Slaapverwekkende dichtbundels en hologrammen
‘If the Doors or John Lennon were getting started now, the industry wouldn’t sign them in a million years’
Bovenstaande quote is van Jello Biafra, uit het nummer ‘Triumph of the Swill’ van de plaat ‘Bedtime for Democracy’ uit de tachtiger jaren, een van Biafra’s meest visionaire teksten.
Music is banned in Khomeini’s Iran
On the grounds that it stimulates the brain
We’ve done him one better in the land of coke & honey
Using music to put people’s brains to sleep
Zijn woorden zijn waarheid geworden, de muziekindustrie is sinds de tachtiger jaren alleen maar verder bergafwaarts gegaan. Waar je in de tachtiger jaren als getekende muzikant tenminste nog een soort eigen identiteit en veel geld als compensatie kreeg is de industrie tegenwoordig zo viraal dat ze feitelijk pogen met een handvol artiesten het hele spectrum van de media te domineren, puur uit kostenbesparend winstbejag. Lady gaga hier, lady Gaga daar. Ze is op zoveel simultane plekken te zien dat het bijna niet anders kan of we hebben hier te maken met een holografische identiteit die niet werkelijk bestaat.
Een raar idee? Waarom? Het is met moderne technologien niet zo heel moeilijk zo’n projectie te maken. En een projectie kun je overal inzetten, kost niks qua onderhoud, en dus gaat hier het principe op: als het mogelijk is gebeurt het ook, want geen dikke platenbaas met sigaar zou een echte artiest prefereren boven een manipuleerbaar computerprogramma.
Ook in de letterenindustrie is sprake van een dergelijke degradatie. Tonnus Oosterhoff zou uiteraard als hij nu zou beginnen geen schijn van kans maken op dezelfde bewieroking die hem nu ten deel valt: hij is immers afkomstig uit de pre-internet generatie, toen er nog geen sprake was van netwerkcensuur en verregaande erodering van de kritiek. Wie nu aan de bak wil komen moet van de juiste mensen de kontjes kussen, of blijft onbesproken of ongepubliceerd. Dat fenomeen zal niet nieuw zijn, en vroeger ook al wel bestaan hebben, maar wat wel nieuw is: de verregaande inburgering van het fenomeen ‘censuur’, dat nu door modelburgers als van Adrichem en Lindner en alle andere kasplantjes als de normaalste zaak van de wereld wordt gepresenteerd, uiteraard ten faveure van de eigen positie. Kritiek, dat mag je wissen. Een paar weken geleden postte Lindner op de site www.ooteoote.nl wat gedichtjes van zijn vriendin. Het leken wel belabberde Kahlil Gibran vertalingen. Maar zowel mijn reactie als de reactie van Kamiel Verwer werden doodleuk gewist. Dat mag gewoon, want je heet Erik Lindner, en je waant jezelf in het midden van het literaire veld. Zielig, natuurlijk, maar ook nogal hardnekkig. Gelukkig maar dat niet iedereen even stekeblind is en alleen uit is op vijf gram wierook van anderhalve paardenkop. En een paar duizend euro aan prijsjes, niet te vergeten. En een dikke werkbeurs.
Bovenstaande is uiteraard een manifestatie van het ook door Johan Sanctorum besproken fenomeen van de ontdarwinisering: de moderne oppervarken-intellectueel hoeft niet meer de sterkste te zijn, maar mag zijn tegenstanders gewoon wissen.
Het zijn de spreekwoordelijke sociale buurtwachten die zelf voor overheid zijn gaan spelen. De Trias Politica bestaat in hun wereldje niet. Zij zijn tegelijk rechter, politieagent en cipier. Het mag dan ook geen wonder heten dat juist een cipier, Esther Noami Perquin, als een volksheld ten tonele wordt gedragen, inclusief de stereotypisch freudiaanse obsessie met het domesticeren van misdaad. Hierin drukt zich de utopie van deze overheidsavantgarde uit: de ultieme controlezucht, samengebald in het beeld van de cipier, als gewenst object, als het epigoon waarmee men de eigen corruptie witwast. Het is ofwel cipier zijn, ofwel de barbaren breken los. Dezelfde barbaren bevolken zowat elke literaire discussieavond: ze komen eraan, ze komen eraan. Alleen de juiste blondering ontbreekt nog.
