Archive for March, 2009
Cena7
Cena7 is een Brazilians graffitikunstenaar. Ik hou erg van Grafittikunst omdat het een soort kunst is die wezenlijk anders is dan andere kunstvormen – de vergankelijkheid ervan, dat een kunstwerk zo sterk door de natuur aangetast wordt; de volledige integratie met de omgeving, in plaats van de kunstmatige isolatie in een museum; het feit dat het vaak veel communaler is – samen een kunstwerk maken is bij grafittikunst heel normaal, het feit dat de meeste grafittikunstenaars onder een pseudoniem werken en er weinig over hen te vinden valt – zoek maar eens naar Cena7 op Google – al deze dingen maken dat voor mij de graffitikunst bijzonder is en een status aparte heeft binnen de kunstwereld.

Muurwerk

Werk van Cena7 en Emol

Werk van Boogie, Danone, Foco en Cena7
Meer van Cena7′s graffitikunst te zien op zijn Flickr site
Amerikaanse ready-made voedselkunst
Amerika is, zoals jullie weten, het land van de onbegrensde mogelijkheden. En dus ook het land van de voedselkunst. Nee, geen kaviaar met een lineaal op een bord afmeten – surrealisme, absurdisme, en vooral: ready mades. De voedselkunst bloeit als nooit tevoren in de states en vanavond gaan wij eens een kijkje nemen naar de prachtige beelden die dit zoal kan opleveren.

Dit is de ‘Deep Fry Pizza Machine’. Als je het in Amerika niet uit een machine of een bruine zak kunt halen, dan bestaat het niet. Dat je zomaar ‘s avonds laat een diep bevroren pizza uit de automaat kunt gaan trekken, ik kijk er met jaloerse ogen naar.

Dit is een heerlijk reepje spek met een krokante laag chocola eroverheen. Only in America.

En in de supermarkt haal je dit blikje varkenshersenen in melkvet. Let u even op de calorien achterop: 1170% cholesterol.

En thuis maak je voor de kids een lekkere snoeppizza. Links de ongebakken, en rechts de gebakken versie.

En heb je geen zin om zelf te koken, dan ga je naar Mel’s Country Cafe. Bekend van deze ‘Mega Mel Burger’, als je hem helemaal opeet mag je je naam op de muur schrijven.
Hier leuke foto’s van mensen die de Mega Mel Burger eten.
Tentoonstelling in Parijs
Mijn tentoonstelling in Parijs wordt goed bezocht. Ook heb ik ter plekke wat opnames gemaakt van mijn poezievoordrachten. Daarover later meer. Hier een foto:

