Monthly Archives: August 2009

Marcuse documentaire

‘He had at least 20 to 30 figurines of hippopotamuses. Pink hippopotamuses, green hippopotamuses, hippopotamuses with their mouths wide open, hippopotamuse candy jars. And he loved hippopotamuses, he would speak of them as a bizar animal, and he felt they embodied the reality of absurdity and the immense possibilites of the imagination.’ Dat is oud student Peter Zelin over Marcuse in de documentaire ‘Herbert’s Hippopotamus: Marcuse and Revolution in Paradise’:

-

This documentary examines the turbulent life in California of political philosopher Herbert Marcuse (1898-1979), author of One-Dimensional Man, Reason and Revolution and Eros and Civilization, among other books, professor of philosophy at the University of California San Diego, and a visionary and influential force for the student movement worldwide during the Sixties and Seventies. Blending archival footage, interviews, re- created scenes and voice-over narration, the video profiles not only the life of Marcuse but also the history of student protest and social activism. The video features interviews with Marcuse’s student Angela Davis, former UCSD Chancellor William McGill, colleagues Fredric Jameson and Reinhard Lettau, and rare footage of Marcuse and former California Governor Ronald Reagan. Directed by Paul Alexander Juutilainen

-


Kort Duits

Deutsche Welle meldt dat Duitsland  ‘Das Weisse Band’, de nieuwe film van Michael Haneke heeft gekozen als de Duitse inzending voor de Oscars. De film handelt over een klein Protestants dorp in Duitsland, in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. De keuze werd in Oostenrijk becritiseerd, want al was de film een samenwerking tussen de twee landen, Haneke komt uit Oostenrijk.

-

Infinite Jest, de vuistdikke roman van (de vaak als ‘genie’ omschreven) David Foster Wallace (die vorig jaar zelfmoord pleegde) is vertaald naar het Duits.

-

Honderd Duitse academici worden verdacht van fals spelen bij het behalen van hun Doctorgraad. De prestige om zich ‘Doctor’ te mogen (en misschien vooral laten) noemen is blijkbaar voor vele meer waard dan het werk om die titel zelf te behalen; volgens dit artikel in de Zeit werden er onder andere spookschrijvers bedragen tot 20000 Euro betaald om grote delen van proefschriften voor de promovendi te schrijven

VUUR, WATER, JIJ

VUUR,  WATER,  JIJ

Het licht,  de voormalige smidse,

zoals in Rembrandt’s schildering,

bijna tastbaar de tijd, vuur, water, jij

de blaasbalg, de fonteinen van vuur !

het verbinden en verbranden van carbid

bij elke slag de kracht van paarden

het vijlen en het slijpen, van de morgen

tot de avond het nagalmende aambeeld;

waakhond van gedichten

jij en de smid, dag na dag Brabant,

door merg en been zingt in de geest

van de kleinzoon de grootvader

goudgeel is zomer, is Udense zwarte,

kapelletjes en kruisbeelden, zoals in het

vroegere de belofte schuilt van het latere

Mieke van Baal

Uit : “L”.

Liber Amicorum t.g.v. de 50ste verjaardag

van Maarten van den Elzen

Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.

Bibliofilie ?

Bibliofilie  ?

De geplastificeerde rug van

Pauline Réage is opengesprongen

(“Het verhaal van  O” dat

liegt dat het barst) en

drukt de fameuze opname van

Arthur Rimbaud (Etienne Carat,

Paris, 1872) naar de rand van de

overvolle boekenkast (“nog even

en hij zal nooit meer dichten” ).

Adriaan Morriën heeft “Histoire  d’O”

(Paris, 1954) vertaald en

van een nawoord voorzien (Amsterdam,

1970, 2de druk). “Jaloezie” (vertaald

door C.N. Lijsen; Amsterdam, 1961)

staat erbij en “het lijkt alsof

Alain Robbe-Grillet de wereld

Door het oog van een insect bekijkt”.

Aldus de achterflap.

Cees van Raak

Uit: “L”.

Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag van Maarten van den Elzen

Hoenderbossche Verzen,  Uden 2004.

