Archive for December, 2009
Fotos van dieren in baarmoeder
Wonderlijk en enigzins bizar, deze fotos – nu ja, eigenlijk, ‘a combination of three-dimensional ultrasound scans, computer graphics and tiny cameras’ – van dieren in de baarmoeder. (Ze komen uit een nieuwe National Geographic documentaire ‘Extraordinary Animals in the Womb’, geproduceerd door Peter Chinn).
-
This page intentionally left blank
Kwam een ‘ready-made’, mini-conceptueel gedicht tegen in een PDF van een boek (Ray Brassier’s Nihil Unbound). In de gedrukte versie staat er op enkele paginas (bijvoorbeeld tussen de Inhoudsopgave en het Voorwoord): ‘This page intentionally left blank.’
Net als de Cretan die zei, ‘Alle Cretans zijn leugenaars.’, of, ‘Deze zin is een leugen’, of: ‘De volgende zin is waar. De vorige zin is een leugen.’, of ook op een andere manier zoals Gertrude Stein die schreef, ‘Five words in a line.’
Geert Mak en het Nieuwe Europa
Hoe absurd ik zo’n Geert Mak vind met zijn flinterdunne eenheidsideaaltje: alsof het verdelen van de wereld in 4 enorme machtsblokken een humanitair experiment was. Och, het experiment is nu mislukt, zegt een ontgoochelde Mak tegen de Wereldomroep. En hij had er nog wel zo’n mooie gedachtes bij, vroeger. Een prachtig machtsblok vol openheid en bloemetjes, een democratisch walhalla vol rasintegere politici. Schaalvergroting als democratisch principe. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, nietwaar? Geert Mak, het ultieme archetype van de generatie die de wereld in de uitverkoop heeft gezet. De generatie die alles, tot de literatuur aan toe, hebben weggenivelleerd in dienst van de schaalvergroting en de gemene delers. En tja, nu is het mislukt. Sorry hoor, maar dat is niet onze schuld. Aan onze idealen lag het niet. Die idealen zijn nog steeds het neusje van de zalm. Het lag, tja, waar lag het aan, het lag aan ANGST. Dat moet het wel geweest zijn. Ik citeer:
De globalisering zorgt volgens hem bij veel mensen voor angst. Europa had die angst volgens hem moeten wegnemen door zich op te werpen als baken.
Angst voor Mak’s mooie idealen. Voor het lichtende baken wat hij in zijn nagedachtenis voor het nageslacht wou opzetten. Het Verenigde Europa. Waarom zijn al die mensen toch zo bang voor Geerts mooie machtsblok, hebben ze dan niet door dat zijn lichtend voorbeeld de Verenigde Staten van Amerika, waar ‘Yes we can’ anno 2008 de ultieme politieke boodschap is geworden, dat je daar iets soortgelijks tegenover moet zetten? Omdat je anders het onderspit delft? Dat je het je niet kunt permitteren anders te zijn dan vriend of vijand? Eenheidsworst en schaalvergroting: daar moesten we het van hebben, vond Geert. En dat vindt hij nog steeds. De mensen zijn alleen bang. Bang voor de globalisering. Bang dat al die chineesjes die 14 uur per dag in ellendige fabrieken voor ons zitten zwoegen stiekum een beetje boos op ons zijn. Daar hoeven jullie niet bang voor te zijn, hoor. Wij zijn namelijk een lichtend baken. En komen ze ooit verhaal halen dan is het alleen een kwestie van een mooi doorzichtig machtsblokje opzetten, naar beste socialistische traditie.
Naar verluidt staat Mak wel eens te mijmeren op een van de bruggen over de Bosperus. Ik ben hem gelukkig nog nooit tegengekomen. Ik zou uiteraard zou dat gebeuren naar beste Turkse traditie een kopje thee met hem drinken, maar bespaar me alsjeblieft dit verraderlijk geweeklaag van een fopidealist.
Een maanloopje met de koningin
Een maanloopje met de koningin
We moeten weer meer wij worden, zegt de koningin.
We moeten een weiland worden.
We moeten de schaapjes op het droge tellen.
We moeten horizon worden en geen einder.
De apocalypse is ouderwets, zegt de koningin.
Ik ben geen ijzeren dame ik ben een kopje suiker,
kom, bel bij me aan. Ik doe de moonwalk
in een dure jas. Ik heb verplichtingen, net
als iedereen zegt de koningin.
