De Mangelmolen 3: Marije Langelaar
We gaan door met het lezen van die hoogst eigenaardige site van Poetry International. Ik dacht, ik pik er dit keer eentje uit die ik nog niet ken. Besproken ditmaal door warhoofd Xavier Roelens, de man die ondanks dat zijn tweede bundel nergens positief werd besproken het wel schopt tot holmaatje van lobbylulletjes als Dera. De man die zich vrijpostig zat te bemoeien met de inhoud van mijn gedichten toen ik er tien aanleverde voor Kluger Hans, maar niet dezelfde ijver aan de dag legde te doen wat hij moet doen en er doodleuk acht fouten in liet staan, die Willem Thies er later uit viste. Debuterende krullenbol Roelens zat al in de Buddingh jury, en doet nu ook shit voor Poetry, maar waarom? Niemand weet het. Uiteraard kun je als je dit soort broddelaars inzet er je horloge op gelijk zetten dat er stringente flauwekul te lezen gaat zijn als:
With this highly physical, ‘natural’ poetry, Langelaar belongs to a contemporary Dutch trend that breathes new life into the ‘Fifties’ poetry of Lucebert.
Dankzij Xavier Roelens weten we dus dat er een hedendaagse trend is van dichters die Lucebert, u weet wel, die vrolijke modernist, nieuw leven in proberen blazen, want zoals iedereen weet is zo goed als iedereen Lucebert allang weer vergeten en is de arme man zwaar onderbelicht. Laten we deze Lucebert-opwekker Marije Langelaar eens onder de loep nemen. We beginnen met het gedicht ‘IJmuiden’
Ik kan er weinig mee. Wat is er precies bijzonder aan dit werkje? Ja okee, een nogal infantiele beschrijving van geboren worden. Maar verder? Is het het stuk waarin Langelaar laat weten dat ze na het slaken van kreetjes schriller dan het licht naar buiten gaat en plots doof blind stom en ook nog eens lam is? Toe maar. Alsof dat is wat met een baby gebeurt. Wat ‘heftig’ allemaal. Zeker als je daarna zegt ‘HORRIFIC THOUGHTS ENTER’. Nee maar, dank je de koekkoek. Als je plots blind lam doof en stom bent ga je inderdaad niet aan oranjekoeken denken. Alsof een baby nog nooit gedachtes heeft gehad. Vervolgens worden we in dit werkje nog in luiers gehesen, gaan we kirren, en daarna sluit Langelaar het flemende gezwatel af met een pittoresk stukje zee met fonkelende rotsen. Wat een avontuur. Het zegt alleen totaal niks interessants over de geboorte. Een 3.4 van de jury.
Is het een toevallige misser? We nemen nog een gedicht van Langelaar, deze heet: Laat je niet lichten
Nee, weer zo’n kinds gevalletje. Je kunt hier toch onmogelijk als volwassen mens wonderbaarlijk taalgebruik in zien, het heeft gewoon niks, het is niet lyrisch, het is niet conceptueel, het is niet experimenteel, het is alleen maar iemand die een beetje blij huppelt op papier met een strik om. Was dit geschreven door een meisje van zeven dan zou je nog even opleven, maar van een meid van over de dertig verwacht ik toch wel meer dan dit soort kindse huppelkutterij. Zo niet Mijnheer Roelens, vooruit, laten we nog een gedichtje nemen, het is allemaal zulke lichte kost, deze heet: ‘Dit deel’
Mijn god, wat een deprimerend slechte opening, met verlangend licht dat schaduw op ‘loze perken’ werpt en blijft hangen in een gezicht. Brrr. Wat doet die meid in vredesnaam op een site die de representatie zou moeten zijn van de beste poëzie die we in huis hebben! Drie gedichten, en in geen enkele van de drie trof ik ook maar één goede of welbedachte metafoor aan, geen één stukje lyriek, geen één conceptuele invalshoek. Xavier Roelens is niet goed bij zijn hoofd. Xavier Roelens heeft helemaal geen verstand van poëzie.
Wordt er dan alleen nog maar neoromantische candlelight poezie geschreven tegenwoordig? Want dat geboorte gedicht, daar hoor je toch zo de flemende candlelight stem bij, de ‘heftigheid’ is er toch vooral eentje van ‘heftig trouw aan de naturgeist’ – jongens, dat was toch een enorm FANTASIELOZE beschrijving van het hele geboorteproces? En zo inaccuraat, als je naar de details kijkt. En zo dom, want zo kinderlijk animistisch.
En nu even serieus. Wat heeft deze onzin met Lucebert van doen? Alleen Xavier Roelens begrijpt het. Ik nodig hem van harte uit het hier even te komen uitleggen.
Beste Martijn
De eerste twee regels staan zo bol van de zwartmakerijen en leugens dat ik weiger nog verder te lezen. Je gaf me in onze discussie op facebook het gevoel dat je voor nuanceringen op je simplismen wel oren had. Maar nu je ze hier alleen maar op een venijniger toon herhaalt, besef ik dat een volwassen discussie met je voeren de energie niet waard is. Na die eerste twee regels houdt ze dan ook op voor mij.
