Excuuscultuur
Niet alleen in Nederland, waar Job Cohen vanwege niet gemaakte excuses onder vuur kwam te liggen, wordt de excuuscultuur op de spits gedreven. In Amerika, waar theatrale fratsen sowieso populair zijn, hebben we dat aan de presidentschapscampagne kunnen zien. Nu de nieuwe president goed en wel met gezin en puppy in het witte huis zit, moet hij des te meer opletten voor een slip of the tongue. Barack Obama heeft zijn verontschuldigingen aangeboden voor een opmerking die hij maakte tijdens een tv-show. Hij grapte over zijn bowling-kwaliteiten dat die op de Special Olympics (paralympics) leken. Tim Shriver, de voorzitter van het commitée voor de Special Olympics was not amused en vanuit Air Force One bood Mr. President tenslotte zijn oprechte excuses aan.
Het gewicht van woorden.
Als een machtig persoon een keer een scheve schaats rijdt, zitten de multimediale bromvliegen er meteen bovenop. Het wordt breed uitgemeten, “geschandaliseerd”, en hij moet zich verontschuldigen. Jan Modaal zou ermee wegkomen, maar presidenten en burgemeesters moeten hun eigen woorden overschreeuwen. Waarom? Als machtbekleders hebben hun woorden meer gewicht. Logisch natuurlijk. Daarom moeten ze eigenlijk precies zeggen wat er van ze wordt verwacht, daarom voegen hun woorden niets toe – en daarom hebben hun woorden eigenlijk geen gewicht.
Dus wanneer Barack Obama zegt wat we van hem verwachten als hij een nieuwjaarsboodschap gericht aan het Iraanse volk en hun leiders uitspreekt, waar Kader Abdolah zo enthousiast over is, dan is het gewicht van zijn woorden nihil? Dan is het holle retoriek, zoals de Ayatollah beweert, omdat het enkel de echo is van wat “men” in Amerika vindt? Hij hoeft zijn excuses niet aan te bieden voor het feit dat hij vriendschap probeert te sluiten met de “as van het kwaad”. Zijn woorden drukken uit wat miljoenen binnenskamers houden. Ze wegen niets, maar ze demonstreren het gezamelijke gewicht van de woorden van zijn kiezers, die er buiten facebook geen podium voor hebben.
Deze calculatie met het gewicht van woorden is in dictaturen ondenkbaar. Het woord van Khamenei is de Wet; Achmadinejad maakt zijn walgelijke opmerkingen zonder dat zijn achterban hem ter verantwoording roept. Misschien hebben we op deze manier een goede graadmeter voor het democratisch gehalte mee in handen: hoe meer een machthebber vanwege onbenulligheden op het matje wordt geroepen, hoe democratischer een gemeenschap is.
Die excuuscultuur heeft niks met democratie te maken, het is een typisch Amerikaans fenomeen. Zet daar een Mitterand tegenover die de vraag of hij meerdere minaressen heeft beantwoord met ‘Ja, nou en?’. En daarmee was het meteen afgelopen. In Nederland hebben we eerder een tegenovergesteld fenomeen: politici die zich nergens voor menen te moeten verantwoorden, met als dieptepunt wellicht het levend verbranden van mensen die beleidsmatig werden opgesloten omdat het vreemdelingen zijn. Er kon nog geen excuusje vanaf. Niemand was verantwoordelijk.
Zolang het gegeven dat de parlementaire democratie / de partijpolitiek achterhaald is niet wordt opgemerkt en zolang dit systeem niet wordt vervangen door iets wat niet ten dode is opgeschreven zal dit systeem enkel een steeds idioter, wereldvreemder en van elke visie ontspeend beeld opleveren.
“heeft niks met … te maken”. Persoonlijk houd ik niet van deze retorische figuur, omdat ze een mogelijke gedachtenuitwisseling met de auteur ontwijkt. De auteur ziet een bepaald verband tussen democratieën en de mogelijkheid van politici om onbecritiseerd een mening te uiten die tegen die van het volk ingaat. De auteur probeert dat te beschrijven aan de hand van enkele voorbeelden, die wellicht onvoldoende zijn. Graag zou hij in plaats van de helaas zeer populaire taalfiguur “heeft er niks mee te maken” simpelweg lezen “uw observatie is onprecies en/of berust op onjuiste veronderstellingen”.
