Discussie over het Fonds der Letteren

Een rare discussie over een absurd instituut, het Fonds der Letteren. Ik deed daar een jaar terug een aanvraag voor een zogeheten ‘stimuleringsbeurs’. Die werd afgewezen, ondanks het feit dat ik 8 positieve recensies en een buddingh nominatie achter me had staan. Dat is natuurlijk wel een beetje eigenaardig als je beweert op kwaliteit te toetsen. De motivatie die ik opvroeg liet doorschemeren dat de mijnheer die mijn bundel had gelezen vond dat het allemaal wel goed was, maar zich niet afdoende hield aan het ‘schrijven is schrappen’ dogma dat hij in gouden letters voor ogen heeft bij het lezen van poezie. Tja. Boeiend.

In mijn 10 pagina’s tellende bezwaarschrift heb ik uiteengezet waarom deze beslissing niet in orde was, en waarom het Fonds der Letteren zelf niet in orde is. Crux van het bezwaarschrift was dat naar mijn idee het Fonds een afspiegeling is van het gecorrumpeerde politieke bestuursklimaat in Nederland, dat slechts nog op referentiele autoriteit berust. Kort geformuleerd: je wordt beoordeeld door iemand wiens enige verdienste is dat hij veel bijbaantjes wist te scoren.

Daarnaast was de hele afhandeling van Karavanserai gewoon een klucht, met een commissielid wat (zogenaamd netjes) demonstratief op de gang ging staan toen mijn bundel besproken werd, terwijl een ander commissielid die ik ooit op mijn weblog had beledigd lekker bleef zitten. Tja.

Ik kopieer en plak hier even mijn argumentatie uit de Contrabas discussie, om voor toekomstige antropologen en geschiedkundigen een mooi beeld te bewaren van de tuttelfestijnen aan het begin van de 21e eeuw, vlak voor alles werd afgeschaft. Vlak voor de ratten het schip verlieten.

++

Wat een eigenaardige ideeen. Waarom zou het Fonds ‘de prestige van de literatuur’ moeten opkrikken? Het moet gewoon haar kerntaak goed uitvoeren: verstrekken van beurzen aan schrijvers. Opkrikken van het prestige van de literatuur is haar taak helemaal niet. Dat hefet vast weer een ambtenaar weten verzinnen.

De oplossing is doodeenvoudig: weg met de ‘adviseurscultuur’ en het geld direct ten behoeve aan schrijvers laten komen. Dan ben je ook nog eens eigentijds bezig, want de bemiddelende klasse wordt overal aan de kant gezet momenteel.

Ook ‘kwaliteitscontrole’ is onzin daar dit al enerzijds door de uitgever wordt gedaan en anderzijds door de lezers. Mocht je dat waanidee toch willen handhaven verstrek dan gewoon alleen beurzen aan boeken die meer dan twee goede recensies wisten krijgen.

En gaarne geen bestuur met Balkenende norm salariering maar gewoon wat Melkertbanen. Enige dat die lui hoeven doen is aanvragen lezen, brieven sturen, en andere administratieve taken. Heb je echt geen topbestuurders voor nodig.

Vaste tarieven lijkt me ook een prima idee. Wat een onzin dat Jacques Hamelinck 60000 euro krijgt omdat hij ‘langer op zijn bundel moet werken’. Ik geef je op een briefje dat er geen dichter in Nederland bestaat die niet ‘langer op een bundel moet werken’ als hij er 60000 euro voor krijgt.

++

Het Fonds is momenteel de perfecte afspiegeling van de bonuscultuur in het bedrijfsleven – grote bedragen worden toegekend aan lui op basis van hele schimmige – of nee, hele heldere criteria. Het toverwoord is namelijk ‘krant’.
De krant is het hoogste instituut in de esthetiek van het Fonds, om die reden krijgen de krantenjongens (Gerbrandy, Pfeijffer, Schiferli, etc) of degenen die ze altijd positief bespreken (Hamelinck) de grote taartstukken.

Dat beeld is echter enorm 80′er jaren. Kranten hebben gewoon helemaal die invloed niet meer die het Fonds eraan toedicht. Dat even buiten het feit om dat het idee dat een krant het hoogste goed is krankzinnig is. Wat hier dus speelt is een totaal vertekende normering, die consistent grote bakken geld richting dichters loodst op basis van heel verouderde begrippen.

