Monthly Archives: September 2009

Tom Taylor

Geof Huth schreef een ontroerend stuk over de gisteren overleden (visueel) dichter Tom Taylor.

We are, after all, nothing but poets, who are only people who write books no one will ever read. But we are infinite. Our lives are infinite.

Tom Taylor over waarom hij schreef:

We were going to take over the world, replace an obsolete discourse with one which was more efficient in its relation of conscious to unconscious, somehow more aligned: no thing but in seeing. But you forget along the way that the way is there at all, and so I wrote for all the reasons one could have, I made it my reason for existence, an esoteric, private activity which explained my moodiness and my inability to share myself with others in intimate relationships, be they colleagues or wives or my own children. I wrote from arrogant self-righteousness to blind, drunken (averted) rage, to the isolation of the secret masturbater. Isolated and you desperate for the company of others, so afraid to be alone in my “genius”, as it unfolded from calm intention through self loathing and sabotage to addiction and personality disorders and the absurd vow of poverty, those were part of the deal, and so I kept writing, day after day, page after page of black scratch on yellow paper. I courted chance, error and those compositional mistakes which the unconscious to penetrate through and into conscious mentation, like Gurdjieff’s monks chanting in such perfect union that the world itself ceases to exist at all.

I became aware of the disjunct and the profunct in my self. At writing, I would continue to feel the sacred rush & focus of depth-diving not experienced in any drug or ecstatic love state. I became addicted to the “passing beyond” one can experience in the repetitions of time and space manipulation in the writing act that one learns to control. I wrote to allay (escape) my depressive states, sinking through them and their associated pain to discover the inebriation of the poem. I did not really want to experience any real feeling at all, and so I stayed in the world of my own creation, with its autism of self and song; “the play of the mind, to see whether there is any mind there at all.” (Olson)

Open Access poëzie

Nog even over Open Access en poezie. Een idee voor uitgevers: als grote uitgeverijen het toch niet moeten hebben van poezie, waarom dan niet hun bundels gratis online plaatsen (uiteraard alleen van die dichters die daar zin in hebben)? Vergelijk bijvoorbeeld deze vindingen uit de muziekbranche uit dit recente rapport over de economische en culturele gevolgen van file-sharing:

‘…mensen die wel eens downloaden kopen gemiddeld evenveel muziek, meer dvd’s en meer games dan mensen die nooit downloaden.’

Salt Publishing geeft al een aanzet. Ze voegen op hun site redelijk lange previews toe bij nieuwe boeken in de vorm van neerlaadbare PDF documenten. Bijvoorbeeld van deze bundel van Tony Lopez, met fabelachtige gedichten. In de filosofie is dit al veel meer in opkomst. Re.press de uitgeverij van hedendaagse filosofie stelt bijvoorbeeld veel, net uitgebrachte, boeken meteen online beschikbaar.


Tina Darragh video vraaggesprek

Een mooi vraaggesprek met (de minder vaak genoemde) ‘Language’ dichteres Tina Darragh (parafrase: ‘Ik ben een Language poet bij toeval. Ron Silliman was heel duidelijk toen hij mijn werk in de In the American tree publiceerde dat hij me geen goed dichter vond, maar me erbij wou als vertegenwoordiger van een Vietnam protest dichter en een feminist.’ Mm, ok.. bedenkelijk. Silliman heeft soms aparte trekjes.)

Ze praat helder, maar er is soms storende opera op de achtergrond te horen (wat soms wel erg bombastisch aanwezig is. Toch is haar spontane stijl van praten erg fijn om naar te luisteren.

Darragh vermeed (net als Ron Silliman, maar anders dan bijvoorbeeld Bob Perelman, Barrett Watten, Bruce Andrews) het academische traject omdat ze het vooruitzicht van een heel leven schrijven als werk niet zag zitten. Op ironische wijze kwam ze onbedoeld toch op een universiteit terecht, als wetenschappelijke bibliothecaris (ze had eigenlijk bedacht dat ze in een openbare bibliotheek zou gaan werken).

