Monthly Archives: March 2009

Terugkeer van het ondode boek

Steve McCaffery creëerde van 1967-1975 met zijn typemachine het post-concreet gedicht ‘Carnival‘, een boek dat vernietigd moet worden om het te kunnen lezen (de ‘lezer’ scheurt de panelen eruit en voegt ze als een puzzel weer tot een geheel).

Paneel uit 'Carnival' van Steve McCaffery

Christian Bök schrijft gedichten met Rubik-kubussen en Lego blokken.

En Brian Dettmer verricht autopsies op het overleden boek:

briandettmer1

briandettmer4

d59dc0ba

4d8124cb

Waar gaat dat heen. Met het boek? Bij if:book vragen ze zich dat ook af.

Gele hemel

“Ein gelber, schmutziger Himmel. Ein gelber, schmutziger Himmel. Ein gelb schmutziger Himmel. Ein gelb schmutziger Himmel über mir. Ein gelb schmutziger Himmel. Ein gelb schmutziger Himmel über mir. Ein gelb schmutziger Himmel. Ein gelb schmutziger Himmel der überhaupt nicht aufhoert. Ein gelb schmutziger Himmel der überhaupt nicht aufhort in diesem Augenblick. Ein gelb schmutziger Himmel. Ein gelber, schmutziger Himmel. Ein gelber, schmutziger Himmel. Ein gelber, schmutziger Himmel. Ein mieser gelber dreckiger schmutziger Kölner Himmel. Ein mieser Himmel, ein verdammter Scheissdreck von Himmel. Ein mieser gelber schmutziger Kölner verfluchter elender Kackhimmel. Ein bekackter Himmel. Ein von Lichtfetzen zerkackter Himmel. Ein mieses Stück von Himmel. Ein Kack Himmel. Ein rieziger Schiessdreck von Himmel, jetzt in diesen Augenblick. An dieser Bahnstelle und entlang der Bahn, zwischen diesen toten Bäumen, vor der Stadt, rings um Haeuser. Ein elendes Miststück von Himmel. Ein mistig gefärbter Scheissdreck.  Ein Scheissdreck. Ein Scheissdreck. Ueberall ein Scheissdreck. Ein elender Mistdreck Himmel..”

Zo.

Zo tiert Rolf Dieter Brinkmann in 1973 woedend door Keulen (luister hier naar het fragment: mp3). “Een “Hör-Ausdruck” van zijn idee van het gedicht als momentopname en de literatuur als film in woorden (Kerouac).” Het idee van gedicht als momentopname doet ook denken aan de poëzie van New York school dichter Frank O’Hara waarin vaak persoonsnamen en specifieke tijden en data worden genoemd. Brinkmann – een van de meest toonaangevende Duitse dichters van de jaren ’60 – was dan ook erg beinvloed door Amerikaanse poezie van zijn tijd. Hij stelde ook een boek samen over de Beat generatie, Acid. Neue amerikanische Szene.

images-11

In een interview zegt hij (over zijn roman Keiner weis mehr), “Wenn dieses Buch ein Maschinengewehr wäre, würde ich Sie über den Haufen schießen.” “I sound my barbaric yawp over the rooftops of the world.” schrijft Walt Whitman instemmend in Leaves of Grass. In de winter van 1973 schreeuwt Rolf Dieter Brinkmann in elk geval in een taperecorder zijn observaties over de omgeving en het moment waar hij in rond dwaalt. Veel lange, dwalende monologen, maar ook gesprekken met mensen die hij tegenkomt. Destijds zijn ze uitgezonden als een radio-uitzending van drie kwartier. In 2005, dertig jaar na zijn dood, zijn grote delen (360 minuten) van de in totaal 29 banden opnames op cd uitgebracht, ‘Wörter, Sex, Schnitt’. Dat is een soort ouverture op de film ‘Brinkmann’s Zorn‘, waarin ook duidelijk wordt dat Brinkmann op een gegeven moment verder zocht dan het geschreven woord; ‘1969 habe ich aufgehört zu schreiben. Was ich jetzt mache sind Fotos und Filme.’

Het is met vlagen mooi, spannend, en ja, natuurlijk ook soms minder interessant, om te horen hoe er in Brinkmann’s dérives, zijn dwalingen door Keulen, een spanningsveld ontstaat tussen zijn omgeving en gedachtes, dat zich soms uit in ongerichte, meditatieve mijmeringen, en soms – zoals in zijn twee minuut durende gele hemel tirade – het moment lijken te willen verbrokkelen, van alle kanten belagen. Hier het resultaat van het op schrift stellen van gedachtes op, naar wat ik aanneem, een iets rustiger moment:

‘Einen jener klassischen’

Schwarzen Tangos in Köln, Ende des
Monats August, da der Sommer schon
Ganz verstaubt ist, kurz nach Laden-
Schluß aus der offenen Tür einer
Dunklen Wirtschaft, die einem
Griechen gehört, hören, ist beinahe
Ein Wunder: für einen Moment eine
Überraschung, für einen Moment
Aufatmen, für einen Moment
Eine Pause in dieser Straße,
die niemand liebt und atemlos
macht, beim Hindurchgehen. Ich
schreib das schnell auf, bevor
der Moment in der verfluchten
dunstigen Abgestorbenheit Kölns
wieder erlosch.