Malcolm Lowry docu

metcalf-450

Een documentaire over het leven van de door zichzelf, het leven, en drank getormenteerde schrijver Malcolm Lowry (d. 1957) is hier online te bekijken E wordt in het bijzonder aandacht besteed aan Lowry’s bekendste semi-autobiografische roman Under the Volcano over een alcoholistische Britse diplomaat in een klein dorp in Mexico op de Dag van de Doden.

Enkele citaten van en over Lowry:

I couldn’t see any way for Lowry to go out except the way he did. Apparently he drowned in his own vomit and i don’t see anything wrong with that. I think it’s quite fitting and in keeping with the way Malcolm lived.

-

Armed with a ukelele and a regular injection of his father’s money he was seldom seen at the university. He had as he said, better things to do.

-

Drink helped to appease the demons. But it seemed there was only one way they could be truly exorcised; he could write them tot death.

-

Over Lowry’s opname in een psychiatrisch ziekenhuis:

Up to now he had been merely a poseur, playing with ideas of madness and oblivion. But this was now longer the rich bourgeois world, where one fell about on soft grass. Here were minds that were really rotted by alcohol, syphilis, hopelessness. Here were things that kept on living, despite the fact they were beyond repair

-

He gradually thought he understood the meaning of death, not as a sudden dispatch of violence, but as a function of life

-

Lowry:

Success is like some horrible disaster, worse than your house burning. The sounds of ruination following each other fast, while you stand, the helpless witness of your damnation. Fame like a drunkard consumes the house of the soul exposing that you have worked for only this. Ah, that I never suffer this treacherous kiss, may be left in darkness forever to founder and fail.

Émile Nelligan (1879 – 1941)

copie_2_de_ph29-23-1_rgb_med

Ook Canada kende zo zijn Rimbaud.

In 2001 schreef Boudewijn Büch een column in Vara TV Magazine (nr.40) onder de titel Emile Nelligan. Hierin meldde hij onder andere het volgende :

“In één van die treurige winkels te Quebec keek het omslag van een dun boekje mij aan. Er stond een foto op van een dichter die verdacht veel leek op de grootste en meest tragische dichter van de 19e eeuw in Frankrijk, Arthur Rimbaud & zag dat erop dezelfde plank veel meer boeken van & over de dichter te vinden waren. Ik bladerde door een tweedelige biografie maar dacht, ach dan moet ik dat allemaal weer gaan lezen. Uiteindelijk kocht ik ‘t dunne boekje met de foto en nam het mee naar Nederland waar ‘t op een stapel terecht kwam.”

“Verleden week kon ik niet slapen. Ik was depressief en alleen. Ik greep bij toeval naar het werk van de Canadees-Franse dichter, las een paar van zijn verzen & raakte bijna onmiddelijk verslingerd aan zijn poëzie. Het is wonder boven wonder poëzie zoals Rimbaud die schreef. Het is dichtkunst vol weltschmerz en zijn verzen die je vervoeren. De dichter heet Emile Nelligan.”

“In Franssprekend Canada behoort Nelligan tot de klassieke letteren, maar buiten dat stuk van Noord-Amerika is hij zo goed als onbekend. En dat zou moeten veranderen want Nelligan was een groot dichter. Weliswaar een van die dichters van de zwaarmoedige waanzin, maar dat zijn niet zelden de superpoëten.”

Dit soort beschrijvingen maakte ondergetekende natuurlijk uiterst nieuwsgierig. Dit was iets om me verder in te verdiepen. Na vele naslagwerken geraadpleegd te hebben (Jammer genoeg zijn de meeste bronnen in het Frans, een taal die ik nog steeds niet machtig ben) Ben ik tot de volgende korte levensschets gekomen.

Emile Nelligan, werd geboren te Montreal op kerstavond 1879 als Zoon van David Nelligan en Emile Amanda Hudon. David Nelligan emigreerde met zijn ouders vanuit Dublin in de vijftiger jaren van de 19e eeuw naar een nieuw leven in Montreal. David deed ‘t goed op school en kreeg uiteindelijk een betrekking bij de Canadese post. Hij trouwde met Emilie Hudon, een telg uit een van de oudste families van de stad. Katholiek maar Franssprekend. Hun eerste kind Emile werd dus geboren op kerstavond 1879 en gedoopt op eerste kerstdag in Saint Patricks Irish church te Montreal. De familie werd uiteindelijk nog uitgebreid met twee meiden. Eva in 1881 & Gertrude in 1882.

