Ton van ‘t Hof, Gerrit Komrij en Bill Knott

Met het werk van Ton van ‘t Hof heb ik weinig op. Dat heeft niets te maken met dat ik het ‘te experimenteel’ vindt – integendeel juist, ik vind het niks omdat het mij niet experimenteel genoeg is. Hij gebruikt twee procedes die overbekend en overgebruikt zijn: abitrairheid van tekst en een techniek die ze vroeger ‘automatic writing’ noemden en waarvan de surrealisten soms ook al gebruik maakten. Aanhangers van ‘automatic writing’ weigeren hun werk te reviseren, want ze beschouwen elke ingeving als gedaan door een goddelijke hand. Combineer dat met een asofilosofietje als ‘wie bepaalt wat er goed is’ en je hebt het werk van Ton van ‘t Hof: tussen 300 regels kun je de toevalstreffer gaan zoeken. Het is feitelijk een soort premodernistische natuurpoezie die het ‘toeval’ heilig verklaart heeft, maar dan vooral de machinale variant ervan, heel goed passend bij een technocratisch tijdperk. De machine schrijft zichzelf, en niemand mag nog kritiek hebben.

Wel is Ton van ‘t Hof een van de weinige Nederlandse dichters die ook daadwerkelijk poezie lezen. Goed, het gros wil misschien nog wel eens af en toe iets lezen van ‘binnen de eigen speeltuin’, zoals Gerrit het noemde:

..maar daarmee houdt hun interesse in poezie ook feitelijk op. Ton van ‘t Hof leest tenminste wel, weliswaar alleen Amerikaanse poezie, maar dat zij hem vergeven. Laatst noemde van ‘t Hof mij plots ‘De Nederlandse Bill Knott’. Die opmerking wekte mijn interesse omdat ik natuurlijk wel eens wil weten met wie ik word vergeleken en dus heb ik meteen het verzamelde werk van Knott besteld. Het arriveerde – bijna 500 pagina’s dik en met ruim 1500 gedichten, en van een ongekend hoog niveau – Bill Knott is ongetwijfeld een van de meest talentvolle Amerikaanse dichters die mij onder ogen kwam.

Een eer dus om met deze man te worden vergeleken. Uiteraard wordt ook bij Knott de overbekende propagandatruuk van elke bananenrepubliek toegepast: Knott heeft zijn isolatie aan zichzelf te wijten. Hij vroeg zichzelf niet voor juries. Hij nomineerde zichzelf niet voor prijzen. In de discussie met Samuel Vriezen op het Engelstalige Loewak kunt u daarvan de crux nog eens lezen

Daarom ben ik blij dat Gerrit bovenstaand stuk nog vlak voor zijn dood schreef. Want ik hoor de geluiden ook al van alle kanten: ik zou mijn isolatie aan mezelf te wijten hebben. ‘Samenzweringsstheorieen’ zou ik aanhangen. Het meest ridicuul was nog wel het moment waarop Frank Starik me voor de voeten wierp dat ik een ‘samenzweringstheorist’ was omdat ik kritiek had op het design van de omslag van Awater.

Hoe smerig kun je het spelletje spelen? Inmiddels is Joseph Stalin alweer benoemd om voortaan de geschiedenisboekjes maar te schrijven – u zult op toekomste kalenders dus geen werk van mijn hand aantreffen. Rest mij nog u van harte het werk van Bill Knott aan te raden: hij publiceert zijn eigen verzamelde werk steeds opnieuw en opnieuw, dus u moet er wel naar op zoek gaan.

8 Responses to Ton van ‘t Hof, Gerrit Komrij en Bill Knott

  • Joseph Stalin kon niet. Ik heb je nog om toestemming gevraagd voor opname, per mail; geen antwoord gehad.

  • Martijn Benders:

    Ja, je had me ook de bundel van Miedema ter recensie gestuurd die nooit aankwam. Jammer voor jou maar mailboksen zijn op naam te doorzoeken. Ik heb 1 mailtje tot verzoek voor publicatie in een bloemlezing van je en dat heb ik geweigerd, maar dat ging over die bloemlezing met Hoorne. Om misverstanden te voorkomen: ik wens uberhaupt niet gebloemleest te worden door mensen die mijn meningen wissen, en ik vind ook niet dat mensen die de meningen van schrijvers wissen de aangewezen personen zijn om uberhaupt bloemlezingen samen te stellen. Wie censuur nodig heeft om de sterkste te kunnen zijn hoort niet in de literatuur thuis.

  • Je liegt, maar goed, het komt je in elk geval beter uit om in je eigen namaak-principes te geloven. Moedig voorwaarts richting volgende depressie!

  • willem thies:

    Martijn, natuurlijk heb ik geen inzage in jullie persoonlijke mailcorrespondentie, maar voorzover ik weet (via betrokkene) heeft de bloemlezer in dezen je wel benaderd – en wilde hij een van jouw gedichten opnemen.

