Monthly Archives: June 2011

Recensie: Peter Verhelst, Zoo van het denken

Vier jaar na het verschijnen van zijn misschien wel beste bundel ‘Nieuwe Sterrenbeelden’ komt Peter Verhelst met de bundel ‘Zoo van het Denken’ en het eerste wat me opvalt is dat het boek qua vormgeving, afmetingen en formaat precies hetzelfde is als de voorganger. De bundel is ook precies even dik en heeft dezelfde conceptuele omslagbenadering met flappen. De gedichten volgen min of meer hetzelfde stramien, hoewel het iets minder chaotisch is en er wat meer conceptuele leidraad in de bundel zit.

Het lijkt er dus sterk op dat Verhelst het (relatieve) succes van Nieuwe Sterrenbeelden even dunnetjes wou overdoen. ‘Zoo van het Denken’ is echter een veel zwakkere bundel dan voorgaande. Een miskoop is het zeker niet, omdat Verhelst nog altijd wel de kracht heeft bijzondere scenes voor je ooglid te toveren, maar vooral als je niet te kritisch kijkt want ik betrapte mijzelf er regelmatig op dat gedichten ergernis bij me opriepen, niet op zijn minst het gedicht dat op de achterflap staat, dat eindigt met:

Hoe dieper we elkaar aankijken
des te beter voelen we
hoe we elkaar zijn

verloren.

En dan krijg je toch ineens de neiging die witruimte daar heel pedant en opdringerig te vinden. Dit is toch een ultiem flauwe truc, een oude truc, een truc die je bij een amateurgoochelaar verwacht? Zo’n man die na een lange stilte een bosje bloemen tevoorschijn trekt?

Door de hele bundel heen probeert Verhelst door allerlei rationele bezweringen heen die suggestie van seksuele gevoeligheid nogal politiek aan de man te brengen. In Nieuwe Sterrenbeelden werkte dat nog, omdat hij het met een zekere scherpte en finesse deed, maar ‘Zoo van het Denken’ staat vol met formuleringen die allesbehalve scherpzinnig zijn. Laat ik er een handjevol citeren:

Dit is alles
wat je dacht
te weten
en dat is waar
het op aankomt.
Er is geen plek
zoals thuis. En dat
is thuis.

Goh, denk je dan. Tja. Het is natuurlijk een vervolg op de stortvloed beelden die als ‘Adder van Palestina’ op ons af kwam kronkelen. Maar het zegt zo bar weinig, en wat zou mij het dat er na een stortvloed het niets is?
Die stortvloed zelf zit ook vol nogal bedenkelijke formuleringen:

We likken de onderarmen. We trillen. We liggen
enkele meters van elkaar in de schaduw van een rots
waar het te stil is om waar te zijn. Het is een lange weg naar huis.
De hete wind komt in alle hevigheid op, blaast ons droog,
blaast ons bloot.

Tja. Goh. Blootgeblazen in de woestijn van Palestina. Deze combinatie van kitscherige erotiek en politiek doet me een beetje denken qua sfeer aan de film ‘Antichrist’ van von Trier en ik heb het donkerbruine vermoeden dat Verhelst dat een goede film zou vinden. Wellicht komen ook daarom referenties terug naar ‘Het Beest’ en is dit Bestiarium van onscherpe surrealistische observatieflarden bedoeld als een soort ode aan die film? Dat zou me niets verbazen. Had die sensatiedrang in ‘Nieuwe Sterrenbeelden’ nog iets urgents, in ‘Zoo van het Denken’ herinnert niets je aan enige noodzaak en voelt bijna elk gedicht aan als overbodig. Het is alsof ‘Nieuwe Sterrenbeelden’ in de hitte van een scheiding werd geschreven en ‘Zoo van het denken’ een poging van Verhelst is in de dierentuin een andere partner te vinden. Wie erotiek, dieren en politiek zo achteloos mengt vraagt mijns inziens om zulke vergelijkingen.