En daarvoor zouden dan redenen moeten worden gegeven, die een eventuele echte discussie over het verband dat boven wordt benoemd mogelijk maken. Inderdaad zijn er policiti die zich weinig aantrekken van de algemene mening van het volk en daar ook niet voor hoeven te boeten: Mitterand, Poetin, Berlusconi, allemaal figuren die op hun eigen manier genieën van de macht zijn. Inderdaad hebben zij meer formele macht dan bijvoorbeeld de presidenten van Duitsland en Israel, die onmiddelijk op het matje worden geroepen wanneer ze iets miszeggen.
De auteur wil geen waardeoordeel over de parlementaire democratie uitspreken, maar probeert de reikwijdte van wat politici “ongestraft” kunnen uitspreken in verband te brengen met het democratisch gehalte van een samenleving, dus de spreiding van de macht onder het volk. Dit is een analyse van het politiek-publieke discours die op zich onjuist kan zijn en gebaseerd op onjuiste uitgangspunten. Het idee van de auteur is juist, om dit op te werken en een gedachten-uitwisseling erover mogelijk te maken.
Dat parlementaire democratie niet de vorm van politieke organisatie is die de mensenrechten het meest respecteert, is een andere stelling, en zeker eentje die ik het waard acht serieus genomen te worden. Ik contrasteer de excuuscultuur met een islamistische republiek waarin de staatshoofden niet door de publieke opinie – laat staan door een parlement – ter verantwoording worden geroepen. Ik geloof dat deze tegenoverstelling gerechtvaardigd is. Ik geloof dat beide fallibele representatievormen van de “volonte de peuple” zijn, maar dat in de parlementaire democratie tenminste een traagheidsfactor is ingebouwd die al te excentrieke uitspraken en daden kan voorkomen.
Zeer graag voer ik een discussie over alternatieven voor de partijpolitiek. Op het gebied van de globale klimaatverandering lijkt het me zelfs rationeel serieus over een werelddictatuur na te denken die globaal en dwingend milieuvriendelijke technologie vordert. Dat echter de partijpolitiek op andere gebieden, gebieden die wel tot de verbeelding van de gemiddelde kiezer spreken, ook heeft uitgediend, betwijfel ik.
Ik denk dat we juist aan de opkomst van sociale “communities” in het internet kunnen zien hoezeer burgers aan democratische besluitvorming geinteresseerd zijn, en ook dat daarvoor de beste optie parlementaire pluraliteit is. Ik word graag tegengesproken.
Nee, je draait hier (nogal wollig) om de kern van mijn argument heen – of beter gezegd: je probeert het te vermijden – de ‘excuuscultuur’ zoals door jou benoemd is bijna een exclusief Amerikaans fenomeen. Dat is niet perse ook nadelig – juist in Amerika gaat men bijvoorbeeld de bonussen terughalen en zaten de bankiers op het schuldbankje in het parlement zich te verantwoorden.
Dat is in Europa ondenkbaar. Voornoemde ‘Excuuscultuur’ bestaat hier simpelweg niet. Wij hebben een regentencultuur, een soort ultra-mandarijnen structuur die volstrekt ondemocratisch vanuit Brussel wordt aangestuurd. Het idee is dat elk land zijn eigen politiek mag bepalen, behalve als de regenten in Brussel het anders willen. Dat is bepaald geen ‘excuuscultuur’ het is een megalomaan-bureaucratische structuur zonder menselijk gezicht.
Over mensenrechten heb ik het helemaal niet gehad. Ik geloof ook niet dat die de kern van het moderne probleem vormen: het gaat er veel eerder over dat de verhoudingen tussen mens en natuur zoek zijn geraakt en dat daarmee de mens op zichzelf, hoe goed hij zijn soortgenoten ook behandeld, automatisch de rechten van andere levende wezens op deze planeet schendt.
Dat men altijd met een dictatuur aan komt zetten als iemand zegt dat de parlementaire democratie niet goed werkt demonstreert nu juist het feitelijk probleem: een totaal gebrek aan fantasie. Er zijn zovele vormen van democratie mogelijk: denk bijvoorbeeld aan een gilde democratie, meer in de stijl zoals die in het oude griekenland bestond. Ik heb daar al ooit artikelen over geschreven, en wel hier en hier:
http://www.loewak.nl/2008/02/09/seculiere-waarden-moeten-op-de-schop/
http://www.loewak.nl/2008/04/22/naar-een-hervorming-van-ons-bestel/
Nietzsche vermelde overigens het volgende in zijn ‘Umwertung aller Werte’: ‘Vreselijk gevaar! Dat de Amerikaanse politieke kouwe drukte en de labiele geleerdencultuur gaan samensmelten…’
En dat is dus precies wat er de vorige eeuw is gebeurd. Wij leven aldus in Nietzsche’s nachtmerrie.