Wij zeggen de koningin, maar
dat is een oude gedachte. De leeftijd van zo’n gedachte
is omgekeerd evenredig met zijn halfwaardetijd.
Moeilijk gedoe, ja. Wij is nou eenmaal moeilijker dan ik.
Ik is zowiso iedereen. Wij is enorm elitair.
Dat zal ik even uitleggen: om wij te kunnen zijn
(denk aan wijwater, wijzers, wijkhuizen)
moet je ontdigitaliseren. Dat is een soort ontvrienden,
maar dan in het echt. En daarna moet je bij iemand
op bezoek gaan. Niet neuken, gewoon netjes aankloppen
en een kopje thee drinken, praten over de buurt
en vooral: complimenten maken. Dat is een
‘vind ik leuk’ knopje maar dan in het echt.
Na al deze aanwijzingen te hebben opgevolgd
ben je een stuk minder individu geworden.
Een individu is een knopjesmens.
Boze gieters dromen daarover.
Het internet heeft van ieder een klikspaan gemaakt
zegt de koningin. Als je er weer bijhoort, en vroeger of later
zul je er weer bijhoren, dan zie je ons
wachten tot jij een ons weegt. Ja.
Kom eens van je stoel, klikzak.
Doe een maanloopje met je koningin.
Martijn Benders 25-12-2009
Bezoekers
Bezoekers
Bezoekers houden van cultuur.
Bezoekers klappen graag en zitten als rijtjeshuizen
op elkaar, de een nog drempeliger dan de ander.
Ze vinden bijna alles leuk en mooi.
Ze moeten wel, want hun gezicht
valt uit de plooi als er iets rammelt
in hun hoofd. De verwoestende honger
van de zon kennen ze niet, hun triade
is kloppen, klappen en kleppen.
Na het wijntje snel op huis aan reppen
want het plantsoen, het eeuwige plantsoen
kan niet zonder hun nachtlampje
cultuurgeluk.
Valt het jullie nooit op
dat de meeste mensen boeken lezen
alsof ze hun hond uitlaten.
Fijnproevers die snuffelen
waar ze het best hun handtekening
laten, over welke beste schrijver
ze op het werk gaan praten, hun weekend
een paradijs van culturele ijver
gesponsord door de staat
zelf een bezoek waard, zeker
hoewel de staat zijn zeldzame kunstjes
slechts buiten de bezoekuren
aan bevoegd personeel toont.
Martijn 25-12-2009
Invloedrijke schrijvers en dichters
De discipline van de filosofie is de meeste schrijvers en dichters vreemd, maar in navolging van Beuys wordt zij wel regelmatig als marketingtool ingezet. Met andere woorden: men poneert ‘stellingen’ die men ‘filosofische waarde’ toeschrijft vanuit het idee dat het poneren van zulke stellingen toegevoegde waarde verleend aan het eigen schrijversschap. Met daadwerkelijke filosofie heeft zoiets heel weinig te maken: de filosofie als discipline is niet primair geinteresseerd in het poneren van ‘interessante stellingen’ maar wil juist kijken of zulke stellingen wel op de juiste uitgangspunten gebaseerd zijn. Ik zal dit even met een voorbeeld illustreren.
Sinds de 60′er jaren wordt er binnen de literaire wereld al veel gesproken over een ‘tanende invloed van schrijvers en dichters in het maatschappelijke veld’. Men suggereert bij voortduring dat de ‘invloed’ van schrijvers en dichters steeds geringer wordt in de maatschappelijke ‘discussie’. Vervolgens zie je dat bijna iedereen de methodiek om de ‘invloed’ te vergroten of terug te brengen gaat bediscussieren, en niemand eigenlijk het uitgangspunt van deze stelling onder de loep neemt: is het zo dat er ooit een periode in de Nederlandse geschiedenis geweest is toen schrijvers en dichters grote invloed hadden op het maatschappelijke veld? Naar mijn weten namelijk niet.
Enige discussie op Facebook over dit onderwerp produceerde al snel twee voorbeelden van Nederlandse schrijvers met vermeende invloed: Bilderdijk en Multatuli. Ik zou zelf veel eerder Erasmus genoemd hebben, maar goed, laten we eens kijken hoe deze twee voorbeelden zouden kunnen gelden als ‘maatschappijk invloedrijk’. Allereerst Bilderdijk: een ziekelijke muis tussen de wrede politieke katten die zijn hele leven vocht om hoogleraar te worden maar ondanks het feit dat hij fervent Oranjeaanhanger was zelfs Willem I het niet klaarspeelde hem een hoogleraarpost toegeschoven te laten krijgen. En dat als voorbeeld van een man met invloed? Dat moet welhaast ironisch bedoeld zijn.