Maar wat de bundel echt de nek omdraait is het gebrek aan scherpte:

Dit is de zoo
van het denken: de sneeuwuil tekent in de lucht
een geometrisch lichaam, de contouren van een kooi
om eindelijk tot rust, in zijn veren verzonken, onmogelijk
van sneeuwvlokken te onderscheiden, de kop om de as te wentelen

als wil hij zichzelf de nek omdraaien.

Nee, Verhelst heeft ergens last van – ‘Zoo van het Denken’ bevat ook hele mooie beelden, maar die zijn veel te fragmentarisch, te spaarzaam, en te opzichtig in een veel te rationeel stramien ingekaderd. Jammer, maar tot een andere conclusie kon ik niet komen. In de ‘Zoo van het denken’ jongleert de opzichter met kletsende biefstukken maar zitten de meeste dieren tamelijk verveeld voor zich uit te staren.

Martijn Benders – Istanbul, 29-06-2011

Het juiste gedicht voor Henk en Ingrid

‘Ook voor Henk en Ingrid is het juiste gedicht te vinden’ zo kopt het door Gerrit Komrij opgerichte blad Awater, met het gezicht van een populaire mooie jongen erbij. Een kolfje naar Gerrits hand, die immers voor eeuwig in hetzelfde procedé vast lijkt te steken: het klaarspelen om zonder subsidie Henk en Ingrid op de wenken te bedienen. Meestal lukt hem dat ook wel, en meestal ondanks tegenwerking uit de diverse subsidievelden, waarvan akte.

De Turingprijs, nog een mooi voorbeeld. Net als Awater grotendeels gevuld met bekende Nederlanders en ander consensueel gespuis. Hij heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen, zonder subsidie. Ook Henk en Ingrid kunnen nu een mooie poëzieprijs winnen. Met veel valse beloftes en getoeter worden onnozelaars geld uit de zak geklopt voor een stukje consensus, maar waar is het vervolg? Al bij de eerste editie was er geen sprake van ’10 debutanten’ zoals beloofd. Het boek van de eerste editie werd alleen door mij besproken. Van de tweede editie heb ik nog geen boek gezien, terwijl ik wel met 2 gedichten in de top 100 sta.

En dat terwijl ‘Ook voor Henk en Ingrid is een gedicht te vinden’ de huidige elite zo zou moeten aanspreken. Is het niet precies *die* misrekening die de oorzaak van alle ellende is? Henk en Ingrid blijken helemaal niet op poëzie te wachten. Vroeger niet, en nu niet. Nu ook al de krant is ‘Verhenkt’ en zelfs het NRC dubieuze propagandisten als Bosma onderdak biedt – moet de poëzie er in die context dan echt ook nog aan geloven? Naar mijn mening is de analyse dat de literaire bladen dood zijn ook incorrect: die zijn altijd al dood geweest. Het zijn de auteurs zelf die in dit geval vroegtijdig zijn overleden.

Interessant in deze context is hoe ‘consensus = leven’ de basisformule vormt voor alle elitevorming. De literaire bladen ‘leefden’ vroeger omdat ze consensusbepalend waren. Dat die consensus als een tang op een varken sloeg maakt verder niet uit – dat vinden de heren niet interessant, als het maar ‘leeft’…

Precies dezelfde structuur werkt nu op de Contrabas: consensus die als een tang op een varken slaat, maar ‘het leeft’ en dus ‘is het belangrijk’….

Dit idee van ‘levendigheid’ is echter meer dan een zuiver populistische, uit de amusementswereld afkomstig idee. Wie de Contrabas goed analyseert weet dat het niet meer is dan een handjevol mensen die daar ‘de boel levendig maken’. Zonder de aanwezigheid van mijzelve, Samuel Vriezen en RHcDG is het daar een middelmatig, saai, levenloos forumpje met hele middelmatige poëzie. Frappant in deze context is echter dat precies om die reden de Contrabas geld ontving van het Fonds der Letteren: omdat het een ‘levendig’ forum was, terwijl het merendeel van wat het levendig maakt (te weten ik en Samuel Vriezen) daar enkel posten om weerwoord te bieden tegen de beledigingen van Breukers. Wat we dus zien is dat die ‘levendigheid’ ook in subsidieland zeer op prijs wordt gesteld, en dat het de basis vormt waarop geld wordt verstrekt.