Op mijn eigen weblog kun je meer foto’s van de tentoonstelling bekijken.
Jan de Roeck, hoe is het mogelijk
Tussen monniken word ik gevierendeeld,
gebroken op een rad. Het verliefde
het hoogtierende geschater van de wanhoop.
Een teken van ontbinding.
Over de windroos versplinteren
de letters van mijn naam;
in de razende zalen van vroeger
worden anderen gevolmachtigd;
de paladijnen, de vadsige koningen, gekroond,
in open wagens gedragen.
Wie krijgt na mij het vruchtgebruik
van aarde en ertsen in uw aders,
wie wordt mijn erfgenaam:
een sater, een danser of een hoveling?
Niets van wat ik schreef zal overblijven
dan desondanks, behalve en niettegenstaande.
Wat geeft het of ik u van hoogverraad beschuldig?
Ik word ongerief en ongedierte.
Ik heb nog slechts een vergezicht op u.
Reeds wordt gij de hoge venen
en reikt verder dan mijn handen.
Reeds, reeds zink ik weg in uw moeras en slib
en het verkleefde water der herinnering,
het verliefde geschater der wanhoop.
Reeds slaan uw ogen mij in het gezicht
als hagelstenen, meer dan weerbarstig.
Uw ogen zijn veranderd reeds.
En dagelijks bereiken mij doodsberichten
met name “vroeger”, “nooit meer”, “in de hoop”.
Met u sterft alles aan mij af.
(Jan DE ROEK, Verzamelde gedichten, Antwerpen, Pink Editions & Productions, 1980, p. 65.)
Hoe is het mogelijk dat deze gedichten slechts jaren na zijn tragische dood zijn verschenen, en dan nog bij een uitgever die niet veel gaf om distributie?
Heel onlangs, en de lezer van Loewak heeft het geweten, verscheen ‘Hotel New Flanders’ en daarin kreeg deze haast vergeten dichter zowaar 22 bladzijden toegemeten.
Ik heb nu pas dus voor het eerst werk van hem kunnen lezen. Vrienden van mij, inmiddels ook al zaliger, zoals Michel Bartosik, praatten vaak over Jan de Roeck. Onlangs hield Henri-Floris Jespers een hommage aan Jan de Roeck, in het legendarisch Brussels café Goublommeke van Papier.
Daar kwamen indertijd de Belgische surrealisten samen. Het was uitgebaat door Geert van de Bruane, die ooit nog een paar straten verderop met Paul van Ostaijen een kunsthandel dreef, la Vierge Poupine.
Uit de getuigenissen over Jan de Roeck die we te horen kregen, kon ik enkel besluiten dat zijn werk, ook als het steengoed, er niet geraakt is omdat de man te weinig ego had, te veel bezieling. Alleen al omwille van die 22 bladzijden verdient de ploeg die het Hotel New Flanders heeft gebouwd, lof. Er staan nog meer dankbare gedichten in die aan de vergetelheid onttrokken zijn. Nu hebben we dus geweten wat die man zoal geschreven heeft en is het wachten op een uitgever met voldoende lef om dit werk opnieuw uit te geven.
Tweederangs burgers, tweederangs schrijvers
We schrijven 2009. Geert Wilders heeft de grootste partij van Nederland en staat te popelen om Minister-President te worden. We praten hier over een man die in Nederland geboren mensen wil deporteren als ze een fout begaan. Een uniekum in de geschiedenis: er is geen enkele dictator wereldwijd die ooit zulke dingen flikte. Het druist volledig tegen alles in wat we ooit aan mensenrechten en beschaving hebben opgebouwd.
Dat is nou het resultaat van 100 jaar democratie. Ook in de literatuur gaat het niet al te best. Behalve dan dat schrijvers over niks bekvechten terwijl we richting afgrond glijden, een enkele uitzondering daargelaten, vind die benepen, kleinzielige en psychotische volksconsensus ook steeds meer weerklank onder de gelederen der ‘schrijvers’.
Zo konden wij recentelijk genieten van het feit dat Bart Droog beweerde dat Nasr ‘over de rug van zijn Palestijnse broeders’ een DDV campagne had gevoerd en liet Willem Thies in een recensie van de laatste bundel van Al Galidi weten dat:
‘Al Galidi begint meer en meer te lijken op de troetel-Irakees van Nederland en België (de troetel-Marokkaan van Nederland, Ali B., kan overigens net zo goed rappen als Al Galidi kan dichten). Is het vanwege politieke correctheid? Is het vanwege plaatsvervangende schaamte omdat de Nederlandse regering weigerde hem politiek asiel te verlenen? (Een schaamte, overigens, die geheel en al terecht is, maar die niets te maken heeft met de vermeende poëtische kwaliteiten van Al Galidi.) Is het vanwege de ‘charme’ van het exotische? Ik weet het niet.’ (bron)
Nee, dat weet mijnheer Thies niet. Net zoals Mijnheer Moskovitz in Nova niet kon weten of er in de Gazastrook sprake was van oorlogsmisdaden. Maar laten we eens kijken wat hier daadwerkelijk gesuggereerd wordt: dat Galidi’s poezie slecht zou zijn vanwege zijn afkomst? Of nee: dat hij goed gevonden wordt vanwege zijn afkomst. De afkomst van een dichter wordt dus gekoppeld aan de vermeende consensus die over hem heerst. En zoals u op de pagina van poezierapport kunt zien: geen enkele proteststem klinkt op. Een vergelijkbaar statement zou zijn: Kouwenaar wordt vooral goed gevonden omdat het een echte Nederlander is. Wat een vals en giftig geleuter.
Vandaag schreef Michiel van Kempen een boze reactie op het feit dat Thomas Vaessens in een interview in de Groene Amsterdammer over ‘grote literatuur’ een hele waslijst bleekscheten te berde voerde. Nu moet men natuurlijk wanneer hoogleraren over grote literatuur spreken altijd een beetje oppassen – aangezien hun positie bij het ontbreken van grote literatuur in gevaar komt zullen zij al snel overal grote literatuur zien – maar van Kempen heeft wel groot gelijk dat hij signaleert dat hier een wel heel verdacht homogeen groepje als vertegenwoordiging wordt opgesteld.