De oudste truuk uit de doos van machthebbers is natuurlijk het creeeren van valse polariteit. Wie aan de macht wil blijven doet slim en schept zijn eigen tegenstanders. De polariteit maakt immers daadwerkelijk verzet onmogelijk: er wordt de illusie gewekt dat er allang een strijd gaande is. Dit is precies wat er gaande is als het publiek twee zogenaamde ‘tegenpolen’ gepresenteerd krijgt – Ooteoote versus de Contrabas, die echter feitelijk uit dezelfde bron gefinancieerd worden en precies dezelfde censuurregels toepassen. Het is een poging van bestaande structuren om daadwerkelijk verzet in de kiem te smoren door ons een representatief toneelstukje voor te schotelen dat alleen bedoeld is om de aandacht af te leiden van dingen die zij liever in het donker houden. We zien dus twee sites, die beide uit dezelfde principes functioneren en elkaars schijnvijand zijn: op zo’n manier valt het minder op dat de echte dissidenten in de vergetelheid verdwijnen.
Een literaire wereld met zorgvuldig georchestreerde kritiek, dus, centraal, liefst vanuit de directiekamer van het Letterenfonds. Het Vlaamse Letterenfonds is al zover degenereerd dat het voortaan direct bepaalt welke boeken wel en niet besproken mogen worden op sites welke ze sponsort. En tegelijk nieuwe helden die verdacht veel op hologrammen lijken: gelooft er iemand nou daadwerkelijk dat Kader Abdolah een echt persoon is? Ik in elk geval niet. Het lijkt me duidelijk dat de boekenindustrie, in navolging van de muziekindustrie, de schrijver helemaal beu is en het hologram nu ook heeft ontdekt.
Er is echter één klein probleempje. Hologrammen schrijven geen liedjes en geen boeken. Ze schrijven wel stukjes voor de groene, maar die zijn zo onsamenhangend en rustig voortkabbelend dat je de slaapverwekkende dichtbundels die erin worden besproken automatisch voor lief neemt. Edwin Fagel als de nieuwe Tonnus Oosterhoff? Waarmee zou de avantgarde ons volgend jaar weer weten verrassen?
Wat de popmuziek betreft, was me dat al een tijd duidelijk. Hedendaagse popmuziek grijpt heel veel terug op het verleden. Lady Gaga is gewoon Madonna v2 en al die gitaarbandjes doen de jaren 80 nog eens dunnetjes over, maar dan met alle scherpe kantjes weggevijld. Dat levert allemaal hypercommerciele bloedeloze muziek op.
In de muziekwereld had je zo om de tien jaar een revolutionaire beweging: rock n roll eind jaren 50, flower power eind 60, punk eind 70, house en grunge begin 90. Daarna hield het op.
De filmwereld is ook al voor 95% gebaseerd op formules. Na een half uurtje kan je voorspellen wat er gaat gebeuren en hoe het gaat aflopen (en sommige films hoef je wat dat betreft niet eens te zien).
Maar wat helpt het ons om ach en wee te roepen? Er moeten toch nog wel parels tussen de zwijnen te vinden zijn?
Mijns inziens heeft het niets te maken met de daadwerkelijke kwaliteit van het geproduceerde – maar met het feit dat de regerende elite alleen hele middelmatige, ongevaarlijke en liefst drogerende muziek en entertainment wil, terwijl ze uiteraard wel de schijn willen ophouden dat het ze om kwaliteit te doen is. Dat laatste wordt steeds moeilijker – muziek en televisie gaan al sinds de 80er jaren snel bergafwaarts, maar ook films en literatuur zijn precies dezelfde kant op gegaan – parels tussen de zwijnen vinden is uiteraard altijd mogelijk, maar zal niet de gecorrumpeerde structuur veranderen die veroorzaakt dat er steeds meer wansmaak tot norm wordt verheven.