23 April 1975 had Rolf Dieter Brinkmann er beter aan gedaan wat minder goed de hemel te bewonderen of om zich heen te kijken. Of gewoon naar rechts in plaats van naar links. Op die dag overleed hij nadat hij in London werd overreden omdat hij de verkeerde kant op keek bij het oversteken.

Excuuscultuur

Niet alleen in Nederland, waar Job Cohen vanwege niet gemaakte excuses onder vuur kwam te liggen, wordt de excuuscultuur op de spits gedreven. In Amerika, waar theatrale fratsen sowieso populair zijn, hebben we dat aan de presidentschapscampagne kunnen zien. Nu de nieuwe president goed en wel met gezin en puppy in het witte huis zit, moet hij des te meer opletten voor een slip of the tongue. Barack Obama heeft zijn verontschuldigingen aangeboden voor een opmerking die hij maakte tijdens een tv-show. Hij grapte over zijn bowling-kwaliteiten dat die op de Special Olympics (paralympics) leken. Tim Shriver, de voorzitter van het commitée voor de Special Olympics was not amused en vanuit Air Force One bood Mr. President tenslotte zijn oprechte excuses aan.

Het gewicht van woorden.

Als een machtig persoon een keer een scheve schaats rijdt, zitten de multimediale bromvliegen er meteen bovenop. Het wordt breed uitgemeten, “geschandaliseerd”, en hij moet zich verontschuldigen. Jan Modaal zou ermee wegkomen, maar presidenten en burgemeesters moeten hun eigen woorden overschreeuwen. Waarom? Als machtbekleders hebben hun woorden meer gewicht. Logisch natuurlijk. Daarom moeten ze eigenlijk precies zeggen wat er van ze wordt verwacht, daarom voegen hun woorden niets toe – en daarom hebben hun woorden eigenlijk geen gewicht.

Dus wanneer Barack Obama zegt wat we van hem verwachten als hij een nieuwjaarsboodschap gericht aan het Iraanse volk en hun leiders uitspreekt, waar Kader Abdolah zo enthousiast over is, dan is het gewicht van zijn woorden nihil? Dan is het holle retoriek, zoals de Ayatollah beweert, omdat het enkel de echo is van wat “men” in Amerika vindt? Hij hoeft zijn excuses niet aan te bieden voor het feit dat hij vriendschap probeert te sluiten met de “as van het kwaad”. Zijn woorden drukken uit wat miljoenen binnenskamers houden. Ze wegen niets, maar ze demonstreren het gezamelijke gewicht van de woorden van zijn kiezers, die er buiten facebook geen podium voor hebben.

Deze calculatie met het gewicht van woorden is in dictaturen ondenkbaar. Het woord van Khamenei is de Wet; Achmadinejad maakt zijn walgelijke opmerkingen zonder dat zijn achterban hem ter verantwoording roept. Misschien hebben we op deze manier een goede graadmeter voor het democratisch gehalte mee in handen: hoe meer een machthebber vanwege onbenulligheden op het matje wordt geroepen, hoe democratischer een gemeenschap is.

Vintage monsters

De Chileense kunstenaar/designer Relleno De Mono bewerkt graag oude foto’s en plaatst daarin dan zijn eigen illustraties. Dat ziet er zo uit:

Titel: ‘Campo’

Titel: ‘Portico’

Titel: ‘Benjamin’

Titel: ‘Pelusa’

Meer werken kun je bekijken via De Mono’s Flickr site

Dichters in Nicaragua

Een dichter die ik ken is laatst naar Nicaragua geweest. Ik hoorde dat hij tot zijn verbazing daar op een carnavalswagen gezet werd, door de stad gereden en dat ze vervolgens overal stopten om gedichten voor te dragen voor de feestende massa. Dat schijnt daar heel normaal te zijn, die koppeling tussen carnaval en poëzie. In dit youtube filmpje kun je het zelf ook zien:

Kort Dag – Atilla Jozsef (1905 – 1937)

Voetstappen in de sneeuw

 

Atilla Jozsef werd geboren in een Grieks orthodox gezin te Boedapest op 11 april 1905. Hij was drie jaar oud toen zijn vader ( Aron Jozsef – van Roemeense of Servische afkomst) het gezin in de steek liet. (Lange tijd werd gesuggereerd dat Aron de benen had genomen richting Amerika, maar hij bleek niet verder te zijn gekomen dan Roemenie, waar hij in November 1937 zou komen te overlijden – slechts enkele weken voor zijn zoon voor eeuwig de ogen sloot.) Na het vertrek van de vader des huizes zag Atilla’s moeder Borbala Pocze, zich genoodzaakt Ätilla en zijn zuster via de kinderbescherming bij een boerenfamilie in Ocsod onder te brengen. Alwaar hij werkzaam was als varkenshoeder, zoals de meeste kinderen in het dorp. Toen hij zeven was, had zijn moeder de financiële middelen om haar kinderen weer bij zich te laten wonen. Maar desalniettemin hadden de drie kinderen die het gezin telde, een alles behalve gemakkelijke jeugd. Jozsef werd op een gegeven moment naar een internaat gestuurd, alwaar hij een uitblinkend student bleek te zijn.