Het idee van Sacha is prima, zoiets heb ik ook voor ogen. Simpel, effectief, veel goedkoper, niet pedant.

++

“niet omdat het oordeel van uitgevers per se deugt, maar omdat het oordeel van zogeheten deskundigen die het geil vinden om collega’s te beoordelen niet per se beter is”

Het systeem wat het Fonds hanteert is gebaseerd op een geperverteerde vorm van ‘Peer Review’. Het oospronkelijke idee achter Peer Review was dat wetenschappelijke publicaties die door collega’s erkend worden om die reden publicabel geacht worden.

Wij hebben dit systeem, dat al gebrekkig genoeg op zichzelf is, omgedraaid: een auteur moet immers al bewijzen dat hij gepubliceerd gaat wordne voor hij voor de ‘peer review’ in aanmerking komt. Dat is volslagen absurd en hefet niets meer met ‘peer review’ te maken feitelijk, omdat dat juist in het leven werd geroepen om te voorkomen dat waardevolle inzichten niet gepubliceerd werden.

Het systeem dat het Fonds hanteert zorgt daar helemaal niet voor, daar het is toegespitst op het voorkomen van publicaties door:

1. De feitelijke kwaliteitscontrole al bij de uitgever te leggen
2. Daar nog eens bovenop een tweede laag peer review te gooien zodat voorkomen wordt dat een bepaald type literatuur het licht ziet.

Hoeveel waardevolle literatuur er niet gepubliceerd wordt zullen we nooit weten, want deze geperverteerde vorm van peer review is daarin simpelweg niet geinteresseerd.

Het uit de wetenschap afkomstige systeem van Peer Review is zo’n ander heilig huisje uit de vorige eeuw dat in de praktijk helemaal niet zo geweldig werkt. Ik citeer:

Richard Horton, editor of the British medical journal The Lancet:

“The mistake, of course, is to have thought that peer review was any more than a crude means of discovering the acceptability — not the validity — of a new finding. Editors and scientists alike insist on the pivotal importance of peer review. We portray peer review to the public as a quasi-sacred process that helps to make science our most objective truth teller. But we know that the system of peer review is biased, unjust, unaccountable, incomplete, easily fixed, often insulting, usually ignorant, occasionally foolish, and frequently wrong.”

++

Het is primair natuurlijk dik in orde om een baan te hebben en daarnaast te schrijven. Dat doe ik zelf immers ook, hoewel ik wel eigen baas ben.

Wat niet in orde is is het Fonds ombouwen tot een soort sociale dienst voor schrijvers. Dat is niet eerlijk, omdat je dan mensen begunstigd die geen baan hebben en tegen de mensen die wel een baan hebben zegt dat ze niks kunnen krijgen en het zelf maar uit moeten zoeken. Het voorstel van Wouter Godijn lijkt me dus primair nogal oneerlijk. Sterker nog, ik vind helemaal niet dat er een inkomensgrens moet bestaan: Het Fonds der Letteren moet totaal niet de ambitie hebben sociale dienst te spelen.

Dat een subsidiesysteem vooral middelmatige kunst oplevert is een vrij algemeen bekend feit – zelfs de directeur van het fonds voor beeldende kunst beweert dit.

Ook is het aantoonbaar niet zo dat in landen zonder zo’n systeem slechtere kunst gemaakt wordt. Er wordt daar doorgaans (maar ook niet altijd) wel minder kunst gemaakt.

De reden dat ik wel voorstander van een soortement van financieringssyteem ben voor schrijvers is dat ik geloof in klassieke rangorde. Het beeld van de zeer getalenteerde schrijver die in een fabriek zijn tijd zit te verzwoegen spreekt mij niet aan, omdat het primair een egalistisch/nihilistisch wereldbeeld oplevert. Voor de literatuur zou het geen verschil maken of wellicht zelfs beter zijn, want gezapigheid is bepaald geen goede vriend van de creativiteit.