Of nee, Multatuli. Zijn hele leven tegengewerkt door de gevestigde orde, uitgerangeerd, verbannen naar Java. Ja, hij schreef een boek over Indie. Was dat zo invloedrijk? Naar mijn weten trok Nederland zich pas 70 jaar later uit Indie terug na een hoop extra misstanden en heeft het boek van Multatuli nauwelijks enige maatschappelijke invloed gehad op het Indie beleid. Zie ik dat niet goed? Ik hoor graag wat bewijzen voor de tegenargumentatie. Sterker nog, volgens mij valt het redelijk goed te beargumenteren dat het boek juist een averechts effect op de situatie had: was het niet dankzij Max Havelaar dat de Nederlandse Staat het idee kreeg een jaar na verschijnen van dat boek dat het alle eilanden volledig onder controle moest hebben en zo juist met dat boek in het achterhoofd een enorm offensief begonnen? Spijkerhard feit dat de ‘misstanden’ opgetekend in Max Havelaar juist een averechts effect hadden: ze waren voor de heersende klasse slechts een teken dat ‘de boel nog niet afdoende onder controle was’. Je moet wel enorm cynisch zijn om daar ‘invloedrijkheid’ in te ontwaren – het schrijvertje Multatuli dat met zijn idealistische boek precies het tegenovergestelde bereikte van wat hij ermee beoogde.
Laten we liever het beestje bij de naam noemen: invloedrijke schrijvers en dichters zijn niet alleen in Nederland maar in heel Europa (op sommige oostbloklanden na) een grote zeldzaamheid. Dat maakt de stelling primair verdacht: er wordt een nostalgie naar invloed opgeroepen die er nooit is geweest. Naar mijn idee is het juist vrij aannemlijk dat tegenwoordig de invloed van schrijvers en dichters groter is dan ooit tevoren. Een schrijver als Maarten van Rossum die live beelden van 911 op het journaal becommentarieert met ‘Oorlog? Wat een gigantische onzin!’ daar valt geen vooroorlogs tegenvoorbeeld voor te geven, en lang niet alleen omdat er toen geen televisie was.
Nee, mijn stelling is nu juist dat het debat over de ‘invloed van schrijvers’ als een marketingtool gebruikt wordt puur en alleen om te pogen de eigen invloed middels suggestieve stellingen te vergroten. Filosofie als marketingtool, compleet in lijn met de kunstenaar Beuys: het is de eeuwige suggestie van het ontbreken van invloed die hier het meest invloedrijk is. Met andere woorden: men heeft geen invloed omdat men weet dat men, zodra men wel invloed heeft, ook verantwoordelijk wordt. Naar mijn idee WILLEN schrijvers en dichters hedentendage geen directe invloed hebben, want die verantwoordelijkheid bevalt hen totaal niet: waar het om gaat is de indirecte invloed die men middels de retorieke truuk van de afwezigheid voortdurend op de achtergrond laat groeien: wij hebben geen invloed, dus zijn wij altijd primair met INVLOED bezig. Men wil dus feitelijk geen directe invloed omdat dit een soort invloed is die de groeimogelijkheden beperkt. De schrijver anno 2009 wil een onbeperkte invloed, en dat is een invloed die altijd primair moet ontbreken, want zou de invloed bestaan dan zou hij zichzelf van nature beperken.
Invloed hebben is in het huidige maatschappelijke veld juist een teken van uitgerangeerd zijn. Je hebt invloed als je er NIET bijhoort, bij de grote massa uitgestotenen. Bij de ongelovigen in het systeem. Ergo, door te suggereren dat je WEL invloed hebt zet je jezelf als geloofwaardige speler ogenblikkelijk buiten spel in de huidige verhoudingen.
Ontvriendcomplex: het woord van 2010?
Ontvriendcomplex: het woord van 2010?
