Monthly Archives: April 2009

Met stomheid geslagen

Ik ben met stomheid geslagen, vandaag, en dat ligt heus niet alleen aan het feit dat ik vanmiddag de berg op ben gelopen om bij het klooster een fles wijn leeg te drinken. Nee, ik verbaas me over de berichten die ik lees uit letterenland.

Enerzijds houdt Thomas Vaessens, hoogleraar Moderne Letterkunde in Amsterdam, een pleidooi voor de democratisering van de literatuur. Ja, dat heeft u goed gehoord. Juist in een tijdperk waarin stilaan duidelijk wordt dat de democratie op zowel alle fronten pijnlijk gefaald heeft, tot stilstand is gekomen en we voor enorme dilemma’s staan op dit vlak komt Hoogleraar Vaessens vanuit zijn Ivoren Toren met de welhaast geniale observatie dat juist de literatuur ook maar eens moet democratiseren.

Anderzijds lees ik dat Schrijversorganisatie PEN (kunt u zich een kunstenaarsorganisatie die KWAST heet voorstellen?) bepaalde leden heeft geschorst omdat zij een paar gedichten van Karadzic hadden gepubliceerd. En dat mag niet. Want monsters mogen geen gedichten schrijven, en gedichten van monsters mogen niet gepubliceerd worden.

Deze twee verhalen markeren duidelijk de licht en schaduwzijde van het huidige literair establishment. Aan de lichtkant trompettert Vaessens vanuit zijn Ivoren toren blind de gebruikelijke belegen-humanistische nivellatie, terwijl aan de schaduwkant de Stasi van PEN/KWAST of welke kurkdroog mandarijnenfront ook bepalen wat wel en wat niet gepubliceerd mag worden.

Het is duidelijk een subsysteem dat opereert binnen het grotere systeem dat ons omringt, een systeem dat dit soort vogelverschrikkers nodig heeft om mensen in het gareel te houden. Vogelverschrikkers als Fritzl, Karadzic: het zijn feitelijk juist de pijlers van ons huidige systeem. De reden dat deze mensen bijna oneindig veel media aandacht krijgen is vanwege hun dienstbaarheid als afschrikwekkend symbool – precies dezelfde reden dat men Guantanamo Bay in het leven riep. Het zijn de terreursymbolen waarmee de media consensus schept.

De boodschap is: doe als iedereen, anders word je een monster.Ben een uniek individu, net als iedereen, uniek genoeg om te kunnen doen wat iedereen doet. Om te doen wat Dhr Vaessens doet: hef die literatuur maar op. De Ivoren toren van de nivellatie – met allerlei Gojaesque monsters in zijn martelkelder.

Daar ga ik binnenkort eens een essay aan wijden.

Creeley op PoemTalk

creeleyphoto

PoemTalk is een programma waarin vier dichters één gedicht bespreken (standaard opening van de licht sardonische Al Filreis: ‘a close, but not too close reading of a poem’), waarvan er ook altijd een opname wordt gespeeld van de dichter zelf. De gasten zijn elke keer anders (alhoewel sommige wel al meerdere malen langs zijn geweest).

In de meest recente PoemTalk (van afgelopen week) wordt het waarschijnlijk bekendste gedicht van Robert Creeley besproken, ‘I know a man’.

I Know a Man

As I sd to my
friend, because I am
always talking,—John, I

sd, which was not his
name, the darkness sur-
rounds us, what

can we do against
it, or else, shall we &
why not, buy a goddamn big car,

drive, he sd, for
christ’s sake, look
out where yr going.

(Hier in vertaling van Joost Baars).

Er worden twee verschillende opnames afgespeeld, met subtiele verschillen, maar in beide draagt Creeley voor met een bijzondere stem; met duidelijk hoorbare enjambementen, en getergd, alsof hij de angst voor de duisternis dat in het gedicht wordt genoemd ook op die manier uitdraagt.

Ook zeer de moeite waard is overigens de aflevering over het klankgedicht ‘What the president will say and do’ van Jaap Blonk, vooral omdat de uitvoering van het gedicht zo fantastisch is. Het is een herhaling van de titelzin die langzaam wordt afgebroken, tot er tenslotte alleen onverstaanbare klanken overblijven waar je Blonk bijna in hoort stikken (zeer accurate weergave, natuurlijk, van het onvermijdelijke gezwets van veel politieke figuren).

Symposium Conceptuele poëzie

Vier conceptuele dichters uit Amerika verzamelen zich 1 mei in Berlijn voor een symposium over de conceptuele stand van zaken. Kenneth Goldsmith is van de partij (onder meer bekend van het overschrijven van een hele krant: Day). En Rob Fitterman die onder andere schreef, This window makes me feel (pdf; een 75-pagina lange onafgebroken opsomming van de gevoelens die ramen bij iemand doen opkomen, alsof die persoon er langs naar beneden valt. Het boek is dan ook opgedragen aan de slachtoffers van de WTC aanvallen).

