Benders & Benders, Buddinghprijs 2009. Lezen is Lezen.
Nu met een eigen website: Lezen is lezen.nl
Dichten
DICHTEN
De grote behoefte aan rust in de zon
met een boek over aardige mensen
dat weer eindigt zoals het begon,
en je leest het nog een keer
omdat je niets te wensen hebt
dan zo’n kalme gevleugelde vrede,
een soezerig lachje om de mond
en het brede gevoel dat je lui bent
en warm, dat je zuiver om niets
draait, de huiver verstaat van wie
denkt dat zijn werk in de wereld
een o zo diepe betekenis heeft,
maar om niets is het dat je je
wezen verdraagt dat wil zeggen
ten leste het draait en wel hierom.
Pieter Boskma
Uit: “L”.
Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag
van Uitgever/Dichter Maarten vam den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Korte analyse van het Buddingh’ prijs fenomeen
Jaren geleden schijnt er iemand in huilen te zijn uitgebarsten toen op Poetry bekend werd gemaakt dat de Buddingh’ prijs naar een ander ging. Sindsdien belt de organisatie mensen een paar dagen vantevoren op, omdat koste wat kost verkomen moet worden dat er tijdens de uitreiking echte emoties in het spel komen.
Het schijnt dat bepaalde mensen denken dat onze performance tijdens de Buddingh’ uitreiking een ‘protestperformance’ was. Ik had de performance echter allang klaar liggen ver voor ik wist of ik de Buddingh’ gewonnen had of niet, dus van een protest wegens het niet winnen van die prijs was geen sprake – als ik gewonnen zou hebben had ik dezelfde performance gedaan. Om die reden vond ik het ook wel jammer dat ik niet won – het ontkrachtte de performance een beetje, omdat het teveel op een protest ging lijken nu. En uiteraard was het ook een vorm van protest, maar niet een protest tegen de prijs als zodanig.
Toen ik arriveerde op poetry was ik behoorlijk uitgeteld van een nacht doorzakken in Amsterdam. Een aardige vrouw uit de organisatie bracht me naar het hotel en liet me onderweg weten dat ze vond dat ‘mijn bundel met kop en schouders boven de andere uitstak’ en dat het raar was dat ik niet had gewonnen. Dat deed me terugdenken aan het telefoontje wat ik een paar dagen daarvoor kreeg:
“Of ik wilde weten of ik de Buddingh’ gewonnen had of niet?”
“Ja, zegt u het maar.”
Twee secondes dramatische stilte.
“Nee, je bent het helaas niet geworden.”
“Oh, okee dan.”
“Maar je bent wel genomineerd hoor dat is toch ook heel wat”
Vooral zo’n dramatische stilte is interessant. Ik had sterk de indruk dat ze op die stilte getraind hebben. Zou er een festivalpsycholoog bestaan die dit soort processen begeleidt? Het therapeutische gehalte van dit telefoontje sprak boekdelen. U zult getroost worden, of u het nu wilt of niet.
‘Laconieke Benders’ viel er te lezen in het NRC de dag na de uitreiking. Geen woord over de performance zelf, enkel informatie ontleend aan de getoonde filmpjes. De conclusie dat er geen journalist van het NRC aanwezig was ligt dan voor de hand. Ik ben dus laconiek omdat hij afwezig is, en in een bespreking van de vier bundels laat Arie van den Berg in dezelfde krant weten mijn ‘belezenheid’ in twijfel te trekken omdat ik Michaux in het Engels geciteerd heb:
Martijn Benders is met Karavaanserai de taalduivel van het uitverkoren kwartet. Zijn taalgebruik en beeldspraak zijn doorgaans trefzeker, maar zo overdadig dat je als lezer een filter zou wensen. Een enkele maal lijkt het alsof de dichter zichzelf en de lezer wil overtroeven, zoals in de openingsregels van het titelgedicht: ‘Zij zonnebaadt op enorme röntgenfoto’s, / de karavaan van onze democratie.’ Maar tegenover zulke sporadische fietspomptaal staan beeldrijke, overtuigende beschrijvingen van de oosterse wereld, die Benders als bewoner van Istanbul van binnenuit beziet.
Het hoogtepunt van de bundel vind ik de cyclus ‘Stigma’, waarin de cijfers 1 tot en met 12 op grond van hun vorm of vanuit wiskundig, kabbalistisch of politiek gezichtspunt in beeld worden gebracht. Ook elders bulkt de bundel van belezenheid – al is het vreemd om in zo’n geleerde omgeving de Franse schrijver Henri Michaux in het Engels geciteerd te zien.
Wat een hoogst eigenaardig stukje. Dat van den Berg als zovele anderen de titel van mijn bundel niet juist kan spellen is 1 ding (ik heb zelfs sommigen uit moeten leggen dat het wel degelijk een Nederlands woord is) – zoiets verbaast je weinig meer in een tijd waarin Pfeijffer grandioze manifesten die beginnen met een enorme taalfout in de Trouw laat plaatsen – nee, eigenaardiger is het idee dat deze ‘bundel van de belezenheid bulkt’ (sic) – waarom? Het is een idee waar ik al vaker tegenaan ben gelopen. Ik zou ‘belezenheid’ hebben willen suggereren door wat buitenlandse dichters in het laatste deel van mijn bundel aan te halen. Hoe in-en-in triest is dat idee op zichzelf al: citeer een paar dichters uit het buitenland en je bent belezen. Maar nog frappanter: het is tot nu toe schijnbaar niemand opgevallen dat ik er juist totaal een potje van maak in dat vierde deel van Karavanserai. Hoe kun je in vredesnaam beargumenteren dat iemand die Mark Strand met Max Romeo vermengt dat doet omdat hij ‘belezen wil overkomen’?