David had hoge verwachtingen van zijn zoon en voorzag een schitterende carriere voor hem in zaken of in een hogere bestuursfunctie. Maar de toekomst had iets anders in petto. Het huwelijk tussen David en Emilie was er een die geen schoonheidsprijs verdiende en waar het geluk nou niet bepaald vanaf droop. David sprak bijvoorbeeld enkel Engels en tolereerde het niet dat er in zijn huis Frans gesproken werd. Dit had onder andere tot resultaat dat Emile steeds closer werd met zijn moeder. Ook het feit dat zijn vader in verband met zijn werk veel van huis was speelde hier een belangrijke rol in . Haar liefde voor muziek, literatuur en de Frans-Canadese cultuur hadden een grote invloed op de kleine Emile. Hoewel hij veel Engelse literatuur las zoals Edgar Allan Poe & Thomas Moore besloot hij op zijn 15e toch in het Frans te gaan schrijven.

David Nelligan’s overtuigende afkeer van zijn zoons bezigheden leidde uiteindelijk tot een algehele scheiding tussen beide. Maar zijn moeder zou ‘m altijd blijven steunen. Nelligans academische carriere begint in 1896 als hij op 17 jarige leeftijd start aan ‘t Sainte Marie College waar hij overigens een middelmatige student blijkt te zijn. Daar hij moeite heeft zijn aandacht naast ‘t schrijven ook op zijn studie te houden verlaat hij tegen de wil van zijn ouders in 1879 de school om zich compleet op de poëzie te richten. Al zijn tijd werd opgeslokt door het schrijven van gedichten. Hij kon zich gewoonweg geen andere professie voorstellen als die van dichter.

In 1896 ontmoette hij de priester Eugene Seers (Later luisterend naar de naam Louis Dantin) zijn mentor & toekomstig redacteur. In dezelfde tijd maakte Nelligan kennis met Joseph McLancon die ‘m introduceerde in de literaire kringen van Montreal. Onder het pseudoniem Emile Kover publiceerde hij zijn eerste gedicht “Reve fantasque” in La Samedi (13.06.1896). In september van dat jaar verschenen er nog eens 8 gedichten in lokale en magazines. Nelligans gedichten vertoonde een opmerkelijke gevoeligheid voor de kracht van woorden en de muzikaliteit van taal. Nog eens onderstreept door een zweem van nostalgie en melancholie. In 1879 publiceert hij zijn gedichten voor het eerst onder zijn eigen naam in Monde Illustre en La Patrie.

In datzelfde jaar werd Nelligan door zijn vriend Arthur de Bussieres uitgenodigd deel uit te maken van de vlak daarvoor opgerichte ecole literaire de Montreal. Een kring van jonge schrijvers & intellectuelen die 1 keer per week samen kwamen om over de kunsten te discuseren. Gedurende verschillende bijeenkomsten droeg de jonge Nelligan met veel gevoel zijn gedichten voor. In de beste Romantische traditie. Nelligan wilde eigenlijk niets liever worden dan een opvolger van Lord Byron.

In 1898 stuurde zijn vader hem op reis naar Liverpool & Belfast. Naar alle waarschijnlijkheid om hem kennis te laten maken met zijn Ierse roots, maar veel is er over deze onderneming niet bekend. Later dat jaar regelde zijn vader voor hem een betrekking als boekhouder. Maar ook hier hield hij het niet lang uit. Aangestoken door de muze van de poëzie, ontsnapte hij vaak naar de zolderkamer van zijn vriend de Bussieres, om er te lezen en te werken. Ondertussen bleven zijn gedichten verschijnen in lokale kranten en magazines.

Rond deze tijd organisaeerde L’ecole L’iteraire de Montreal een serie publieke lezingen en voordrachten in welke Nelligan ook zijn opwachting maakte. Gedurende een lezing op 26 mei 1899 droeg hij het gedicht La Romance du vin voor. Het publiek reageerde met een overdonderend applaus. Volgens de overlevering ging het enthousiasme zelfs zo ver dat de jonge dichter op de schouders werd genomen en naar huis werd gedragen. Kom daar vandaag de dag nog maar eens om.