Wat ik minder goed begrijp is zijn idee dat ‘postmodernisme’ iets zou zijn wat in ‘minder ontwikkelde landen’ (wat ik ook al een derogerende term vind) zou ontbreken. Dat vind ik nogal een rare stelling, omdat in de literatuur het postmodernisme totaal niet te definieren valt. Het enige zinnige wat er zo’n beetje over te zeggen valt is dat literatuur modernistische elementen moet afwijzen om voor de titel in aanmerking te komen. Giphart, Zwagerman: postmoderne iconen? Ja, mogelijk. Ik zeg er niks van. Het postmodernisme is eigenlijk geen stroming omdat het geen duidelijke stijlkenmerken heeft. Maar dan is het bijzonder raar om te beweren dat zoiets in Marokko of Suriname zou ontbreken.
De laatste 10 jaar werd er veel, heel veel, inspanning gestoken in het creeren van een nieuwe politieke realiteit waarin duidelijk sprake was van eerste en tweederangs burgers. En de eersterangs burgers, dat zijn wij. Mensen die grote literatuur schrijven, terwijl ver weg de chineesjes voor onze producten zwoegen in de fabriek. De ‘Kenniseconomie’ heet dat dan, een schitterend eufemisme voor het gigantische ponzi schemevan het westers kapitalisme. Dat helaas of gelukkig, dat had iedereen met drie hersencellen u kunnen uitleggen, slechts een kort poosje kan blijven bestaan. Want niemand zit graag 14 uur per dag in het donker te zwoegen zodat men aan de andere kant van de wereld grote literatuur uit kan poepen. De machtsverhoudingen verschuiven, en wanneer machtsverhoudingen verschuiven steken altijd weer de ressentimenten de kop op: het is de schuld van die anderen dat wij onze macht aan het verliezen zijn. Vult u daar maar om het even welke minderheidsgroepering in. Grote schrijvers komen te voorschijn, om te orakelen over de gevaren die deze rare, uit vreemde werelden afkomstige ideeen voor onze samenleving zouden zijn. Er wordt steeds meer grote literatuur en grote poezie geschreven, gewoon omdat wij zo lekker belangrijk zijn. Poezie is daarmee vooral een instrument voor culturele propaganda geworden: wij tellen mee op wereldniveau. Wij hebben een onverwoestbare cultuur, die zich niet zomaar overgeeft.
Uiteraard gaat die hele discussie eigenlijk nergens over. De discussie zou eigenlijk over hele andere zaken moeten gaan: geen retro-conservatief gemekker over het behouden van waarden die allang verdwenen zijn, maar daadwerkelijk nadenken over onze positie en vooral wat er eigenlijk mis is gegaan met Nederland en Europa in de tweede helft van vorige eeuw. Waarom werd de ‘Amerikaanse droom’ volledig passief en kritiekloos binnengehaald? Waarom werd onze cultuur vervangen door grotendeels Amerikaanse propaganda? Ik ben er mee volgepompt, dus ik kan er over meepraten.
Waar is het Europese Hollywood, het is toch van een ondenkbare naïviteit dat je toestaat dat je bevolking hun leven lang de propagandafilms van een andere wereldmacht moet aanschouwen? Ik heb helemaal niets tegen de Amerikanen: ze zijn in elk geval een stuk slimmer dan de hersenloze Europeanen die tot niets pro-actiefs in staat lijken.
Je kunt roepen dat een tijd waarin ‘yes we can’ een politieke boodschap heet te zijn een verloren tijdperk is, maar dan kijk je niet goed naar het verleden. De Amerikaanse droom: iedereen kan het maken, van vuilnisman tot miljonair. Een ‘filosofie’ waar wij ruim 50 jaar lang genoegen mee namen. Ja, er werd hier en daar nog wat over ‘mensenrechten’ opgeschreven. Maar bij de eerste de beste hobbel in de weg gingen die meteen het raam uit. En wat bleef er over?
Grote literatuur, ongetwijfeld. Geschreven door visionaire figuren, die de samenleving in een andere richting wisten drijven. Richting Geert Wilders, welteverstaan. En nu zitten we met de gebakken peren. Gelukkig maar dat er ook nog schrijvers zijn die wel in wat grotere lijnen kunnen denken. Lees bijvoorbeeld de prima Ruigoordrede van de Excuus-Portugees Komrij:
In het Duits, maar goed te volgen. Neemt u dat maar van deze Excuus-Turk aan.
De grote Loewak Poëziewedstrijd
Hierbij kondig ik de Loewakprijs voor Nederlandstalige Poëzie aan, een jaarlijks terugkerende prijs voor het beste ingezonden gedicht naar Loewak. Dit jaar is het thema ‘ zolang ik wel een postmodernist ben en jullie niet zal er nooit vrede op deze wereld zijn‘.
Enige regel is dat de titel van het gedicht moet bestaan uit het thema.
Wat valt er te winnen? Een hele pagina in mijn volgende dichtbundel ‘Salvia’. Deze pagina gaat ‘Gastenboek’ heten, omdat ik vind dat dichtbundels meer op websites moeten gaan lijken. De winnaar van de Loewakprijs voor Nederlandstalige Poëzie zal de eerste persoon in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur zijn die hoogstpersoonlijke aantekeningen mag publiceren in de dichtbundel van een ander.
In de jury zit alleen ik. Dat komt doordat ik nogal de pest heb aan jury’s. En omdat niemand mij in een jury wil hebben, dat ook natuurlijk, maar dat is wederzijds. Kortom, weer een uniekum: De Loewakprijs voor Nederlandstalige Poëzie is de enige poëzieprijs met een enkelkoppige jury. Een jury waar je op kunt bouwen. Een jury die nooit voor de concessie kiest.
Inzendingen kunnen gestuurd worden naar: m.benders@gmail.com. Deadline is 1 mei 2009.