Archive for October, 2008

Haar vader vond me ook een stomme lul

Een lightverse wat Karavanserai niet haalde, maar het lijkt me zeer geschikt als levenslied:

Haar vader vond me ook een stomme lul

Ze frot haar onderbroekjes in haar tas,
het boek dat ik haar gaf dat ze nooit las.
Ze vindt mijn poezie maar flauwekul,
haar vader vond me ook een stomme lul.

Het hemdje wat ik droeg vond hij maar niks,
ik kocht het op de Kuipmarkt voor een riks.
Hij loerde slechts vol afkeur naar mijn haar
door de vettige wolken van zijn sigaar.

Nu is ze weg, ze zei geen enkel woord.
Ze keek of ik haar hamster had vermoord.
En waar ze is, ik heb echt geen benul.
Haar vader vond me ook een stomme lul.

En gister hoor ik over een andere vent.
Ik zit nog steeds te mokken op mijn krent.
Ik gooi haar foto’s in het afwassop.
Haar vader was een echte kuttekop.

M.H.Benders, 22-08-2005
Vrij naar Gerry Rafferty

Een en ander natuurlijk geinspireerd door Shane Macgowans versie, die je hier incl een fijn interviewfragment kunt bekijken:

Loewak opent Engelstalige astrologie sectie

Zoals ik al eerder aankondigde ga ik op Loewak diverse secties openen, die allemaal een eigen doelgroep en redactie krijgen (op den duur) – deze Nederlandse literatuur sectie was de eerste sectie die ik opende en afgelopen weken heb ik gewerkt aan een Engelstalige astrologie sectie, die vandaag dus ook de deur opendoet. Natuurlijk alleen interessant voor mensen die interesse in astrologie hebben:

Loewak astrologie sectie

Mavi zee, 9 maanden oud




Het kanonnenvlees brult weer over respect

Consternatie vandaag, op de literaire achterwateren, want Erik Jan Harmens had in Trouw een recensie geschreven waarin hij liet weten dat hij Kouwenaar bij nader inzien toch niet zo’n heel erg grote dichter vond. ‘Vadermoord’ riep iemand, ‘totaal respectloos’ schreef een ander, ons bekend als de meest zelfbenoemde autoriteit ter velde. Respectloos? Sinds wanneer zijn wij verplicht jene of gene een groot dichter te vinden, op straffe van een fatsoensberisping?

Wat voor ‘respect’ is dat precies, om Kouwenaar tot de Ataturk der Nederlandse Letteren te verheffen? Idolaat gemummel, verrukte pubertaferelen.

Zo blijkt maar weer dat de gevallen mens, de criticus-in-spe, in feite een kritiekloos herkauwer van bestaande waardeoordelen is: een canon, noemt men dat. Het in twijfel trekken van die waardeoordelen wordt door de goegemeente als een misdaad behandelt: wat bewijst dat die denkbeeldige Canon primair een religieuze functie heeft; de schaapjes moeten het idee hebben dat iedereen het er over eens is wie het hoogst op de apenrots zit, want anders zijn ze plots de weg kwijt.

Dat iemand daar wel eens een andere mening over zou kunnen nahouden, of dat iemand die hele apenrots als een verachtelijke plek zou kunnen zien, vol met vlooien pikkende semi-paapse schlemielen – wel, dat wordt als volstrekt respectloos gezien. Het hoogste, daarover moeten wij het eens blijven.

Respect, de eeuwige bronstroep van fout rechts. Fatsoen, dat moet je doen. Er is geen vervelender fenomeen in de Nederlandse Literatuur als het bulderen van de canonbouwers. De eeuwigheid is in het geding, jongens. Eigen smaak eerst. Je kunt er je horloge op gelijk zetten.

Herinneren jullie de Gouden Doerian nog? Dat was een prijs in het leven geroepen voor het slechtste boek dat dat jaar verschenen was. De prijs was een kort leven beschoren. Geroep over ‘fascisme’ was niet van de lucht en Cornets de Groot denkt dat even over te kunnen doen door ook Harmens te beschuldigen van ‘fascisme’ omdat hij ‘een oude elite naar de vuilnisbelt verwijst’.