Waarom die enorme behoefte aan ‘levendigheid’? Daar kan alleen het tegendeel achtersteken – men is zelf nauwelijks in staat iets levendigs neer te zetten, het is een vermoeienisfilosofie. Men zou nog een bak geld in een trog vol wriemelende varkensneuzen plempen, als het maar even verstrooiing te bieden had.

In zijn vorige stukje noemde Gerrit als belangrijkste undergroundfiguur een pseudoniem van een van de meest populaire schrijvers van dit moment. Gerrit lijkt dus vast te zitten in een procedé: dat van de babyboomers, die vanuit de macht het verzet uithangen, liefst door bekende Nederlanders voor de show en een marketingbureau voor de leuzes in te zetten. Doet het er veel toe of die door de staat of het grootkapitaal betaald worden? Me dunkt dat we het beter eens kunnen hebben over de eerste steen van een ander systeem: een radicale herziening van het onderwijs.

MC’s Act Like They Don’t Know

Ook in de muziekindustrie is het hetzelfde liedje: De MC’s steken hun kop in het zand en doen wat van hen verwacht wordt, de echte getalenteerde rappers (KRS One, Paris) zie je niet bij de MTV awards, krijgen geen grote platenlabels achter zich want daar zijn ze niet conformistisch genoeg voor – de marge dus, maar in hiphop termen heet dat dus ‘Keeping it Real’:

 

Interview met Benders (7): Babyboomers, Marginalisatie en Propper als Congierge

 

Heer Benders, een nieuwe dichtbundel, een uitgeverij, een sociaal netwerk, een fonds voor kritiek. What’s next?

Naar mijn mening heb ik met deze tweede bundel voorlopig even genoeg bijgedragen aan het poezielandschap – inmiddels zijn er 156 gedichten van me gepubliceerd. Ik denk dat ik hierna met een ‘Verzameld werk van’ kom maar dat duurt nog wel even. Momenteel focus ik me op andere zaken: een boek met korte verhalen, wat commerciele boeken, en een CD met electronische muziek. Ook loopt het project met Bart van der Pligt nog. Ik verwacht binnen een jaar weer met twee of drie nieuwe objecten aan te komen.

De eerste bespreking van Abe de Vries van de nieuwe bundel was behoorlijk lovend

Was ik natuurlijk blij mee. Ik ken Abe de Vries verder helemaal niet – ik had eerlijk gezegd eerder een negatieve bespreking verwacht op de Contrabas, maar dat viel dus mee. Och, ik heb ook geluiden gehoord van mensen die het minder vonden dan Karavanserai. Vind ik zelf niet. Ik voel me beter bij die nieuwe bundel dan ik me bij de eerste voelde. Het eerste wat ik gemaakt heb waar ik tevreden mee ben voor mijn gevoel. Dan is het al niet meer zo heel belangrijk wat anderen vinden, eigenlijk, maar uiteraard hoor je graag dat mensen iets genietbaar achten wat je gemaakt hebt.

Kun je al iets vertellen over het boek met verhalen dat je nu maakt?

Het is een boek met korte kafkaesque verhalen, met fantastische verhalen. Je krijgt van uitgevers altijd te horen dat ‘korte verhalen niet mogen’ en dat ‘alleen romans verkopen’. Zelfs al is dat zo, dan zijn mensen niet goed bij hun hoofd, want niets is zo schitterend als een boek met goede korte verhalen. In mijn tienerjaren verslond ik boeken als die rare fantastische verhalen van R.A.Lafferty – dat is schitterende literatuur, literatuur met een brein. Bijna alles wat ik hedentendage uit zie komen vind ik vrij hersenloos, op een paar uitzonderingen na.

