VADER
VADER
Ik slecht de betonnen palen het prikkeldraad
en plant de opgestookte ligusterhaag
weer terug in zijn hogere staat
ook het pad op voorspraak stijf bestraat
ontpel ik tot op zijn eerste laag
zichtbaar de knikkerpotjes, sporen
van fietsbanden en voetstappen die
nog niet zijn gezet maar nu al worden opgeraapt
want alleen verloren gaat wat wordt bewaard.
ik kijk de tuin in waar mijn vader
in het halfschemer aardappels rooit
hoewel het maart is en ’t nog niet dooit
ik loop het steegje af het stoepje op
vader roep ik vader vader vader
en weet dat ik ook nu niet nader
hij staat daar afgetekend uitvergroot
en haalt de schouders op dan is hij dood
Eddie Besselsen
VADER uit ‘Donkerstraat’
Hoenderbossche Verzen,Uden 1994
Commentaar