Over haar werk als wetenschappelijk bibliothecaris zegt ze: ‘Ik ben nu toch blij om die positie te hebben, om bepaalde ontwikkelingen van binneuit meet e maken. Een voorbeeld: er is een project om het Poetics Journal online te zetten. Ik wou er niet aaan mee werken. De reden voor mij is dat er in het Open Access systeem nog altijd mensen moeten betalen, terwijl ik het idee heb dat veel mensen denken dat zoeits gratis is. (terwijl de auteurs en instituten er natuurlijk voor betalen). Dus als we aan een Open Access web gaan werken, hoe gaat dat er dan uit zien?.’ (Hier overigens een goed blog die een wat genuanceerdere blik werpt op vragen rondom Open Access en de toekomst van het boek).

Op de vraag, hoe denk je over gedrukte pagina:

‘… als een geografie. Zoals woorden die op een woordenboek vorm krijgen alleen al door het feit dat ze op die manier gerelateerd zijn aan elkaar. In mijn eigen werk let ik daar op door n ate denken hoe de specifieke woorden op de pagina de tekst als geheel kunnen ondermijnen. Zie bijvoorbeeld een project waar ik nu mee bezig ben Illuminated Apologies

Over het idee van een hedendaagse Avant Garde:

Als je het idée van humanistische vooruitgang becritizeert, wordt het natuurlijk ook moeilijk om te geloven in een Avant Garde die echt vooruit dingen kan veranderen. Ik voel date r altijd overlappende groeperingen zijn en er wel een manier is waarop we de status quo kunnen bevragen/beecritizeren, maar in elk geval niet op een teleologische manier, met een voorwaarts bewegende lijn.’

Mijn ergste nachtmerrie

Op Hans Verhagen gaan lijken, het prototype miskend kunstenaar. Heel je leven in dienst stellen van het ‘erkend worden’ door een clubje halfgare, lobbyende ellenboogmachines. En je dan nog gaan beklagen dat je als een boze man overkomt ook.

Of op Arnon Grunberg gaan lijken, de Charles Groenhuijsen van de Nederlandse literatuur, die vanuit zijn duffe broodjeszaak in New York het ene na het andere apologistische meesterwerk lanceert en heel braaf naar Belgie vliegt om vooral maar zijn prijzen niet in Nederland in ontvangst te hoeven nemen.

Of op Breukers gaan lijken, de dikke suikeroom van alles wat middelmatig dicht.

Of op Rob Schouten gaan lijken, mascotte van de vale spijkerbroekenschool van de krantenkritiek, die na publicatie van 1 jammerlijke bundel zich nu geroepen voelt om zowat elke krantenpositie, juryplek of andersoortige bonzenparade in zijn uppie te bezetten.

Of op van Bastelaere gaan lijken, de Quentin Tarentino van de Belgische literatuur.

Loewak verandert

Vanaf vandaag, 11 september 2009, gaat Loewak verder met alleen de hoofdredactie. Dit wegens de inactiviteit van de meeste auteurs. Daar zitten mensen tussen die me toezegden mee te willen schrijven maar nooit een letter schreven, net zo goed als mensen die wel bijdrages leverden net als Maarten van der Elzen en Jurgen Smit. Deze mensen wil ik van harte bedanken voor de bijdrages die zij aan Loewak leverden, maar de nieuwe opzet wordt auteurloos en zal alleen bestaan uit een hoofdredactie en gastbijdrages.

Ook ben ik een nieuwe formule aan het uitwerken voor een nieuw soort literaire dienst, maar ik heb het tot nu toe te druk gehad om dat helemaal op poten te zetten. U leest er echter binnenkort hier en op lezenislezen.nl meer over.

Martijn Benders

Hemelhef

Hemelhef

Zij rijdt gedachteloos door rood, scherf
van een seconde en ronde gaten in het licht.

Hoe zij nu trager bestaat, anders van gewicht,
woorden kiest voor haar praten en niet praat.

Dat uiteindelijk in de regen, tussen de
geluiden, haar been bewogen en gelicht,

haar voet en wat zo zwaar, bloed dat verder
achterwege, de hemelhef van de brancard

en dat zij met haar ogen dicht omstanders
leest.

Thom Schrijer

Uit : “L”, Liber Amicorum t.g.v. de 50ste
verjaardag van Maarten van den Elzen
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.