De Nationale Polemische Encyclopedie: Samuel Vriezen
Wiskundeleraar die het in zijn bol kreeg en poezie ging doen. Weet precies wat formeel interessant is. Dat zijn toevallig altijd dezelfde drie Amerikaanse dichters, maar uit compensatiedrang leest Dhr Vriezen altijd 30 boeken tegelijk, wat hij heeft afgekeken van topintellectueel en ondernemende fondsspons Dirk van Weelden. De gewoonte 30 boeken tegelijk te lezen geldt in bepaalde kringen van hoogst belezen literatuurkenners als de het blind simultaanschaken van de Letteren. Grootmeester Vriezen is te huur voor feesten en partijen, en geeft ongeveer 24 keer per maand een lezing in Perdu over, u raadt het al, wat op dit moment formeel interessant is. Op zulke vrijmetselaarachtige poezieavondjes wordt onder het genot van een borreltje uitgebreid voorgelezen uit de Wikipedia, liefst twaalf uur lang, omdat het adagium ‘lijden voor de kunst’ in deze kringen met een gouden aura is omheven. Een bepaald soort radicaliteit staat er hoog aangeschreven, bijvoorbeeld op de gang heel radicaal aardig tegen je collega’s doen, op straffe van uitsluiting.
Beste vriend: Hans Groenewegen, tevens zijn mentale mentor in het formele interessantisme. De formele interessantist is een veelgevraagd connaisseur onder de connaiseurs. Bij het formele interessantisme gaat het om, u raadt het al, het formeel bijzonder interessant zijn van een stukje poezie. Raaskallende malloot Han van der Vegt is bijvoorbeeld zo’n formeel interessant tiep. Te pas en te onpas wordt ‘science fiction poetry is friction’ Han van der Vegt met een star wars helm op schuimbekkend van het podium afgevoerd, onder goedkeurende knikjes van de formele interessantisten.
Er is een soort oorlog gaande binnen deze sekte van het Formele Interessantisme over wie nou het best in staat is te duiden of iets formeel interessant genoeg is. Aartsvader Groenewegen schreef uit protest tegen deze kinnegin het boekje ‘Met Schrijven Zin Verzamelen’. De verborgen boodschap was duidelijk. De Vader Abraham van het Nederlandse Poezie-essayisme liet doorschemeren helemaal geen zin meer te hebben in deze alleraardigste formele opstootjes tussen zijn zielenkindertjes. Zin moet je verzamelen, vond Hans, we maken allemaal deel uit van dezelfde verzamelingsleer, immers. En wie het meeste zin verzameld die is gewoon de baas, hoewel iedereen wel aardig voor elkaar moet blijven.
Dit kloeke gebaar van Hans Groenewegen werd door de eigen sekte echter compleet verkeerd begrepen als een boek over poezie. Johan Sonneschein, een pseudoniem van Arnoud van Adrichem, vraagt zich op de Reaktor terecht af WAT Hans Groenewegen nu eigenlijk is. Wat ben jij eigenlijk, Hans? Hoeveel boeken lees jij in een uurtje? Na een ellenlange opsomming komt ook Sonneschein tot de conclusie dat we hier gewoon met een essayist te maken hebben. Iemand die betaald wordt om per strekkende meter tekst iets te zeggen. Over poezie, dus. Maar is dat wel formeel interessant?
Met stomme verbazing zien de bijstaanders en toeschouwers in de letterenwereld hoe deze formeel interessante revolutie binnen het formele interessantisme zich langzaam als een cycloon door de literaire wereld beweegt. Niets blijft bespaart, alle heilige huisjes moeten omver. Schrijvers de mond mogen snoeren? Yes we can! De nieuwe generatie c-formalisten dient zich alweer aan, met nog dunnere en nog interessantere boekjes waarover nog langere artikelen dienen worden geschreven. Dat waren in het kort de stormachtige ontwikkelingen rond het Formele Interessantisme, die door aartsvijand Jacques Breukers als ‘De Nieuwe Politieken’ worden betiteld. Maar die betiteling is ook politiek! En formeel bepaald niet interessant!
Samuel Vriezen bracht tot nu toe maar 1 bundel uit, omdat het in wezen een optimist is. Hij heeft een hekel aan Joy Division, Jacques Breukers en de suikeroompjesstructuur van de Oude Literaire Canon.
