Rectificatie i.v.m. Kluger Hans

Terwijl de webmaster druk bezig was het ontwerp van Loewak te vernieuwen is een onverlaat, een ranzige sprookjesuil, bezig geweest het nieuwe literaire tijdschrift ‘Kluger Hans’ op totaal irrelevante wijze te recenseren met ellenlang gezever over kabouters en paddestoelen.

Uiteraard is dat niet het niveau dat u van Loewak gewend bent en de voltallige Loewak redactie biedt hiermee zijn excuses aan en laat weten dat betreffende uil zeer zeker niet opnieuw toegang zal krijgen tot het redactie-materiaal van Loewak.

Met Kluger Hans is niks mis, en ook op de paddestoel van Risee is niks aan te merken. Ik schrijf dus alsnog even een serieuze recensie, wat kort gehouden omdat de tijd mij ontbreekt:

‘Kluger Hans’ is een nieuw Vlaams Literair tijdschrift. Wat allereerst opvalt is de bijzondere, mooie vormgeving van het blad. Een zeer geslaagde vormgeving die wij graag vaker terug zouden zien komen.

De inleiding van het blad vond ik wat nietszeggend. “Kluger Hans staat voor een literatuur die het contact zoekt met de omringende wereld, die het poëtische in de werkelijkheid blootlegt en die pragmatisch is. Kluger Hans draagt geen fundamentele waarheden uit, maar heeft wel iets te zeggen.” zo lezen we, en als openingsstatement voor een nieuw Literair blad is dat natuurlijk niet bijzonder sterk, want dit stukje zou je zo in elk literair blad kunnen plakken. Bestaan er daadwerkelijk bladen die geen contact met de omliggende wereld zoeken? Bladen die niet ‘het poëtische in de werkelijkheid bloot willen leggen’? De schrijver van deze inleiding heeft er duidelijk niet bij stil gestaan dat zulke statements veel te algemeen geldig zijn om de geboorte van een nieuw literair blad mee in te huldigen.

Hierna volgt een lang gedicht van de Amerikaanse dichteres Spahr. ‘Zij onderzoekt de onmogelijkheid van communiceren’, zo lees ik, maar ze kiest daar vervolgens wel een hele gemakzuchtige methodiek voor: ze neemt drie van elkaar losstaande elementen (wetenschappelijke termen vooral over bloed, persoonlijke observaties, porno) en vermengt deze in een lang gedicht om deze elementen met elkaar in interactie te laten komen. Eerst kies je dus drie dingen die nauwelijks gerelateerd zijn, die laat je vervolgens met elkaar in interactie gaan en dan beklaag je je op metafysieke wijze over de ‘onmogelijkheid tot communiceren’ – tja, zo lust ik er nog wel een paar. Spahr houdt zich keurig aan het stramien der postpostmoderne avantgardisten, en haar poëzie is zeker niet onaardig om te lezen maar ook niet bijzonder spannend. Daarvoor is de gebruikte methodiek te bekend en voorspelbaar, en reikwijdte van haar voornemen gewoon te beperkt. Dat ultradroge postflarf toontje begint me nu al de keel uit te hangen.

Bovendien blijft onduidelijk waarom ‘Kluger Hans’ met een al doorgebroken Amerikaans dichteres opent. Wat is de functie van een literair blad eigenlijk, vraag je je dan af. Is dit niet ongeveer hetzelfde wat de Contrabas ook doet: af en toe een Amerikaanse Avantgardist door de potpourri mengen, voor de goede orde en de goede vorm. Het is wel heel makkelijk om op zo’n manier zelf ‘vernieuwend’ te lijken – terwijl het alleen maar leunen op een bestaande consensus is.

Het tweede item is een verhaal van de Tjechische schrijver Jan Balabán. Over dat verhaal kan ik vrij kort zeggen dat het me totaal niet wist te boeien. De inleiding zegt iets over de ‘minimalistische stijl’ van de schrijver maar ik trof juist veel passages aan die ik onscherp, waaierig en oninteressant vond. Voorbeeldje:

Op weg naar zijn werk bleef hij beneden zoals elke dag bij de brievenbussen
staan. Zijn ervaren blik werd getrokken door iets wits. Door de ronde gaatjes in
het grijze metaal keek hij in zijn brievenbus, er lag een brief. Niets bijzonders,
hij kreeg allerlei brieven, uitnodigingen voor conferenties, herinneringen van
de bibliotheek, maar deze brief was, zag hij, anders. Het adres was met de hand
geschreven. Ja, met de hand. Hij deed een stap naar achteren. Ik laat hem daar
liggen, wat moet ik op dit moment met een brief? Die ga ik toch met me mee
sjouwen. Het zou nog een tijdje duren voor hij aan die brief toekwam. Later pas,
wanneer hij in staat was de gebeurtenissen van de toen juist aangebroken dag
naar waarde te schatten, besefte hij dat hij maar één ding echt wilde: die op hem
wachtende brief in de brievenbus ontvluchten.