Ga je ook werk van anderen uitgeven of alleen werk van jezelf?

In principe wil ik een echte uitgever worden, maar dan wel met een schappelijker verdienmodel voor de auteurs. Ik denk dat die 10% die oude uitgevers hanteerden wel erg riant in het voordeel van de uitgever uitpakte. Laten we even wel wezen: ik heb totaal geen behoefte met mijn boeken het onderpand te vormen voor een duur grachtenpand van een of andere uitgeverij. En wie kan mij binnen zo’n uitgeverij nog iets over poezie vertellen? Dat is toch klinklare onzin, dat een of andere stagiere daar mij moet ‘begeleiden’ om tot een bundel te komen. Kletskoek. Maar als ik werk van anderen ga uitgeven dan ga ik wel een hele hoge kwaliteitsdrempel leggen met veel begeleiding – behalve als het gaat om gerenommeerde auteurs, natuurlijk, maar de kans dat die bij mij willen uitgeven zal wel klein zijn. Maakt me niet uit. Het is net als bij mijn sociale netwerk Soulsat – het is kleinschalig, mensen lopen niet en masse over vanuit facebook, maar dat zal mij een zorg wezen. Ik wil iets opbouwen met mijn eigen handen. Ik wil geen anonieme kloothommels rijk maken met mijn werk.

Ben je niet bang dat je op die manier gemarginaliseerd gaat worden als je alles buiten het circuit zelf gaat doen?

Weet je wat ik marginaal vind? De meest besproken bundel van 2008 hebben en dan precies 142 exemplaren verkopen. Dat is het ware gezicht van de marginaliteit. Marginaler kan al helemaal niet meer, zeker niet als je er dan 10% van krijgt. Kom nou even, ik ben toch niet op mijn achterhoofd gevallen. Iedereen met ogen in zijn hoofd ziet toch dat in die 20 literaire bladen die Nederland rijk is altijd dezelfde namen circuleren, het is een totaal pieterig onbenullig claustrofobisch wereldje. Je bent marginaal als je daar in gaat zitten en meent dat je iets voorstelt.

De subsidie voor literaire tijdschrijften wordt overigens nu afgeschaft

Het zal mij benieuwen hoeveel van die tijdschrijften nu blijven bestaan, alleen daarom vind ik het al een interessante maatregel. De meeste van die tijdschriften hadden geen enkele achterliggend gevoel van noodzaak. Hollands Maandblad? Laat me niet lachen, wat een middelmatige dichtertjesparade, wat een doorsnee consensus. Waarom moet zo’n blad bestaan? Omdat lui die al dikke subsidie kregen om bundels te schrijven ook nog eens een bij kunnen klussen als elkaars consensusbepalers?  Awater. Een exemplaar thuisgestuurd gekregen. Gemaakt met steun van het Fonds der Letteren. Dat weerhoud hoofdredacteur Ron Rijghard er niet van erin te adverteren voor zijn eigen boek. Dat mag natuurlijk, maar wie controleert of ervoor betaald is? En waarom adverteert Nieuw Amsterdam met het complete oeuvre van Frank Starik en is er niets te zien van hun andere auteurs? Voor de rest vooral een blad dat van de studentikoziteit aan elkaar hangt. Maar goed, laten we maar eens zien welke bladen ook pit hebben en niet alleen uit eigenbelang bestaan. De meeste zullen wel leeglopen als lekgeprikte ballonnen.

U gaat zelf trouwens een tijdschrift beginnen heb ik begrepen?

Inderdaad, dit leek mij een prima moment om zelf eens een literair tijdschrift te beginnen. Binnenkort daarover meer. Het gaat ‘Lezen is Lezen’ heten.

Ellen Deckwitz verweet in een interview vooral de babyboomers in de literatuur niet op te willen stappen. Bent u het daarmee eens?