Samuel Vriezen komt in 2045 te overlijden tijdens een marathonsessie ‘Occupy Amsterdam’. Deze gezelllige Amerikaanse beweging was formeel interessant genoeg om hem vijftig jaar aan het lezen te houden. Op de begrafenis van Samuel Vriezen komt iemand respectvol de hele Wikipedia voorlezen, maar dan op zijn kop! Na 768 uur geeft zelfs hardcore Formele Interessantrist Joost Baars de moed op en zakt aan de voet van Samuels kist huilend in elkaar, waarmee tevens de hele beweging een stille dood sterft.
Gemanipuleer op de Contrabas
Breukers heeft de reacties op slot gegooid, dus ik zal mijn antwoord maar hier posten, en daarmee hou ik die vette corrupte flapdrol voor gezien:
Volstrekte onzin natuurlijk, dat ik uit ‘gebrek aan erkenning’ zou argumenteren. Ik heb juist volop erkenning gehad, er is geen dichter die laatste jaren zulke sterk positieve recensies kreeg als ik, erkenning die zich ook herhaaldelijk op de Contrabas manifesteerde. Ben je alweer vergeten dat je liefst 5 bundels bij me hebt besteld? Natuurlijk niet. Het is niets dan alweer een verdachtmaking, van iemand die grossiert in verdachtmakingen, bij gebrek aan intelligentie om een daadwerkelijke discussie te voeren.
Nee, mijnheer, mijn probleem is niet dat ik me ‘miskend’ voel, mijn probleem is dat ik mijn argumenten steeds gewist zie worden door iemand die zich opwerpt als de vertegenwoordiger van de ‘literaire kritiek’. En dat is bepaald niet netjes, zo niet te zeggen verschrikkelijk onfatsoenlijk. En om zo’n mijnheer dan te zien staan netwerken op het graf van Zeeman, nee, dank je de koekkoek.
Ook dit postje ga ik weer eindeloos blijven herposten tot je het laat staan.
Als jij denkt dat ik me door een overheidsdienaartje de mond laat snoeren heb je het bij het verkeerde eind, knul.
Leer je plek kennen: en die is NIET aan de bovenkant van de hierarchie.
Middenmotertje. Bemiddelaar. Vertegenwoordiger. Ambtenaar. Zulke mensen kunnen best hun waarde hebben, maar niet als ze in de waan verkeren bovenop de apenheuvel te mogen plaatsnemen met behulp van een flinke portie censuur, want op andere wijze kunnen ze zich daar niet handhaven.
Wat zou ik graag in dat asbestwijkje in Utrecht wonen, samen met Dikke Breukers, in plaats van die retesaaie stad Istanboel. En bundeltjes schrijven die gemiddeld 0.2 recensies scoren die altijd de toonzetting hebben ‘tja, het is ergens wel aardig werk’. Bloemlezingen uitbrengen die niet eens een recensie weten scoren. Nog nooit zelf maar voor een van die stomme prijsjes genomineerd zijn geweest. Nee, als miskende figuur heb ik grote bewondering voor erkend Gildemeester Chretien Breukers, de man die dankzij zijn enorme erkenning zijn eigen b-dichtertjes in boekjes kan uitbetalen.
Tjeeminee.
Uit De Grote Stoffige Lerarenkamer der Letteren
Het idee achter de Nationale Poezie Encyclopedie is dan ook dat er een wetenschappelijk naslagwerk bestaat waarin mensen niet het zgn ‘halo-effect’ kunnen bewonderen (waarover van den Branden hier schreef: http://www.achillevandenbranden.net/2012/07/irrationaliteit-stuart-sutherland/ maar karakterschetsen die op de werkelijkheid zijn gestoeld.
Wat men tegenwoordig nog ‘literatuur’ noemt is vooral een gigantisch ingewikkeld mechanisme in elkaar geknutseld door b-schrijvers en c-dichters die met allerlei soorten rookgordijnen willen voorkomen dat er ooit nog een Canon komt.
Wie geen talent heeft (het gros) maar wel sluw is (de zichtbaren) is het hele idee van een Canon een gruwel: je zou toch maar je hele leven zo’n schitterend halootje van eigenbelang om jezelf bouwen, en dat dan twintig jaar later blijkt dat je helemaal niet kon schrijven? Die canon moet dus ofwel mijn naam bevatten, ofwel verdwijnen.