Van den Berg eindigt zijn stukje met een stukje typisch journalistenvenijn: ik zou minder ‘belezen’ zijn dan ik me voordoe omdat ik Michaux in het Engels heb geciteerd. Mogen we even capituleren: ik pretendeer dus Franse boeken te lezen door ze juist niet in het Frans te citeren. Ik ben laconiek, omdat de journalist niet aanwezig was en ik ben niet belezen omdat ik niet pretendeer Frans te kunnen lezen.
Uiteraard verbaast mij dit alles niets – ik had allang de indruk dat 95% van het echelon dat in de Nederlandse literatuur de scepter zwaait uit pabogangers en uitzendkrachten bestaat. De belangrijke vraag is: moeten wij daar iets aan doen, en wat kun je daaraan eigenlijk doen?
Ik heb met de wat intelligentere mensen binnen de literatuur daar regelmatig discussies over. Opvalt is dat iedereen basaal dezelfde mening heeft: ja, het is echt huilen met de pet op als het gaat om het niveau van de krantenkritiek of de verdeling van de macht in literair nederland. De hele santekraam wordt door een middelmatige, uitgerangeerde fopelite aangestuurd.
Maar ja, wat doe je daaraan? Ik heb daar wel goed over na zitten denken en geconcludeerd dat zo’n performance de beste oplossing is. Weigeren aan prijzen mee te doen is slap en onorigineel. Meedoen in het opgedwongen format van de prijs zelf is zinloos. Ergo: je kunt propaganda alleen met propaganda bestrijden.
Commercie die voortdurend de autonomie inlijft kun je alleen bestrijden door zelf commercieler te worden en nog veel harder de autonomie in te lijven.. Om die reden open ik binnenkort een webwinkel waar u ‘Lezen is Lezen’ producten kunt kopen en de film ‘The best of the buddingh’ 2009′ nog eens kunt bekijken. Op naar de volgende prijs. Omdat ik het waard ben.
De buizerd van ‘t Waliën
De buizerd van ‘t Waliën
Mos pakt geen waaiend hout. Struikgewas staakt
terwijl takken verschietend in ijlte landkappertje
spelen met lucht. Ik vraag me in dit Hinterland
vol tuimelend licht langzaam af of er vogels zijn
met hoogtevrees. De Boldermansweg rekt zich uit
in eerstehandse rust als boven ons opeens een schaduw
uit zijn veren valt en hij sterker dan op de plaatjes uit
mijn boekenkast een strakke lijn zweeft tussen
zware vleugels. Heinde. Amper afstand. Vervlogen.
Voor Freek, Meja en Wim van Til
Bert Bevers.
Uit : “L”; 26 dichters in het Liber Amicorum voor
Dichter/Uitgever Maarten van den Elzen t.g.v. zijn
50ste verjaardag.
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
de akkers kennen de geheimen van de goden
de akkers kennen de geheimen van de goden
bloeiend bloesemend
het citroengeel van de narcis
de knop, kelk vervat in chromaatgeel
de witten ongenaakbaar
de pigmenten de gronsstoffen van de schilder
goudgeel vergulde de handen
van Gogh heeft zijn sporen verdiend
goudgeel geplaveid in de zon
de oevers gedijen in het avondrood
lichtvoetig wit bloesemend
Jan van Duijnhoven
Uit: “L” Liber Amicorum t.g.v. de 50ste verjaardag
van Dichter/Uitgever Maarten van den Elzen
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004
Ik gaf mijn bloemen aan Esther Naomi Perquin
Ik gaf mijn bloemen aan Esther Naomi Perquin
Alles klopte die avond:
de brilletjes intoneerden het licht
met de juiste gedragenheid die je,
was dit geen poëzieavond geweest,
had kunnen verwarren met
de zwaartekracht zelf.
Er was een gitaar
en een elitaire reiger en iemand die in de hoek brulde
met een zonnebril op.
Iemand met grijs haar deed professioneel.
Wim Brands riep nog eens ‘Tjakka’ en
‘dood aan alle reigers!’ en Pfeijffer werd,
voor de goede orde,
nog even stevig in de kont gezet.
Een fantastische avond.
En als Alexandra
mijn bloemen niet had teruggegeven, als Esther
niet even verlopen was als ik
en Samuel en Arjen en Bart
niet het oorlelletje bijten
opnieuw hadden uitgevonden
(ongeregeld zootje groethonden!)
was er van de avond vast meer
gebleven dan de wetenschap
dat je een bundel niet moet signeren
‘voor Rik. Van Marieke & Martijn. XXX’
Martijn, 25-06-2009

Commentaar