Kort Dag – Keith Barnes (1934-1969)
Keith Barnes werd in 1934 geboren nabij Londen, alwaar hij vanaf zijn dertiende studeerde aan the Royal Academy of Music. Op zijn twaalfde was hij reeds begonnen met het schrijven van muziekstukken, die door verschillende kamergroepen ten uitvoer werden gebracht. In 1959 stopte hij echter met het schrijven van muziek en stapte hij over op de poëzie. Hij bleef daarentegen wel werkzaam voor muziekuitgeverijen en later als redacteur bij BBC Film.
Tussen 1962 & 1969 reisde hij veel en woonde in Amerika (alwaar in 1967 zijn debuutbundel “Born to Flying Glass”verscheen) & Frankrijk. De laatste twee jaren van zijn leven verbleef hij in Parijs alwaar hij in 1969 overleed aan leukemie.
tweetalige website over keith barnes
I Will Not Forget
Windfalls of birds and swirls of leaves
I walk pause stop You drive a high sky through me
drop my case throw my coat and grasp you eyes closed
all spellbinding spring throughout the shimmering summer
stand with you and root into the paving stones
Winter gave me old shoes I broke their laces
I shuffled through the days forgot I could stand straight
forgot how love is Jack and Jill down the hill
corridors of diamonds tumbling bees a-buzz
and dreams which smile silence with such suave lips
How could I have borne myself so hibernated
- pitted and slung so low into my body?
How could I have lived without this marrow in my bone?
- so bent so drear so hollow nestling grudges
which you have so simply soothed from me and cast
off like so much jetsam to the sea
As I walk I carry you the warmth of two
and I will not forget will not forget
your legs and arms locked round me your head tucked tight
your breath against my heart inside my clothes
inside my clothes – I won’t forget
I do not cannot live without
this hanging fire
© Keith Barnes
Wachter
Wachter
Met open ogen dromend
Altijd op zoek naar poëzie die
Aan de vage verten
Raakt van schoonheid en mysterie
Taal die verdicht
En omsmeedt, verbeeldt tot
Nieuwe werkelijkheid die los
Van plaats en tijd
De wereld optilt, kantelt naar
Een land dat leesbaar wordt in
Letters en syllaben
Zo is hij smid en timmerman,
Een wachter van het woord dat
Niet verdrinkt maar ademend blijft zingen
Kees Hermis
Uit “L” Liber Amicorum t.g.v.de 50ste verjaardag
van Maarten van den Elzen.
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Groenlied
Groenlied
Hoe oorzaken hun kleine grote tongen
ondergronds bovengronds zich verenigen
wie heeft daarvan enig idee
eetwaar warboel veranderd in spraak
en in alle vier windstreken of dat geen poëzie is
De doorn het roestige mes
zijn beide geen vijand in tuinen bijvoorbeeld
waar veel is dat paniek zaait rookkolommen
gif te daadkrachtige armen met huiduitslag eert
onverwoestbaar is wat elke dag noest
inschikkelijk toch eigen gang gaat
Zouden wij niet juist daarom een nieuw lied
beginnen in september een standbeeld gieten voor wie
met niet-te-koop vergeef-me-niet-bevochte lippen
zich opmaakt optreedt stro alweer het gewas zonder ogen
in die volgorde zoeken in oorlogen liefdes
en wie kent hun grens
Y. Né
Uit: “L”;Liber Amicorum voor Maarten van den Elzen t.g.v.
Zijn 50ste verjaardag.
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Y. Né maakte bij dit gedicht een lijntekening waarvan Martijn
Rafael van de Griendt van Boekdrukatelier het Y te Amsterdam
een cliché maakte en deze afdrukte naast het gedicht.”Groenlied”
(Oplage 100 exemplaren waarvan XXX Romeind genummerd h.c.).
Geen reserve
Geen reserve
Door ‘gebarsten’ totaal onthand =
(in dit geval) ontziend,
daardoor niet duidelijk
(kunnende denken)
denkende kunnen,
waardoor, ja zo stroomt dat
zo pakt dat elkaars tandwiel,
de hand misgrijpt, dus toch
onthand en wordt orde in hoofd
gemopper, gemompel, monkelen;
het lonken der dingen naar bevallige landing
in zacht blikveld mislukt met veel poeha.
Zo ben ik met bloeddoorlopen ogen gevloerd,
onthoofd door
de brilglasbarst.
Elma van Haren
Uit: ‘L’, Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag
Dichter/Uitgever Maarten van den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Tussen de een en de ander
Tussen de een en de ander
wrijf twee stuivers tegen elkaar en je ziet
er een derde tussenin – het oog wil meer
dan het krijgt en tussen de ene mens en
de ander leeft iets dat alleen zij kunnen zien
Willem Groenewegen
Uit: ‘L’ Liber Amicorum voor Maarten van den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.

Commentaar