Hoe kun je verzekeren dat je opgenomen gaat worden in een canon met slecht of middelmatig werk? Alleen door ofwel alsnog hele goede boeken te gaan schrijven, ofwel alle kritiek onklaar te maken. Het eerste is uitgesloten zonder talent, dus we hebben het leitmotif te pakken: literaire kritiek moet dood. Vind zo’n beetje elke b-schrijver en b-dichter. Hardop zeggen kunnen ze dat echter niet. Sterker nog, ze kunnen het niet eens officieel zelf geloven, want ze geloven zo graag in zichzelf, dus werd het nieuwe adagium: de literaire kritiek, dat zijn wij zelf ook.
En daar zijn we nu, in een land waar de dichtertjes zelf ook de literaire kritiek zijn, en alles om zeep helpen wat op echte kritiek lijkt. Polemiek is verboden, maar Gerrit was een aardige man. Een aardige man die nog zo ouderwets was in een canon te geloven, haha. Alsof je kwaliteit niet gewoon zelf kunt verzinnen! En dus gaan ze driftig aan de slag en leggen overal rookgordijnen aan – rookgordijnen bedoeld om elke poging tot het formuleren van een smaak onmogelijk te maken.
Wie de polemiek in de ban doet – op alles wat gesponsord wordt door de Lerarenkamer (Het Letterenfonds) mag niet gepolemiseerd worden, want collega’s doen aardig tegen elkaar, maar wee als je de Lerarenkamer niet erkent als de meest relevante plek in de literatuur: je gaat in de ban, we maken je overal zwart, je komt nergens meer aan de bak. Want de Canon, dat zijn Wij. Hebben we verschrikkelijk hard voor moeten werken. Wel zeventig uur per week, net als Frans Timmermans.
Wij zijn de zichtbaren, zij die zichtbaar mogen zijn van de Lerarenkamer, die ook alle krantenkritiek uit eigen zak betaald. Zo, de Nieuwe Canon is zo goed als verzekerd. Toch voelt men ergens nog nattigheid. Laten we ook nog even een serie overheids-sitejes opzetten, ‘De Canon der Brabantse Letteren’ bijvoorbeeld, want een Canon is toch veel te belangrijk om het organiseren ervan niet aan de Overheid (dat zijn wij) over te laten? Hup, smijt er nog maar eens een paar ton tegenaan voor een WordPress kloontje. Lachen toch. Nou ja, dat is het systeem. Ik doe maar een beetje mee aan het systeem. Zo zijn die dingen nou eenmaal gegroeid. Ja goed, er staat ‘de meest zichtbare dichter van Nederland’ op mijn boek, maar dat wou de marketing afdeling. Dat heb ik zelf niet verzonnen! Ik ben als je me kent een hele toffe peer. En ik werk 70 uur per week, om de lerarenkamer overeind te houden. De grote Stoffige Lerarenkamer der Letteren.
Sinds wij de kritiek hebben kalltgestelt is onze toekomst verzekerd. We hebben bij de kranten wat kontjongetjes die de ‘literaire criticus’ acteren en die betalen we in ruil grote geldsommen voor boeken die wellicht zelfs ooit zullen verschijnen. Van de Raad van State kregen we vorig jaar te horen dat het niet pluis is dat commissieleden zelf ook subsidie aanvragen doen. Gelukkig was dat echter niet onze sector. We schrokken ons een hoedje! Stel je voor zeg! Met de kennis van nu en de kennis van toen komen we echter een heel eind. Wie heeft er nog een schitterend rookgordijn in de aanbieding? Wat zegt u, 12000 in de vergetelheid geraakte miskende dichters? Trek ze maar uit de kast, jongen, hier heb je een zak geld. Er kunnen nooit genoeg vergeten dichters zijn. Alles, alles om maar te voorkomen dat er ooit nog een echte Canon zal ontstaan.
Marc Reugebrink doet vaak erg zijn best om een verhaaltje hoog te houden, en dat verhaaltje is dat de ‘kranten’ te weinig ruimte hebben voor literaire kritiek om het ‘serieus aan te pakken’. Nogal een eigenaardig verhaaltje als je bedenkt dat diezelfde ‘critici’ op de loonlijst staan van het Letterenfonds. Ik ben juist sterk geneigd precies deze uitleg als een propagandavorm te zien: het verhaaltje klopt niet, immers, wat je ziet is dat de ‘internetkritiek’ die deze zgn miskende krantencritici vanuit dezelfde geldbron hebben opgezet (‘De Reaktor, De Contrabas, OoteOote’) op precies dezelfde wijze te werk gaan: er wordt gedaan alsof er ‘niet genoeg ruimte is’ om kritisch te kunnen zijn, met andere woorden: kritische bijdrages mogen worden gewist, en polemiseren is verboten. We zien dus 1 machtscentrum dat feitelijk 2 media probeert onder haar controle te krijgen. Reugebrink is niet veel meer dan de ingehuurde apologist van dat centrum. Dat is nu precies het ‘verraad’ waarover Komrij zo vaak schreef, het verraad van een generatie die er essentieel alleen op uit is de zaak te flessen. Omdat deze mensen vanuit het diepst van hun ziel het idee van een ‘Literaire Canon’, van elke vorm van rangorde, haten. Wie een overheid een Literaire Canon laat organiseren is meer dan alleen niet goed bij zijn hoofd: het is een zwendelaar, een kwakzalver. In de toekomst zie ik voor deze mensen echter maar één echte canon in het verschiet: dat van de lantaarnpaal.
