De Reaktor – spekgladde zolen – een beschouwelijke recensie
De Reaktor is een nieuw ‘internetplatform’ (lees: uitgeklede wordpress kloon) die na ruim een jaar ontwikkeltijd door liefst drie verschillende bedrijven en gesubidieerd door liefst vier instellingen ons niet alleen grotendeels dezelfde oude bekende auteurs voortovert die ook elders de kweekvijvers bezetten – nee, voor de goede orde zijn er ook wat nieuwe, onbekende namen gezocht die, naar beste Machiavelliaanse traditie, makkelijk te vervangen zijn zodat de Staat ‘Reaktor’ geen discursiviteit te vrezen heeft.
Dat typeert precies dat lullige kweekvijver idee, de recycelende auteur en de ultieme *vervangbaarheid* van ‘nieuw talent’. Dat alle literaire blaadjes, met hun enorm unieke profielen, door dezelfde lui geschreven worden. Lui die ‘dit soort’ artikel naar dat blaadje sturen, en ‘dat soort’ artikel naar het andere unieke blaadje. Die dat weer geheid publiceren, want mijnheer stond ook in de andere blaadjes. Referentie-economie. Wat helemaal interessant is, zo te zeggen, is de absolute ontkoppeling van kritiek en polemiek. Dat zou vroeger, toen mensen nog echt voedsel aten, ondenkbaar geweest zijn: een blad met ‘literatuurkritiek’ zonder zelfs ook maar een miniem zweempje polemiek. Er bestond ooit een tijd waarin de polemiek als het hoogste literaire goed aangeschreven stond – als een essentieel onderdeel van kritiek zelfs – maar de brave schoolmeester-recensie heeft als ‘kritiektype’ gezegevierd: sterker nog, zelfs maar elke poging tot polemiek moet *op voorhand* onklaar gemaakt worden – brave, gezagsgetrouwe burgers met licht verteerbaar gezwets vermaken, wat zich alleen *in zijn lengte* als ‘diepgravend’ zou kunnen laten duiden, vandaar die constante referentie naar het waanidee dat ‘lange kritieken’ eindelijk weer mogelijk zijn, dankzij de Reaktor. De Reaktor, waar normale, voorzichtige en redelijke mensen zich mogen registreren en waar de vertrouwensbreuk als een halsmisdaad staat aangeschreven. We lezen in de algemene voorwaarden:
“U dient de website in al haar onderdelen te gebruiken als een normaal, voorzichtig en redelijk mens.”
Ook interessant om te lezen dat misbruik van vertrouwen bij wet verboden is. Enige vorm van belediging of eerberoving is volstrekt uit den boze, waarmee de polemiek meteen monddood gemaakt is, ten faveure van de ‘beschaving’ – de Reaktor is daarmee het internetboegbeeld geworden met precies dezelfde randvoorwaarden als de literaire bladen zelf: maak elke vorm van wildgroei onmogelijk, creeer een omgeving die zo beheersbaar mogelijk is door niet slechts te vereisen dat mensen zich eerst registreren om te kunnen reageren, nee, je stelt ook nog een waslijst eisen aan die registratie met allerlei kleinburgerlijke predicaten om te voorkomen dat er iets op dat ‘laagdrempelige platform’ kan gebeuren wat niet onder controle te houden is.
Dit alles dient uiteraard precies dezelfde kruidenierselite van middelmatigheid die al sinds de eerste geboortekrampen van het postmodernisme gerieflijk in het subsidiezadel zitten. Ik zie, net als Nietzsche, best enige noodzaak voor middelmatigheid en wat mij betreft mag alles wat middelmatig is best alle kranten en platforms bezetten. Maar je zou je wellicht eens kunnen afvragen of die kruideniers, die alleen van zich laten horen als ze denken dat hun winkeltje bedreigt wordt – of je aan zulke kleinzielige schoolmeesters de kritiek wel kunt toevertrouwen.
In Nederland is ‘de criticus’ van oudsher het paradepaardje van een bepaald type poetica, in plaats van dat hij met arendsoog boven alle poetica’s staat. Dat is primair clownesque, want juist kritiek moet niets te verdedigen hebben.
