Fonds der Letteren alleen voor minima
Wat een totaal absurde argumentatie levert zo’n discussie over het Fonds der Letteren op. Ene Wouter Godijn probeert steeds het punt te maken dat hij schijnbaar vind dat het Fonds der Letteren nog niet genoeg als Sociale Dienst fungeert. Is de inkomensgrens nu 30000 euro per jaar (en let wel: dat is vorig jaar, dus niet het lopende jaar) dan mag je als je 31000 euro verdient nu al geen werkbeurs aanvragen, wat absurd is want waarom mag iemand die 30000 euro verdient wel een werkbeurs aanvragen en iemand die 31000 euro verdient niet? Zo’n werkbeurs is toch primair bedoeld om een jaar te kunnen stoppen met werken om je op je boek te concentreren? Waarom mag de persoon die 30000 verdient wel stoppen met werken en de persoon die 31000 verdient niet? Dit is toch wezenlijk enorm oneerlijk?
Wouter Godijn wil het nog erger maken, je mag maximaal 25000 euro verdient hebben, zo’n beetje minimumloon, dus. Waarom? Nou, omdat hij meent dat dat het ‘draagvlak’ van die beurzen onder de bevolking zou verbeteren.
Je mag dus alleen stoppen met werken om een boek te schrijven als je minimumloon had. Wat voor werkbeurs is dat? Dat is geen werkbeurs meer maar een voorziening voor minima.
Tegelijkertijd heeft Mijnheer Godijn geen enkel probleem met het feit dat allerlei schimmige, tweederangs figuren bedragen als 60000 euro voor het schrijven van een dichtbundel krijgen. Dat is prima in orde, schijnbaar, en dat heeft geen negatief effect op voornoemd ‘draagvlak’.
Mijnheer Godijn vindt vriendjespolitiek ook al de normaalste zaak van de wereld. Je wordt toch schrijver doordat vriendjes je helpen, zo schreef hij op de Contrabas.
Wat zien we hier dus? Iemand die meent dat alleen arme schrijvers een werkbeurs mogen krijgen en tegelijkertijd extravagante bedragen en vriendjespolitiek prima in orde vindt.
Het Fonds der Letteren is zo de enige voorziening geworden waar minima kans hebben op een flinke bonus.
En alleen minima, want delen is niet aan de orde. Dat doen vriendjes niet, tegenwoordig.
Het Fonds der Letteren is dus een instituut waar een bepaalde klasse zichzelf bedruipt. Vandaar die ‘collegiale kwaliteitstoetsing’, natuurlijk. En vandaar ook die automatische associatie die mensen hebben dat ‘dichter’ gelijk staat aan ‘uitkeringstrekker’. Niet zo vreemd dat ze dat denken als het primaire instituut achter de poezie flink haar best doet die uitstraling te hebben.
Je wordt schrijver doordat je vriendjes je helpen? Is dit nou het resultaat van 30 jaar subsidiebeleid? Omroep Eddy kwam ook nog even langstoeteren: netwerken, het hoort er gewoon bij! De jaren 80 herleven. Het zit wel goed met dat draagvlak voor het Fonds der Letteren.
Commentaar