Veel overbodige details. Details die het fragment overduidelijk niet spannender maken en alleen bladvulling lijken zijn. Een vertaalfout: brieven ‘sjouw’ je niet.

Opnieuw is niet duidelijk waarom dit verhaal in Kluger Hans staat. De opening heeft het over: ‘Om het half jaar wisselt de Europese Unie van voorzitter. De eerste helft van 2009 is Tsjechië dat. In de rubriek ‘Richting EU’ presenteert Kluger Hans telkens de literatuur
uit dat land.” – een literair blad dat zich dus niet richt op wat van belang is maar wat toevallig de EU voorzitter is op dit moment? Is dat een literair uitgangspunt?

Item drie is een voorpublicatie van Jan Deuvaert’s roman ‘Aldus Antoine’. Het verhaal opent met een droge inleiding, en vervolgens de zin ‘De volgende twee maanden verliepen zoals ze nog tweehonderd jaar hadden mogen verlopen.’ – geen sterke openingszin, vind ik, want die ‘tweehonderd jaar’ is veel te opzichtig irrelevant. Wat volgt is een soort van streekroman verhaal, hier een korte typische passage:

Juli werd genoteerd als de warmste julimaand ooit. Maar ondanks de airco
in de viswinkel bleef mijn lichaam uitzetten. De afgelopen weken had mijn puberteit
voor een tweede maal toegeslagen.
Ruth merkte op hoe mannelijke klanten hun ogen niet van mijn borsten konden
afhouden.
De klanten vergisten zich. Mijn borsten richtten zich niet tot hen maar tot de
handen die ze ’s avonds zouden zoeken.

en:

Eerlijk? Rationeel werd daar boven maar weinig overwogen. De dagen vlijden
zich neer als lome goden en mijn hersens hadden zich aan die gezapige toestand
aangepast. Alles was zoals het was en het was goed; het was beter dan het
ooit was geweest.

Dit typeert zo’n beetje de stijl van het hele verhaal. Wie vind dat ‘de dagen vlijden zich neer als lome goden’ schitterende literatuur is zal bij Deuvaert goed aan zijn trekken komen. Ik vind dit eerder kabbelende pietpraat en ik vraag mij af wat dit in een literair blad te zoeken heeft.

Item vier is een essay van Xavier Roelens over Hotel New Flandres. Het is een ellenlang essay dat drijft op maar één of twee kernargumenten, wat het als essay bijzonder saai maakt omdat je opnieuw het idee hebt dat er eindeloos doorgepraat wordt over iets wat je allang hebt begrepen. Ja, er staan wat dichters niet in HNF die er eigenlijk in hadden moeten staan als de drie musketiers lekker consequent geweest waren. Goh. Nou. Moeten daarmee liefst vijf pagina’s gevuld worden? Opnieuw: te conformistisch, teveel aanleunen op een bestaande hype (HNF), teveel ‘erbij willen horen’ zonder scherpe argumentatie.

Dan als laatste het stuk van Olaf Risee. Dat is eigenlijk het leukste stuk uit het blad. Olaf gaat dapper zelf ook naakt op de foto als tegenhanger voor Pfeijffer. Zijn stuk beargumenteert wezenlijk dat Pfeijffer heeft nagelaten de vernieuwer te zijn die hij bij zijn ‘aantreden’ wel voorgaf te willen zijn. Dat is natuurlijk een beetje naief, dat idee dat mensen die roepen vernieuwers te zijn ook daadwerkelijk vernieuwers zijn. Meestal is dat natuurlijk niet zo. Mensen roepen dat omdat ze de aandacht willen trekken met iets anders dan hun werk. Dat is bij voorbaat al een verdacht gegeven, natuurlijk.

Het stuk is daarom vooral een soort relaas van een teleurgestelde fan. Risee zit er op de foto ook een beetje sip bij. Dat wekt uiteraard sympatie op, want iedereen is wel eens zwaar teleurgesteld in een idool geweest. Maar als kritiek heeft het uiteraard weinig body, want dat Pfeijffer geen grote vernieuwer is dat wist zo’n beetje iedereen al.

Het eerste nummer van Kluger Hans lijkt me daarom geen overtuigende openingszet. Wat het blad vooral mist is een duidelijke literaire formule: het mist een duidelijk bestaansrecht. Een Amerikaans avantgardist, een Tjechisch schrijver, een streekroman, een schoolmeesteressay en een teleurgestelde fan: wat hebben deze zaken met elkaar te maken? De onmogelijkheid tot communicatie is geen literair uitgangspunt.

M.H.Benders – Istanbul, 20-02-2009

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>