Het is een cabaretvorm: de voorspelbaarheid van een bepaald criticus is een voorwaarde voor diens bestaan juist *omdat* de lezer zich superieur wil voelen. Ergo: de Nederlandse lezer *tolereert* geen echte critici. De kruidenierselite wil ook vooral ‘voorspelbare meningen’ omdat men dan op voorhand recensies naar de mond kan schrijven. Iedereen is dus gebaat bij voorspelbaarheid, en zo zag de paradecriticus het leven. Dit is ook precies de reden achter de ontkoppeling die heeft plaatsgevonden tussen de kritiek en de polemiek – waarbij de polemiek van hoogste goed naar het verdomhoekje van de literatuur is verbannen. De literatuur is het domein van de beschaving, van de gegoede burger geworden – je zult op de Reaktor geen polemisch woordje aantreffen, geen kink in de kabel, geen wildgroei, geen echte kritiek. Dit is de speelplaats van dezelfde uitgerangeerde fopelite die al sinds jaar en dag op staatskosten mensen in slaap doen sukkelen, in het belang van de ‘literatuur’.
Het mag duidelijk zijn dat dit huwelijk tussen Staat en Literatuur van nature een bepaald type kritiek prefereert – interessanter dan de vraag waarom kritiek zo scherpzinnig als een gemiddeld tweedekamerdebat moet zijn, waarom een kwantitatief argument (‘lengte’) als bestaansrecht wordt opgevoerd (och jee, in de krant moesten de heren bondig zijn) – interessanter dan dit soort periferieke kenmerken is het recyclemechanisme waarmee deze clownerie steeds zichzelf vernieuwt – want het valt nu al te voorspellen: die site wordt zo dood als een pier, tenminste zodra het geld opdroogt. Maar dat is juist de angel in het hele verhaal: zodra dat geld opdroogt zijn de heren alweer vertrokken, is er een ‘ander initiatief’, is er weer ‘voortschrijdend inzicht’ en begint het hele verhaaltje doodleuk opnieuw. Nieuw talent wordt aangetrokken, dat zo heerlijk vervangbaar is – waarmee het hele ‘kweekvijver’ idee pathologisch verklaard is: deze mensen hebben een kweekvijver nodig vanuit een politieke strategie – het gaat hier niet alleen om het opwekken van de suggestie dat ‘alles steeds vernieuwend en dynamisch’ is, nee, het gaat hen bovenal om de vervangbaarheid van ‘nieuw talent’ omdat hoe ‘nieuwer’ het talent is des te minder bedreigend zij voor de eigen positie zou kunnen zijn. Juist daarom zie je bij een initiatief als ‘De Reaktor’ of bij andere literaire bladen constant ‘nieuw talent’ voorbijkomen – enerzijds als bestaansrecht, anderzijds als garantie voor de eigen machtspositie. Ergo: de Reaktor bestaat uit ‘gevestigde namen’ en ‘nieuwe namen’ maar niets uit het middenveld. Dat middenveld moet namelijk liefst onklaar gemaakt worden, simpelweg omdat de ‘gevestigde orde’ er niets voor voelt door hen te worden vervangen. Dan zijn ze de centjes kwijt. Gevolg: een eeuwige jacht naar ‘nieuw talent’, de ‘kweekvijver’ als bestaansrecht van de literatuur, de ‘eeuwige vernieuwing’. Projectieve illusie: het ‘middenveld’ is niet ‘goed genoeg’ voor ons, vandaar dat wij ‘nieuw talent’ prefereren. Men ziet dus dat ook hier weer de literatuur precies de maatschappelijke ontwikkelingen volgt: de referentiele economie schakelt, uit zelfbescherming, op den duur de middenklasse uit. En niet alleen de middenklasse: ook de uitzonderingen moeten eraan geloven: de polemiek moet worden uitgebannen, allemaal pure klassenpolitiek: de middelmatigheid die zich als ‘elite’ opvoert door referentieel-economische middelen kan alleen overleven door zowel de middenklasse als de uitzondering buiten spel te zetten. De middenklasse, omdat zij vreest vervangen te worden, de uitzondering, omdat zij geratificeerd willen worden als het hoogste.
