De Mangelmolen 2: Robert Anker

De website van Poetry International blijkt een waar genoegen om in rond te spitten. Ook hier weer blijkt vooral Rob Schouten overal aanwezig. Interessant om te zien hoe de welvaartsverdeling van haves vs havenots, van de 1% naar de 99%, doorzet naar de poeziewereld, waar Rob Schouten overduidelijk met glans de rol van de 1% op zich nam. Het is dat hij nog nooit een positieve recensie wist te scoren, anders zou er nog eens iemand gaan geloven dat zijn alomtegenwoordigheid iets anders is dan stom toeval. Robert Anker wordt door Schouten als volgt beschreven:

‘One of the most prominent Dutch poets of the present time.’

Dat klinkt weer veelbelovend. Schouten laat bovendien weten dat Anker ‘In a certain sense, you could call him a modern humanist poet, bearing in mind the shortcomings of De broekbewapperde mens (Man, trousers a-flutter), the man of the title of one of his recent collections, but without any moral judgment.’

Op een bepaalde manier kunnen we dus Anker als een moderne, humanistische dichter zien, mits we de tekortkomingen van de broekbewapperde mens in achting nemen. Och zo. Voorts laat Schouten ook nog weten:

In Robert Anker’s poetry (as in his prose) you can see that the TV is on and the newspaper read. Not that the poet is to the fore with corny songs or that he constantly praises new man to the skies…

In het boek van Robert Anker zien we dat de televisie aan staat en de krant gelezen is. Niet dat de dichter naar het voren komt met vieze liedjes of dat hij constant nieuwe mensen de hemel in prijst….nou, dat deze intigrerende introductie wordt het tijd dat de Loewak lezertjes zich in een echt Anker gedicht vastbijten:

Vergeet niet je haar te kammen
Voordat wij je vinden moeten
Kijk even hoe je om gaat kijken
Het maakt een zoet gerucht dat geurend
Om ons te vinden dat de tijd breekt
Vergeet niet heen en weer te lopen
Zoals alleen jij loskomt uit de wereld
Om wat jij niet bent maar wij zo kennen
Naar ons uit te zenden wat ons schoksgewijs
Verwijdert uit onszelf zodat wij tot de rand
Gevuld met radiostilte

Gefopt wij ben ik
Kom maar hier ik
Hou toch wel van je

Bovenstaand gedicht weet weinig meer aan me te ontlokken dan een enorm ‘Tja’ gevoel. Tja. Wat staat hier?
Iets vaags. In 14 regels precies 1 geslaagde metafoor, namelijk ‘wij tot de rand gevuld met radiostilte’.
Waarom moest de rest blijven staan? Ik zie er geen concept in, geen rode draad, geen verhaal, het is een soort vulling, vulling bedoeld om tot die ene geslaagde metafoor te komen. Maar omdat het zo overduidelijk vulling is verpest het die metafoor ook. En na die metafoor gaat Anker nog debieler doen, met die 3 regels emokitsch. Nee, dit verdient niet meer dan een 2.8

Laat ik nog een gedicht nemen omdat over het bovenstaande weinig te zeggen viel – een jammerlijk werkje.

Het is alles lauwe pap
Die mij over de handen loopt
Hoewel het soms ook waait
Tussen de bevroren vingers

Waarom dan niet de schaatser
Op die wind de ijzeren snaren
Bezingen tot de horizon van glas
Aldoor beentje over door het glas

Zoals ooit eerder altijd weer de metalen
Zon achter de zilverbloemen op het raam
In mij doorstoot en mij hier fotografeert

Meestal echter kom ik zelden voorbij
Het rottige riet de kapotte vogels
Dat het aldoor dooit in de modder
Van het vreedzame bestaan

Het tweede gedicht dat ik las op de site, en meteen het leitmotiv van het Fagelisme: het is alles lauwe pap. Daar gaan we dan:

Het is alles lauwe pap
Die mij over de handen loopt

IJzersterke Fagelistische opening. Ik snap plots het enthousiasme van 1% Schouten over deze dichter. De gekke interpunctie nemen we even op de koop toe.

Hoewel het soms ook waait
Tussen de bevroren vingers

Soms waait het tussen de bevroren vingers, soms graait het in de gesloten pot.

Waarom dan niet de schaatser
Op die wind de ijzeren snaren

Klabam. Ik stort ter aarde neer. Dacht ik met het Fageliaanse Volkslied te maken te hebben, begint die ouwe kale over schaatsers te zaniken. Hoewel, dat is eigenlijk ook heel Fagelistisch. Niks zo strontvervelend als die schaatswedstrijden. Wat is saaier, schaatsen of wielrennen?