  • Martijn Benders:

    Mag ik even het mailtje citeren dat ik op 20 december 2011 aan Dhr Breukers heb verzonden?:

    “Ik geef inderdaad geen toestemming, ook niet voor toekomstige publicaties.
    Met andere woorden: ik wil niet in enige bloemlezing van Chretien
    Breukers staan.
    Niet met dit gedicht en niet met enig ander gedicht, nu niet en in de toekomst niet
    Het nogmaals vragen is dus overbodig.”

    Hierna heb ik nooit meer een mailtje van Breukers gehad voor ‘toestemming’, gelukkig maar, want hij weet donders goed
    dat ik niet in bloemlezingen van hem wil staan.

    Ik zal hier ook even het mailtje plakken waarin hij me belooft de bundel van Miedema op te sturen:

    Nou ja… nog niet?
    Belachelijk.
    “Ik zoek even naar wat pdf-jes.
    Maar er moet toch wel een en ander aankomen, ooit.”

    > Je had toch wat bundels opgestuurd, of niet? Zijn nog steeds niet
    > aangekomen. Turkse post, je zou er maar van afhankelijk zijn.
    > Heb je geen digitale kopien van die bundels, dan zou ik die kunnen
    > lezen/bespreken….

    Ook die ‘pdf’jes’ heb ik vervolgens nooit ontvangen.
    Met andere woorden: ik wou Miedema recenseren, en diens uitgever heeft de bundel ‘opgestuurd maar die kwam nooit aan’ en toen ik om een PDF verzocht kreeg ik die ook niet. Dat is natuurlijk wat wrang als je bedenkt dat die bundel geen enkele recensie wist te scoren – je gaat je dan toch afvragen waar dat precies aan ligt.

    En nu ben ik natuurlijk ‘de leugenaar’, net als ik ‘de internettrol’ ben en de ‘samenzweringstheorist’.
    Fijne bloemlezer, die man. Een klap voor zijn kanis kan ie krijgen.

    Breukers

  • Martijn Benders:

    Ps Willem: ook dat Liegend Konijn heb ik geen trek in. Een blad dat pulp als die van Sylvie Marie publiceert heeft wat mij betreft geen enkele autoriteit, al doe je er nog zo’n mooi kaftje omheen. Fijn om geld te verdienen met gedichten, maar om naast dat soort rommel te moeten staan met je werk daar weegt een paar honderd euro niet tegenop, er zijn grenzen. Zolang die huidige bovenlaag zo gecorrumpeerd is wil ik uberhaupt nergens in staan, want ik wil die structuur niet accorderen met mijn werk.

  • Martijn Benders:

    Het is schijnbaar de heren ‘bloemlezers ‘ een volstrekt wezensvreemd idee dat een curator niet een ‘doorsnee laat zien van het huidige kunstlandschap’. Als ik een museum bezoek WIL ik geen ‘overzichtje van alles wat nu gemaakt wordt’ – ik wil een curator zien met SMAAK. Noch Breukers noch Deleu hebben enige vorm van detecteerbare smaak, en dan mogen ze van mij gerust de belangrijke curator uithangen, maar ik heb dan geen enkele interesse in het bezoeken of deelnemen aan zulke tentoonstellingen. Je geeft er alleen de boodschap mee af dat je wezenlijk akkoord gaat met het hele idee dat de realiteit op die manier vormgegeven dient te worden, dat deze kleurloze bemiddelaartjes de macht behoren hebben, dat het hele idee van ‘de bloemlezing’ een soort kookboekje is met alles wat op dit moment zich de ellenbogen van het lijf lobbiet. Dank je de koekkoek, zeg, dat al die grijze muizen en suikeroompjes maar eens eindelijk oprotten.

  • Martijn Benders:

    En Komrij had dan wellicht een tierlantijntjes-smaak, die ouwe had tenminste wel een nog enigszins detecteerbare smaak, dat was een fijnproever hoewel zijn smaak niet de mijne was, en het was een echte universalist, niet zo’n ongemanierde hork die denkt dat ie je eerst jaren zwart kan maken en de mond kan snoeren en daarna nog geloofwaardig kan bloemlezen. Mensen die dichters censureren horen uberhaupt niet in de bloemlezerij thuis, punt. Net zoals je een malafide politicus geen geschiedenisboeken laat schrijven. Mensen die dat niet begrijpen zijn simpelweg niet goed bij hun hoofd. Installeer eerst weer eens een deugdelijke kritiek, en dan praten we verder.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Commentaar

De nieuwe Benders



'Wôld, Wôld, Wôld!' heet de derde dichtbundel van Martijn Benders. Een lijvige dichtbundel met 222 pagina's. De bundel heeft een aantal verassingen voor u in petto en kwam uit in drie versies.

Koop de bundel nu!



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de tweede dichtbundel van Martijn Benders.

Koop de bundel nu!