Wie eerst elke vorm van kritiek en polemiek kalltstellt en vervolgens, als een waar Machiavelliaans genie gaat staan klagen dat de ‘literatuur stervende is’ – en de literatuur, dat zijn wij, natuurlijk. Wat gek, dat mensen niet geneigd zijn een industrietak te willen sponsoren die er alleen op uit is wegwerpliteratuur te produceren. En ja, natuurlijk mijnheer, het is het systeem, allemaal de schuld van het systeem. U heeft daar zelf niets mee te maken. U snapt er werkelijk helemaal niets van. U werkt 70 uur per week. Aan u, aan uw boeken, aan uw heilige voorkomen, kan het nooit gelegen hebben. Zwaai, zwaai. Doe de groeten aan de literaire canon, O grote schrijvers, O Snufjesavantgarde, O fastfoodfilosofen!
De Nationale Polemische Encyclopedie: Erik Lindner
Theetijd met Tante Lindner, aka ‘De Stille’, bekend van de theebundeltjes. Veel camerageschuif, of je een eerstejaarstudent aan de kunstacademie een camera in handen gaf. Een uur kunstzinnig staren naar je tenen. Lindners stereotiepe slaperige minimalistische stilleventjes leverden hem landelijk internationale roem op. Die verantwoordelijkheid voelt hij als een zware last. Souffleert de halve nederlandse letterenwereld over email over hoe ze zich moeten gedragen. Wou eigenlijk Piet Gerbrandy gaan vervangen maar Piet gaat maar niet dood. Drinkt honderden liters gratis koffie in masochistische opwellingen en gaat van al zijn gratis vrijwilligerswerk ooit nog een huisje in de ardennen kopen naast dat van Rob Schouten. Kan goed gevoelig kijken, heeft ooit een punkplaat gekocht toen hij 14 was en probeert daar nog steeds zijn excuses voor aan te bieden. Houdt niet van andere recensenten, kritiek die niet mooi met de camera door een boek schuift kan wat hem betreft gewoon geredigeerd worden. Heeft een problematische relatie met Arnoud van Adrichem, die niet goed genoeg naar de aanwijzingen luisterde. Inmiddels is het geschilletje bijgelegd en zitten beide heren samen achter de computer bij OOTEOOTE te modereren, wat levendige discussies tot gevolg heeft.
Heeft altijd wel iets punks over zich gehad, net als Hans van Willigenburg, met dat rebels programma ‘koffietijd’ waarmee hij het leven van menig huisvrouw totaal wist te ontregelen. Lindner wil vooral een verbindende figuur zijn, minder radicaal dan zijn voorbeeld, vandaar de fixatie op thee. Was als Job Cohens staatsgreep was gelukt nu DDV geweest, maar Ramsey stak er een stokje voor.
Zijn fascinatie met ‘schuiven van objecten’ in gedichten valt volgens kwade tongen te herleiden naar activiteiten binnen het letterenfonds, waar men ook graag de hele dag met objecten zit te schuiven. In de poezie van Lindner kan het schuiven met een paperclip al hele spannende poezie opleveren. Vindt hij zelf. We hebben tot op heden nog geen recensent weten ontdekken die dezelfde mening is toegedaan, de enige recensie van zijn vorige bundel die niet door een spekmaatje was geschreven (nl Rutger Cornet de Groot) werd door redactielid Lindner genadeloos afgewezen wegens kwaliteitsloos. Post regelmatig slechte Kahlil Gibran vertalingen van zijn vriendin in allerlei literaire blaadjes. Is de belangrijkste literaire mandarijn sinds Arnoud van Adrichem, die hem tevens zal gaan opvolgen, in een spannend literair bronstdansje.