Vroeger was het gebruikelijk dat je ’stromingen’ had en een dichter die zo’n stroming vertegenwoordigde was dan een tijdje in de schijnwerpers, en dan maakte hij weer plaats voor een andere figuur van een andere stroming met een andere mening. Tegenwoordig zitten we meer met model balkenende te kijken: de babyboomers die weigeren op te stappen en voor eeuwig hip zijn. Dat is inderdaad verschrikkelijk irritant. MAW die ’stromingen’ van vroeger waren niet zuiver een modefenomeen maar ook een manier om netjes de macht te wisselen steeds en het geheel veelzijdig te houden. Sinds de stromingen verdwenen zijn zitten we met een elite opgescheept die slechts met hele grote moeite van zijn plek te krijgen is.  Dat is niet leuk voor jonge mensen. Ik ben zelf niet echt jong meer, maar mij hebben ze ook nog nooit ergens voor gevraagd. Ik protesteer al sinds mijn tienerjaren tegen allerlei misstanden, maar heel weinig mensen luisteren.

Het Fonds der Letteren diende laatst Kluun van repliek. Hij was toch welkom in China. Wat vind je daarvan?

Dhr Kluun wordt wel van repliek gediend als hij met kritiek komt, maar op kritiek uit ’foute hoek’ van ondergetekende zwijgt men in alle talen. Dat is het ware gezicht van dit systeem: te incompetent om een eigen alternatief te kunnen formuleren, en niet incompetent genoeg om politiek succesvol te zijn. Het is de laag ’boven kluun’ die zich ver verheven voelt maar feitelijk met de adem zeer dicht op het populisme leeft. Het typeert de huidige macht, gebaseerd op de CV cultuur: geen enkele verworvenheid doet ter zake.

Over 10 jaar is Dhr Propper een congierge, ergens op een basisschool in de provincie, en zal hij zich zijn gloriedagen herinneren waarin hij Kluun van repliek diende en de echte kritiek lekker doodzweeg. Lekker makkelijk, zo’n mannetje.

Ook Het Fonds der Letteren in Belgie heeft een nieuwe directeur: rechtstreeks afkomstig van Sony. Leuk toch dat geld bedoeld voor literatuur wordt gegeven aan dat soort gladde jongens om even te doen alsof ze ergens verstand van hebben?

Loewak: recensies over poezie

Loewak begint binnenkort met een recensierubriek waarin wij dichtbundels uitgebreid gaan bespreken. Heb jij een dichtbundel geschreven en wil je deze door een zeer kritische redactie laten bespreken? Dan kun je je bundel sturen naar:

Loewak Recensieservice
Postane mahallesi,
Rauf Orbay caddesi,
Yakamoz sok.
Belde2 sitesi,
34940 No:21
Tuzla Istanbul

Gepubliceerd zijn bij een grote uitgever is geen vereiste. Wij garanderen wel niet dat elke ingezonden bundel ook wordt besproken.

Binnenkort een recensie van de bundel ‘Bij eb is je eiland groter’ van K.Michel en een recensie van ‘Melktanden’ van Martijn van den Ouden.

Bespreking van mijn nieuwe bundel door Abe de Vries

Op De Contrabas bespreekt Abe de Vries mijn nieuwe dichtbundel:

Hoe het kan dat één ongeordende, doorgaande stroom gedichten, op het oog zonder plan of doel, opbouw of richting geschreven, zo kan fascineren is lastig uit te leggen. Inderdaad, zoek een baan, lul. Benders schrijft keurige zinnen met hoofdletters en een punt, en halfrijmt er op los, maar klassiek zijn deze gedichten toch allesbehalve en muziekmaken is ook niet hun hoogste doel. Hij associeert zich een slag in de rondte, maar niettemin is deze poëzie van hem en van niemand anders.

Lees meer op de Contrabas

Commentaar

De nieuwe Benders



'Wôld, Wôld, Wôld!' heet de derde dichtbundel van Martijn Benders. Een lijvige dichtbundel met 222 pagina's. De bundel heeft een aantal verassingen voor u in petto en kwam uit in drie versies.

Koop de bundel nu!



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de tweede dichtbundel van Martijn Benders.

Koop de bundel nu!