Vriendelijke groet
Xavier
De eerste twee regels, laten we eens kijken:
“We gaan door met het lezen van die hoogst eigenaardige site van Poetry International. Ik dacht, ik pik er dit keer eentje uit die ik nog niet ken. Besproken ditmaal door warhoofd Xavier Roelens, de man die ondanks dat zijn tweede bundel nergens positief ”
Dit zou ‘bol staan van de leugens en zwartmakerijen’, beweert Roelens. Volgens mij is Roelens vooral een warhoofd. Ik zie
in deze twee regels niets wat je als zwartmakerij of leugen zou kunnen betitelen. Alleen een warhoofd zou toch de verkeerde
regels uitpikken?
Dat je hier je eigen ‘poetica’ niet durft te verdedigen is vooral omdat het gewoon loos gezwatel is van een oplichter. De enige reden dat je klimt op dat laddertje is dat je goed past tussen de andere oplichtertjes.
Met vriendelijke groet,
Martinus Benders
Wanneer gedichten op de gedichten lijken van een grote naam weet je bijna gelijk dat het iemand is die bij gebrek aan eigen originaliteit de originaliteit leent van een grote vernieuwer en zo denkt dat hij/zij zelf een vernieuwer is- herkauwen is geen vernieuwen – is wat koeien doen-. Alsof je een stijl van een bekende schilder overneemt- en denkt dat je zelf nu ook een goeie schilder bent. En dat wordt dan besproken door iemand- Roelens – die wel uitkijkt om een kritiek te leveren op iets van zijn eigen niveau, want dan zou hij impliciet kritiek op zichzelf moeten hebben – zou hij zichzelf eerlijk moeten bekennen dat hij eigenlijk geen recht heeft op een mening, want een tweederangs figuur is- die zijn onbeduidende mond moet houden, want Kunst is niet gediend met tweederangs – Kunst zou een reservaat moeten zijn waar alleen de beste een paspoort krijgen om toegelaten te worden. Geen prutsers would be figuren. ‘Komt u maar weer terug wanneer u iets kunt, wegzwezen!’
Die Roelens kan voor geen meter dichten. Lees dit bijvoorbeeld eens:
http://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/113676.html?zoekresultaat=ja#.UOcqv3dy28w
Welke ultieme oetlul breekt er nou ‘Me dicijn’ in tweeen en is dan dom genoeg om te geloven dat dat
zo interessant klinkt? Middelmaat dat zijn plek niet kent, inderdaad.
Net grappig, ik zat wat recensies op Meander te lezen (de enige site met nog enigszins onafhankelijke recensies nu)
en ik dacht: verrek, dit is verdomd nog helemaal niet zo slecht. Sterker nog, dit is best wel goed. Hoe is het mogelijk!
Ik had de kop niet gelezen en was meteen naar de gedichten gegaan. En ja hoor, het bleek gewoon een Zuidamerikaan.
http://meandermagazine.net/wp/2013/01/een-kleine-god-aan-zijn-parachute/
Xa4 heeft wel een erg moeilijke stoelgang – met veel persen komen er dan wat moeizame droge harde konijnenkeuteltjes uit de pen- wat is dat toch met die nederlandse cultuur – dat krampachtige bangige grijze prudente.
De hel moet zijn op een onbewoond eiland alleen maar dit soort neuzel keutel Xa4 Nederlandse poezie te moeten lezen- met diezelfde truc als Troch en zijn Marie – geen Hoofdletters- interessant doenerij – dan liever naar de haaien!
Huidobro hoort bij de dichters waarom je poëzie leest, dat krijgen de prutsers niet kapot – andere mooie dichters (in Nederland nauwelijks bekend) zijn Jorge de Lima uit Brazilie of Niconar Parra uit Chili of (ook een Xavier) maar 1 die het wel kan Xavier Villaurrutia uit Mexico. Vaak interessanter dan de bekende namen als Paz en Borges en Drummond, waar Paz vooral uitmunt in de gewichtige dichter uithangen. Wat dat kunnen ze hier ook wel goed de artiest uithangen – met lange grijze manen en een baret op! Maar alles is beter dan de droge bange konijnenkeuteldichters.
Kijk, dat soort tips heb je tenminste iets aan. Die ga ik eens opsnorren allemaal. Ik ben niet zo’n fan van Borges, en Octavia Paz heb ik het verzamelde werk van en ik vind het een enorme windbuil. Ben verder niet zo heel thuis in Zuidamerikaanse poezie – Neruda vind ik verschrikkelijk, Cesar Vallejo was eigenlijk de enige goede dichter uit die streken die ik kon, want Drummond heb ik ook nooit gelezen daar is Mark Strand geloof ik dol op.
Roelens, tja.
Tussen de latere gedichten van Drummond zitten wel een paar hele mooie – Bij Neruda gaat je zijn Grote Ego op den duur erg tegen staan – al zijn die gedichten wel met een grote schwung geschreven een beetje zoals bij Picasso: het talent spat er af – maar je wordt ook wel weer snel moe van al dat vertoon van kijk mij eens een grote kunstenaar zijn- het blijft maar een wankel evenwicht tussen kitsch/aanstellerij en iets dat je echt raakt. Maar in ieder geval zijn het wel dichters, Neruda Borges en Drummond die je kunt lezen om hun vakmanschap – het zit zelden slecht in elkaar, zo’n Roelens en Langelaar en dat soor lui- dat is gewoon heel slecht gedaan -. Die Mark Strand kom ik ook niet erg ver mee- statische poezie-vind Robinson Jeffers veel meer vaart hebben.