Vanessa Place, die Dies: A Sentence schreef, een 50,000-woord, proza gedicht bestaande uit één zin. Place en Fitterman schreven ook samen Notes on Conceptualisms, dat uitkomt op de dag van het symposium. Van wat er te lezen valt op de site van de uitgever Ugly Duckling Press, lijkt het een interessante combinatie te zijn van creativiteit met kritiek.

Tenslotte Kim Rosenfield, dichteres en psychotherapeute waarvan meest recentelijk re:evolution uitkwam (een verzameling toegeigende teksten uit uiteenlopende disciplines als psychoanalyse en evolutie leer, die kritiek leveren op autoriteit en subjectiviteit). Ook in dit boek – dat in tegenstelling tot Notes on Conceptualisms wordt gepresenteerd als gedicht – zijn kritische perspectieven en creativiteit strategisch met elkaar verbonden.

Discover US, heet het festival (over de naam hebben ze lang nagedacht; nu ja, er zit nog net meer logica achter dan ‘I Amsterdam’). Lezingen en tentoonstellingen zijn verspreid van Januari tot Mei. Ook interessant belooft de lezing van dichter Jed Rasula over jazz (die momenteel blijkbaar in Berlijn aan Jazzbandism schrijft, een boek over modernisme), en Erik Friedlander (solo cellist) die John Zorn speelt.

Interview met Hakim Bey

Hakim Bey – The Poetic Terrorist Manifesto

Het beestje bij zijn naam noemen

Men roept als sinds de jaren 60 dat poezie begrijpelijker moet worden voor jan met de pet. Talloze dichters hebben zich aan dat idee aangepast. En wat zien we? Er wordt juist nog minder poezie gelezen dan voorheen. Ergo, het is een enorme drogredenatie, feitelijk dezelfde redenatie die ervoor verantwoordelijk is dat kranten zichzelf de nek omgedraaid hebben. De krant werd meer en meer ‘dat wat het publiek wou lezen’ en uiteindelijk bleek dat publiek er gewoon niet te zijn. Wat een hemeltergend amateurisme. Visieloze flutfiguren die de boel naar de kloten helpen.

Poëzie werd in Nederland nooit veel gelezen. Nooit. Er is geen enkele moment in onze geschiedenis aan te wijzen waarin poëzie een populariteitshausse doormaakte. En toch blijft dat gemekker maar aanduren: de poëzie moet veranderen, de poëzie moet dit, de poëzie moet dat. En niks maar dan ook niks heeft ooit een moer verschil gemaakt.

Een simpel rekensommetje is alles wat we nodig hebben. Hopelijk kunnen we het erover eens zijn dat, als 1 op de honderd mensen van poëzie houden, dat een behoorlijk hoge score is. Dat zou betekenen dat een miniem dorpje als mierlo, waar ik opgroeide, 100 poezieliefhebbers herbergt. Veel hoger dan dat lijkt me een onmogelijke score.

We hebben het dus over 1% poezieliefhebbers. Dat zijn op 16 miljoen mensen 160.000 mensen. Deel dat door de 150 bundels die er per jaar verschijnen en je zit op 1000 lezers per bundel.

Dat is zo’n beetje het maximale wat eruit te halen valt, naar mijn inschatting, behalve als je het aantal gepubliceerde bundels drastisch zou beperken. Dan zou je nog hetzelfde totaalaantal bedienen, maar met meer lezers per bundel. Voor uitgevers maakt het weinig verschil, de winst blijft hetzelfde.

Waar gaat dit gemekker dus wezenlijk over? Joost mag het weten. Pedagogisch gedoe van het type ‘managers’ die geen flauw benul van marktwerking hebben. Alsjeblieft zeg, mag het eens afgelopen zijn met dit gezanik, wanneer leren al die dichtertjes en uitgevertjes eindelijk eens dat Nederland gewoon een kleine markt is? Emigreer naar Oost Europa als je dat niet zint, naar verluidt is dat de beste poëziemarkt ter wereld.

Wat heb ik een hekel aan al die gespeelde naieviteit, aan dat idee van de ‘Goede Lezer’ die achter de bosjes ligt te wachten tot de poëzie eindelijk zichzelf eens leert te gedragen volgens de gemiddelde ROC sociologenleer. Hoe benepen moet je zijn om in dit soort marketinghossana’s te geloven? Hoe onbeschrijfelijk pedant moet je zijn om ook maar een moment het duidelijk resultaat van dit soort roze-brillen fetishisme te veronachtzamen? De NY times staat inmiddels op instorten. Geen enkele Nederlandse krant is nog in Nederlands bezit. De poëzie verkoopt zoals zij altijd al is verkocht: matig, maar gestaag. Laten we het alsjeblieft over iets inhoudelijks gaan hebben.