Bezingen tot de horizon van glas
Aldoor beentje over door het glas

Jajajaja, het bezingen, de zinloze herhaling, het lullige beentje, we blijven in beste Fagel traditie bezig.

Zoals ooit eerder altijd weer de metalen
Zon achter de zilverbloemen op het raam

Bingo. Het beslagen raam! Zilverbloemen, hoe kom je erop! Voor rijp weetjewel. Wat een fantasie heeft Anker, geen wonder dat Schouten hem de hemel in prijst.

In mij doorstoot en mij hier fotografeert

Meestal echter kom ik zelden voorbij
Het rottige riet de kapotte vogels
Dat het aldoor dooit in de modder
Van het vreedzame bestaan

Ik kan niet anders dan concluderen dat dit tweede gedicht een waar Fagelistisch meesterwerkje is. Almaar dooiend in de modder van het vreedzame bestaan schaatsen kijken en bezingen terwijl je lauwe pap eet. Godverdomme! Dit krijg ik minstens een half jaar mijn hoofd niet meer uit!

Conclusie: had Schouten het bij het rechte eind toen hij schreef dat Anker een van de meest prominente dichters van onze tijd is? Mijn mening: wie het Fagelisme als poeziestroming serieus neemt kan deze vraag alleen volmondig met ‘Ja’ beantwoorden. Ja, Robert Anker is de Grootste Fagelist. Ja, Robert Anker heeft het lijflied van de Fagelisten geschreven. Ik herhaal: “Almaar dooiend in de modder van het vreedzame bestaan schaatsen kijken en bezingen terwijl je lauwe pap eet.” Ik herhaal nogmaals: “Almaar dooiend in de modder van het vreedzame bestaan schaatsen kijken en bezingen terwijl je lauwe pap eet.”

Martinus Benders, Istanboel, 29 December 2012

4 Responses to De Mangelmolen 2: Robert Anker

  • no zero:

    Je zou er een dissertatie over kunnen schrijven: ‘Het Fagelisme als literaire beweging’- Hoofdstuk 1) Lauwe pap als centrale metafoor. Hoofdstuk 2) Schaatsen bij Anker als hermeneutische hyperbool. Hoofdstuk 3) Autodrop bij Fagel als uitgestelde amnanese 4) Vloeibaarheid bij Mohlmann als retorisch begrip.

    Met een fraaie Blurb op de achterflap van (natuurlijk in het Engels, want dan klinkt het beter) Prof. Dr. R. Schouten. ‘In this remarkable work we see a most clear view of the most important movement in Dutch literature: Fagelisme. I recommend this work with highest praise. The author shows a stunning combination of scientific grasp and intuition.’

    Mooie ontdekking van je die poetry international site – waar we Schouten in al zijn ontwapende eenvoud kunnen bestuderen- wat een heerlijke simpele doorzichtige man – gewoon iemand die 80 wil worden met zoveel mogelijk slappe teksten achter zijn naam- en een eindeloze rij nietszeggende gedichten en teksten over dichters-vrienden- heerlijk moet dat zijn zo’n vriend – zonder dat hij je gedichten leest prijst hij ze. Waarschijnlijk heeft hij standaard zulke tekstjes klaar liggen hoeft alleen op de knop send te drukken- en heeft weer een vriend blij gemaakt. Een parel voor de mensheid! een weldoener!

  • Inkwith Barubador:

    Dit gedicht lijkt me een typisch midlifecrisis-geval. Vroeger een stoere langeafstandsschaatser, tegenwoordig lauwe pap en dooi in de modder. Zoals iedere man vroeger een Titaantje was.

  • Rigo Reus:

    En ik had een zwak voor Anker vanwege zijn sterke bundel ‘Goede Manieren – een episodisch gedicht’. Uit 1989. Die was erg goed. En ook zijn bundel uit 2009 ‘Gemraad slasser d.d.t.’ is geen lauwe pap. Maar het kan natuurlijk dat de bundels daartussen wat zwakker waren.

  • Martinus Benders:

    Het staat iedereen natuurlijk vrij zijn smaak te hebben. Ik kan slechts bespreken wat me onder ogen komt en dat afmeten aan mijn voorkeuren. Dat Gemraad Slasser boek heb ik gezien en vond ik ook erg slecht. Ik denk dus niet dat het oudere werk van deze mijnheer me wel zou weten boeien.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Commentaar

De nieuwe Benders



'Wôld, Wôld, Wôld!' heet de derde dichtbundel van Martijn Benders. Een lijvige dichtbundel met 222 pagina's. De bundel heeft een aantal verassingen voor u in petto en kwam uit in drie versies.

Koop de bundel nu!



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de tweede dichtbundel van Martijn Benders.

Koop de bundel nu!