Helaas zou dit hoogtepunt meteen zijn laatste publieke optreden blijken. Korte tijd later op 9 augustus 1899 knapte het fragiele draadje dat hem al die tijd behoed had voor krankzinnigheid en werd hij opgenomen in Saint Benoit (Psychiatrische inrichting) (Tragisch maar ergens ook weer niet geheel onverwacht, aangezien deze gevoelige en literaire knaap zijn gehele jonge leven al verscheurt werd tussen 2 talen, 2 culturen en twee ouders.) Hij verbleef 25 jaar in Saint Benoit, alvorens hij werd overgeplaatst naar het Saint Jean de Dieu Hospitaal. Gedurende zijn jaren in de inrichting bleef Nelligan schrijven, maar hij had de gave verloren nieuw werk te creeren dat kon tippen aan zijn vroegere gedichten. Grotendeels van zijn tijd herschreef hij uit zijn geheugen dat eerdere werk. Hij verbleef in het Hospitaal tot aan zijn dood op 18 november 1941.

Emile Nelligans oeuvre bestaat uit 170 gedichten, sonnetten, rondelen, liederen en prozagedichten. Opmerkelijk is wel het feit dat ze allen geschreven zijn tussen zijn 16e en 19e levensjaar. In 1904 verscheen mede dankzij Leon Dantin en zijn moeder 107 gedichten onder de titel Emile Nelligan et son oeuvre met een voorwoord van Dantin. Een voorwoord dat begon met de aangrijpende woorden. “Emile Nelligan est mort”. Daarna verschenen er nog edities in 1925,1932 & 1945.

In 1952 publiceerde Luc Lacourciere een uitgave van Nelligans werk onder de titel Poesies completes met daarin de eerder genoemde 107 gedichten en gedichten die Nelligan had geschreven voor zijn hospitalisatie en die hij naar vrienden had gestuurd of die in zijn papieren waren zoekgeraakt. Deze editie is meerdere malen herdrukt.

Crows

I thought I saw a swarm of crows hover darkly
over the inner barrens of my heart—
great crows from famous mountains,
flying by the light of moon and torch.

Grimly, they wheeled as if to encircle a grave,
scenting a zebra carcass upon which to feast,
and an icy shiver descended my spine
as scraps of flesh quivered in their beaks.

For the prey fallen to these night demons
was none other than my life, left in tatters
by vast and constant torments circling round,

their beaks slashing without mercy
at my soul, carrion scattered over the field of days,
which these old crows will devour completely.
vertaald door Peter Garner

Emile Nelligan was een pionier van de Frans Canadese literatuur. In zijn poezie verkende hij de symbolistische mogelijkheden van de taal en zijn nogal donkere innerlijke landschap. Hoewel zijn schrijven deels beinvloed wed door de Symbolistische dichters als Charles Baudelaire & Arthur Rimbaud en Engelstalige poëten als Lord Byron en Edgar Allen Poe creeerde Nelligan een poetische gevoeligheid die geheel de zijne was. Zijn gedichten zijn vertaald in het Engels. (in nieuwstaat is enkel de tweetalige selected poems nog te bestellen, van uitgeverij Guernica uit 1995, met daarin 33 gedichten – In het Frans staan alle 170 gedichten op het internet en zijn in boekvorm nog gemakkelijk te bemachtigen.) & hij is het onderwerp van verschillende films, boeken, gedichten, een ballet en een opera. Daarnaast prijkt zijn hoofd op een Canadese postzegel uit 1979. Tot de dag van vandaag blijft hij in Canada een veel gelezen schrijver. Buiten de landsgrenzen is het jammer genoeg een stuk minder gesteld met zijn naamsbekendheid.

Diegene die het net als ondergetekende van het Engels moeten hebben, kunnen altijd nog antiquarisch op zoek gaan naar The complete poems of Emile Nelligan edited and translated by Fred Cogswell Montreal Harvest House 1983.

Bronnen : Vara TV magazine / Canadian Poetry Archive