Vijfde Seizoen
Vijfde Seizoen
In de spiegel van het raam breit oma
aan een auto, opa rookt pijp
uit een lantaarnpaal
Een vuilnisman kiept emmers leeg
Boven zijn schrijfbureau, een spreeuw
schijt op de staande klok. Het is
windstil op straat
De amaryllis bloeit en vrijt met
een reclamebord.
Over de schoorsteen -
mantel glijden twee slakken die
het doen. De blote hemel bloost
Lunchpauze, twaalf uur
Een wolk trekt aandacht door de zon
heel langzaam aan te kleden
Kamer en straat hernemen zich,
het raam wordt weer venster
Zolang er daglicht is,
bestaat het altijd durende seizoen
In de ontspiegeling van dit moment
Vloeien de dingen terug binnen de
maat van eigen werkelijkheid
Kees Hermis.
uit “Oud asfalt”
Hoenderbossche Verzen,
Uden 1998
Commentaar