Ik heb recentelijk ontdekt dat ik last heb van een ontvriendcomplex. Het gevolg van het feit dat ik zo nodig een trendsetter wou zijn en het woord ‘ontvrienden’ afgelopen juli jongstleden in de praktijk heb gebracht door de voltallige nederlandse schrijvers en dichtersscene uit mijn facebook te wissen. Dat leverde de nodige verbaasde en soms ook boze reacties op. Wie denkt Benders wel niet dat hij is dat hij me zomaar kan gaan zitten ontvrienden? Ja hoor eens, ik probeer ook maar het willoze vaantje van de tijdgeest uit te hangen in de ijdele hoop dat ik een briesje van de eeuwigheid opvang. Ik was gewoon te lui om selectief te ontvrienden,dus ik dacht de proef op de som te kunnen nemen en te kijken wie ik nou daadwerkelijk zou gaan missen. Inmiddels zijn de gemiste stemmen allen weer teruggekeerd maar ben ik blijven zitten met een enorm ontvriendcomplex. De overheid zou hiervoor moeten waarschuwen. Al die mensen die doodleuk elkaar ontvrienden maar geen idee hebben over de psychologische consequenties.
En het is niet eens allemaal aserieux – de buurmeisjes hebben me ontvriend omdat ik een flirtende duivel ben, Amerikaanse Avantgardedichters ontvrienden me omdat ik vraagtekens zet bij hun filosofische capaciteiten, en ga zo maar even door. Langzaam aan ben ik de meest ontvriende mens van 2009. En dat allemaal alleen om het woord van 2010, ontvriendcomplex, voor de jaarwisseling al doorleefd te hebben. Je moet er wat voor over hebben om avatar van een nieuwe tijd te willen zijn.
Place Fitterman / Westcoast Eastcoast
In 1969 maakte Robert Smithson en Nancy Holt ‘Eastcoast/Westcoast’ een collaboratieve film waarin ze op humoristische wijze stereotype rollen aannemen van kunstopvattingen van de tijd, en die daarbij ook impliciet becommentarieren
Holt assumes the role of an intellectual conceptual artist from New York, while Smithson plays the laid back Californian driven by feelings and instinct. Their deadpan exchange ironically lays bare the limitations and contradictions of both sides in the debate.
Vanessa Place en Robert Fitterman hebben nu een hedendaagse versie deze film gemaakt waarin ze de receptie van hun pamflet Notes on Conceptualisms bespreken. De interpretatie is een exacte kopie van het origineel, al zijn Place en Fitterman wel overtuigender in hun rollen als intellectueel / leeghoofd.
Men of Words: een documentaire over cassette-poëzie in Jemen
Een tijdje terug noemde ik hier het werk van Arabist Flagg Miller die onderzoek doet naar cassette-poëzie in Jemen. ‘Men of Words’ heet de film die Johanne Ihle voor haar afstudeer project voor visuele antropologie maakte over cassette-poëzie als middel voor sociale verandering. Janneke Adema schreef er reeds een mooi stuk over, waarin er meer valt te lezen over de achtergrond en inhoud van de film:
Packed in a burqa and carrying a camera (so I have been told), Ihle traveled into the vast mountains of Southern Yemen to the area of Yafi’ to record an ancient Yemenite tradition: a gathering of men, of poets, discussing and reflecting on current issues, politics, economics, social conditions and the local news and going ones via poetry. Clinging strongly to ancient oral traditions, at the same time the global media and communication streams have not gone unnoticed, even here in the localized context of Southern Yemen. Remarkable though – though not so remarkable as you first might think, as shall be explained later on – is that, in the light of increasing digitization and online media participation, the preferred means of recording and spreading these poetic discourses and reflections for Yemenite poets is the audio cassette. The specific media attributes of the cassette tape makes them into a strong moral weapon and communication and distribution device in a context of political and religious suppression and censorship.
Neem contact op met johanneihle[at]hotmail[dot]com om de film online te bekijken.
Christian Bök vs Carmine Starnino
Conceptueel- en klank dichter Christian Bök veegt de vloer aan met provocerend criticus en dichter Carmine Starnino in een debat over hun visies dat (Canadese) poezie respectievelijk experimenteel ofwel toegankelijk moet zijn.
En in een recente bijeenkomst in de Kelly Writers House draagt Christian Bök voor uit eigen werk en beantwoordt vragen van studenten.
Tenslotte: een nieuw boek over klank poezie en de relatie tussen poezie en geluid, samengesteld door Marjorie Perloff en Craig Dworkin – The Sound of Poetry / The Poetry of Sound