Beste vriend: Henk Propper. Het was liefde op het eerste gezicht tussen Henk en Erik, toen hij als 9 jarige punkjongen uit de Haagse ghettos wegliep naar Parijs en daar van Henk Janos Pilinzsky leerde lezen.
Meest bekende dichtregel:
en de tafel is niet bij het raam
maar hier naast me gaan staan
aan de voet van de tafel
valt het kleed van de tafel
Uit: ‘Het raam maakt een kier’
Erik Lindner zal in 2074 tijdens een potje dammen met bekende dichter Joost Baars komen overlijden. Hij laat ons een oeuvre na dat je moeiteloos van de ene kant naar de andere kant van je boekenkast kunt schuiven. Het gemis van deze fijne lichtzinnigheid die toch heel zwaar met de camera is zal de hele Nederlandse poeziewereld als een kaartenhuis in elkaar laten storten. Helaas was Lindner te intellectueel voor de televisie, en zal Ramsey dus geen tranen plengen op de begrafenis.
De Nationale Polemische Encyclopedie – Ilja Pfeijffer
Ilja Pfeijffer aka Il Duce. Soort aan lager wal geraakte Zorro impersonator die altijd zijn zwaard kwijt is. Gelooft ‘polemist’ te zijn maar polimiseerde alleen tegen Driek van Wissen en Rutger Kopland, oude tandeloze mannen die niet terugbijten. In zijn ‘zelfhulpboek’ staan vervolgens allerlei tips over hoe je zulke ouden van dagen precies op de juiste momenten kunt kaltstellen. Woont in Zaltbommel maar doet net alsof hij in Geneve woont. Moest een onbekend Italiaans toneelgezelschap uit eigen zak betalen om een stuk van hem op te voeren om geloofwaardig te blijven en werd vervolgens bedelend om geld op facebook aangetroffen. Kopieert en plakt ieders mening zo het NRC in maar uw mening is niet genoeg om in zijn drankbehoefte te voorzien.
Zijn poetische verdiensten zijn vooral dat hij ‘Good Old Lucebert’ zo leuk modern combineert met Lord Byron.
Il Duce poseert graag naakt voor zijn boekenkast. In de tuin van zijn sociale huurwoning in Zaltbommel staat een standbeeld van Silvio Berlusconi. Il Duce heeft een vriendin waarmee hij regelmatig, u raadt het al, naar Italie fietst. Daarover schrijft hij dan filosofieboeken met diepe wijsheden als ‘de berg mag nog zo hoog zijn, het gaat straks altijd weer naar beneden’ erin.
Il Duce ligt niet goed bij de huidige Fondselite. Hij krijgt nog maar 30.000 euro per jaar toegestopt, en daar hangt hij regelmatig over aan de telefoon met zijn beste vriend, Piet Gerbrandy. Vermoedelijk is ongeveer de helft van alle nieuwe debuten op de markt een voortbrengsel van Il Duce, in een poging onder een schuilnaam toch meer geld los te peuteren van deze criminele instantie die zijn drankbehoefte niet op waarde weet te schatten. Hij kan zijn schitterende postmoderne Lord Byron stijl echter maar moeilijk verbergen, dus wie heden ten dage een literair tijdschrift openslaat waant zich heel leuk direct weer in de 18e eeuw.
Il Duce gaat tragisch eindigen. Hij werd copulerend aangetroffen met een paspop in de ballenbak van Ikea. Zijn grote vriend Piet Gerbrandy, die tot ontsteltenis van Erik Lindner 185 jaar oud gaat worden, zal op zijn begrafenis helaas niet aanwezig kunnen zijn, omdat hij vastzit in een sneeuwstorm in Tirol. Bartje Droog gaat echter een schitterend in memoriam schrijven, en zo eindigt het verhaaltje toch nog lang en gelukkig.
Bekendste dichtregels:
het fluisteren in oren was hopeloos uit de mode geraakt
zoals geloof in geuren en hoop op lente van ogen
en zelden zag je een merel blozen van de klank
van liefde op stille lippen
Anderen over Ilja Pfeijffer: Ik heb het literaire milieu nooit opgezocht. Ik heb het altijd een beetje op afstand gehouden. Dat bevalt me het best.’ – Piet Gerbrandy
‘Mag het asbakje al op tafel?’ vraagt Pfeijffer nog maar eens aan de ober. ‘Om zes uur, meneer,’ herhaalt die. ‘Voor de foto misschien?’ probeert Pfeijffer nog. Gerbrandy geniet.
Zie ook: dit artikel in Vrij Nederland
Commentaar