 

Op zijn vijftiende overleed zijn moeder. De bedelaar van schoonheid uit 1922, zijn eerste poëziebundel werd gepubliceerd met een introductie van Gyula Juhasz (1883 – 1937) een oudere dichter, die als mentor diende voor de jonge Atilla. Jozsef begon aan een studie Frans & Hongaars aan de universiteit van Szeged, maar werd verzocht zijn studie te staken, toen Antal Horger ( 1872 – 1946 ) een professor met groot aanzien aanstoot nam aan de anarchistische ondertoon van het gedicht “met een puur hart ” uit 1925.

 

With a pure heart

 

I have no father and no mother,

I have no country and no god.

I have no lover in my bed

I won’t be buried when I’m dead

 

For three days now I didn’t eat,

not even a piece of bread.

My twenty Years are my power –

I’ll sell them to the first comer.

 

If no one needs my twenty years,

the devil takes them, it appears.

With a pure heart, I’ll burn and loot.

If I have to, I’ll even shoot.

 

They’ll catch me and string me up,

with the good earth cover me up,

and death-bringing grass will start

growing from my beautiful, pure heart.

 

(vertaald door John Bátki)

 

atilla-jozef1

 

Daarop vertrok hij naar Wenen om met behulp van zijn zwager aan de universiteit aldaar te kunnen studeren. Een jaar later studeerde hij aan het Sorbonne te Parijs. In Parijs las hij Hegel, Marx & Lenin en na zijn terugkeer in Boedapest sloot hij zich aan bij de illegale communistische partij in 1930. Maar al snel hadden de Hongaarse communisten kritiek op zijn ideeën om het marxisme te combineren met de ideeën van Freud & Croce, en verbrak hij zijn banden met de partij uiteindelijk in 1935. In het jaar daarop, richtte hij het periodiek Szep Szo (Mooi Woord) op van stedelijke radicalen die zich verzette tegen de populistische beweging der Hongaarse communisten. Hij was een gepassioneerd felle tegenstander van de gevestigde orde & autoriteiten. Beïnvloed door het surrealisme ontwikkelde hij zich tot een marxistisch geïnspireerd dichter. In zijn sociaal politieke poëzie verwoorde hij op een indringende toon de materiële en morele nood van het arbeiders proletariaat en uitte daarnaast felle kritiek op de heersende staatsorde. Natuurlijke vormbeheersing en creatief aan de volkslyriek ontleend taalgebruik gaven zijn werk grote allure. Nadat hij zijn geloof in het Communisme had verloren en hij enkele ongelukkige liefdes affaires achter de rug had raakte hij steeds meer in zichzelf gekeerd & pleegde uiteindelijk zelfmoord door zich voor een trein te werpen.

 

Als scholier had Atilla al 2 zelfmoordpogingen ondernomen. De tweede bestond uit het slikken van een zestigtal aspirines. (Naar alle waarschijnlijkheid van middelmatige kwaliteit aangezien vandaag de dag een hoeveelheid van 30 paracetamol al als dodelijk wordt beschouwd) Op zijn 17e c.q.18e nam hij het besluit dat hij zich maar op een wijze van het leven wenste te beroven, namelijk door zich door een trein de dood in te laten slepen. Op die leeftijd legde hij zich dan ook op een avond op de rails, maar moest het meemaken dat de naderende trein op enige afstand van hem tot stilstand kwam, aangezien op die plek iemand anders zich met dezelfde doodswens op de rails had neergevlijd.

 

Vijftien jaar later pleegde Atilla alsnog zelfmoord door zich voor een vertrekkende trein te werpen. Dit gebeurde te Balatonszarszo, een voorstadje van Boedapest op 03.12.1937, nadat de dichter blootsvoets, verhongerd & ten prooi aan waanzin dagenlang had rondgezworven.

 

 

 

jozsef_attila3

 

In Boedapest hangt in het kamertje waar Atilla Jozsef werd geboren een foto die zijn dood symboliseert: voetsporen in de sneeuw op een spoorwegemplacement Sinds 11 april 1964 is hier het museum The Atilla Jozsef memorial room gehuisvest.

 

Werken van Atilla Jozsef.

 

1931 Munkasok (Werkers) politiek geancarceerde poëzie

1932 Kulvarosj ej (Nacht in de buitenwijken)

1933 A varos peremen (On the outskirts of het city)

1934 Ezsemelet (bewustzijn)

1940 J.Jozsef J.A. elete

1948 J.A Osszes versei

 

In 1950 werd de Jozsef Atilla prijs ingesteld – de belangrijkste Hongaarse onderscheiding op literair gebied.

 

1966 Poems – maar ook vandaag de dag verschijnen er nog regelmatig nieuwe selecties uit zijn werk in vertaling, zoals:

 

transparent20lion