Mensen zeggen dat huren geld weggooien is. Dat is natuurlijk wel zo, maar aan de andere kant geeft het een hoop vrijheid ook. Je kunt steeds gaan wonen waar je maar wilt. Je kunt eens een paar jaar in een ander land gaan wonen. Je kunt permanent verkassen. Allemaal dingen die moeilijk worden als je aan een hypotheek vastzit. En geld gooi je in principe altijd weg, want dood is dood. Dus nee, een hypotheek dat heb ik nooit echt als een zinvolle investering gezien.

Ik kreeg een tijd terug een gratis huis aangeboden maar ook dat heb ik afgeslagen. Er zat namelijk een voorwaarde aan dat kado: dat ik op een plek zou gaan wonen in Istanbul die mij veel minder bevalt dan deze plek hier op het eiland. Waarschijnlijk zouden veel mensen toch uit hebzucht dat kado aangenomen hebben. Ik niet. Ik hou helemaal niet van zulke voorwaardes: ik huur liever op een fijne plek dan dat ik gratis op een plek zit waar ik me niet lekker voel.

Lekker huren. Mijn huiseigenaar woont hier bovenop de heuvel. Hij beweert dat hoe beter je uitzicht is hoe dichter je bij God bent. Die man heeft gelijk. Er is geen enkele muur die opkan tegen een mooi uitzicht. Er is geen enkel stukje goud wat een wolk kan imiteren.

De eeuwig durende schuldeconomie

Op de Engelstalige Loewak schreef ik vanavond een artikel over de eeuwige durende schuldeconomie en een proces dat wij nu waarnemen: dat de recessies in versneld tempo steeds sneller zullen terugkeren tot wij in een eeuwigdurende recessie zullen zitten of accepteren dat het systeem in elkaar stort en een ander opbouwen. Het hele artikel kunnen jullie hier lezen:

Lees ‘Perpetual crisis model of the debt based economy’