Nederland heeft geen kritische cultuur, wil geen kritische cultuur. Nederland wil critici als de Groot die je slechts met een enorm vergrootglas op een eigen mening zult betrappen. Alexis de Roode roept op de Contrabas dat Nederlanders maar al te graag grote werken vergeten, maar het tegengestelde is waar: zij bombarderen iets maar al te graag tot een groot werk, om het er verder niet meer over te hoeven hebben. Dat is de ‘elite’ waar wij mee opgezadeld zitten: lui op wiens mening je een atoomklok afstemmen kunt. Lui wiens recensies je niet eens hoeft te lezen: je weet al ruim tevoren wat zij van een bepaald werk gaan vinden. En die voorspelbaarheid, die bevroren pikorde der Kantiaanse kruideniers, uiterst fatsoenlijk en uiterst voorspelbaar: dat is wat in Nederland voor Kritiek door moet gaan.

De Vijftigers

Wat ik persoonlijk eigenaardig vind van die Vijftigers is dat zij, als protestbeweging, feitelijk een belichaming waren van het (valse) optimisme van de jaren Vijftig. De Vijftigers worden altijd opgevoerd als een breuk in de Nederlandse poeziewereld, veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Men had na deze oorlog geen zin om op de oude voet verder te gaan. Dat is begrijpelijk genoeg, maar feitelijk verving men de ene vorm van ontkenning (Romantiek) met de andere (Objectivisme, wat verdacht veel weg heeft van een stilleven op papier); dat is de ironie van de hele situatie: men koppelt zich aan een nogal marginale kunstbeweging (Cobra), een expressionistische beweging die zich juist, door haar kinderlijke naieviteit, sterk aan de Romantiek ijkte en daar feitelijk een voortzetting van was . Nu was het Nazisme op zichzelf natuurlijk een Neo-romantische beweging, en het enige antwoord wat de vijftigers klaarblijkelijk op de oorlog hadden was ofwel het maken van existentialistische stilleventjes (Kouwenaar) ofwel het zich laten gaan in de vrije expressie zoals Lucebert deed.

Is dat onlogisch? Nee. Het is zelfs erg begrijpelijk dat men, na zulke verschrikkingen, de belichaming van het optimisme wil worden. Maar ik heb het altijd primair een ontkennende beweging gevonden: men zweeg over de verschrikkingen, onder het mom ‘dat valt toch niet onder woorden te brengen’, en schreef liever over de volmaakte gladheid van een perzik. Dat is ironisch, omdat feitelijk de poezie voor hen veel meer poogde een antwoord te geven op de Tweede Wereldoorlog. Als de Vijftigers een protestbeweging waren, zoals vaak wordt beweerd, waar protesteerden zij dan feitelijk tegen? Niet de oorlog als zodanig, lijkt me, maar eerder het idee dat er een antwoord op die oorlog gevonden moest worden.

Recensie Jan Lauwereyns ‘Vloeistof en Welvaart’

Op de Recensent van deze week een recensie van mij van de bundel ‘Vloeistof en Welvaart’ van Jan Lauwereyns:

Het lezen van deze bundel van Lauwereyns volgt ongeveer hetzelfde proces: het is alsof je naar het geroezemoes van mensen zit te luisteren terwijl op de achtergrond, een moment terug, een atoombom ontploft is. Dat geeft het geroezemoes een dreigende, ja, wellicht zelfs irritante ondertoon. Je leest de gedichten en continu heb je het gevoel dat op de achtergrond iets veel belangrijkers gebeurt, iets wat de dichter nalaat bij de naam te noemen. Je zou dus kunnen stellen dat in deze bundel van Lauwereyns de formule van de voorgrondruis prevaleert. Dat is natuurlijk een eigenaardige manier van poëzie schrijven. Het heeft wel iets weg van een Lynch film: je voelt een constante dreiging op de achtergrond, waardoor een alledaags gesprek plotseling veel vreemder aanvoelt.

Lees de hele recensie