Om die reden worden de autonomen ofwel genegeerd ofwel getolereerd zolang zij geen logistieke bedreiging voor de eigen posities vormen. Met andere woorden: je mag best autonoom zijn, maar dan moet je je mond houden, of je moet de huidige hierarchie ratificeren. Daarnaast zijn er nog twee types middenklasse: het type middenklasse dat erom staat te springen de huidige ‘elite’ te vervangen (type: Contrabas), die zich al precies zo probeert te gedragen als de huidige ‘elite’ (Referentieel talent zonder aantoonbaar schrijftalent) en die vooral ‘rebelleren’ uit oedipale overwegingen – en dan heb je nog een andere middenklasse, de mensen die het nooit tot autonoom zullen redden en die het ofwel gewoon opgeven ofwel als klapvee in de coulissen gebruikt worden.
De kruidenierselite wil worden geratificeerd als het hoogste goed. Discursieve elementen worden als autonoom niet getolereerd, juist omdat zulke ‘wangeluiden’ vraagtekens zetten bij hun recht op een machtspositie. Om echter deze positie langdurig te kunnen handhaven moest er constante vernieuwing plaatsvinden, omdat men immers niet constant zowel de andere middenklasse als de uitzonderingen uit kan schakelen zonder dat de ‘Might is Right’ politiek al te zichtbaar wordt. Daarom bestaan die kweekvijvers, daarom die eeuwige aanwas van onvoorstelbaar talent dat na 1 jaar al weer nergens te bekennen valt.
Alles onder het oogmerk van de eeuwige dreiging. Want juist daarom moet er ‘vernieuwd’ worden, moet de talentenjacht worden aangezweept. Waarom wordt die ‘literatuur’ en ‘kritiek’ die zich zo gerieflijk door de staat laat sponsoren altijd en immer bedreigd – omdat dat de lokroep van de kruidenier is, het winkeltje staat weer onder bedreiging, de omzet staat op het spel. Het is het enige leitmotiv wat deze mensen nog kennen – de literatuur moet bedreigd worden omdat anders niemand in actie komt. Dat die ‘literatuurkritiek’ die zo tandeloos voor zich uit wauwelt, die volstrekt onpolemisch geworden is, die elke schoolfrik zou behagen – dat die literatuurkritiek allang en breed is overleden, zal eenieder natuurlijk worst wezen. Laten we even wel wezen: we hebben het hier over de generatie die verantwoordelijk is voor maken van dat prachtige Rorschach plaatje van de staatsschuld – na ons de zondvloed, dankjewel jongens, en blijf vooral beschaafd doorzemelen vanuit uw pluizige torens. Want een ivoren toren, nee, daar zou u niet eens in weten overleven met uw spekgladde zolen.
M.H.Benders, Istanbul, Zaterdag 17 Oktober 2009
Middenveld is dus iets anders dan middenklasse he;? ‘Creatieve organisaties’ die zich ‘fabriek’ of ‘reactor’ noemen zeggen daarmee eigenlijk al genoeg over hoe ze zichzelf zien… [hummm mooi geformuleerd :=]
Vlammend betoog, Martijn, met wel wat kolossale tekortkomingen. Zo vind ik eigenlijk niet dat je een grootscheepse analyse van machtsposities, “nieuw talent”, “oudgedienden”, enzovoort ten beste kunt geven – zonder ook maar één keer man en paard te noemen. Wie is er precies “kruidenierselite”, wie is er precies dat vervangbare nieuwe talent, waarom weet je bij nummer één al dat dat vervangen gaat worden, ten behoeve van welke machtspositie precies? Doel je op de redactie? Zijn Piet Joostens en Anneke Jansen de dinosaurussen in dit verhaal? Of bedoel je Bert Bultinck? Waar staat Erik Lindner in jouw analyse? Enz.
Ik vind dat eerlijk gezegd een beetje vrijblijvend, om daar namen bij te gaan zitten invullen. Heb je immers de hele puzzel voor niks zitten tiepen.
Nou ja, dan had je het óók niet aan De Reactor hoeven ophangen.
Waarom niet, dat kwam me toevallig voor de voeten en was een uitstekend voorbeeld van de ontkoppeling tussen polemiek en kritiek. Ook de rest van het verhaal lijkt erop van toepassing. Waarom anders zouden er zulke overduidelijke groentjes als Piet Joostens aan het eerste nummer meewerken: die hebben ze duidelijk alleen aangetrokken om snel weer te kunnen afstoten.