Het is allemaal HERRIE

Mensen zouden geen poezie meer lezen omdat ze ‘bang zijn voor de stilte’ aldus essayist Hans Groenewegen. Ik heb nogal een probleem met dat basisidee. Ten eerste zie ik verdomd weinig wat ik als ‘stilte’ zou durven beschrijven in het gros van de nederlandse poezie, behalve als je het soort slaperige stilte bedoelt wat je op middelmatige stilleventjes aantreft, een karikatuurstilte, een verschrikkelijk vervelende stilte die je aangaapt in al zijn knutselige opdringerigheid. Dat je daar niks van moet hebben, dat is je volste recht. Ten tweede vind ik niet dat je op simplistisch-vroeg wittgensteiniaanse wijze kunt stellen dat alle poezie om één as draait – hoe lang nog moeten we dit gezever van stilteklerken aanhoren, terwijl ze het ene na het andere boek voortzemelen – zwijg zelf verdomme eens! Met je langdradige essaycultuur en dan voortdurend over stilte zemelen, wat een gotspe!!!

Ook hier weer die industriele logica: de producent bezit de stilte, en het probleem is dat de consument die niet meer kan verkroppen. Men consumeert niet genoeg poezie, en aan het product kan dat niet liggen, de producent blijft altijd buiten schot. Er zit schijnbaar een flinke dosis ‘stilte’ in die gedichten, maar de producent is daarvoor niet verantwoordelijk te houden, in de zin dat hij als mens totaal buiten schot blijft. Je beweert ofwel dat iedereen bang is voor de stilte, en dat heeft als logische consequentie dat gedichten GEEN stilte meer bevatten, maar nee: zover denkt Groenewegen niet na, want dat komt zijn industrietak niet goed uit.

Een essayist is eigenlijk bijna de antipool van de ‘stilte’. Een essayist wordt betaald om zoveel mogelijk woorden te produceren.

De stilte is het product. In stilte wordt bemiddeld. Een priesterkaste van neoromantici, die naadloos passen bij het door hen officieel schromelijk verfoeide neokapitalisme: een beetje gadgetavantgarde, een vleugje neoromantiek, en wat keukentafelpsychologie en je hebt alweer een boekje volgeschreven.

Wat is er precies zo ‘stil’ aan zo’n lopende fabrieksband met duidingspriesters? Ik vind het allemaal een vorm van HERRIE. Het is een constante machinale stroom van duidingen, waarbij de verborgen bedoeling is dat de duiding dieper moet lijken dan de gedichten die zogenaamd worden besproken. De meest kneuterachtige, kitscherige en pseudo-intellectuele woordwrakken worden op tenenkrommend amateuristische wijze gedissecteerd, met als enige bedoeling het etaleren van de eigen vermeende schranderheid. Ziedaar de ‘poeziekritiek’ anno 2012.

Maar wat juist deze ‘essayisten’ feitelijk typeert is dat er geen letter daadwerkelijke kritiek doorklinkt in hun ‘diepgravende analyses’. Niet alleen hun gedichten zitten vol zogenaamde ‘stilte’, zelfs hun politieke betrokkenheid, hun zogenaamde ‘engagement’ zit vol met diezelfde merkwaardige ‘stiltes’. Je hoort deze mensen feitelijk nooit over misstanden, alle propaganda wordt als zoete koek geslikt, ze komen hoogstens met een of ander slap marxistisch aftreksel op de proppen, en dat terwijl een beetje denker ze zo zou kunnen uitleggen dat de werkelijke ideologien van de twintigste eeuw niet het kapitalisme en het communisme waren. Maar daarvoor zullen deze armetierigen mijn filosofieboek moeten gaan aanschaffen.

Men heeft ‘engagement’, en men bemiddelt in ‘stilte’. Men is, kortom, de modelburger. Het doet denken aan die zwaar overhypte John Cage met zijn flinterdunne conceptuele muziekgrapjes. Echte poezie gaat uiteraard nauwelijks om ‘stilte’ net als schilderijen niet over ‘stilte’ gaan, wat deze mentaal gehandicapten echt willen uitdrukken is dat ze in poezie een soort innerlijke rust willen vinden (want aan echte ‘stilte’ zouden ze een bloedhekel hebben, ze houden van gezwam, niet van stilte) die ze in de normale wereld niet kunnen waarnemen.

Precies dat onvermogen is de wortel van hun valse houding: ze zoeken iets in de poezie als compensatie van hun eigen onvermogen dat in de wereld te vinden. Hun poezie is in feite therapeutisch, het is een stukje zielstherapie op papier, en de onbetrokkenheid van de lezer bij zulke hoogstpersoonlijke zielsdroedels roept ressentiment op.

Het doet me denken, waarde lezer, aan de momenten dat ik terug ben in Nederland en de trein pak.
Je zit in een soort rijdende graftombe (de stilte) en men heeft de stoelen zo hoog gemaakt dat enige sociale interactie onmogelijk is gemaakt. Doet er iemand in die grafzee van stilte toch zijn mond open dan spreekt de doorsnee Nederlander van een zeer drukke, stressvolle reis.

En dan gaat hij thuis, in zijn priegelige dagboek, op zoek naar die heilige stilte. Mijnheer heeft enorme moeite die ‘stilte’ te ontwaren in de ‘pijlsnelle dagelijkse hollandse realiteit’, namelijk.
Kuch.

Allemaal prima. Maar waarom doen alsof dit alles iets met poezie van doen heeft? Bange mensen zijn vooral mensen die het niet in hun boekje over Benders durven hebben, en wel over Ton van ‘t Hof. Stop dat maar in uw glaasje Ranja, Mijnheer Freud.

Een mooie gelegenheid om even ons nummer ‘Hou je Kop Man’ te luisteren:

(Zang: Bart van der Pligt / Muziek: Martijn Benders/Bart van der Pligt)

Met de vriendelijke groetepoet uit Istanboel,

Martinus Benders

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Commentaar

De nieuwe Benders



'Wôld, Wôld, Wôld!' heet de derde dichtbundel van Martijn Benders. Een lijvige dichtbundel met 222 pagina's. De bundel heeft een aantal verassingen voor u in petto en kwam uit in drie versies.

Koop de bundel nu!



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de tweede dichtbundel van Martijn Benders.

Koop de bundel nu!