Ik denk dat de mensheid de literatuur en de daadwerkelijke intelligentia hard nodig heeft, vooral nu het allemaal spaak dreigt te lopen. Feitelijk is investeren in literatuur helemaal zo gek nog niet – je hoort altijd wel allerlei argumenten waarom het koningshuis bijvoorbeeld meer oplevert dan het kost, maar het lijkt wel of de literatuur wat dit betreft maar van 1 kant belicht mag worden. Willen we echt in een wereld leven waar de mensen geen nieuwe verhalen meer vertellen? Als je de doorsnee films van tegenwoordig bekijkt begint het er wel op te lijken. Dus geef mij maar een Ludwig die wel kapitaal steekt in kunst, zelfs al levert dat luie kunstenaars en niet perse betere kunst op. Ik heb namelijk geen vertrouwen in de zelfregulatie van onze samenleving – mijn indruk is dat we te maken hebben met een type genetische erosie die veel erger is dan welke klimaatverandering ook.

++

“het is misschien moeilijk voor te stellen, maar er zijn nog steeds mensen die subsidie aanvragen ‘not done’ vinden als het niet nodig is.”

Maar dit is precies wat de ‘Sociale Dienst Fonds der Letteren’ met hun beleid bereikt hebben: een aanvraag daar doen staat nu gelijk aan je handje ophouden. De mechanismes zijn ook precies hetzelfde: je persoonlijke papieren laten inzien, allerlei pedant gedoe tolereren (dat je gepubliceerd wordt is niet goed genoeg) en als klap op de vuurpijl tolereren dat een elite van mislukte journalisten er met de grote buit vandoor gaan.

Ik vind dat je ofwel als overheid een regeling maakt die op alle schrijvers van toepassing is, ofwel je moet het gewoon afschaffen. Zodra ‘nodig zijn’ een argument wordt krijg je per definitie hele rare toestanden, want dan ga je het Fonds als een alternatief voor de Soos zien. En dat is ook precies wat ze er nu al min of meer van gemaakt hebben, een hele amateuristische Soos met een toelatingsbeleid zonder criteria, behalve dan dat ‘collega’s je goed moeten keuren’. Hoe potsierlijk is dat precies, om eerst te roepen dat je zo’n werkbeurs ‘wel nodig moet hebben’ en dan vervolgens die ‘nood’ door een keuringscommissie van zogenaamde collega’s heen laat gaan?

Een sociale dienst die het toekennen van uitkeringen uitbesteed aan collega werkelozen? Met dan nog de schaamteloosheid dat als ‘peer review’ te proberen verkopen?

++

Ook dit is weer een enorme vertekening van de realiteit, want ik heb nooit beweerd dat het Fonds een clubje is waar vriendjes elkaar subsidie geven – ik beweer iets heel anders, namelijk dat het als formalistisch instituut erop is toegespitst

1. Als een soort sjieke sociale dienst te opereren
2. De illusie van peer review te gebruiken om bestaande publicaties van een stempel te voorzien, wat totaal niets met peer review te maken heeft.
3. te passen in het bonusklimaat van de bestuurslaag door op gelijke wijze van talloze adviseurs gebruik te maken om onduidelijke, subjectieve redenen.
4. zich tegelijkertijd te beroepen op noodvoorziening en kwaliteitshandhaver. Dat is absurd – je gaat als sociale dienst niet de ‘kwaliteit van je clienten’ toetsen. Als je sociale dienst wilt spelen en het Fonds bedoelt is als voorziening voor mensen in nood is de kwaliteitscontrole, zeker omdat deze ook al door uitgevers gedaan wordt, buitengewoon aanmatigend.

Dat het daarnaast inderdaad ook nog eens een clubje elkaar aaiende vriendjes is dat zal best wel, maar vind ik filosofisch bezien geen interessant discussiepunt. Over een drol op de stoep valt ook weinig interessants te melden.

++

“helemaal akkoord met de idee van een ‘basisbeurs’, er zijn alleen niet zo veel medestanders voor te vinden.”

