Ik weet dat het er is
Ik weet dat het er is
Het moet er zijn, dat woord,
dat ene woord dat mij verklaart waarom mijn stem
het nu begeeft. Om jou,
om jou te zien moest ik wel duizend meisjes zien,
duizend maal duizend blikken.
Bloos ik ? Ik bloos. Ach, waarom ben je toch zo mooi ?
Zelfs als ik straks, wie weet,
weer uit mijn woorden kom, denk niet dat ik niet weet
waarheen ik wil. We zullen
wijn drinken,wilde wijn, er zal geschater zijn
en het gefluister voor
voor je mij je straat, je huis, jelichaam binnenleidt –
een dichter, denk ik, kwam nu met een metafoor.
Maar ik heb haast. Dus je heet C. Dag C.
Proost me toe en neem me mee.
Menno Wigman
uit: “L”; Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag
van Maarten van den Elzen.
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Commentaar