Hap-snap engagement

Erik Jan Harmens en Ilja Pfeijffer komen met een ‘manifesto voor riskante literatuur’ in Trouw.

Gert de Jager reageert op de contrabas, ik citeer:

Lucebert, Claus en Ponge hadden de nood der tijden tot in hun vezels ervaren en wisten waar ze het over hadden. Het lillen van kanonnenvlees was voor hen geen gratuite beeldspraak. Daarbij vergeleken zijn Pfeijffer en Harmens hopeloos verwende kinderen die tot de ontdekking komen dat de wereld niet alleen uit speelgoed bestaat. De laatste schroomt zelfs niet om de Endlösung erbij te halen om een punt te maken over ollekebollekes. Erg geestig allemaal. Entertainment voor de verveelde krantenlezer.

Lees de discussie op de Contrabas

Samuel Vriezen doet ook een duit in het zakje met een stuk op zijn weblog over hap-snap engagement. Hij doet daarin de volgende interessante observatie:

Interessant intussen is wel dat er kennelijk een enorme behoefte bestaat aan die geëngageerde toon, zonder dat er behoefte lijkt te bestaan aan een bijbehorende stelling. Men wil de wereld niet veranderen, niet echt tenminste, maar wel wil men het gevoel hebben dát men de wereld wil veranderen. Het begint er op te lijken dat dit verlangen naar engagement zélf inmiddels volstrekt ideologisch is geworden. Waarom is dat? Wat betekent dat?

Lees het hele stuk van Samuel Vriezen

Elders onstond op de Contrabas een opstootje over het persbericht wat Ilja Pfeijffer uitbracht over zijn in het italiaans geschreven toneelstuk, waarin hij betiteld wordt als ‘Nederlands meest controversiele schrijver’ en waarin gesteld wordt dat het stuk gespeeld wordt door ‘topacteurs’ – die discussie kunt u hier lezen

Uiteraard is engagement een ideologie, maar ik denk dat die ideologie al sinds de vijftiger jaren overheerst – het idee is dat de kunstenaar zijn maatschappelijk nut moet bewijzen. De maatschappij bestaat niet om het grote individu mogelijk te maken, zoals Nietzsche dat bijvoorbeeld voor ogen had, maar juist andersom: het individu bestaat om het de maatschappij, de groep naar de zin te maken. ‘Riskante poezie’ wordt in deze context dan ook gedefinieerd als ‘Wij verwachten van de literatuur niet dat zij oplossingen biedt, maar wel dat zij de wereld verandert.’ – want oplossingen bieden vereist intelligentie, de wereld veranderen kan iedereen. Het is de overbekende Hollywood formule: jij bent de oplossing. Jij bent de spil waarom de wereld draait. Het enige wat je hoeft te doen is de wereld te veranderen. Oplossingen hebben we verder een broertje dood aan, want daar moet je voor nadenken. Het enige wat je hoeft te doen is met je magische literaire stokje zwaaien, en alles komt goed. Pure disney.

Dit soort instant-engagement beheerst de laatste 20, 30 jaar het gros van alle hollywoodscripts. Dat je precies dezelfde ideologie vervolgens als ‘manifesto’ in de Trouw aantreft typeert nu juist de rol die literatuur tegenwoordig nog heeft: een bultenaar die achter een groep hardlopende bedriegers aansjokt. Het ‘riskant’ uit ‘riskante literatuur’ moet u dan ook vooral zien als een diepgewortelde wens meer ontploffingen in gedichten waar te nemen. Want ook die ideologie is naar de poëzie doorgesijpelt: een gebrek aan substantie kun je met afdoende ontploffingen heel leuk maskeren.

De enige fout die Vriezen mijns inziens maakt is het idee dat Pfeijffer ‘van positie wisselt’ – feitelijk doet hij dat helemaal niet: de ideologie is steeds precies dezelfde: het is de ideologie van de kamikazefetisjist. Maar goed, dat was dus ook precies de strekking van Vriezens stukje. Dat er een basishouding met schijnwisselingen bestaat.

Pfeijffer poneert twee oppervlakkige tegenstellingen en kiest ‘radicaal’ de kant van een van deze twee. Dat deed hij als ik me niet vergis in de jaren negentig ook al in die ‘vorm versus inhoud’ discussie die ook al als een tang op een varken sloeg. Deze ‘radicale keuze’ is wellicht steeds anders maar de achterliggende structuur is precies dezelfde: een discussie aanzwengelen met schijnargumenten en daarna niet meer thuis zijn. Het zijn de acties van een kamikazefetisjist.

Wat ik bijvoorbeeld eens interessant zou vinden is eens te horen wat er precies zo ‘riskant’ is aan de poezie die Pfeijffer in de ‘Canon van de Europese Poezie’ opnam. Ik wil het antwoord best voorkauwen: het riskante van deze selectie lag hem in het feit dat er ook niet-Europese dichters in staan opgenomen. Haha. Wat een leuk grapje. Heel riskant, hup, op naar het volgende hap-snap stellinkje.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>