Dat blijft toch een uitermate eigenaardige zaak. Het Fonds deelt elk jaar aan ongeveer 125 auteurs een subsidie uit van gemiddeld 12000 euro meen ik. De basisbeurs constructie zou aan 240 auteurs een gemiddelde beurs van 25.000 euro geven. Het enige verschil? Geen bestuurslaag met lui die ‘netjes onder de Balkenende norm blijven’. Zou er echt iemand anders dan die bestuurslaag zelf aan die gang van zaken gehecht zijn? Het aantal ‘adviseurs’ dat dat Fonds heeft is te zot voor woorden. Wat ook te zot voor woorden is is het rare idee dat uitgevers schijnbaar niet in staat zijn kwaliteit te beoordelen, dat het Fonds dat nogmaals moet gaan zitten doen, en niemand die weet waarom. Het is een mallemolen die van de willekeur aan elkaar hangt.

Kwaliteit beoordelen dat doen de uitgevers en lezers wel. De taak van een Fonds der Letteren is simpelweg het verstrekken van beurzen aan schrijvers. Daar heb je wellicht twee of drie mensen in loondienst voor nodig, meer niet. De rest is allemaal formalistische strijkstok.

++

Zoals ik eerder al stelde, noch armoede noch kwaliteit zijn van enige relevantie voor het krijgen van een werkbeurs.

Ten eerste is het Fonds niet bedoeld als bijstandsregeling voor schrijvers.

Ten tweede is de kwaliteitstoetsing die het Fonds hanteert volstrekt arbitrair en gebaseerd op een grabbelton van lezers waarbij of je wel of niet een beurs krijgt afhankelijk is van welke lezers aan je bundel worden toegewezen.

Waarom die ‘kwaliteit’ uberhaupt ‘getoetst’ moet worden is mij niet duidelijk, want een van de vereisten is dat je al een contract bij een uitgever bijvoegt. schijnbaar ontbreekt het vertrouwen dat die uitgevers op kwaliteit toetsen.

Ook moet je recensies van je vorige werk bijvoegen.

Die spelen echter in de beoordeling een marginale rol. Het is vooral de lezers mening die telt, en het commissielid dat daarna de doorslag geeft.

Je kunt dus bij wijze van spreken de Nobelprijs voor literatuur winnen en nog steeds worden afgewezen omdat er twee lezers aan je worden toegewezen wiens poetica niet met de jouwe strookt.

Het is feitelijk typisch Hollands, dit systeem. Ik wou ooit een nieuwsgroep oprichten en dan kom je dezelfde kathadralen van formaliteiten tegen.

Of denk aan de gigantische bos regelingen die in het leven werd geroepen om iets als het kopen van een domeinnaam jarenlang voor particulieren onmogelijk te maken.

Waar geen enkel land op deze terreinen enige regelgeving had, stikte het in Nederland al bijna instant van de kereltjes die allerlei regeltjes verzonnen om het mensen lastig te maken een domein te kopen of nieuwsgroep aan te maken.

Het is een vleesgeworden ritualistische drang naar zekerheden.

Op Wikipedia zie je hetzelfde. Geen enkel land met zoveel wikipedia moderatoren met een bezemsteel in de kont dan Nederland.

De literaire Henk & Anita moeten eerst je bundel goedkeuren. In de kritiek zelf heeft men schijnbaar geen enkel vertrouwen. Waarom je dan wel recensies van je werk moet bijvoegen is mij een raadsel.

++

Dat is niet primair wat speelt hier. Dat Schiferli tegen de heersende consensus ingaat is primair alleen toe te juichen. Het is alleen niet zo sjiek dat te doen als diezelfde consensus je net 30.000 euro heeft toebedeeld om je volgende bundel te gaan schrijven. Juist daarom werkt het systeem niet: ofwel je sancioneert de heersende consensus, wat betekent dat de boeken met de beste recensies de beurzen krijgen, ofwel je trekt je van die consensus niks aan, maar dan moet je dat ‘kwaliteitsverhaaltje’ laten vallen want kwaliteit kan alleen bij gratie van die algemene consensus bestaan in deze context. Als je namelijk beweert dat de algemene kritieke consensus geen garantie voor kwaliteit biedt – en dat standpunt is best geloofwaardig te maken – is het nogal eigenaardig dat je vervolgens wel zo’n zelfde consensus met 3 arbitraire lezers probeert te reproduceren. Dat slaat absoluut nergens op.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>